Bedrijfswagen: gaat het begrotingsconclaaf snoeien in het nettoloon?

© Gocar
door Gocar.be - David Leclercq
gepubliceerd op om

De essentie:

  • Om de tien miljard voor de federale begroting te vinden, ligt de piste van de bedrijfswagen opnieuw op tafel als onderdeel van een pakket fiscale voordelen dat het Federaal Planbureau op 4,5 tot 5,5 miljard euro raamt, of bijna de helft van de inspanning.

  • Alleen al het schrappen van het voordeel voor bedrijfswagens zou tussen 2 en 4 miljard euro opleveren, maar omdat de werknemer slechts belast wordt op een fractie van de werkelijke kostprijs van de auto, blijft de gebruiker zwaarder belasten de meest rendabele optie.

  • De rekening voor de bestuurder verhogen zou neerkomen op een lager nettoloon, wat lijnrecht ingaat tegen de belofte van de coalitie in om werk beter te belonen, terwijl de markt voor bedrijfswagens al tekenen van vertraging vertoont.

De Belgische staat staat onder druk. Tegen 2029 moet de regering-De Wever immers tien miljard euro vinden en die oefening heeft veel weg van een riskante operatie. Een meningsverschil kan de Arizona-coalitie ten val brengen en het land opnieuw naar de stembus sturen. In de lijst met mogelijke pistes springt één categorie in het oog, want ze vertegenwoordigt bijna zes op de tien nieuwe auto’s die in België verkocht worden: de bedrijfswagens.

De helft van de inspanning?

In juni legde het Federaal Planbureau de regering een catalogus voor met meer dan 260 mogelijke besparingsmaatregelen. Een daarvan viseert een reeks fiscale voordelen, zoals bedrijfswagens, tankkaarten, ecocheques en maaltijdcheques. Het schrappen van die voordelen zou tussen 4,5 en 5,5 miljard euro opleveren. Dat is bijna de helft van de inspanning die nodig is. Kijken we alleen naar de bedrijfswagen, dan zou die volgens het Planbureau tussen 2 en 4 miljard euro vertegenwoordigen. Vincent Van Peteghem (CD&V), minister van Begroting, heeft voor de start van de gesprekken al een mogelijke herziening van het systeem van bedrijfswagens genoemd.

Twee opties

Het mechanisme is eenvoudig. Een werknemer die met een bedrijfswagen rijdt, betaalt geen belasting op de werkelijke kostprijs van de auto, maar op een geraamd voordeel: het bekende voordeel alle aard (VAA). Dat bedrag hangt af van de catalogusprijs, de leeftijd van de auto, zijn aandrijving en het verschil tussen zijn CO₂-uitstoot en het marktgemiddelde. Deze auto’s zijn ook vrijgesteld van persoonlijke socialezekerheidsbijdragen. Resultaat: de bestuurder wordt maar belast op een fractie van wat de auto werkelijk kost.

Om het evenwicht te herstellen, zijn er twee opties. Ofwel wordt de werknemer zwaarder belast door het voordeel op zijn loonfiche te verhogen. Ofwel draait men de duimschroeven aan bij de werkgever door te beperken wat het bedrijf fiscaal kan aftrekken. Maar die tweede piste is al ingezet. Een auto met verbrandingsmotor die sinds 2026 wordt besteld, geeft geen enkel recht meer op fiscale aftrek. Ook de elektrische auto ontsnapt niet aan de verstrenging. Een emissievrije auto die in 2026 besteld wordt, blijft voor 100% aftrekbaar, maar dat percentage daalt naar 95% voor een bestelling in 2027, vervolgens naar 90% in 2028, 82,5% in 2029, 75% in 2030 en 67,5% vanaf 2031. Het is dus de werknemer die in de vuurlinie dreigt te komen.

Fiscale ommezwaai

De optie om de werknemer zwaarder te belasten, ligt erg moeilijk. De bestuurder meer belasten betekent zijn nettoloon afromen, wat indruist tegen de oorspronkelijke belofte van de coalitie om werk beter te belonen. Ook voor de autosector ligt dat moeilijk. De markt voor bedrijfswagens vertoont al tekenen van vertraging. In het eerste kwartaal daalde het aandeel professionele inschrijvingen tot 51,2%, tegenover 58,3% een jaar eerder. FEBIAC wijst op verzadigde wagenparken in combinatie met een voortdurend veranderende fiscaliteit. Particulieren kopen opnieuw meer nieuwe auto’s, maar dat volstaat niet om het tekort goed te maken.

Woede

Het debat beperkt zich allang niet meer tot de ministeriële kabinetten. De VRT peilde bij haar lezers en kreeg tientallen reacties die veel zeggen over de Belgische verdeeldheid rond de bedrijfswagen. Aan de ene kant zijn er mensen die het systeem discriminerend vinden omdat het voorbehouden is aan een bepaalde groep. Aan de andere kant staan mensen voor wie de auto een onmisbaar werkinstrument blijft en geen privilege is. Voor beide standpunten valt iets te zeggen. Het systeem ontstond ooit om Belgische fabrieken te ondersteunen, waar vandaag alleen Volvo Gent nog van overblijft. Sindsdien werd het nooit herbekeken. In plaats van de belastingen op arbeid te verlagen zoals beloofd, zou de regering de bedrijfswagen weleens opnieuw zwaarder kunnen belasten, die oude fiscale melkkoe waar ze altijd weer naar kan grijpen.

Meer

Tesla Model Y L: nu al problemen vóór zijn lancering in Europa

De essentieDe Tesla Model Y komt binnenkort als lange versie, met de naam L.Deze Model Y L biedt plaats aan zes passagiers, verdeeld over drie zetelrijen.Na amper een jaar op de Chinese markt kampt deze L-versie al met een doorzakkende ophanging.De Tesla Model Y kennen we intussen. Hij blijft een van de bestverkochte auto’s in België. Het model kreeg in 2025 een facelift en is sinds begin dit jaar verkrijgbaar met zeven plaatsen, met twee kleine achterzetels in de koffer (+ 2.500 euro, alleen op de Premium-versie met vierwielaandrijving).Vandaag wordt het Model Y-gamma uitgebreid met een verlengde variant die zes plaatsen telt en de naam L krijgt. Die is ook al verkrijgbaar in de Verenigde Staten en komt zeer binnenkort naar Europa. In China is deze lange versie sinds 2025 op de markt en zakt de achtertrein na amper een jaar al door…Zes plaatsen, vijf meter langDe Tesla Model Y L, die eerst voor de Chinese markt ontwikkeld werd, rolt van de band in de Tesla-fabriek in Shanghai. Deze versie rekt zijn koetswerk uit tot 4,97 m, tegenover 4,79 m voor de gewone Model Y. De wielbasis neemt met ongeveer 15 cm toe, wat de ruimte achterin en de koffer ten goede komt.Deze versie heeft ook een 5 cm hoger dak (1,67 m tegenover 1,62 m) en krijgt een indeling met zes zetels over drie rijen: twee vooraan, twee individuele zetels op de tweede rij (captain seats, verwarmd en geventileerd, met elektrische verstelling van de rugleuning, elektrische armsteunen en verstelbare hoofdsteunen) en twee klapzitjes in de koffer.Binnenkort in EuropaDeze Tesla Model Y L heeft zijn Europese homologatie al op zak, maar de bestellingen zijn officieel nog niet geopend in de Belgische configurator. Dat zou binnenkort moeten gebeuren. Dit model zal wellicht zonder veel moeite een plaats veroveren op de nog erg dunbevolkte markt van elektrische SUV’s die meer dan vijf passagiers kunnen meenemen. Daar neemt hij het op tegen de Mercedes GLB Electric en Peugeot E-5008.Ophanging bezwijkt onder het gewichtHet probleem is dat deze gezins-Tesla, die bedoeld is om zwaar beladen te rijden, het gewicht blijkbaar slecht verdraagt… In China klagen eigenaars nu al over problemen met de ophanging: die zakt abnormaal door, met als gevolg vroegtijdige slijtage van de veren en schokdempers, waardoor ook de banden vervormen en het weggedrag dus erg onvoorspelbaar wordt.Tesla lijkt de verlenging van de Model Y dus wat overhaast te hebben aangepakt. Voorlopig is de Chinese markt het proefkonijn. Hopelijk past Tesla de afstelling van de veren en schokdempers van deze Model Y L aan voor zijn komst naar Europa…

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Bijna hetzelfde, maar niet helemaal: zo zie je het verschil tussen de BMW i3 en de nieuwe 3 Reeks

De essentie:·         BMW brengt naast de elektrische i3 ook een nieuwe 3 Reeks met verbrandingsmotor, maar beide modellen delen technisch nauwelijks iets ondanks hun vrijwel identieke uiterlijk.·         Het verschil verraadt zich in profiel: de G50 heeft een grotere ‘prestige gap’ tussen voorwielen en voordeuren, typisch voor achterwielaangedreven auto’s met longitudinale aandrijflijn.·         De G50 komt in november in productie met onder meer een 443 pk sterke zes-in-lijn, vierwielaandrijving en 48 volt-hybrideondersteuning voor alle motoren.Binnenkort heeft BMW 2 nieuwe 3 Reeksen: een gewone en een elektrische. Die laatste lanceerden ze afgelopen voorjaar onder de i3-naam, die je dus niet meer moet hanteren voor het gelijknamige stadswagentje, dat enkele jaren terug uit productie ging.Daarnaast komt de Beierse autobouwer ook weer met een 3 Reeks met verbrandingsmotoren, inmiddels al de 8ste generatie. Die draagt de interne codenaam G50, onder BMW-liefhebbers immer een veelgebruikt pseudoniem. Dat de i3 binnen BMW als NA0 bekend staat, onthult al dat beide varianten van de 3 Reeks op technisch vlak nauwelijks wat met elkaar te maken hebben.Nochtans zullen ze er nagenoeg hetzelfde uitzien, net zoals BMW ook al doet bij de elektrische en niet-elektrische Mini Cooper, die onder hetzelfde pak een ander fundament hebben. Toch zal je beide ‘Dreiers’ van elkaar kunnen onderscheiden, door naar de afstand tussen de voordeuren en de voorwielen te kijken.Achterwielaandrijvers en sportwagensDe ‘prestige gap’ geeft het weg, wanneer je beide auto’s in profiel bekijkt. Dat is een ontwerpersterm die de iets grotere afstand benoemt tussen de deur en het voorwiel.Wat daar prestigieus aan is? Aan de basis achterwielaangedreven auto’s hebben altijd die grotere spatie, omdat daarbij en motor en daarachter de versnellingsbak in de lengterichting gemonteerd liggen, waarbij die laatste doorloopt onder de boordplank. Dat maakt dat de voorwielen wat verder vooraan zitten dan bij een voorwielaandrijver met de motor en bak dwars geplaatst.Een 3 Reeks met verbrandingsmotor heeft, zoals alle grotere BMW’s, zo’n prestige gap, net als de grotere Mercedessen, evenals sportieve coupés en cabrio’s genre Ford Mustang of Mazda MX-5. Bij auto’s als een Ferrari Amalfi of Aston Martin Vantage is het nog extremer zichtbaar, omdat die een nog grotere motor hebben die nog meer naar achteren is gemonteerd, om een betere gewichtsverdeling te bekomen.De G50 staat op een nieuwe versie van het gekende CLAR-platform, dat ook al in de uitgaande 3 Reeks dienst doet.Kortere wielbasis voor i3Bij de i3, gebouwd op de nieuwe en elektrische ‘Neue Klasse’-architectuur, is die prestige gap er niet, omdat diens onderstel fundamenteel anders in elkaar zit. Voorin zit weliswaar een motor, maar die drijft enkel de voorwielen aan en zit daartussen gemonteerd, waardoor er tussen motorbaai en interieur minder spatie nodig is. Een elektromotor is ook veel compacter. De achterwielen hebben dan weer hun eigen motor. De snellere i3 M is nog anders, die heeft voor elk wiel een aparte motor.Op foto’s van beide 3 Reeks-varianten is het verschil duidelijk te zien, zeker nu BMW ook zelf officiële foto’s verspreid heeft van de G50. Weliswaar nog in een camouflagepakje, maar dat laat net zo goed toe om de proporties te bestuderen.Ook binnenin zal het verschil tussen beide goed te zien zijn: de elektrische versie heeft immers geen transmissietunnel. De versies met verbrandingsmotor, en dus een uitlaatlijn en cardanas van voor naar achteren, hebben die wel als vanouds.Vanaf november in productieDe foto’s vertellen, door die grote prestige gap, meteen ook dat de Duitse autobouwer als vanouds grotere motoren in het aanbod opneemt, waaronder een zes-in-lijn op benzine, goed voor liefst 443 pk. Die M350 krijgt overigens standaard vierwielaandrijving. Opvallend: de letter i verdwijnt uit de typebenaming.Daarnaast voorziet BMW ook viercilinders op benzine en diesel, al geeft het daarover nog geen technische details vrij. Alle motoren zullen wel een klein handje elektrische hulp krijgen van een motor op 48 volt. Alle motoren komen in combinatie met een automaat.In november 2026 gaat hij al in productie, dus definitieve foto’s verwachten we een van de komende weken.

door Hans Dierckx
© Gocar

Waarom elektrische auto's van 25.000 euro als zoete broodjes verkopen

De essentie•           De Volkswagen ID. Polo telt sinds april al meer dan 30.000 bestellingen en heeft een wachttijd van tien maanden. Ook de Skoda Epiq en Cupra Raval, die allemaal rond 25.000 euro kosten, zijn tot midden 2027 uitverkocht.•           Het succes beperkt zich niet tot de Volkswagen-groep. De Renault 5 voerde in januari de Europese markt voor elektrische auto's aan en de Citroën ë-C3 domineert zijn segment in zowel Frankrijk als Duitsland. Er is dus duidelijk vraag naar betaalbare elektrische auto's.•           Ook in België breken betaalbare elektrische auto's door bij particulieren, met de Renault 5 op de vierde plaats. Toch wordt de top van het klassement nog altijd gedomineerd door twee Tesla's van meer dan 40.000 euro, een teken dat onze markt nog sterk door de fleet wordt gestuurd.Hij staat nog niet bij de dealer en toch is de Volkswagen ID. Polo al uitverkocht. Sinds de bestellingen afgelopen april werden geopend, zijn er meer dan 30.000 orders geplaatst en is de wachttijd inmiddels opgelopen tot tien maanden. Volkswagen geeft toe dat de vraag de eigen verwachtingen heeft overtroffen, vooral in Duitsland.En het fenomeen beperkt zich niet tot Wolfsburg. Het zustermodel van de Polo, de Skoda Epiq, telt sinds juli al meer dan 35.000 bestellingen, terwijl ook de Cupra Raval hetzelfde succes kent. Wie vandaag een Tsjechisch of Spaans exemplaar bestelt, mag rekenen op een levering in het voorjaar van 2027. Wat hebben de drie gemeen? Een instapprijs rond 25.000 euro.TwijfelIn de autosector had bijna niemand op zo'n scenario durven wedden. Tot voor kort werd een goedkope elektrische auto beschouwd als een financiële bodemloze put. De marges zijn in dit segment sowieso al klein en een dure batterij volstaat om de cijfers in het rood te duwen.De strategie bestond er dan ook in om zoveel mogelijk premium-SUV's met hoge marges te verkopen. De gewone automobilist bleef daarbij langs de kant staan. De ommekeer van de afgelopen maanden toont echter iets anders aan: niet de overstap naar elektrisch rijden hield kopers tegen, maar vooral de prijs.De Renault 5 E-Tech had dat al bewezen. In januari 2026 stond de elektrische stadsauto van het merk met het ruitenlogo – samen met zijn sportieve afgeleide, de Alpine A290 – bovenaan het Europese klassement van elektrische inschrijvingen, met meer dan 8.000 exemplaren. Daarmee bleef hij de Skoda Elroq en BYD Seal U voor.De Tesla Model Y nam in februari opnieuw de leiding, maar de R5 heeft zich stevig in de top genesteld. Het commerciële succes van de Citroën ë-C3 is misschien nog veelzeggender, omdat hetzelfde patroon op verschillende markten zichtbaar is. In mei was hij de bestverkochte elektrische auto in Frankrijk en bovendien voert hij in Duitsland het elektrische B-segment aan. En dit is nog maar het begin. Sommige constructeurs leggen de lat qua prijs nog lager. Renault doet dat bijvoorbeeld met de Twingo E-Tech, die voor minder dan 20.000 euro wordt aangeboden.En bij ons?Ook in België beginnen particuliere kopers warm te lopen voor deze betaalbaardere elektrische stadsauto's. Tijdens de eerste zes maanden van 2026 eindigde de Renault 5 E-Tech met 296 inschrijvingen op de vierde plaats bij de elektrische auto's onder particulieren. Ook de Dacia Spring (169), een van de goedkoopste modellen op de markt, staat in het klassement.Opvallend bovendien is dat kleine Chinese elektrische modellen er tegenwoordig een plaats opeisen die ze vroeger niet hadden. Leapmotor zet zijn B10 (360) op de derde stek, vóór de R5, en heeft met de C10 (170) nog een tweede model wat verderop in het klassement.De Chinese merken komen immers naar Europa met een uitgebreid aanbod betaalbare elektrische modellen en hebben intussen een stevige reputatie opgebouwd op het vlak van elektrische auto's voor het grote publiek. Dat stelt kopers wellicht ook meer gerust wanneer ze hun handtekening zetten.Toch blijft enige nuance nodig. Hoewel de kleinere elektrische modellen onmiskenbaar terrein winnen, gaan de eerste twee plaatsen nog altijd naar de Tesla Model Y en Model 3, twee auto's die meer dan 40.000 euro kosten en samen goed zijn voor 2.100 exemplaren. De komende semesters zullen uitwijzen of deze betaalbare elektrische stadsauto's ook bij ons de markt echt kunnen veranderen. Eén ding lijkt alvast duidelijk: de consument wacht vooral op de juiste prijs om elektrisch te gaan rijden.

