Goedkoop, van goede komaf, maar hoekig: kan de mini-BYD Europa verleiden?

 door Gocar.be - David Leclercq
gepubliceerd op om

De essentie

‱           BYD werkt voor Europa aan een elektrische stadsauto die is afgeleid van zijn Japanse kei car Racco. Hij moet onder meer de Renault Twingo E-Tech bekampen in het heroplevende A-segment.

‱           De auto neemt de batterijtechnologie X-Pack en de hoekige vormgeving van de Racco over.

‱           Japanse mini-auto's die eerder hun kans waagden in Europa, van het duo Wagon R+/Agila tot de Nissan Cube, botsten telkens op hetzelfde probleem: een design dat Europese kopers te onaantrekkelijk vonden om ervoor te betalen.

We hoeven er geen doekjes om te winden: BYD bevindt zich nog altijd in een sterke positie. Na de Dolphin Surf en Dolphin G, allebei ontwikkeld met Europa in gedachten, werkt de Chinese constructeur nu een segment lager aan een ultracompacte stadsauto, geĂŻnspireerd op de Racco, een elektrische kei car die uitsluitend voor Japan bestemd is.

Het doel is duidelijk: de Renault Twingo E-Tech het vuur aan de schenen leggen in het A-segment en, ruimer bekeken, de markt van piepkleine stadsauto's nieuw leven inblazen. Die categorie was enkele jaren geleden zo goed als verdwenen.

De BYD zou worden gebouwd in de fabriek van Szeged in Hongarije, de eerste fabriek van de groep op Europese bodem. Dat zou vanaf 2028 of 2029 gebeuren. Logisch, want wie in Europa produceert, ontsnapt aan invoerheffingen en komt in aanmerking voor Europese voordelen.

Alles onder de vloer

Zoals wel vaker wil BYD ook met dit model uitpakken op technisch vlak. Een belangrijke rol is weggelegd voor de batterijmodule X-Pack, waarbij een deel van de elektrische componenten, zoals de omvormers, rechtstreeks in het geheel wordt geĂŻntegreerd. Bij de meeste auto's zitten die nog onder de motorkap.

Dat levert vooraan kostbare ruimte op, zeker wanneer je vier personen wilt onderbrengen in een auto van amper 3,40 meter lang. In de Racco is er plaats voor een batterij tot 36 kWh, goed voor 320 kilometer rijbereik en snelladen tot 100 kW. Dat zijn prestaties die ruim boven het gemiddelde van deze klasse liggen.

Toch vindt BYD het warm water niet opnieuw uit, want een vlakke batterij die in het chassis is geĂŻntegreerd, is vandaag al de norm. Het innovatieve zit vooral in de manier waarop BYD er meer weet uit te halen dan zijn concurrenten.

Het Europese model wordt overigens niet simpelweg de Racco zoals die in Japan wordt verkocht. Die auto is immers ontwikkeld volgens de specifieke Japanse voorschriften. Hij is te smal en tegelijk te kort om te voldoen aan de eisen van Euro NCAP, die voldoende kreukelzones vooraan vereisen om een botsing op te vangen.

BYD zou het model daarom langer maken dan de oorspronkelijke 3,40 meter, zonder meteen naar de 3,99 meter van de Dolphin Surf te gaan. Eén element zou volgens bronnen dicht bij het dossier, ondanks die aanpassingen, behouden blijven: het hoekige uiterlijk. En precies daar kan het schoentje beginnen te wringen.

Europees kerkhof

De geschiedenis van Japanse mini-auto's in Europa is er eentje van veel pogingen en weinig blijvers. Misschien doet BYD er goed aan om dat in het achterhoofd te houden.

Zo hadden we de Suzuki Wagon R, die later zijn technische basis deelde met de Opel Agila. Praktisch en goedkoop waren ze zeker, en met 119.000 verkochte exemplaren kenden beide auto's zelfs meer dan alleen een bescheiden succes. Dat ondanks een minder overtuigende wegligging buiten de stad en een eenvoudige afwerking.