door David Leclercq
© Gocar

De Fleet EV Experience Days keren terug: de elektrische auto op de proef in Zolder

De essentie:·      144 elektrische, hybride en thermische wagens zijn te testen op het circuit van Zolder, van 2 tot 4 oktober.·      De elektrische auto vertegenwoordigt voortaan 60 % van de verkoop aan bedrijven en meer dan 10 % bij particulieren.·      De plug-inhybride blijft fiscaal voordelig voor zelfstandigen tot 31 december.Je bezoekt de Fleet EV Experience Days niet zoals je door een salon wandelt. Voor de derde editie, van 2 tot 4 oktober, plaatst het evenement 144 elektrische wagens, plug-inhybrides en thermische modellen in de paddocks van het circuit van Zolder, gedragen door meer dan dertig merken die elk over hun eigen pop-upstore beschikken. Het verschil laat zich in één woord vatten: hier rijden de auto's. Elke bezoeker reserveert tot drie testritten op het circuit, aan boord begeleid door iemand die vragen over rijbereik of laden beantwoordt zonder ooit iets te willen verkopen. Adviesstanden, een EV-gids van meer dan tweehonderd pagina's en een ontspannen sfeer maken het plaatje compleet van een afspraak die Philippe Quatennens, de CEO, voor Gocar wilde ontleden.Wat is het bezoekersdoel voor deze editie, en waarin schuilt volgens jou de meerwaarde om zoveel modellen op één plek te kunnen uitproberen?Bij onze eerste editie 2 jaar geleden was een elektrische wagen nog upcoming met heel wat vooroordelen bij de consumenten. Vandaag vertegenwoordigt de EV 60% bij de verkoop van nieuwe wagens aan bedrijven en zelfstandigen en ook al iets meer dan 10% bij de particulieren. Het aanbod is tegelijkertijd zeer groot (meer dan 180 automodellen) en toch zien heel wat mensen door de bomen het bos niet meer. Als je overweegt een nieuwe wagen aan te schaffen, zijn de EV Experience Days een uitgelezen kans om alle modellen te ontdekken, te testen, te analyseren en te vergelijken aangezien bijna alle merken aanwezig zijn met hun elektrisch gamma. Alle merken tonen er hun nieuwste modellen, er zijn dan ook heel wat scoops en premières te bekijken. Daarnaast kan je ook plug-in hybrides testen wat voor zelfstandigen nog tot 31 december een fiscaal interessante aankoop is. Het is een echt openlucht salon met dat verschil dat de wagens niet alleen statisch te bewonderen zijn maar ook in motion. Wat biedt de professionele vrijdag specifiek aan zelfstandigen, kmo's en fleetbeheerders in vergelijking met het weekend voor het grote publiek?Vrijdag zien we als de dag voor professionele aankopers. Op die dag zijn er spelers uit de fleet- en leasingmarkt die advies en informatie aanbieden aan de bezoekers. Toch zien we heel wat wagenparkbeheerders, mensen die een firmawagen mogen kiezen en zelfstandigen tijdens het weekend. Niet iedereen kan een vrije dag nemen op vrijdag.Het wegvallen van de fiscale aftrekbaarheid van thermische wagens voor vennootschappen duwt de vloten richting elektrisch. Merk je dat in de opkomst en in het profiel van de professionele bezoekers?Uiteraard. In de fleetmarkt kijkt bijna 80% van de aankopers of huurders van een nieuwe wagen richting elektrisch. Het wagenpark in ons land is al jaren door de politiek gedreven en dat bepaalt duidelijk het aankoopgedrag.Wat zijn vandaag de voornaamste drempels naar elektrisch rijden bij de bezoekers, en welke beginnen stilaan weg te vallen?Autonomiestress of een beperkte actieradius waren de voornaamste vooroordelen. Vandaag bieden nieuwe EV's al gauw 4 à 500 km of meer bereik. Het laden wordt alsmaar korter en in 10 minuten geraak je snel honderden kilometers verder. België telt op 30 juni van dit jaar 126.045 publieke laadpalen. Dit komt neer op 1 publiek laadpunt per 4 elektrische auto's in ons land. Het is bewezen dat batterijen meer dan 10 jaar meegaan en dan pas weinig van hun capaciteit verliezen. De financiële drempel wordt ook kleiner, er zijn nu EV's op de markt onder en rond de 20.000 euro.De Chinese modellen zijn steeds nadrukkelijker aanwezig. Komen bezoekers specifiek om die uit te proberen, en hoe druk is het op die stands?Niet alleen de Chinese modellen, ook Europese, Koreaanse en Japanse merken lanceren nu heel wat nieuwe modellen waardoor de interesse goed verspreid is over alle standen. Het totaal aanbod is één van de leukste voordelen van de EV Experience Days. Je kan er zoveel ontdekken en je krijgt ook een complete gids mee, een EV Overview van meer dan 200 pagina's waar alle modellen door onze journalisten getest, besproken en geanalyseerd worden.Een rijbereik van meer dan 1.000 km wordt binnen enkele jaren aangekondigd. Waarop is die verwachting gebaseerd, en is het rijbereik vandaag echt nog de grootste drempel?Zoals reeds aangehaald speelt het rijbereik minder en minder een rol. Zeker als thuis kunt laden, heb je nooit nog autonomiestress door de massa aan laadstations op de weg.Drie dagen in ZolderHet evenement loopt van 9 tot 18 uur. Vrijdag 2 oktober is voorbehouden voor zelfstandigen, kmo's en wagenparkbeheerders. Zaterdag 3 en zondag 4 oktober openen de deuren wijd voor particulieren, zelfstandigen en bestuurders van een bedrijfswagen. Gocar is partner van dit unieke evenement. We kijken ernaar uit u te verwelkomen op onze stand in de paddocks.Het ticket van 25 euro geeft recht op drie testritten op het circuit, en het hele gezin mag gratis mee. Voor een bezoek zonder testrit bedraagt de toegang 15 euro. Afspraak op het circuit van Zolder en via deze link om je tickets en testritten te reserveren.

door David Leclercq
© Gocar

Oldtimer van de week: Porsche 914, de miskende klassieker die nu helemaal cool is

De essentie:De 914 ontstond uit een gezamenlijk project van Volkswagen en Porsche en combineerde vanaf 1969 een middenmotor, achterwielaandrijving en een afneembaar dak.De viercilinders blijven betaalbaar, terwijl de zeldzame 914/6, met een motor uit de 911, in een andere categorie speelt.Structurele corrosie is het grootste gevaar en kan een ogenschijnlijk gezonde auto veranderen in een peperdure restauratie.Een handdruk, gevolgd door een begrafenisEind jaren zestig zoekt Porsche een model om de 912 te vervangen, zeg maar de basisversie van de 911 met een viercilindermotor. Volkswagen wil op zijn beurt een sportieve coupé als opvolger van de elegante maar trage Karmann Ghia. De twee topmannen, Ferry Porsche en Heinrich Nordhoff, worden het met een eenvoudige handdruk eens over een gezamenlijk project. Bij Porsche wordt de ontwikkeling geleid door ene… Ferdinand Piëch.Maar dan loopt het anders dan gepland: Nordhoff overlijdt in april 1968 aan een hartaanval. Zijn opvolger, Kurt Lotz, stelt de afgesproken voorwaarden ter discussie en de deal wordt plots een stuk minder gunstig voor Porsche. Uiteindelijk wordt een gezamenlijke distributiemaatschappij opgericht, Volkswagen-Porsche. Die dubbele afkomst verklaart waarom het model in Europa als Volkswagen-Porsche 914 op de markt komt. In de Verenigde Staten wordt hij daarentegen alleen onder de veel aansprekendere merknaam Porsche verkocht.De motor in het midden, lang voor dat gemeengoed werdTechnisch loopt de 914 voor op zijn tijd. Met zijn strakke, bijna symmetrische lijnen krijgt hij een centraal achterin geplaatste motor, een volledig afneembaar Targa-dak, twee koffers en een gewicht van minder dan een ton. Hij is bijzonder evenwichtig en heeft uiteindelijk maar één groot gebrek: een stevig tekort aan paardenkracht.De motorkeuze is bij de lancering vrij eenvoudig. De ‘gewone’ 914 krijgt een 1.7 viercilinder boxermotor van Volkswagen met 80 pk. Wil je meer vermogen en een meer Porsche-achtig gevoel? Dan is de 914/6 de enige optie. Die is een stuk edeler, want hij neemt de 2.0 zescilinder boxermotor van de Porsche 911 T over, goed voor 110 pk. Die versie blijft echter niet lang in het gamma: de productie start in 1970 en stopt al in 1972. Voor modeljaar 1973 komt er een 2.0 viercilinder boxermotor met 100 pk bij. Later volgt ook een 1.8 viercilinder met 85 pk in het gamma.Het spreekt voor zich dat die paardenkracht liefhebbers van pure prestaties niet overtuigt: zelfs de 914/6 heeft moeite om (op een rechte lijn) een veel rustiekere Triumph TR6 PI bij te houden. En wat dan gezegd van de basisversie, die 13 seconden nodig heeft om 100 km/u te bereiken?Maar die cijfers vertellen natuurlijk niet het hele verhaal, want het onderstel is zo mooi in balans dat de 914 al zijn talent toont zodra de weg begint te kronkelen. Zelfs een 911 zal moeite hebben om hem bij te houden. En dat is niet zijn enige kwaliteit: met zijn comfortabele demping, achterin geplaatste motor en twee koffers is de 914 soepel, ruim, comfortabel en verrassend praktisch. Kortom, de 914 is cool.Goed om te weten voor je kooptEén probleem steekt boven alles uit en het is altijd hetzelfde: corrosie. De 914 is er dol op en een restauratie is bepaald niet eenvoudig. Het absolute aandachtspunt? De batterijbak in de motorruimte achter de passagier. Accuzuur kan de bak aantasten, vervolgens de rechterlangsligger en daarmee ook de structuur. Dat is de beruchte hell hole, echt een afknapper. Controleer ook de onderkant van de voorruit, de dorpels en de krikpunten.Mechanisch is de Volkswagen Type 4-motor robuust, maar sommige specifieke onderdelen van de 914 zijn niet uitwisselbaar met courante Volkswagen-onderdelen. De D-Jetronic-injectie vraagt de aandacht van een specialist. Tot slot zijn er nog enkele typische zwakke punten, onder meer de deurgrepen, en is de mechaniek soms duivels moeilijk bereikbaar.Hoeveel kost hij?Een goede viercilinder vind je voor ongeveer 20.000 tot 40.000 euro, afhankelijk van de motor, de staat en de historiek. Met 115.631 geproduceerde viercilinders is het aanbod voor een sportwagen uit die tijd nog relatief groot, al ligt het overlevingspercentage uiteraard lang niet zo hoog als bij een 911.De 914/6 speelt in een heel andere categorie: met twee cilinders extra klinkt hij oneindig veel opwindender, maar de prijzen schieten de hoogte in, zeker omdat de auto zeldzaam is. Er werden maar 3.338 exemplaren gebouwd. Vandaag kosten mooie exemplaren doorgaans meer dan 70.000 tot 80.000 euro.Willen we er eentje?Ja! Vergeet zijn dubbele afkomst en bekijk hem voor wat hij is: een fantastische kleine sportwagen, modern van opzet, comfortabel en praktisch. Dat is in deze categorie lang niet altijd vanzelfsprekend. Onze keuze? Waarschijnlijk een 2.0 viercilinder, die bijna dezelfde prestaties biedt als een 914/6 maar voor de helft van de prijs. Let wel op: wees uiterst waakzaam bij de aankoop en laat je bijstaan door een specialist.Vind je toekomstige oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette
© Gocar

Recordlage batterijprijs maakt elektrische auto goedkoper dan verbrandingsmotor

De essentieVolgens het ICCT zijn elektrische auto’s steeds vaker goedkoper dan vergelijkbare benzine- of dieselwagens, dankzij sterk gedaalde batterijprijzen en lagere energiekosten.De batterijprijs zakte tot 108 dollar per kWh, terwijl benzine- en dieselauto’s duurder worden. Nij kleinere elektrische modellen blijft de aanschafprijs nog een struikelblok.In België bepaalt vooral de laadplek het kostenvoordeel: thuisladen is duidelijk goedkoper, maar wie afhankelijk is van relatief dure publieke laadpalen kan die voorsprong grotendeels verliezen.Dankzij de sterke bedrijfswagenmarkt is België uitgegroeid tot de op drie na grootste afzetmarkt voor elektrische auto's in Europa. Nieuwe cijfers van het International Council on Clean Transportation (ICCT) bevestigen onze sterke positie. We worden vooral voorbijgestoken door markten als Denemarken en Noorwegen, maar dat zijn naast specifieke gevallen ook gebieden met een laag volume in absolute cijfers.Afbouwende voordelenOnze bedrijfswagenmarkt is een sterkte en een zwakte tegelijkertijd. Want fiscale gunsten voor werkgevers vertekenen ook het beeld; het ware momentum voor elektrische auto’s zal van de interesse onder particulieren moeten komen. En dan moet de elektrische auto net zoveel kosten – of juist minder – dan een exemplaar op benzine of diesel. Laten we ook niet vergeten dat de overheid niet blijft strooien met de bedrijfsvoordelen, maar ze stelselmatig aan het afbouwen is. Het nieuwe wegenvignet, dat niet langer een vrijgeleide geeft aan batterijrijders, ook een stap in die richting.Het goede nieuws is dat de elektrische auto steeds vaker goedkoper is dan een vergelijkbaar model met verbrandingsmotor, volgens het ICCT. Los van belastingvoordelen. Dat is zeker het geval in de middenklasse en hogere segmenten, maar ligt nog iets complexer in de lagere categorieën. Toch ziet de organisatie ook hier beterschap en spreekt het van een steeds kleiner wordende kloof. De markt telt ondertussen 35 modellen onder 30.000 euro, waar je ze drie jaar geleden nog op één hand kon tellen.Goedkoper om te fabricerenDe reden voor de aantrekkelijkere prijzen is in eerste instantie de recordlage wereldwijde batterijprijs, die gedaald is tot 108 dollar per kilowattuur. Dat betekent dat op vijf jaar tijd de kost met 35% is gezakt. Dat is gigantisch, zowel in industriële termen als voor de showroom. Elektrische auto’s worden daardoor goedkoper om te bouwen, al geeft het ICCT in zijn verslag ook mee dat de automerken deze gunstiger prijzen nog niet altijd hebben doorgerekend aan hun klanten. Wellicht willen ze eerst nog een deel van hun gemaakte investeringen in de elektrische technologie terugverdienen. Maar het zet de toon voor de nabije toekomst, waarin we verdere dalingen mogen verwachten. Auto’s met een verbrandingsmotor worden dan weer duurder – zo’n 2% per jaar – naar aanleiding van hogere kosten voor emissietechnologie, minder schaalvoordelen en stijgende materiaalkosten.Maar ook aan de pomp verliezen benzine en diesel hoe langer hoe meer het pleit. Volgens het ICCT was olie tanken vorig jaar 33% duurder dan stroom tappen. Toch voor wie thuis kan laden, nog altijd de voordeligste elektriciteit. Maar zelfs als je publiek laden meeneemt in de mix , dan wint de batterijder. Zijn voordeel slinkt dan wel tot 5%. Volatieler dan ooitOf dat laatste ook in ons land overeind blijft , is een andere zaak. Publiek laden in België behoort tot de duurste van Europa. Het prijsverschil tussen thuisladen aan 15 tot 20 cent per kilowattuur en publiek snelladen aan 50 tot 70 cent per kilowattuur kan enorm zijn. Wie geen eigen oprit of laadpaal heeft, en dus volledig afhankelijk is van het publieke net, is niet per se goedkoper af.Maar de markt is volatieler dan ooit en de olieprijzen halen historisch hoge pieken. Belangrijk om te weten is dat het onderzoek van het ICCT wijst op een voorsprong voor elektrisch rijden binnen een context waarin de strubbelingen in het Midden-Oosten nog geen enkele rol speelden – de oorlog tegen Iran begon pas in februari van dit jaar. Door de recordprijzen kantelt het voordeel dus nog sneller richting elektrisch. In ieder geval zullen de lagere stroomprijzen en die dalende batterijkost het gebrek aan vertrouwen op de tweedehandsmarkt moeten overschaduwen. Anders zal de afwachtende houding van particuliere kopers niet veranderen.

door Piet Andries
© Gocar

Gaat Maserati zijn ziel aan Huawei verkopen?