Maar dat was eerder de uitzondering. Andere pogingen, zoals de Nissan Cube en Daihatsu Materia, verdwenen al snel weer van de markt door tegenvallende verkoopcijfers. En telkens klonk min of meer hetzelfde verdict: te lelijk.

De echte rekensom

Waarom zou BYD zo'n kleine auto eigenlijk in Hongarije bouwen in plaats van hem gewoon uit China te importeren? Het antwoord zit in de naam M1E, de code voor een toekomstige Europese categorie die vanaf 2027 wordt verwacht en betrekking heeft op kleine elektrische auto's van minder dan 4,2 meter die binnen de Europese Unie worden gebouwd.

Productie in Szeged zou BYD toegang geven tot die categorie. Daarbij zou elke in de EU gebouwde elektrische auto voor factor 1,3 meetellen bij de berekening van de gemiddelde uitstoot van een constructeur. Dat komt neer op een bonus van 30% voor de CO2-doelstellingen. Ook de prijs moet aantrekkelijk genoeg worden om particulieren eindelijk massaal voor elektrisch rijden te winnen. Constructeurs mikken op ongeveer 15.000 euro, een bedrag dat Dacia ook voor ogen heeft met zijn Hipster. Een prijsniveau dat BYD zonder al te veel moeite zou moeten kunnen halen. Geld is nooit het grote probleem geweest van de Chinese gigant.

Technisch heeft BYD zijn zaakjes dus voor elkaar. Zijn stadsauto wordt groot genoeg, ruim genoeg en beschikt over de juiste technologie. Maar een sterk industrieel dossier alleen verkoopt nog geen auto's. Smaak kun je nu eenmaal niet in een fabriek produceren. Als de kleine BYD het gedrongen, hoekige silhouet van de Racco behoudt, vraagt het merk de Europese koper om precies dat te omarmen waar die al dertig jaar zijn neus voor ophaalt: een praktische doos op wielen, maar zonder veel charme.

Dat maakt de gok riskant. Terwijl BYD zijn microstadsauto verder verfijnt, loopt het segment immers opnieuw vol met elektrische modellen die wél veel aandacht besteden aan hun uiterlijk. Denk maar aan de Twingo, die zonder schroom opnieuw inspeelt op de charme van zijn illustere voorganger. Chinese technologie kan wonderen verrichten. Nu moet BYD nog bewijzen dat het ook een auto kan tekenen waar je graag naar kijkt. En die je vervolgens ook wilt kopen.