Puristen zullen dit nieuws wellicht moeilijk kunnen verteren. Volgens bronnen die Reuters aanhaalt, zou Stellantis met de Chinese technologiegigant Huawei en autobouwer JAC praten over een industriële samenwerking voor Maserati. Centraal in die gesprekken staat Harmony Intelligent Mobility, de bekende technologische architectuur van Huawei. Het plan bestaat erin om tegen eind 2027 een eerste model op de markt te brengen.Er zou zelfs sprake zijn van een overeenkomst waarbij sommige Maserati's in China onder een andere merknaam worden verkocht. Officieel is er voorlopig niets van aan en Stellantis spreekt zelfs van gewone routinegesprekken. Maar als een merk met zoveel prestige bij deze spelers aanklopt, zegt dat veel over de ernst van de situatie en de beperkte opties die nog overblijven.Onverkochte auto's stapelen zich opDe cijfers wijzen op een regelrechte afgang. Maserati verkocht in 2025 minder dan 8.000 auto's, een daling van 30% op één jaar tijd. In 2023 leverde het merk nog 26.600 voertuigen af. De cijfers kleurden rood, met een operationeel verlies van 198 miljoen euro. En de elektrische omslag die Maserati nieuw leven moest inblazen, liep al snel op niets uit. Om zijn voorraden weg te werken, gaf het merk gigantische kortingen.Zo werd de prijs van de GranTurismo Folgore in de eurozone verlaagd van 181.000 naar 160.650 euro. In de Verenigde Staten werden onverkochte exemplaren zelfs gedumpt met een korting van 85.000 dollar per auto, omgerekend zo’n 73.000 euro. Daardoor werd de elektrische coupé zelfs goedkoper dan zijn tegenhangers met verbrandingsmotor, de Modena en Trofeo.Tegelijk begroef Maserati de elektrische MC20 nog voor die ooit was voorgesteld en liet het stilletjes zijn ambitie varen om volledig elektrisch te worden. Het Folgore-gamma heeft zijn publiek in elk geval nooit gevonden.Dit verhaal doet trouwens een belletje rinkelen. In 2017 nam het Chinese Geely de controle over Lotus over en gooide het merk het roer volledig om. Het merk van Colin Chapman maakte een scherpe bocht richting elektrisch, kreeg een fabriek in Wuhan en lanceerde een gamma batterijmodellen, met de Eletre-SUV en de Emeya-berline. Geen succes: het publiek beet niet.Het merk maakte daarop rechtsomkeer en introduceerde dit jaar opnieuw versies met een range-extender (EREV). Alleen brengt zo'n hybride reddingsboei de ziel van het merk niet terug. Colin Chapman, de oprichter van Lotus, predikte lichtgewicht als een religie. De mastodonten die vandaag in de catalogus staan, bevinden zich dan ook lichtjaren verwijderd van die filosofie.Wat Huawei verkooptGaat Maserati dezelfde weg op? Daar lijkt het wel op. Want Huawei zou lang niet alleen de software aan boord leveren. Huawei bouwt zelf geen auto's, maar maakt zowat alles wat erin zit in de vorm van modulaire componenten die klaar zijn voor assemblage. Precies zoals in de hightechsector, waar bestaande bouwstenen worden samengevoegd tot een eindproduct.Bij Huawei wordt de volledige aandrijflijn geïntegreerd, met de elektromotor, omvormer, reductiekast en vermogenselektronica samen in één module. Daar komen nog de batterij en het batterijmanagement, de 800V-architectuur, de stuurinrichting, rijhulpsystemen en het besturingssysteem voor het interieur bovenop. Die technologie wordt al gebruikt door andere constructeurs en zit in meer dan 500.000 auto's met de logo's van Luxeed, JAC, Stelato, Maextro of Shangjie.Voor de boekhouders van Stellantis klinkt die aanpak misschien aantrekkelijk, maar hij betekent ook dat een Maserati die uit deze catalogus wordt samengesteld niet langer een stukje verfijnd Italiaans vakmanschap zou zijn. Het dreigt een inwisselbare elektrische auto te worden, mijlenver verwijderd van de karaktervolle modellen met verbrandingsmotor waarop de legende van de drietand is gebouwd.Want de trend is overal zichtbaar: welgestelde klanten lijken niet warm te lopen voor elektrische luxewagens. Audi heeft de Q8 e-tron laten vallen en Lamborghini wacht tot 2029. Zelfs Porsche ziet de verkoop van de Taycan kelderen en plant het einde ervan tegen 2030. Als Maserati daadwerkelijk deze stap zet en op Chinese technologie gaat rijden, is de vraag wat er uiteindelijk nog Italiaans aan zal zijn. Behalve misschien het logo met de drietand op de grille...

door David Leclercq
© Gocar

4.000 banen weg: staat Jaguar Land Rover met de rug tegen de muur?

De essentie•           Jaguar Land Rover schrapt in twee jaar tijd 4.000 banen, ongeveer 10% van zijn personeelsbestand, en beperkt zijn productiecapaciteit tot 300.000 voertuigen per jaar, terwijl de verkoop nog maar nauwelijks boven die grens uitkomt.•           In Europa ging Land Rover in 2025 met 10,5% achteruit en kelderde Jaguar met 83,6% tot minder dan 1.000 inschrijvingen. Sinds het verdwijnen van de F-Pace heeft het merk letterlijk niets meer te verkopen.•           De elektrische wedergeboorte die Jaguar moet redden, loopt voortdurend vertraging op. De nieuwe auto zou in oktober van dit jaar eindelijk worden voorgesteld, twee jaar na de onthulling van de conceptcar.Vierduizend werknemers moeten Jaguar Land Rover de komende twee jaar verlaten, ongeveer één op de tien personeelsleden. De Britse constructeur richt zich daarbij op administratieve en leidinggevende functies, niet op de productie, en belooft vrijwillig vertrek voorrang te geven. Voor de boekhouders draait alles om één cijfer: 1,7 miljard pond aan besparingen, ongeveer 2 miljard euro.Concreet wil JLR zijn rendabiliteitsdrempel verlagen tot 300.000 voertuigen per jaar door de kosten terug te dringen. Dat is dus het aantal auto's dat de groep moet verkopen om geen verlies meer te maken.De cyberaanval die de fabrieken een maand lang lamlegde, heeft veel geld gekost en wordt in de pers vaak als een van de grote oorzaken van de problemen aangehaald. Maar daarmee is lang niet alles verklaard. De verkoop ging immers al veel eerder achteruit. Over de boekjaren, die van april tot maart lopen, zakte de groep van 614.309 voertuigen in 2018 naar 578.915 in 2019, 439.588 in 2021, 431.733 in 2024, 428.854 in 2025 en 352.389 in 2026. Bijna een halvering in acht jaar tijd.SpookmerkOver heel 2025 ging Land Rover in Europa 10,5% achteruit: van 58.342 naar 52.226 exemplaren. Jaguar verdween dan weer zo goed als volledig van de radar: amper 935 inschrijvingen tegenover 5.688 een jaar eerder, een daling van 83,6%.Dat cijfer lijkt absurd, maar er is een verklaring. De F-Pace, het laatste model dat nog te koop was, ging in 2025 uit productie. Sindsdien verkoopt Jaguar letterlijk niets meer. Daarbovenop komt de Amerikaanse invoerdruk. De Verenigde Staten zijn goed voor een kwart van de verkoop, terwijl de Range Rover er met 10% en de Defender met 15% wordt belast.JLR heeft lange tijd goed geboerd met één beproefd recept: premium-SUV's met hoge winstmarges. Tegelijk bleef de groep de elektrische omslag uitstellen, terwijl BMW, Mercedes en Volvo een voorsprong namen. In 2018 was er wel de I-Pace, destijds een pionier, maar Jaguar liet hem verouderen zonder een opvolger klaar te stomen.En daarna? Jaguar koos voor een bijzonder radicale aanpak: het merk werd volledig stilgelegd om de overstap naar uitsluitend elektrische auto's voor te bereiden. Een gok die een gigantisch gat in de verkoop achterlaat – van de I-Pace werden jaarlijks 60.000 exemplaren verkocht – terwijl iedereen wacht op de nieuwe modellen. Als die er tenminste komen...Veel beloftesDe vraag is wat JLR tegenover die terugval kan zetten. Op papier staat er een volledig nieuw gamma klaar, maar in werkelijkheid is het voorlopig vooral lang wachten. Na maanden uitstel komt de elektrische Range Rover er eindelijk aan. De bestellingen zijn geopend en de eerste leveringen staan nog altijd voor dit jaar gepland. Alleen is de prijs duizelingwekkend: bijna 164.000 euro voor de instapversie.Voor wat daarna komt, is het plaatje minder duidelijk. Tegen eind 2026 wordt een elektrische Velar verwacht, begin 2027 gevolgd door een Defender Sport en daarna een Range Rover Sport op batterijen. Alleen schuiven de deadlines maand na maand op en is de elektrische Defender al doorgeschoven naar het einde van dit decennium.JLR had zijn nieuwe platform bovendien oorspronkelijk als volledig elektrisch ontworpen, maar kwam daarop terug om opnieuw hybride aandrijflijnen mogelijk te maken. De nieuwe topman P.B. Balaji gaf het zelf toe: de overstap naar elektrisch rijden verloopt trager dan verwacht.Bij Jaguar wordt het wachten stilaan een existentiële gok. Het is immers nog altijd wachten op de Type 01-coupé, afgeleid van de Type 00-conceptcar. Jaguar kondigde de onthulling aan voor oktober 2026 in New York, waarna de verkoop begin 2027 moet starten.En daarna? Opnieuw gaapt er vooral een groot gat. Er wordt gesproken over een limousine en een SUV, maar de plannen blijven bijzonder onzeker. En dan is er nog die ene cruciale vraag: zal de klant volgen? Dat is allesbehalve zeker… In afwachting neemt JLR noodmaatregelen. Of die zullen volstaan, moet nog blijken. 

door David Leclercq

Dacia Spring (2026) groeit en wordt volwassener

De essentieDe nieuwe Dacia Spring is langer en breder. Hierdoor krijgt hij  meer uitstraling.Hij neemt de technische basis van de Renault Twingo E-Tech over, levert 80 pk en belooft een rijbereik van 250 km.Het hele gamma blijft onder de grens van 20.000 euro.De Frans-Roemeense constructeur bereidt een stevig elektrisch offensief voor: Dacia kondigt de lancering aan van vier nieuwe 100% elektrische modellen tegen 2030. Het eerste daarvan is de nieuwe generatie van de Spring, die groeit en zijn basis deelt met de Renault Twingo E-Tech (RGEV small-platform). Deze kleine elektrische Dacia wordt niet langer gebouwd in China, maar in Europa (Slovenië), om invoerheffingen te vermijden en de prijs onder controle te houden.Bredere schoudersBehalve de naam is alles veranderd, zowel esthetisch als technisch. Van de ene generatie op de andere wordt de Spring 15 cm langer (3,85 m) en krijgt hij vooral een forser profiel: hij is 18 cm breder (1,72 m), wat hem meer uitstraling geeft. Terwijl zijn Franse neef, de Twingo, het van zijn ronde vormen moet hebben, pakt deze Dacia uit met zeer geometrische lijnen, die eenvoudig en functioneel zijn. Het palet is beperkt tot slechts vier koetswerkkleuren: Agave, Schiste grijs, Sterzwart en IJswit. Strikte vierzitterJe stapt in de nieuwe Spring met een handsfree sleutelkaart. Achterin vind je twee individuele zetels: deze Spring is dus een strikte vierzitter, net als de Twingo maar in tegenstelling tot de Citroën ë-C3, die wel vijf passagiers kan meenemen. Het interieur van deze Dacia is eenvoudig, maar krijgt standaard een personaliseerbaar digitaal instrumentenpaneel van 7 duim. Een centraal scherm is niet standaard, maar er zit wel een geïntegreerde houder in het dashboard om je smartphone op te plaatsen. Oproepen verschijnen op het digitale instrumentenpaneel en je kunt ze beantwoorden met de bediening op het stuur. Via een app kun je ook de radio en andere audiomedia bedienen met je smartphone. Als optie omvat het Media Nav Live-systeem een centraal aanraakscherm van 10,1 duim, draadloze Apple CarPlay/Android Auto en een geïntegreerde gps. Grote koffer en kleine frunkTerwijl de Twingo verschuifbare achterzetels heeft, staan die van deze Dacia vast. De koffer achterin heeft een inhoud van 337 liter (tegenover maximaal 360 liter in de Twingo wanneer de zetels helemaal naar voren staan). Met de achterzetels neergeklapt stijgt het koffervolume tot 1.283 liter. Dat is uitstekend voor dit segment. Als extra troef biedt de Spring (als optie) ook een kleine koffer voorin van 18 liter. 80 pk en 250 km rijbereikDe Spring krijgt een motor van 80 pk/175 Nm die degelijke prestaties levert (0-100 km/u in 12,1 seconden, topsnelheid 130 km/u). Zijn LFP-batterij heeft een bruikbare capaciteit van 27,5 kWh en biedt een theoretisch rijbereik van 250 km (tegenover 263 km voor de Twingo). De standaard AC-boordlader is een eenfasig exemplaar van 6,6 kW en het duurt ongeveer 2 uur en 55 minuten om van 15 naar 80% te laden. DC-snelladen is een betalende optie (maximaal 50 kW, van 15 naar 80% in 28 minuten) en omvat een driefasige AC-boordlader van 11 kW (dan duurt het slechts 1 uur en 55 minuten om aan een geschikte AC-laadpaal van 15 naar 80% te laden). De Spring kan ook beschikken over de V2L-functie om externe elektrische apparaten van stroom te voorzien. De exacte prijs voor België kennen we pas in oktober, maar de invoerder belooft dat het hele Spring-gamma onder de grens van 20.000 euro blijft.

door Olivier Maloteaux

Audi A2 e-tron (2026) onthult eindelijk zijn koetswerk en prijzen

De essentieDe Audi A2 e-tron krijgt een origineel en aerodynamisch koetswerk dat doet denken aan de eerste A2.Deze achterwielaandrijver met de motor achterin staat op het platform van de Volkswagen ID.3 Neo en levert tussen 170 en 326 pk.Het officiële rijbereik loopt op tot 646 km en de prijs varieert van 38.450 tot 51.350 euro, exclusief opties.De prototypes van de nieuwe Audi A2 e-tron reden al enkele maanden rond en begin deze zomer konden we er zelfs exclusief eentje testen. Nu trekt de kleine elektrische Audi eindelijk het doek weg en toont hij zijn definitieve koetswerk. We weten nu ook meer over zijn motoren, rijbereik en prijs.Originele lookVergeet de oude aluminium A2-monovolume uit 1999. De nieuwe A2 e-tron is gebouwd uit conventioneel staal, maar behoudt een originele stijl die geïnspireerd is op die van zijn voorganger, met een achterruit in twee delen en een dakspoiler. Opvallend zijn ook de deurgrepen in de vorm van haaienvinnen, die bovenaan in de deuren geïntegreerd zijn en haptische sensoren hebben (zoals op de Volvo EX60).Interieur met magnetenBinnenin oogt het dashboard strak en zijn er twee schermen: een digitaal instrumentenpaneel van 11,9 duim en een gebogen centraal aanraakscherm van 12,8 duim om het multimediasysteem met gps en Google Maps te bedienen. Een panoramisch glazen dak met een oppervlakte van 1,6 m² is als optie verkrijgbaar.Origineel detail: deze A2 e-tron krijgt het gepatenteerde magnetische bevestigingssysteem Fidlock. Met één klik bevestig je bekerhouders, tasjes voor laadkabels of andere accessoires. Het systeem omvat maximaal drie adapters op de middenconsole en drie in de koffer.Twee koffersOver de koffer gesproken: deze A2 e-tron breekt geen records, met een koffervolume achteraan van 396 liter met de achterbank rechtop. Dat is beter dan de 383 liter van de Volkswagen ID.3 Neo, maar minder dan de 441 liter van de kleinere ID. Polo…In tegenstelling tot de ID.3 Neo krijgt deze kleine elektrische Audi ook een voorkoffer (frunk) van 13 liter (standaard op de versies met 231 pk en 326 pk).Tot 646 km rijbereikDe Audi A2 e-tron staat op de technische basis van de Volkswagen ID.3 Neo en is een achterwielaandrijver met de motor achterin. Hij is verkrijgbaar met vier motor-batterijcombinaties:•         170 pk/350 Nm, LFP-batterij van 52 kWh bruto, WLTP-rijbereik van 423 km•         190 pk/350 Nm, LFP-batterij van 61 kWh bruto, WLTP-rijbereik van 515 km•         231 pk/350 Nm, NMC-batterij van 84 kWh bruto, WLTP-rijbereik van 646 km•         326 pk/540 Nm, NMC-batterij van 84 kWh bruto, WLTP-rijbereik van 630 kmAfhankelijk van de batterij varieert het DC-laadvermogen van 100 tot 183 kW, met 24 tot 29 minuten om van 10 tot 80% te laden. De A2 e-tron krijgt ook een bidirectionele boordlader. Er zijn vier niveaus van regeneratief remmen, waaronder een one-pedalmodus.Wat kost de Audi A2 e-tron 2026?De Audi A2 e-tron kan vanaf dit najaar besteld worden en de leveringen zouden in december beginnen. In België start de A2 e-tron bij:•         38.450 euro voor 170 pk/52 kWh•         42.950 euro voor 190 pk/61 kWh•         48.550 euro voor 231 pk/84 kWh•         51.350 euro voor 326 pk/84 kWh

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Te koop: Honda NSX van Ayrton Senna! Hoeveel is hij waard?

De essentie:RM Sotheby’s hanteert een vrij ruime prijsvork voor deze Honda NSX uit 1991, met een schatting vanaf 600.000 euro.Een vergelijkbare NSX zonder uitzonderlijke herkomst is maar een fractie van dat bedrag waard, doorgaans ruim minder dan 100.000 euro.De markt voor memorabilia rond Ayrton Senna liet onlangs verschillende spectaculaire resultaten optekenen, tot 720.000 pond voor één helm.Het chassis JHMNA11500T000233 heeft niets van een racemodel: het gaat om een volledig standaard NSX in Formula Red, met zwart dak en zwart lederen interieur, geïmporteerd door Honda Automobil de Portugal. Hij werd op 22 maart 1991 ingeschreven onder nummer SX-25-59 en heeft een historisch detail dat hem oneindig veel begeerlijker maakt dan om het even welke andere standaard NSX.Hij was… niet van Ayrton SennaNee, Senna was juridisch niet de eigenaar van deze auto. Honda had hem de wagen toegewezen voor persoonlijk gebruik: hij stond in Lissabon en werd tijdens zijn verblijven in Portugal ter beschikking gesteld. Teleurstellend? Niet echt, want de band tussen mens en machine blijft bijzonder sterk…Het is inderdaad met deze auto dat hij naar de Grand Prix van Portugal 1991 in Estoril rijdt, waar hij zich als derde kwalificeert en als tweede finisht. Dat deze auto zo beroemd is, komt ook door een scène van enkele seconden in de documentaire Ayrton Senna: Racing Is in My Blood (1992). En dan is er natuurlijk nog die iconische foto waarop de Braziliaanse piloot de auto met een waterstraal wast.Senna en de NSX: een onafscheidelijk duoWe moeten het uiteraard hebben over de band tussen Senna en het model, want de piloot was echt betrokken bij de ontwikkeling ervan. Tijdens tests met het prototype vindt Senna het chassis namelijk te flexibel. Honda gaat niet in discussie: de structuur wordt 50% stijver gemaakt en de ophanging wordt vóór de productie opnieuw afgesteld. Vijfendertig jaar later behoren de beelden van Senna die een NSX in mocassins en witte sokken op zijn donder geeft nog altijd tot de legende van het model.Waar hebben we het technisch gezien over? Dit is een volledig standaard NSX van de eerste generatie, aangedreven door een centraal geplaatste 3.0 V6 met 271 pk, gekoppeld aan een handgeschakelde vijfversnellingsbak. Destijds maakte de NSX het zijn Europese rivalen behoorlijk lastig, met de Porsche 911 en Ferrari 348 op kop.De Senna-markt slaat op holIn 2025 werd de Mercedes 190 E 2.3-16 die Ayrton Senna nieuw kocht en gebruikte, bij RM Sotheby’s verkocht voor 230.000 pond. Een bijzonder mooi bedrag voor een 190 E, maar die Mercedes heeft niet dezelfde historische band met Senna als de NSX. Nog spectaculairder: in 2025 bracht een helm die Senna tijdens de Grand Prix van België 1992 droeg maar liefst… 720.000 pond op.Als een helm evenveel kan kosten als meerdere Ferrari’s, begrijp je beter waarom een complete auto, die perfect herkenbaar is op foto’s uit die tijd, de grens van zeven cijfers kan benaderen… En inderdaad, RM Sotheby’s schat hem op 500.000 tot 800.000 pond, of omgerekend 600.000 tot 950.000 euro. Dat lijkt uiteindelijk bijna redelijk, als je weet dat een mooie ‘klassieke’ NSX al bijzonder hoge bedragen kan halen. Merk op dat de auto twee jaar geleden te koop werd aangeboden voor iets minder dan 600.000 euro. Was die prijs te redelijk of is de markt de jongste tijd zo sterk gestegen?Let ook op dat je de hamerprijs niet verwart met het bedrag dat uiteindelijk echt betaald wordt. In Londen rekent RM Sotheby’s onder meer een koperscommissie van 15% op de eerste 200.000 pond en 12,5% op het deel van de prijs boven 200.000 pond, plus de toepasselijke btw op die commissie. Zelfs als de hamerprijs officieel onder het miljoen blijft, kan de eindfactuur die symbolische grens dus snel overschrijden.Het verdict volgt op 31 oktober 2026, tijdens de veiling van RM Sotheby’s in Londen.Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette

Batterijdegradatie: deze modellen scoren het best na 150.000 kilometer

De essentieAviloo analyseerde ruim 500.000 batterijtests en stelt vast dat de meeste elektrische auto’s na 150.000 kilometer nog meer dan 90 procent van hun oorspronkelijke capaciteit behouden.De Mercedes EQA scoort met 94 procent het best, terwijl vooral modellen met kleinere accu’s sneller degraderen doordat hun batterijen voor dezelfde afstand meer laadcycli doorlopen.Grote verschillen tussen exemplaren van hetzelfde model maken een individuele SoH-meting cruciaal bij tweedehandskoop; in België kan die batterijconditie sinds 2026 vrijwillig op de Car-Pass staan.Batterijveroudering vormt een belangrijk perceptieprobleem van elektrische auto’s. Een verbrandingsmotor geraakt altijd even ver, ongeacht zijn leeftijd, maar net als bij smartphones verliezen de batterijcellen van een auto capaciteit met de jaren. Dat ondermijnt het consumentenvertrouwen én de restwaarde op de tweedehandsmarkt. Maar de grootste test ooit uitgevoerd in Europa brengt meer duidelijkheid over hoe erg die veroudering eigenlijk is.De Oostenrijkse batterijdiagnostici van Aviloo, een fabrikant van meetapparatuur, voerde tussen 2022 en 2026 meer dan een half miljoen tests uit op twintig populaire modellen. De onderzoekers keken naar de mediane State of Health (SoH of het percentage van de oorspronkelijke bruikbare capaciteit dat overblijft) bij drie kilometerstanden: 50.000, 100.000 en 150.000 kilometer. Hun conclusie? Zelfs na 150.000 kilometer behoudt de meerderheid van de modellen nog ruim 90 procent van zijn batterijcapaciteit. Weinig reden tot ongerustheid dus.De top en de bodemDe Mercedes-Benz EQA komt als absolute winnaar uit de bus, met een mediane SoH van 94,0 procent. Het zilver is voor Hyundai met de Ioniq 5 (93,8 procent) en het brons voor de BMW i4 (93,6 procent). Ook de Hyundai Kona Electric, de Volvo XC40 Recharge en de Ford Mustang Mach-E presteren boven het psychologische kantelpunt van 90 procent.Maar interessanter wordt het als je de hekkensluiters erbij neemt. Het patroon daar is dat het vooral om auto’s met een kleinere accu gaat. De Nissan Leaf ZE1 (40 kWh) eindigt met een mediane score van 86,7 procent, de Mini Cooper SE (32,6 kWh) haalt 87,1 procent en de Renault Zoe (52 kWh) 87,3 procent. De lagere, maar nog altijd respectabele, waarden komen voort uit het feit dat een kleinere accu voor dezelfde afstand vaker worden opgeladen. Deze doorloopt dus meer laadcycli en slijt daardoor sneller. Verder opvallend is de prestatie van de twee Tesla’s. Hun plek in de onderste helft van het klassement (plek zestien en zeventien) strookt niet helemaal met het vooruitstrevende imago van het merk op het vlak van batterijtechnologie. Wel moeten we opmerken dat Tesla's nieuwere en robuustere LFP-accu's (lithium-ijzerfosfaat) overwegend afwezig waren in dit onderzoek.Afwijkingen binnen het modelMaar het meest bruikbare inzicht zit in de spreiding, namelijk het verschil in SoC binnen één en hetzelfde model. De Nissan Leaf kampt met de grootste spreidstand, met 13,5 procent verschil tussen het beste en slechtste exemplaar bij 150.000 km. Maar ook bij de veel hoger scorende Hyundai Ioniq 5 bedraagt het verschil meer dan 12 procentpunt, wat omgerekend zo'n 42 kilometer reële actieradius inhoudt. Twee hoofdoorzaken liggen aan de basis van zo’n kloof. Ten eerste het klimaat: accu's in warme streken verouderen minder snel dan in koele. Ten tweede speelt het individuele laadgedrag een rol. Wie vaak snellaadt en de batterij tot 100 procent vult, forceert de cellen harder. Wat moet de koper onthouden?Het onderzoek van Aviloo ontkracht de mythe van de snel stervende EV-batterij. Zelfs na 150.000 kilometer houdt de meerderheid van de accu's nog veel meer capaciteit dan de 70-procentgarantie die de fabrikanten beloven.Maar ze toont ook dat je niet blindelings kunt vertrouwen op een specifiek model. Glanst de Mercedes in de ranking, dan kan het geïmporteerde individuele exemplaar op de parking van de dealer door agressief snelladen en hardere weersomstandigheden er een stuk minder fris aan toe zijn. Ten slotte demonstreert dit ook het belang voor verkopers van tweedehands elektrische auto’s (en plug-inhybrides, waarvan de batterij in de regel feller degradeert) om een onafhankelijke SoH-test laten opnemen in de Car-Pass. Dat kan sinds begin dit jaar op vrijwillige basis.

door Piet Andries
© Gocar

Vat olie op 80 of 150 dollar: hoe hoog kan de olieprijs klimmen?

De essentie:De prijs van een vat Brentolie flirt opnieuw met 100 dollar na de aanvallen in de Straat van Hormuz. De prognoses van de grote banken lopen nu uiteen van 79 tot 150 dollar, afhankelijk van hoelang de blokkade duurt.De raffinagemarge is gestegen tot meer dan 70 dollar per vat, tegenover minder dan 20 dollar in normale omstandigheden. Daardoor stijgen de prijzen van diesel en benzine veel sneller dan die van ruwe olie zelf.De Belgische dieselprijs blijft boven 2,30 euro hangen zonder dat de overheid fiscaal ingrijpt. Die passiviteit doet de inkomsten uit btw en accijnzen stijgen.Het gaat opnieuw helemaal mis tussen de Verenigde Staten en Iran. De voorbije dagen werden zes olietankers aangevallen, terwijl het scheepvaartverkeer in de regio tot het laagste niveau gezakt is. Logisch dus dat de prijs van een vat Brentolie omhoog schoot en flirt met 100 dollar. De Straat van Hormuz is opnieuw het zwaartepunt van de oliemarkt en deze keer worden de olietankers zelf geviseerd om druk uit te oefenen.Bij consumenten ligt maar één vraag op de lippen: hoe hoog kan de prijs stijgen? De prognoses van de grootste analisten liepen nog nooit zo sterk uiteen. Het Amerikaanse energie-informatiebureau rekent voor 2026 op een gemiddelde prijs van 79 dollar per vat en gaat uit van een nieuw evenwicht, terwijl de Wereldbank 86 dollar voorspelt. De grote private banken zitten dan weer hoger: Goldman Sachs houdt het op ongeveer 90 dollar, terwijl Barclays en Morgan Stanley eerder 100 tot 110 dollar verwachten. Citi is het meest pessimistisch en waarschuwt voor een rampscenario van 150 dollar als Hormuz ook na de zomer geblokkeerd blijft. Zover zijn we bijna. Eigenlijk hangt alles af van één factor: hoelang de Straat van Hormuz geblokkeerd blijft. Drie brandhaardenToch kijken we wellicht naar de verkeerde indicator om een idee te krijgen van de richting waarin de olieprijzen evolueren. De echte motor achter de prijsstijging aan de pomp is niet de ruwe olie, maar de raffinage ervan, de stap waarbij olie in brandstof wordt omgezet.Tegelijk krijgt de wereldwijde raffinagecapaciteit drie zware klappen te verwerken. Enerzijds worden Russische raffinaderijen bestookt door Oekraïense drones en draaien ze op een lager pitje, terwijl Moskou anderzijds het verbod op de export van diesel heeft verlengd. Daardoor verdwijnen grote volumes van de wereldmarkt. Tot slot raken ook de raffinaderijen in de Golfregio ontregeld door de verlamming van Hormuz en krijgen ze hun afgewerkte producten moeilijk op de markt. In totaal zijn installaties met een capaciteit van ongeveer vijf miljoen vaten per dag buiten werking.Het resultaat: de raffinagemarge schiet omhoog. Die indicator meet hoeveel een raffinaderij verdient door ruwe olie in brandstof om te zetten en is gestegen tot meer dan 70 dollar per vat, terwijl hij normaal onder 20 dollar blijft. Ruwe olie omzetten in brandstof heeft dus nog nooit zoveel opgebracht en die forse stijging werkt rechtstreeks door in diesel en benzine, die nu sneller duurder worden dan een vat olie. Analisten waarschuwen nu al dat de raffinagecrisis de prijzen tot in 2027 hoog zal houden, zelfs als de zeestraat morgen weer opengaat.De Belgische rekeningDaarom loopt de Belgische rekening op terwijl de prijs per vat plafonneert. De maximumprijs die de FOD Economie elke dag vastlegt, volgt niet de prijs van ruwe olie, maar de notering van geraffineerde benzine en diesel in Rotterdam. Het is dus de raffinagemarge die het prijsplafond aan de pomp bepaalt. Maandagochtend kostte benzine 95 (E10) 2,058 euro/l en diesel (B7) 2,356 euro/l. Begin deze zomer was de brandstofprijs kort teruggezakt tot ongeveer 2 euro/l, maar dat duurde niet lang.Nu die rekening maar niet daalt, doet de Belgische overheid helemaal niets. En dat is begrijpelijk: dure olie vult de staatskas via btw en accijnzen. Beterschap lijkt niet meteen in zicht. Niet langer de prijs per vat bepaalt de rekening, maar de raffinagecapaciteit, en die herstelt zich niet van de ene dag op de andere. Analisten verwachten geen echte verbetering vóór 2027, zelfs als de Straat van Hormuz eerder weer opengaat. Tot dan blijven diesel en benzine duur en heeft de overheid geen enkele reden om die extra inkomsten te laten liggen.

door David Leclercq
© Gocar

Waarom rijdt de robotaxi van Tesla nog niet in Europa?

De essentie:•            Het Amerikaanse federale agentschap voor verkeersveiligheid heeft een audit geopend naar de manier waarop Tesla zijn Cybercab zelf heeft gecertificeerd, een voertuig zonder stuur, pedalen en achteruitkijkspiegels.•            Amazon kreeg in 2022 met zijn robotaxi Zoox te maken met een identieke audit. Daarna volgden vier jaar procedures en een compleet nieuwe regelgevingsstrategie, voor in juli 2026 uiteindelijk commercieel groen licht kwam.•            In Europa kan zo’n voertuig vandaag niet op grote schaal ingezet worden, terwijl zelfs FSD met toezicht achttien maanden tests vergde voor het in België toegelaten werd.Op 3 september liet Tesla betalende passagiers instappen in kleine goudkleurige tweezitters met vleugeldeuren in de straten van Austin (Texas). Het Amerikaanse merk schreef vijfenveertig Cybercabs in en organiseerde een discreet evenement in het stadscentrum. Met deze ingebruikname maakt Tesla een belofte waar die bijna twee jaar eerder werd gedaan, tijdens de presentatie We, Robot in oktober 2024.Musk had aangekondigd dat de productie al in april 2026 zou starten. Zoals altijd liep de planning van de rijkste man ter wereld wat vertraging op, maar in het robotaxidossier valt het nog mee. Je mag niet vergeten dat Tesla al sinds 2016 volledig autonoom rijden belooft...De audit die het feestje verpest?Is de zaak daarmee beklonken en zullen de robotaxi’s van Tesla de straten van Amerikaanse steden overspoelen? Niet zo snel. De aankondiging van Tesla was nog maar net achter de rug of de National Highway Traffic Safety Administration, het Amerikaanse federale agentschap dat instaat voor verkeersveiligheid en de homologatie van voertuigen, opende een auditprocedure voor ongeveer duizend voertuigen. Om te begrijpen wat het agentschap onderzoekt, moet je weten hoe de Amerikaanse homologatie werkt. In de Verenigde Staten keurt geen enkele instantie een voertuig goed vóór het op de markt komt: de constructeur certificeert zelf dat het aan de federale veiligheidsnormen voldoet, waarna het agentschap zich het recht voorbehoudt om dat te controleren.Tesla oordeelde dus dat verschillende van die normen niet van toepassing waren op een voertuig zonder stuur, pedalen en buitenspiegels. En precies die redenering wil de NHTSA onderzoeken, onder meer door na te gaan op welke gegevens Tesla zich daarvoor baseerde. Er is geen sprake van een terugroepactie voor de geproduceerde auto’s of van een rijverbod – althans niet in eerste instantie. Het agentschap stelt gewoon een vraag en verwacht een antwoord.De geest van ZooxDit scenario is niet nieuw. In 2022 probeerde Amazons Zoox, een kubusvormige robotaxi die ook geen bedieningselementen heeft, dezelfde zelfcertificering. De NHTSA opende toen een identieke audit. Zoox maakte uiteindelijk rechtsomkeer, liet die aanpak varen en vroeg formeel een vrijstelling aan voor acht afzonderlijke federale normen. Het riep meteen zijn volledige vloot terug. Het commerciële groen licht kwam er pas in juli 2026. Bijna vier jaar later. Niets zegt dat Tesla hetzelfde lot te wachten staat: het mechanisme verschilt en de regelgeving evolueert in zijn voordeel. Maar het precedent valt niet te negeren. Nieuw vanbuiten, vertrouwd vanbinnenWat zijn de technische kenmerken van de Cybercab? Je zou kunnen denken dat het om een ‘vermomde’ Model Y gaat, zoals de exemplaren die al ongeveer een jaar door de straten van Austin rijden. Maar dat klopt niet. Het is een voertuig dat van een blanco blad ontworpen werd om zonder bestuurder te kunnen rijden en waarvan het koetswerk maar ongeveer 80 structurele onderdelen telt, terwijl een klassieke auto er honderden heeft. De assemblage is eenvoudiger en dus goedkoper. Onder de vloer voedt een bescheiden batterij van ongeveer 48 kWh een elektromotor vooraan met 219 pk, goed voor een gehomologeerd rijbereik van ongeveer 470 km. Cijfers die verraden dat efficiëntie een obsessie was.Wat de software betreft, rijdt de Cybercab daarentegen niet met nieuwe technologie: hij gebruikt de basis van het Full Self-Driving-systeem uit de Model Y, maar dan in een verder ontwikkelde versie. De hardware is nieuw, de programmacode niet. We vroegen ons trouwens af welke rol Musks AI-tool Grok in de Cybercab speelt. Een ingenieur erkende dat Grok heeft geholpen bij de ontwikkeling van de software, maar dat de AI niet aan het stuur zit. Dat blijft de taak van het neurale netwerk van Tesla.Onmogelijk in Europa?Kunnen we verwachten dat de Cybercabs ook bij ons opduiken? Heel eenvoudig: in Europa werkt het systeem precies andersom dan in Amerika. De homologatie gaat dus vooraf aan de ingebruikname en een voertuig mag niet rijden vóór het goedgekeurd is. Dat is één zaak.Daarnaast laat het Europese kader vandaag volledig geautomatiseerde voertuigen maar mondjesmaat toe, met andere woorden in kleine series. Vergeet ook niet dat alleen al FSD met toezicht achttien maanden tests vergde voor het groen licht kreeg in Nederland in april 2026. Daarna werd het ook door Vlaanderen erkend. Om een Cybercab te kunnen oproepen, zullen we dus nog even moeten wachten...

door David Leclercq
© Gocar

Lexus NX (2027): discrete maar ingrijpende evolutie

De essentieVijf jaar na zijn lancering krijgt de Lexus NX een grondige update.Binnenin verandert het meest, met een volledig hertekend dashboard.De nieuwe batterij van de hybride aandrijflijn belooft meer dan 100 km rijbereik.Lexus, de luxetak van Toyota, is vrij discreet op onze markt, maar bereidt voor volgend jaar enkele nieuwigheden voor. De constructeur kondigt de komst aan van een enorme, zeer luxueuze elektrische SUV met zes zitplaatsen en een lengte van 5,10 m: de TZ. Een model met erg Amerikaanse afmetingen… Maar Lexus gaat ook zijn hybride NX verbeteren, een SUV die veel beter bij ons continent past. Dit verandert er.Nieuw gezichtDe huidige generatie van de NX is niet meer piepjong: hij kwam in 2021 op de markt. Nu krijgt hij een grondige update, zowel esthetisch als technisch. Visueel valt de hertekende grille op. Die behoudt de trapeziumvorm, maar doet het zonder chromen omlijsting, waardoor de neus lichter oogt. Ook de velgen (van 18 tot 20 duim) en lichten zijn hertekend, terwijl achteraan een verlicht logo verschijnt.Nieuw dashboardBinnenin zijn de esthetische wijzigingen opvallender, met een volledig nieuw dashboard en nieuwe deurbekleding. Het nieuwe instrumentenpaneel van 12,3 duim krijgt het gezelschap van een nieuw zwevend scherm van 14 duim dat een bijgewerkt multimediasysteem bedient. Ook het stuur is volledig nieuw.Meer dan 100 km elektrischSinds enige tijd is de Lexus NX helaas niet meer verkrijgbaar als zelfopladende hybride, maar alleen als plug-inhybride met vierwielaandrijving (NX 450h+). Die aandrijflijn evolueert. Hij combineert nog altijd een atmosferische 2.5-benzinemotor met twee elektromotoren (net als in de nieuwe Toyota RAV4), maar het totale vermogen stijgt van 292 naar 307 pk, terwijl de sprint van 0 naar 100 km/u 6,1 seconden duurt.De batterij groeit van 18 naar 23 kWh bruto en Lexus kondigt een officieel elektrisch rijbereik van meer dan 100 km aan, in afwachting van de officiële Europese homologatie. Lexus zegt ook dat het de batterij heeft verplaatst om een nieuw opbergvak onder de koffervloer te creëren.Verfijnd onderstelDe constructeur zegt ook de afstelling van het onderstel van zijn NX te hebben verfijnd op de Nordschleife van de Nürburgring in Duitsland, om het weggedrag af te stemmen op de smaak van klanten op ons continent.Ook de rijpositie werd herzien, met een lagere zitting en een stuur met een kleinere diameter (10 mm minder dan voordien) dat over een groter verstelbereik beschikt. Lexus kondigt daarnaast een lineairder en natuurlijker gaspedaal en een directere besturing aan.Lexus vervangt de schokdempers, maakt het onderstel stijver en verbetert de geluidsisolatie met nieuwe isolatiematerialen in de B-stijlen, de achterklep en de achterbumper.Kortom, Lexus heeft zijn NX duidelijk grondig herzien. De prijs van deze bijgewerkte versie kennen we nog niet. De voorverkoop start dit najaar, maar de lancering volgt pas in het voorjaar van 2027.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Een van de mooiste auto's ter wereld werd in 2023 gerestaureerd, maar één detail verpestte alles

De essentieDe Duesenberg SSJ werd al in 2023 gerestaureerd, maar niet in de historisch correcte configuratie.Specialisten demonteerden de auto opnieuw volledig tot op het kale chassis en vonden onder meer een strookje van ongeveer 5 centimeter originele lak. Een ontdekking die alles zou veranderen.Dankzij die nieuwe restauratie won de auto uiteindelijk de Best of Show van het Pebble Beach Concours d'Elegance 2026.Het doet toch een beetje pijn als je weet wat een restauratie op concoursniveau kost! Maar eerst wat meer over de auto zelf. In de jaren twintig en dertig vertegenwoordigde Duesenberg het absolute summum van de Amerikaanse auto-industrie … En eigenlijk zijn we geneigd om ‘Amerikaanse’ gewoon weg te laten. De motoren waren technologisch vooruitstrevend, de koetswerken ronduit extravagant en de prijzen navenant: stratosferisch.Beer van een motorOnder de motorkap ligt een technisch meesterwerk: een achtcilinder-in-lijn met dubbele bovenliggende nokkenassen en vier kleppen per cilinder, die in deze versie met drukvoeding ongeveer 400 pk kon leveren! Hoeft het gezegd dat zulke specificaties destijds van een andere planeet leken te komen? Ter vergelijking: het zou tot 1984 duren voordat een ‘productie-Ferrari’ een vergelijkbaar vermogen bereikte. En dat was dan nog de 288 GTO! Niet bepaald een kneusje …Kortom, Duesenberg speelde in de absolute topliga. Maar halverwege de jaren dertig had het merk het moeilijk. Om opnieuw in de belangstelling te komen, bedacht het een spectaculaire publiciteitsstunt: een in alle opzichten extreme auto bouwen en die koppelen aan de grootste sterren van dat moment.Deze SSJ, gebouwd op een korte wielbasis, kreeg een buitengewone koetswerklijn en vooral de beroemde 6,9 liter grote achtcilinder met ongeveer 400 pk! Er werden slechts twee exemplaren gebouwd. De ene werd gekocht door Gary Cooper, terwijl de andere voor publicitaire doeleinden werd uitgeleend aan Clark Gable. Helaas volstond zelfs dat niet om het merk te redden.‘Mislukte’ restauratieHet exemplaar waar het hier om draait, is de auto die aan Clark Gable werd uitgeleend, al had de acteur hem slechts ongeveer zes maanden ter beschikking. Vandaag is hij vooral interessant omdat deze SSJ de Best of Show op Pebble Beach heeft gewonnen!De auto onderging in 2023 al een peperdure restauratie, maar toch moest bijna alles opnieuw. Niet omdat er slordig of slecht werk was geleverd, maar door een veel subtieler probleem dat bij een auto van dit kaliber minstens even belangrijk is: hij was gerestaureerd… in de verkeerde configuratie! En wie Pebble Beach wil winnen, moet op werkelijk elk vlak voorbeeldig werk afleveren. Ook historisch moet ieder detail kloppen.“De auto was in 2023 gerestaureerd, maar niet in de juiste configuratie. Daarom zijn we opnieuw helemaal teruggegaan tot het kale chassis”, legt Ryan Brown van Classic Car Services in Oxford, Maine, uit aan Autoweek.Tijdens de volledige demontage stootte het team op een cruciale aanwijzing. “We vonden een stukje van twee inch [ongeveer vijf centimeter, red.] originele lak op de plaats waar het koetswerk aan het schutbord bevestigd is”, vertelt atelierverantwoordelijke Chris Charlton. Voor het interieur werd dezelfde methode gevolgd. “De auto was al twee keer opnieuw bekleed. Ook daarvan hebben we nog een origineel stukje teruggevonden.”Daardoor kon het team de oorspronkelijke zwarte lak en het lichtgekleurde leder reconstrueren op basis van echte stalen, in plaats van veronderstellingen. Gelukkig hoefde de motor niet opnieuw onder handen te worden genomen. Die was eerder al gereviseerd door de specialisten van Straight Eight in Troy, Michigan, en verkeerde in goede staat.Was deze tweede restauratie het waard?De auto is vandaag eigendom van Harry Yeaggy uit Cincinnati, die hem op 16 augustus 2026 op Pebble Beach presenteerde. Met succes dus! Dan blijft natuurlijk de vraag: was die tweede restauratie het financieel waard? Zonder twijfel. Een prijs op Pebble Beach geeft de waarde van een auto een stevige boost en in dit geval was die al waanzinnig hoog.We berichten wel vaker dat de markt voor auto's van vóór de oorlog het moeilijk heeft, maar deze Duesenberg is een absoluut buitenbeentje. Om je een idee te geven: de tweelingauto, het exemplaar van Gary Cooper, werd in 2018 door Gooding & Company geveild voor maar liefst 22 miljoen dollar!Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette

Is een opvallende kleur slecht voor de doorverkoopwaarde van je auto? Helemaal niet, blijkt uit studie

De essentie·         Paarse, gele en groene tweedehandswagens zijn in Duitsland gemiddeld het duurst, met ruim 36.000 euro tegenover 22.630 euro voor het totale aanbod, vooral door hun schaarste.·         Lichtgrijze auto’s blijken juist goedkoop met gemiddeld 18.320 euro, mogelijk doordat hun populariteit tot overaanbod leidt, ondanks hun praktische voordeel bij de doorverkoop.·         Bruine occasies zijn met gemiddeld 17.480 euro het goedkoopst, waarschijnlijk mede door het grote aandeel oudere modellen, waaronder de eerste generatie Dacia Duster.Het is een kleine minderheid, maar er zijn mensen die hun auto niet kiezen op basis van formaat, uitrusting of mechanische specificaties, maar puur op kleur. Voor hen is de studie die Mobile.de, het grootste platform voor tweedehandswagens in Duitsland, uitvoerde mogelijk interessant.Zij maakten een doorsnee van het totaal aantal auto’s dat tussen juli 2025 en juli 2026 op het platform werd aangeboden en sorteerden ze volgens koetswerkkleur. De gemiddelde verkoopprijs per kleur werd vergeleken met de totale gemiddelde vraagprijs van het aanbod.Felle kleuren het duurstDe resultaten maken komaf met de volkswijsheid die zegt dat je maar beter geen felgekleurde auto koopt, want dat je die achteraf minder gemakkelijk doorverkoopt dan een exemplaar in een neutralere kleur.Groene, gele en vooral purperen of paarse auto’s blijken immers duidelijk veel duurder te zijn dan het gemiddelde. Ligt de doorsnee vraagprijs voor een occasie bij onze oosterburen op 22.630 euro, dan is het gemiddelde voor deze tinten meer dan 36.000 euro.De meest plausibele verklaring is dat de zeldzaamheid hier speelt. Samen zijn deze drie kleuren immers goed voor nauwelijks 3% van het totale aanbod. Het is dus mogelijk dat verkopers van dit soort auto’s rekenen op kopers die een specifieke kleur zoeken en bereid zijn om daar meer voor te betalen.Een andere mogelijke verklaring is dat exclusieve auto’s, zoals sportwagens, met hun veel hogere vraagprijs het resultaat – letterlijk – verkleuren. Alhoewel: dan zou je denken dat ook rood, de kleur van vele Ferrari’s, in dit lijstje moet staan. Met een dikke 27.000 euro is dat niet het geval.Dat giswerk is ook de zwakte van dit onderzoek, dat alle merken en modellen op één hoopje gooit. Sluitende conclusies kan je pas trekken wanneer je de gemiddelde prijs bekijkt per model, en ook andere parameters als aandrijving, leeftijd en kilometerstand erbij betrekt.Grijs scoort slechtNiettemin lijkt het erop dat de assumptie dat lichtgrijs een goede kleur is voor de restwaarde van een auto de prullenmand in kan: de tint heeft de op één na laagste gemiddelde occasiewaarde, 18.320 euro. Het blijft zeker dat het de lakkleur is waarop krassen, putjes en sporen van wasinstallaties het minst opvallen, en in die zin blijft dat gunstig voor de doorverkoopwaarde. Maar mogelijk heeft dat ertoe geleid dat zodanig veel mensen hun nieuwe auto in het lichtgrijs bestellen dat er een overaanbod op de markt is dat de prijs doet kelderen.Grijstinten zijn immers veruit de populairste op de automarkt. Volgens het jaarlijkse kleurenrapport van de Duitse toeleverancier en chemiereus BASF zijn zwart, grijs en wit in onze contreien samen goed voor liefst 80% van de nieuwe autokleuren.Dat is een fundamentele verandering tegenover de tweede helft van de vorige eeuw, toen auto’s blauw en (vooral) rood waren. Die evolutie wordt toegeschreven aan het feit dat zoveel nieuwe auto’s tegenwoordig in leasing-formules worden aangekocht. Vlootbeheerders en -eigenaars geven doorgaans de voorkeur aan neutrale kleuren, net met het oog op die doorverkoopwaarde.Bruine koopjesDe allergoedkoopste auto’s op de tweedehandsmarkt zijn echter de bruine, met een gemiddelde vraagprijs in Duitsland van 17.480 euro.Wat is hier aan de hand? Ook dat is deels giswerk, al zou het kunnen dat Dacia hierin een rol speelt. De Frans-Roemeense fabrikant verkocht immers erg veel bruine exemplaren van de eerste generatie van de Duster. Toen hij in 2010 op de markt kwam, was dat immers de lanceringskleur.In die tijd was bruin ook een relatief populaire tint bij vele andere autofabrikanten, ook bijvoorbeeld Volkswagen en BMW. Het zou ook kunnen dat de hogere leeftijd van de auto’s uit die periode nu een rol speelt in hun gemiddelde prijs op de tweedehandsmarkt.AutokleurGemiddelde prijs Verschil t.o.v. marktgemiddeldeZwart € 27.270+20,5%Wit€ 23.850+5,4%Grijs€ 27.250+20,4%Blauw€ 22.960+1,5%Zilver€ 18.320−19,0%Rood€ 27.020+19,4%Groen€ 36.030+59,2%Bruin€ 17.480−22,8%Beige€ 21.020−7,1%Oranje€ 28.110+24,2%Geel€ 36.730+62,3%Goud€ 28.790+27,2%Lila€ 37.990+67,9%Marktgemiddelde€ 22.630 

door Hans Dierckx
© Gocar

Prijzenoorlog bij export: China wantrouwt eigen constructeurs

De essentie:Peking publiceerde op 1 september richtlijnen waarin het zijn constructeurs opdraagt hun prijzenoorlog niet te exporteren, om zo de waarde te beschermen van merken die nu 8,32 miljoen voertuigen per jaar uitvoeren.De prijzenoorlog heeft de marges van Chinese constructeurs op de thuismarkt uitgehold. Bovendien kromp die markt in de eerste helft van 2026 met 20%. Voor Chinese autogroepen is het buitenland een reddingsboei geworden.Diezelfde overheid maakt zich tegelijk zorgen over een ander exces: de ontwikkelingssnelheid. Ze gaat zelfs zo ver dat ze haar constructeurs inspecteert en overweegt om het aantal verplichte testkilometers voor elektrische modellen te verdubbelen.Al maanden haalt Europa alles uit de kast om de Chinese autogolf in te dammen, zoals invoerheffingen, antisubsidieonderzoeken en onderhandelingen over minimumprijzen. Tot nu toe moeten we toegeven dat de resultaten mager zijn. Maar nu komt er uit Peking een totaal onverwacht remmanoeuvre: het roept zijn eigen constructeurs tot de orde in het buitenland. Dat is de strekking van de richtlijnen die de Chinese ministeries van Handel en Industrie op 1 september publiceerden, in samenwerking met de Chinese markttoezichthouder. Deze aanpak zegt veel over de bezorgdheid van de Chinese overheid, maar ook over haar macht om haar industriebeleid op te leggen.Twintig puntenHet document is bijzonder duidelijk. Het telt twintig punten en vraagt constructeurs hun prijzen vast te leggen op basis van hun werkelijke kosten en de realiteit van elke lokale markt, bruuske prijsschommelingen te vermijden en transparant te zijn over promoties, reclame en financiering. Het herinnert er ook aan dat buitenlandse distributeurs vrij hun prijzen moeten kunnen bepalen. De boodschap is duidelijk: speel het eerlijk.Zoals altijd is het document uit Peking niet bindend. Het gaat om aanbevelingen. Maar het gewicht van drie ministeries samen laat weinig aan de verbeelding over. Achter die oproep tot commerciële discipline schuilt immers een groot belang: China exporteerde in 2025 8,32 miljoen voertuigen naar meer dan tweehonderd landen. Die stroom is nu van levensbelang voor het land.De lesOm die voorzichtigheid te begrijpen, moet je kijken naar wat er op de binnenlandse markt gebeurd is. De prijzenoorlog heeft de marges van de hele auto-industrie verwoest. Bovendien kromp de binnenlandse markt in de eerste helft van het jaar met ongeveer 20%, volgens de Chinese vereniging voor personenwagens. BYD, marktleider en aanstoker van die oorlog, zag zijn omzet dalen en kwam maar nipt weer in de plus dankzij zijn export, waar de groep hogere marges haalt dan in China. Voor het eerst komt nu meer dan de helft van zijn inkomsten uit het buitenland. Zo wordt duidelijk waarom Peking zijn exportmarkt wil beschermen... Export is een echte reddingsboei geworden.De val klapt dichtDe logica is duidelijk: als Chinese merken ook in Europa met hun prijzen zouden stunten, zouden ze hun eigen waarde vernietigen. De binnenlandse markt heeft aangetoond hoe destructief dat is: van de zowat dertig volledig Chinese merken slaagt maar een handvol erin winst te maken. Dat scenario bij de export herhalen, zou neerkomen op zelfdestructie.Bovendien zouden de gevolgen ook voor onze constructeurs verschrikkelijk zijn. Een prijzenoorlog zou hen de afgrond in duwen en waarschijnlijk onherstelbare handelsspanningen tussen Peking en Brussel veroorzaken. De Europese Unie voerde in oktober 2024 invoerheffingen in op Chinese elektrische auto’s (tot 35,3%). Sinds januari 2026 onderhandelen Brussel en Peking over een systeem van minimumprijzen voor de invoer in ruil voor lagere invoerheffingen. Door zelf zijn constructeurs tot bedaren te brengen, sluit de Chinese overheid handig aan bij wat Europa vraagt. Zo toont Peking goede wil precies op het moment dat het daar zelf baat bij heeft.De andere bezorgdheidDe prijzen zijn niet het enige exces dat Peking probeert in te dammen. Er is nog een ander front dat de Chinese autoriteiten zorgen baart: de productie. De overheid maakt zich zorgen over een kenmerk dat het handelsmerk van haar industrie is geworden: snelheid. Terwijl traditionele constructeurs drie tot vijf jaar nodig hebben om een nieuw model te ontwikkelen, zijn sommige Chinese merken al gezakt naar twee jaar, met de ambitie om dankzij artificiële intelligentie achttien maanden te halen.Dat tempo begint nu ook de autoriteiten zelf zorgen te baren. Vier ministeries zijn een inspectiecampagne gestart die een jaar zal duren. De toezichthouders verweten BYD en Geely onlangs voertuigen te produceren die niet overeenstemmen met hun typegoedkeuring (afwijkende wielbasis, hoger verbruik, ontbrekende gebruikershandleiding enzovoort). Peking overweegt daarom de vereiste testafstand op de weg voor elektrische auto’s te verdubbelen, van 15.000 naar 30.000 km. De concurrentie lijkt zo hevig dat constructeurs zich gedwongen voelen overal op te besparen. Daar zit de paradox: nadat China zijn kampioenen jarenlang opdroeg almaar sneller te gaan, vraagt het hen nu om gas terug te nemen.

door David Leclercq
© Gocar

Plug-inhybrides: waarom vijf keer meer CO₂ dan beloofd?

De essentie:•            Plug-inhybrides stoten op de weg bijna vijf keer meer CO₂ uit dan bij de homologatie, een verschil dat gestegen is van 260% in 2021 tot meer dan 400% in 2023, ondanks het grotere elektrische rijbereik.•            De oorzaak ligt bij de Europese formule van de gebruiksfactor (utility factor), die uitgaat van ongeveer 80% elektrisch rijden, terwijl dat in werkelijkheid rond 21% ligt.•            De studie is afkomstig van ICCT, de ngo die Dieselgate aan het licht bracht, en verschijnt op een moment dat het Europees Parlement zijn CO₂-doelstellingen voor nieuwe auto’s herziet.De studie is net verschenen. ICCT, de organisatie die Dieselgate aan het licht bracht, analyseerde bijna een miljoen plug-inhybrides die tussen 2021 en 2023 in Europa ingeschreven werden. Het oordeel, dat deze week gepubliceerd werd, is streng. Op de weg stoten deze auto’s bijna vijf keer meer CO₂ uit dan hun homologatiewaarden aangeven. Dat ze meer uitstoten, wisten we uiteraard al, maar opvallend is dat dit verschil door de jaren heen lijkt toe te nemen.Vijf keer te veel?Alles begint bij een Europese formule met een technische naam: de gebruiksfactor (of utility factor). Die schat welk deel van de ritten een plug-inhybride elektrisch aflegt en precies dat aandeel bepaalt zijn officiële uitstoot. Op papier gaat de berekening uit van ongeveer 80% elektrisch rijden. Maar dat ligt ver van de realiteit, want in de praktijk bedraagt dat aandeel ongeveer 21%. Nog verrassender is de evolutie van het verbruik en dus van de uitstoot van plug-inhybrides. Je zou denken dat deze auto’s met grotere batterijen en een groter rijbereik vaker elektrisch rijden. Maar precies het omgekeerde gebeurt. Het verschil tussen de reële en officiële uitstoot is gestegen van ongeveer 260% in 2021 tot meer dan 400% in 2023. Hoe groter de elektrische belofte, hoe minder die op de weg wordt waargemaakt. De omgekeerde wereld.De verklaring is niet veranderd en ligt nog altijd bij het gedrag van de bestuurders. Deze auto’s worden veel minder vaak opgeladen dan de berekening veronderstelt, waardoor ze vooral op hun verbrandingsmotor rijden. En omdat de Europese formule uitgaat van een steeds groter aandeel elektrisch rijden naarmate het rijbereik toeneemt, wijkt ze telkens wat verder af van de realiteit.Hetzelfde liedjeToch moeten we deze studie in het juiste perspectief plaatsen, want niets van wat ze beweert is nieuw. ICCT brengt deze kloof al jaren in kaart en publiceerde in juni vorig jaar al een vrijwel identieke studie. Het is dus eerder een herhaling dan een onthulling. Bovendien is de organisatie niet neutraal. Zij bracht in 2015 Dieselgate aan het licht. Dat deze studie nu verschijnt, is dan ook geen toeval: ze komt uit op precies het moment dat het Europees Parlement zijn CO₂-doelstellingen herziet, met een voorstel om de correcties voor plug-inhybrides te bevriezen. De timing is dus allesbehalve onschuldig. We moeten de verhoudingen wel in het oog houden. Plug-inhybrides wegen echter niet zo zwaar op de markt. Van de ongeveer 10,8 miljoen nieuwe auto’s die in 2025 in de Europese Unie ingeschreven werden, waren iets meer dan een miljoen exemplaren plug-inhybrides, goed voor 9,4% van de markt. Daarmee blijven ze ver achter op gewone hybrides (een derde van de markt) en zelfs op volledig elektrische auto’s, die vorig jaar al 17,4% voor hun rekening namen. Bovendien explodeert de verkoop van elektrische auto’s in 2026 (20,7% in de eerste jaarhelft).Erger dan de verbrandingsmotorWaar de studie wel gelijk in heeft, is de vergelijking. Elke auto verbruikt op de weg nu eenmaal wat meer dan in het laboratorium. Dat is inherent aan de meetmethode. Tussen 2018 en 2023 daalde de officiële uitstoot van nieuwe auto’s in Europa met 28%, maar in werkelijkheid bedroeg de daling op de weg slechts 15%. Als we alleen naar auto’s met een verbrandingsmotor kijken (benzine en diesel), is hun reële uitstoot zo goed als niet veranderd: amper 1% minder. Het verschil tussen beide is er dus wel degelijk, maar het valt in het niets bij dat van plug-inhybrides.Twee auto’s in éénDe studie legt de nadruk op het verbruik van PHEV’s. Maar is dat echt de kern van het probleem? Een plug-inhybride combineert eigenlijk twee aandrijflijnen in één koetswerk: een verbrandingsmotor én een elektrische aandrijflijn, met het gewicht en de grondstoffen die daarbij horen. Die oplossing was zinvol zolang elektrische auto’s niet ver genoeg geraakten: de plug-inhybride bood toen een geloofwaardig compromis. Maar het elektrische rijbereik is sindsdien enorm toegenomen, waardoor het aanbod van plug-inhybrides vandaag wat achterhaald is, behalve in uitzonderlijke gevallen. Dat is geen activisme, maar gewoon realisme. De strijd speelt zich nu af in de wandelgangen van de Europese instellingen. Wie wint?

door David Leclercq
© Gocar

Alfa Romeo GTV 3.0 V6 vs BMW Z3 Coupé 3.0i: het hart of de benen?

De essentieDe Alfa Romeo GTV 3.0 V6 en BMW Z3 Coupé 3.0i werden bijna vier jaar na elkaar gelanceerd en delen ongeveer dezelfde cilinderinhoud … maar voor de rest vrijwel niets!Beide versies waren van 2000 tot 2002 tegelijk verkrijgbaar, met vergelijkbare prestaties maar een totaal verschillende technische architectuur.Van de BMW Z3 Coupé 3.0i werden slechts 3.853 exemplaren gebouwd, een cijfer dat vandaag zwaar doorweegt voor zijn verzamelwaarde.Italiaanse les van Pininfarina en Duitse geheimhoudingAlles onderscheidt deze twee auto's, te beginnen met hun ontstaansgeschiedenis. De GTV type 916 is een echte diva, typisch Italiaans: een ontwerp van Enrico Fumia bij Pininfarina, een interieur van Walter de’Silva bij Centro Stile Alfa Romeo en onder de motorkap de legendarische historische ‘Busso’-V6. Om van te watertanden? Jazeker, op één belangrijk detail na: om de kosten onder controle te houden, rust hij op het ‘Tipo Due’-platform, dat onder meer gedeeld werd met - je raadt het al - de Fiat Tipo. Gelukkig kreeg de GTV wel grondige aanpassingen, waaronder een specifieke multilinkachterophanging.Veel scheelde het niet of de Z3 Coupé had nooit bestaan. Een klein team ingenieurs onder leiding van Burkhard Göschel ontwikkelde het project op een zijspoor van het officiële programma en wist uiteindelijk de directie te overtuigen. Het doel was niet alleen esthetisch, maar vooral structureel: dankzij zijn vaste dak is het koetswerk van de coupé aanzienlijk stijver dan dat van de roadster. En zo ontstond dat opmerkelijke ‘clownschoen’-profiel … Onder de motorkap kreeg deze BMW dan weer alleen het beste uit het zescilinderaanbod van het merk.Exotischer kan, maar…Beide gamma's boden nog andere mogelijkheden. De Alfa was verkrijgbaar met uitstekende 1.8- en 2.0-viercilinders, maar die spelen niet echt in dezelfde klasse als de zescilinders van de Z3 Coupé. Bij de V6'en heeft de 2.0 V6 Turbo met ongeveer 200 pk bovendien een nogal bedenkelijke reputatie op het vlak van betrouwbaarheid. Terecht of niet? Hoe dan ook, is er nog de fantastische 3.2 V6 met 240 pk, maar die is bijzonder zeldzaam en kwam te laat om echt in deze vergelijking thuis te horen.Bij BMW is het aanbod eenvoudiger. De Z3 Coupé begon met de bijzonder soepele 2,8-liter van 193 pk: heerlijk romig, maar tegenover de Italiaanse V6 ontbreekt het hem wat aan punch. En uiteraard is er de M Coupé, met eerst 321 en later 325 pk. Die speelt echter in een totaal andere klasse, ook financieel: er werden 6.291 exemplaren gebouwd en vandaag liggen de vraagprijzen vaak tussen 45.000 en 70.000 euro, of zelfs nog hoger.Busso versus zes-in-lijn: BMW voor het verstand, Alfa voor het hartDrie liter, atmosferisch, zes cilinders en een manuele versnellingsbak: je krijgt spontaan zin om de sleutels boven te halen! Onder de motorkap van de Alfa levert de Busso-V6 220 pk voor een gewicht van ongeveer 1.415 kg. Dat levert mooie prestaties op, maar die cijfers zijn vandaag eigenlijk bijzaak. Deze motor is waarschijnlijk een van de beste zescilinders uit zijn tijd. Zijn soundtrack bezorgt je haast tranen van geluk: diepe klanken bij lage toerentallen maken richting rode zone plaats voor een steeds scherpere zang. En dat alles met een verbluffende respons en gretigheid. Fenomenaal! Laten we eerlijk zijn: deze motor is dé reden om een GTV V6 te kopen…En de BMW? Zijn zes-in-lijn draagt de weinig romantische naam ‘M54B30’. Tegenover het Italiaanse temperament houdt deze Duitse motor uitstekend stand. Met 231 pk biedt hij meer souplesse, meer koppel en betere prestaties, mede dankzij het lagere gewicht. En ook zijn soundtrack mag er best zijn.Welke kiezen? Objectief gezien is de Duitse motor beter: krachtiger, koppelrijker en opmerkelijk soepel. Bovendien verbruikt hij minder en is het onderhoud eenvoudiger, onder meer dankzij zijn distributieketting. Maar de Alfa-motor is zo betoverend dat je die extra aandacht er graag bij neemt … En bij een coupé is het niet verkeerd om te luisteren naar het hart.Achter het stuur: voordeel BMWDe Alfa GTV stuurt zijn 220 pk naar de voorwielen, zonder sperdifferentieel. Hij voelt vooraan wat zwaar aan, de tractie is niet altijd optimaal en je denkt met enige nostalgie terug aan het evenwicht van de Bertone-coupés uit de jaren zestig, die wél achterwielaandrijving hadden…Bij de BMW ligt de motor voorin en worden de achterwielen aangedreven. Voeg daar een ver naar achteren geplaatste zitpositie en een korte wielbasis aan toe, en je krijgt een veel speelser recept. Bovendien heeft de Z3 Roadster zowat de torsiestijfheid van een pudding, terwijl het vaste dak van de Coupé de rijervaring helemaal verandert. Dit is duidelijk de keuze voor wie sportief wil rijden. Toch is de Z3 Coupé geen moderne sportwagen die als het ware aan het asfalt kleeft. Zijn achteras wil bejegend worden met respect!Maar voor wie echt van autorijden houdt, het verdict is duidelijk: voordeel voor BMW.Dagelijks gebruik: voordeel AlfaDe Alfa beschikt ‘officieel’ over vier zitplaatsen, maar de achterbank reserveer je beter voor kinderen, reistassen of vrienden die je liever nooit meer terugziet. Het leder oogt fraai en de sfeer is aangenaam, maar de assemblage en enkele afwerkingsdetails laten hier en daar te wensen over …De Z3 heeft slechts twee zitplaatsen, maar zijn vreemde koetswerkvorm levert wel een echte achterklep en een verrassend bruikbare bagageruimte op. De typisch Duitse sfeer is soberder, maar heeft in deze tijden van gigantische schermen net weer haar charme.In werkelijkheid is de Alfa niet zoveel praktischer, maar toch geven we hem het voordeel. Die ‘achterbank’ kan tenslotte nét het doorslaggevende argument zijn om je wederhelft ervan te overtuigen dat deze aankoop echt een uitstekend idee is!Betrouwbaarheid en budget: voordeel Alfa… bij aankoopDe Alfa gebruikt een distributieriem en bij stevig gebruik kan het verbruik richting 14 l/100 km klimmen. Ook enkele elektrische kuren zijn hem niet vreemd.De BMW is motorisch doorgaans minder veeleisend, maar heeft wel een goed gedocumenteerd zwak punt: de bevestigingspunten rond het differentieel kunnen scheuren. In beide gevallen is een onberispelijke onderhoudshistoriek essentieel.Hoewel er meer exemplaren van werden gebouwd, is een mooie GTV V6 vandaag niet eenvoudig te vinden. Op de huidige Europese markt beginnen de prijzen voor een 3.0 V6 rond 13.000 euro, terwijl uitzonderlijke exemplaren richting 30.000 euro gaan. Goed om te weten: de allereerste exemplaren van de 3.0 V6 24V worden eind dit jaar dertig jaar oud en komen dan in aanmerking komen voor een oldtimerstatuut.De zeldzame en felbegeerde Z3 Coupés vragen een stevige meerprijs. Voor een 3.0i betaal je vandaag vaak zo'n 25.000 tot 35.000 euro. Voordeel Alfa Romeo dus, die voor gebruik als verzamelauto een stuk vriendelijker is voor het budget.Conclusie: Alfa wintToen deze auto's nieuw waren, was er eigenlijk geen discussie. De BMW was sneller, beter afgewerkt en efficiënter en won het duel overtuigend. Vandaag? De Z3 Coupé is inmiddels een begeerd verzamelstuk en zonder twijfel de beste sportwagen van deze twee. Kortom, hij zou moeten winnen!Maar … de Alfa mag dan minder verfijnd zijn, aangedreven worden op de ‘verkeerde’ wielen en wat gevoeliger zijn voor kleine elektrische kwaaltjes, hij maakt veel goed met zijn lagere prijs, zijn kleine achterbank en vooral die betoverende V6. Is dat voldoende om dit duel te winnen? Wat ons betreft wel. Voor dit geld heeft de GTV 3.0 V6 nauwelijks concurrentie! Waarom ‘nauwelijks’? Herinner ons er nog eens aan dat we het over een zekere Fiat Coupé 20v Turbo moeten hebben…Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette
© Gocar

Parkeren in de stad: hebben de Belgen het al opgegeven?

De essentie:•            38% van de Belgische automobilisten zegt bepaalde steden te vermijden omdat parkeren er zo moeilijk geworden is. Volgens Touring haakt een derde af door de prijs en hebben acht op de tien hun verplaatsingen al aangepast aan de parkeermogelijkheden.•            De drie gewesten verminderen het aantal parkeerplaatsen op straat in hetzelfde tempo. Antwerpen heeft parkeren in het historische centrum verboden, terwijl in Luik vanaf november 2026 bijna 3.000 parkeerplaatsen betalend worden.•            Ook de betaalregels leiden tot verwarring: 40% van de bestuurders weet niet altijd of ze moeten betalen en 68% stond al eens voor een defecte parkeerautomaat. Parkeermeters worden dan ook gezien als de melkkoeien van steden en gemeenten.Steden houden niet meer van auto’s. En dat merk je. Volgens een enquête van Touring bij 1.000 Belgen vermijdt 38% van de bestuurders voortaan bepaalde steden omdat parkeren er te ingewikkeld geworden is en gaat bijna een derde er niet meer naartoe wegens de parkeerprijs. We kunnen dus duidelijk spreken van een gedragsverandering bij automobilisten, want 80% van de ondervraagden geeft toe zijn verplaatsingen al te hebben aangepast aan de parkeermogelijkheden.Veranderende verkeersstromenDat is allemaal geen toeval. Steden hebben bewust ruimte van de auto afgenomen ten voordele van fietsers en voetgangers, maar ook van terrassen van cafés en restaurants en, in mindere mate, van groen. De auto wordt nog gedoogd, maar hoelang nog? In Antwerpen is parkeren op straat in het historische centrum sinds augustus 2023 verboden. Ook Gent, Leuven, Mechelen, Brugge en Hasselt hebben hun voetgangerszones fors uitgebreid. Zeker niet alleen het noorden van het land krijgt daarmee te maken.Maar wat doen automobilisten dan? Uit de enquête van Touring blijkt dat een groot deel van de bestuurders (43%) is uitgeweken naar winkels aan de rand van de stad of naar overdekte winkelcentra, waar parkeren gratis en gemakkelijk is. Aan de ene kant heb je dus steden waar de auto verdwijnt, aan de andere kant blijft hij aan de stadsrand koning. Parkeren verklaart niet alles: de Meir in Antwerpen en de Nieuwstraat in Brussel blijven elk weekend overvol, voetgangerszone of niet. Minder plaats voor de auto in de stad doet automobilisten niet verdwijnen. Ze wijken gewoon uit naar andere plaatsen.Het land dat parkeerplaatsen schraptDie trend doet zich overal voor. In Brussel maakt minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) er geen geheim van dat parkeerplaatsen verdwijnen wanneer een herinrichting dat vereist. Zo heeft de Stad Brussel alleen al op de Nieuwe Graanmarkt honderd plaatsen geschrapt om er bomen te planten. Antwerpen telt 227.000 ingeschreven auto’s voor ongeveer 110.000 openbare betalende parkeerplaatsen. In het zuiden maakt Luik vanaf november 2026 bijna 3.000 parkeerplaatsen betalend die tot nu toe gratis waren in Outremeuse en Fragnée. Overal geldt dus dezelfde logica.Maar wat vooral opvalt, is iets anders. Belgen weigeren niet principieel te betalen: 56% vindt het normaal om dat te doen in een druk stadscentrum en 65% erkent dat dit de doorstroming bevordert. Wat 80% van de gebruikers wél boos maakt, is het hoge bedrag. Parkings worden gezien als ‘melkkoeien’ voor steden en gemeenten. Bovendien weet 40% van de automobilisten niet altijd of ze moeten betalen en botst 51% vaak op regels over parkeerduur of tijdstippen die als onduidelijk worden ervaren. Daarnaast kreeg 68% van de bestuurders al te maken met een defecte parkeerautomaat, een geweigerde betaling of een vergissing met de parkeerzone (wanneer de ene kant van de straat in de ene gemeente ligt en de andere kant in een andere, en je de verkeerde parkeerautomaat gebruikt). Dubbel pech dus.En morgen?Niets wijst erop dat deze evolutie hier zal stoppen. Om te zien hoe hoog de rekening kan oplopen, volstaat het om naar onze buren te kijken. In Parijs kost het parkeren van een auto van meer dan 1,6 ton in de centrale arrondissementen voortaan 18 euro per uur en tot 225 euro voor zes uur. Geen enkele Belgische stad zit al op dat niveau, maar de evolutie is vergelijkbaar.Maar misschien ligt de oplossing elders. De auto verdwijnt niet, hij verandert gewoon van plaats. Antwerpen begreep dat eerder dan andere steden en zet in op enorme P+R-parkings aan de rand van de stad (op Linkeroever, in Merksem of Luchtbal), die met de tram verbonden zijn met het centrum, en op duidelijk aangegeven ondergrondse parkings. De stad bant de automobilist niet, ze verbergt hem. Uit het oog, uit het hart: dat is wellicht de weg die de meeste Belgische steden zullen volgen naarmate ze de straat teruggeven aan voetgangers. Wordt vervolgd. 

door David Leclercq

Polestar 4 SUV (2026): meer binnen de lijntjes

De essentieNaast de Coupé voegt Polestar een SUV-versie toe aan de 4, met achterin meer hoofdruimte en een glazen achterruit.De motoren worden overgenomen van de Coupé, met 272 of 544 pk.Geen batterij met 800 volt: Polestar houdt het bij 400 volt, met een officieel rijbereik tot 630 km..Het merk Polestar is gezamenlijk eigendom van Volvo en zijn Chinese moederbedrijf Geely. In 2024 verraste Polestar met de lancering van de Polestar 4, een model met een zeer atypische stijl, die elementen van een berline en een SUV-coupé combineert.Maar bovenal heeft deze Polestar 4 (die onlangs een update kreeg en werd omgedoopt tot Coupé) geen klassieke achterruit: de bestuurder houdt het verkeer achter zich in de gaten via schermen die camerabeelden tonen. Best verwarrend tijdens het rijden… De nieuwe SUV-versie heeft een hoger dak en krijgt een klassieke, transparante achterruit. Hij is dus minder polariserend…Tussen break en SUVDeze nieuwe 4 SUV neemt grotendeels het koetswerk van de Coupé over, maar onderscheidt zich met een specifieke achterkant met een rechtere daklijn en een verticalere achterklep. Er zijn ook dakrails die een lading tot 100 kg kunnen dragen.In profiel heeft deze SUV wat weg van een shooting brake. Het model is 4,84 m lang (net als de Coupé) en 1,56 m hoog (3 cm meer dan de Coupé). Dat is ongeveer even lang als de BMW iX3 (4,78 m), maar deze Polestar is 10 cm lager, wat hem een slanker silhouet geeft.Glas achteraanHet dashboard is volledig overgenomen van de Polestar 4 Coupé, met een zeer verzorgde afwerking en een kwaliteitsvol en stijlvol interieur. Het navigatiesysteem gebruikt Google-diensten, waaronder voortaan ook Gemini, de spraakassistent met artificiële intelligentie.Op de achterbank biedt deze SUV-versie 2,5 cm extra hoofdruimte in vergelijking met de Coupé. Het glazen panoramadak is hier groter: het loopt door tot aan de achterklep. Die achterklep heeft een transparante achterruit, wat tijdens het rijden een stuk praktischer is dan het ondoorzichtige paneel en de camera’s van de Coupé.Praktischere kofferDe koffer van deze SUV is niet groter dan die van de Polestar 4 Coupé, maar dankzij de achterklep wel praktischer. Met de achterbank rechtop is er onder de hoedenplank 530 liter ruimte (655 liter tot aan het dak) en tot 1.665 liter wanneer je de achterste rugleuningen (60/40 gedeeld) neerklapt. Vooraan is er ook een kleine koffer (frunk).Batterij met slechts 400 voltDe motoren en batterijen zijn overgenomen van de Coupé, maar Polestar kondigt verrassend 10 km extra rijbereik aan voor deze SUV-versie: de achterwielaangedreven Rear motor (272 pk) belooft een officieel rijbereik van 630 km, tegenover 600 km voor de Dual motor (544 pk).Een kleine teleurstelling: de batterij van 100 kWh werkt op 400 volt en biedt dus geen bliksemsnel laadvermogen: maximaal 200 kW met gelijkstroom. In ideale omstandigheden duurt laden van 10 naar 80 procent 30 minuten. Aan een wisselstroomlaadpaal is er standaard een boordlader van 11 kW (11 uur voor een volledige laadbeurt) en optioneel een van 22 kW (5,5 uur voor een laadbeurt).Goedkoper dan de CoupéHoewel deze SUV-versie praktischer en ruimer is en een groter rijbereik biedt dan de Coupé, is hij toch 2.000 euro goedkoper. De prijs bedraagt 59.900 euro voor de Rear motor en 64.900 euro voor de Dual motor, inclusief leveringskosten. Opmerkelijk: deze Chinese auto wordt geproduceerd in Zuid-Korea, in Busan, in de fabriek van Renault Korea Motors, als onderdeel van een samenwerking.Polestar bereidt nog meer nieuwigheden voor: in 2027 verwachten we de opvolger van de berline Polestar 2 en in 2028 de compacte SUV Polestar 7.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Waarom keren Belgen de merkdealer de rug toe voor onderhoud?

De essentie:Voor het eerst krijgen autocentra en onafhankelijke garages in België meer werkplaatsbezoeken dan merkdealers: 53% tegenover 47%, volgens een onderzoek van GiPA in opdracht van Auto5.De drijvende kracht achter die ommekeer is een verouderend wagenpark, met een gemiddelde leeftijd van meer dan tien jaar. Eén auto op twee heeft meer dan 100.000 km op de teller, waardoor automobilisten van wie de garantie verlopen is vaker voor de goedkopere ketens kiezen.De volgende uitdaging is elektrisch: zonder investeringen in aangepast gereedschap en kwalificaties om te werken met hoogspanning dreigt de trend na afloop van de garantie opnieuw te keren in het nadeel van de onafhankelijke sector.Lange tijd leek het voor veel Belgen ondenkbaar om hun auto ergens anders dan bij de merkdealer te laten herstellen. Dat was deels een kwestie van vertrouwen en trouw. Maar die tijd is voorbij. Voor het eerst krijgen autoreparatiecentra (Auto5, Midas, Bosch Car Service) en onafhankelijke garages in België meer wagens over de vloer voor onderhoud en herstellingen dan de werkplaatsen van de merken. Dat blijkt uit een onderzoek van GiPA in opdracht van Auto5. De onafhankelijke sector is nu goed voor 53% van de werkplaatsbezoeken, tegenover 47% voor de merkdealers. In 2019 lagen de verhoudingen nog omgekeerd: 42% tegenover 58% voor de merkdealers. Maar toen was al duidelijk dat de trend aan het keren was: in 2024 toonde een ander onderzoek al dat automobilisten interesse hadden in onafhankelijke centra, vooral door de kosten.Tien jaar en ouderAchter die percentages schuilt een onmiskenbare marktrealiteit: het Belgische wagenpark veroudert onafgebroken sinds het begin van de jaren 2000. Eind 2025 was een personenwagen volgens FEBIAC gemiddeld tien jaar, drie maanden en negentien dagen oud. Bijna één auto op twee heeft meer dan 100.000 km op de teller. Een auto die ouder wordt, vraagt nu eenmaal meer onderhoud en de eigenaar heeft minder redenen om het tarief van een merkwerkplaats te betalen. Elk jaar gaat een auto gemiddeld 1,68 keer naar de garage, goed voor ongeveer 10,2 miljoen werkplaatsbezoeken, waarvan de grote meerderheid voor onderhoud.Wanneer de garantie aflooptWe hoeven er geen doekjes om te winden: uiteindelijk beslist de portemonnee. Van de automobilisten die hun merkdealer de rug toekeren, noemt 62% budgettaire redenen, gevolgd door nabijheid en flexibele openingsuren. Maar er speelt nog een andere factor mee: zolang de auto onder garantie valt, laten Belgen hem vaak onderhouden binnen het netwerk van het merk, omdat garantieverlengingen – die steeds vaker voorkomen en vooral bedoeld zijn om klanten te binden – daar vaak aan gekoppeld zijn. Zodra die termijn verstreken is, gooien automobilisten het over een andere boeg. Ze voelen zich dan vrijer om prijzen te vergelijken. De verschillen kunnen soms erg groot zijn.Elektrisch als volgende uitdagingIs de verhouding tussen merkdealers en onafhankelijke garages aan het kantelen? Op die vraag is nog geen definitief antwoord, want veel zal afhangen van de elektrische auto. Vandaag gebeurt het grootste deel van de werkzaamheden immers nog aan auto’s met een verbrandingsmotor of hybride aandrijving. Maar morgen zullen batterij-elektrische auto’s het grootste deel van het wagenpark uitmaken. In die context moeten autocentra en onafhankelijke garages zich grondig aanpassen, want werken aan een elektrische auto vereist een specifieke kwalificatie voor werken aan hoogspanningssystemen, aangepast gereedschap en opgeleide technici, zelfs voor kleine ingrepen. Auto5 zegt daarin geïnvesteerd te hebben. Ongetwijfeld geldt dat ook voor andere spelers, maar de onafhankelijke sector moet snel schakelen om zijn marktaandeel te behouden. De strijd is nog niet gestreden.

door David Leclercq
© Gocar

TEST Kia K4 Sportswagon (2026): de eigenzinnige break met verbrandingsmotor

De essentieNaast de berline is de Kia K4 er ook als Sportswagon (break), met verbrandingsmotoren of hybride aandrijving.De koffer levert wat in tegenover de vroegere Kia Ceed Wagon, maar blijft praktisch.In afwachting van de zelfopladende hybride variëren de prijzen van 29.490 tot 40.790 euro.Het leven draait niet alleen om elektrisch rijden... Kia heeft dat goed begrepen en zorgt voor een opvolger van zijn compacte middenklasser met verbrandingsmotor. De vervanger van de Ceed krijgt een andere naam en wordt niet langer in Europa gebouwd: hij heet K4 en wordt in Mexico geproduceerd. Na de berlineversie is de K4 er nu ook als break, onder de naam Sportswagon. Hij mikt op jonge gezinnen die een compacte break zoeken, maar de stap naar volledig elektrisch nog niet willen zetten. Het gaat dus vooral om particulieren die geen fiscaal voordeel hebben bij de overstap naar een auto op batterijen. Opvallend is ook dat Kia de elektrische EV4 niet als break aanbiedt, maar alleen als vijfdeurs of Fastback (vierdeursberline).Een break tussen twee segmentenIn het echt maakt deze break indruk. Eerst en vooral door zijn formaat: hij is 4,70 m lang, 30 cm meer dan de K4 berline. Daarmee is hij groter dan de meeste rechtstreekse concurrenten, zoals de Hyundai i30 Wagon, Opel Astra Sports Tourer, Peugeot 308 SW, Cupra/Seat Leon Break, Toyota Corolla Touring Sports en Volkswagen Golf Variant. De K4 Sportswagon is even groot als een Skoda Octavia Combi en bevindt zich dus op de grens tussen het C- en D-segment.Naast zijn formaat onderscheidt deze Kia-break zich ook met een heel eigen en behoorlijk originele stijl. Zo vallen de ledlichten in de vorm van een omgekeerde L op en vooral de in het koetswerk geïntegreerde achterste deurgrepen. Die geven hem trekjes van een shooting brake, ook al loopt de achterzijde niet bijzonder sterk af, om het koffervolume niet te beperken.Sombere sfeer, doeltreffende multimediaVooraan is de sfeer niet bepaald vrolijk: het interieur is erg donker, vooral bij de basisuitvoeringen. Ook het kleine optionele schuifdak brengt niet veel licht binnen. Voor de zichtbare delen gebruikt Kia een mix van zachte materialen, terwijl onderaan het dashboard harde kunststoffen zitten. Geen franjes dus, maar de afwerking overtuigt over het algemeen.De K4 neemt de schermopstelling van de EV3/EV4 over, met drie horizontaal geplaatste schermen: een digitaal instrumentenpaneel van 12,3 duim achter het stuur, een minischerm van 5,3 duim voor de klimaatregeling (dat niet goed zichtbaar is omdat het deels achter het stuur zit) en een centraal scherm van 12,3 duim voor het multimediasysteem.Dat multimediasysteem is helemaal bij de tijd, met draadloze Apple CarPlay en Android Auto, een inductielader, wifi-hotspot en spraakbediening met ondersteuning van artificiële intelligentie. Je smartphone kan desgewenst ook als sleutel dienen.Hoe zit het achterin?Achterin is de sfeer nog donkerder door de hoge gordellijn en de forse voorzetels, die het zicht naar voren beperken. Kortom, passagiers op de tweede rij voelen zich wat opgesloten, vooral kleine kinderen.Aan ruimte ontbreekt het hen echter niet: de beenruimte (identiek aan die van de K4-berline) is royaal. Standaard zijn er ook twee USB-C-aansluitingen om mobiele toestellen op te laden. Maar zoals altijd is de middelste zitplaats smaller dan de buitenste en dus weinig comfortabel voor een volwassene.Koffer levert licht inDe K4 berline en break hebben dezelfde wielbasis (de afstand tussen de voor- en achterwielen) en dus dezelfde beenruimte achterin, maar de break is achteraan 30 cm langer. Dat komt de kofferruimte ten goede.Met de achterbank rechtop krijg je hier een volume van 604 liter: royaal, maar geen record. Verschillende concurrenten doen beter (Seat Leon Break, Volkswagen Golf Variant), in het bijzonder de Skoda Octavia Combi (640 liter). De koffer van deze K4 break is bovendien kleiner dan die van de vroegere Ceed Sportswagon met alleen een verbrandingsmotor (625 liter)...En dan hebben we het hier nog over de K4-versies die puur op benzine rijden: bij de 1.0 T-GDi-mildhybrides (MHEV) zakt het koffervolume tot slechts 482 liter, omdat de batterij van het systeem onder de vloer zit.De laadruimte van deze Kia-break is wel goed ingedeeld en dus praktisch. We waarderen de lage laaddrempel die mooi aansluit op de vloer, net als de goede lengte en hoogte van de laadruimte. Deze Sportswagon heeft bovendien vijf afgescheiden opbergvakken onder de vloer, vier bevestigingsogen en twee tassenhaken. Verder zijn er een 12V-aansluiting, een oprolbare bagageafdekking en mooi met tapijt afgewerkte zijwanden. Op de hogere uitrustingsniveaus krijg je ook een elektrisch bediende achterklep die handsfree opent met een voetbeweging onder de bumper.Jammer is echter dat er vanuit de koffer geen hendel is om de achterbank neer te klappen. De rugleuning is in twee delen neerklapbaar (60/40) en heeft ook een skiluik in het midden. Met de achterste rugleuningen neergeklapt ontstaat een mooi vlakke laadvloer en een maximaal volume van 1.439 liter (of 1.317 liter voor de mildhybrides). Benzine of mildhybrideGeen volledig elektrische versie voor deze K4 en evenmin een plug-inhybride of diesel: alleen benzine. Tegen het einde van het jaar staat wel een zelfopladende hybride (HEV) gepland.Aan de basis staat de bekende 1.0-turbodriecilinder van de Hyundai/Kia-groep, hier goed voor 115 pk en verkrijgbaar met of zonder milde hybridetechniek (een kleine elektromotor ondersteunt de verbrandingsmotor bij het accelereren). Die 48V-mildhybridetechniek lijkt ons weinig interessant: ze levert geen extra prestaties op, verlaagt het officiële benzineverbruik amper (-0,2 l/100 km), maar knabbelt wel stevig aan de kofferruimte (-122 liter). Helaas is die milde hybridetechniek verplicht vanaf het tweede uitrustingsniveau en als je een automaat wilt...We raden daarom eerder de 1.6 T-GDI-viercilinders aan. Die doen het zonder milde hybridetechniek, leveren 150 of 180 pk en krijgen standaard een gerobotiseerde zeventrapsautomaat met dubbele koppeling.En achter het stuur?Voor deze test reden we met een 1.6 T-GDI van 150 pk in GT-Line-uitvoering. Eerst valt de grote pook van de automaat (een gerobotiseerde zeventrapsbak met dubbele koppeling) op, midden op de centrale console. Dat oogt ouderwets en neemt de plaats in van een opbergvak op de console.Onderweg reageert de gerobotiseerde versnellingsbak niet erg alert en is hij vrij traag, zelfs wanneer je via de schakelpeddels aan het stuur van versnelling wisselt. Ook de 1.6 met 150 pk maakt weinig indruk: hij klimt heel lineair in de toeren en ondanks het stevige koppel (250 Nm) zijn de prestaties naar huidige maatstaven vrij gewoontjes.De wegligging geeft vertrouwen, maar is niet bepaald scherp (en minder wendbaar dan die van de veel kortere berline): het onderstel is doeltreffend (met een multilinkachteras), maar de soepele ophanging veroorzaakt koetswerkbewegingen die niet uitnodigen om het tempo op te voeren. Het comfort is daarentegen bijzonder verzorgd: deze Kia-break verteert putten en oneffenheden zonder morren. Deze auto past goed bij een rustige rijstijl met het gezin.Prijs en verbruik van de Kia K4 Sportswagon?De K4 break kost afhankelijk van de uitvoering 1.900 tot 2.300 euro meer dan de gelijknamige berline. De prijzen van deze Sportswagon lopen van 29.490 euro voor de 1.0 turbo met 115 pk en handgeschakelde versnellingsbak en een matig uitgeruste basisversie tot 40.790 euro voor de topversie met 180 pk. De tussenversie met de 1.6 van 150 pk en automaat kost minstens 37.990 euro (dan krijg je het derde uitrustingsniveau, Pace, dat goed uitgerust is). De prijzen lopen dus snel op, maar liggen in lijn met het gemiddelde in dit segment. Een vergelijkbare Skoda Octavia Combi is zelfs duurder. En zoals altijd bij Kia krijg je hier een garantie van zeven jaar of 150.000 km.Als verbruik noteerden we bij rustig rijden gemiddeld 6,9 l/100 km, maar zodra je het tempo wat opdrijft, stijgt de dorst snel tot ongeveer 8 l/100 km. Veelrijders die zuinig willen rijden, raden we aan te wachten op de komst van de zelfopladende hybrideversie.ConclusieCompacte breaks worden steeds zeldzamer en die van Kia is het ontdekken waard. Eerst en vooral door zijn eigenzinnige stijl, maar ook door zijn praktische kanten en rijcomfort. Jammer dat de combinaties van motor en versnellingsbak wat achterophinken. We hopen dat de toekomstige zelfopladende hybride zachter en zuiniger is, al zal zijn koffer ook kleiner zijn dan die van de niet-gehybridiseerde versies.De Kia K4 Sportswagon 1.6 T-GDi 150 in cijfersMotor: viercilinder-in-lijn, benzine, turbo, 1.598 cm³, 150 pk/110 kW van 4.500 tot 6.000 tr/min, 250 Nm van 1.500 tot 4.000 tr/minTransmissie: voorwielaandrijvingVersnellingsbak: gerobotiseerde zeventrapsbak met dubbele koppelingL/b/h (mm): 4.695/1.850/1.435Leeggewicht (kg): 1.525 tot 1.623Koffervolume (l): 604 tot 1.4390 tot 100 km/u (sec): 8,7Topsnelheid (km/u): 205Verbruik (WLTP, l/100 km): 7,1CO₂: 161 g/kmPrijs: vanaf 37.990 euro incl. btwBIV: Wallonië: 1.150,78 euro, Brussel: 1.112,01 euro, Vlaanderen: 1.345,50 euroVerkeersbelasting: Wallonië en Brussel: 373,16 euro, Vlaanderen: 330,51 euro

door Olivier Maloteaux
Opinies
Bart Van Craeynest
Pieter Cleppe
Nicolas Bearelle
Bart Van Craeynest
Meer Opinies

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.