Meer
© Gocar

Renault Scénic E-Tech (2026): meer rijbereik en sneller laden

De essentieDe Renault Scénic E-Tech krijgt twee nieuwe batterijen, met een theoretisch rijbereik van respectievelijk 467 en 642 km.Beide batterijen worden voortaan gekoppeld aan de motor van 220 pk en maken sneller DC-laden mogelijk.De prijzen beginnen bij 41.900 euro voor de kleine batterij en bij 47.200 euro voor de Long Range.De huidige Scénic is niet langer de monovolume van weleer. En hij rookt ook niet meer: hij is veranderd in een volledig elektrische cross-over. Deze Scénic van de vijfde generatie werd in 2024 gelanceerd en krijgt nu enkele updates, onder andere voor meer rijbereik en comfort.220 pk en twee nieuwe batterijenDe grootste verandering van deze update is de komst van twee nieuwe batterijen. In de basisversie maakt de oude NMC-batterij (nikkel-mangaan-kobalt) van 60 kWh plaats voor een lithium-ijzerfosfaatbatterij (LFP, een goedkopere technologie met een lagere energiedichtheid dan NMC-cellen) van 67 kWh, goed voor een theoretisch rijbereik van 467 km.Deze batterij, overgenomen van de gefacelifte Mégane, heeft een cell-to-pack-architectuur (zonder module, om het volume te verkleinen en zo de energiedichtheid te verbeteren) en laadt met gelijkstroom (DC) ook sneller dan de oude, dankzij een piekvermogen tot 165 kW. Volgens de constructeur duurt het 24 minuten om te laden van 15 tot 80%.In de Long Range krijgt de Scénic voortaan een NMC-batterij van 89 kWh (tegenover 87 kWh voordien), goed voor een WLTP-rijbereik tot 642 km. Ook DC-laden gaat sneller, met een piekvermogen van 150 kW en 28 minuten om van 15 tot 80% te laden.Beide batterijen worden voortaan gekoppeld aan de motor met 220 pk/300 Nm (de motor met 170 pk verdwijnt uit het gamma). Renault zegt bovendien de afstelling van de actieve snelheidsregelaar en de elektronische rijhulpsystemen verfijnd te hebben, om het semiautomatisch rijden verder te verbeteren.Google GeminiDe Scénic is verkrijgbaar in zeven koetswerkkleuren, waaronder twee nieuwe: gesatineerd leisteenblauw en exo galaxy-grijs. Er zijn ook nieuwe velgen beschikbaar. Binnenin vinden we nieuwe gerecycleerde materialen en de basisuitvoering Techno krijgt ook een hertekende achterbank en voorzetels die naar verluidt comfortabeler zijn.De Scénic behoudt zijn multimediasysteem met geïntegreerde Google-diensten. De routeplanner via Google Maps krijgt nieuwe opties, zoals de keuze van het laadnetwerk, het vermogen van de laadpalen of de betaalmethode.Het multimediasysteem krijgt ook Gemini, de assistent van Google op basis van artificiële intelligentie, die als alternatief voor Google Assistant wordt aangeboden. De klant kan kiezen. De Scénic krijgt eveneens een nieuwe geventileerde draadloze smartphonelader.De prijzen beginnen bij 41.900 euro voor de Scénic met kleine batterij en bij 47.200 euro voor de Long Range.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Oldtimer van de week: de MG F, welkom in de club vanaf 3.000 euro!

De essentieDe MG F is het enige productiemodel met middenmotor uit de hele geschiedenis van MG.Tussen 1995 en 2002 werden 77.269 exemplaren gebouwd. Toch vind je vandaag nog auto's voor minder dan 4.000 euro!De eerste exemplaren komen in BelgiĂ« inmiddels in aanmerking voor een O-plaat.Het is altijd hetzelfde verhaal: we krijgen regelmatig de vraag welke leuke en speelse kleine cabrio je moet kopen om tijdens het weekend van mooi weer te genieten. Het antwoord is dan vaak de Mazda MX-5. Alleen is er een probleem: doordat we die uitstekende Japanner zo vaak aanraden, is zijn prijs flink gestegen. Gelukkig bestaan er nog alternatieven. En de MG F is zeker niet de minst interessante!15 jaar stilteWanneer de MGB in 1980 uit productie gaat en de fabriek in Abingdon sluit, vervelt MG vooral tot een sportief label op modellen als de Metro, Maestro en Montego. Goed, er was nog de zeldzame RV8, maar die probeerde vooral nostalgie op te wekken met oude ingrediĂ«nten. Kortom: er was dringend iets nieuws nodig!En om echt met iets nieuws te komen, bedachten de Britse ingenieurs een behoorlijk verrassend project, met onder meer een middenmotor achter de inzittenden. Dat was een radicale breuk met de tradities van het merk.De MG F wordt op 8 maart 1995 voorgesteld, maar intussen heeft er achter de schermen een grote verandering plaatsgevonden: BMW heeft Rover overgenomen. De Engelse roadster wordt dus onder Duitse vlag geboren ...Bekende motor
De motor achter de inzittenden mag dan ongewoon zijn voor trouwe MG-fans, de rest is een stuk conventioneler en komt grotendeels uit de onderdelenrekken van de groep. MG had nu eenmaal niet de middelen om volledig vanaf nul te beginnen.De motor is dan ook de bekende K-Series van de groep, een 1,8 liter-viercilinder met 120 pk. Voor de ophanging koos MG voor Hydragas, een hydropneumatisch systeem met vloeistof en gas waarbij de voor- en achterwielen aan elke zijde met elkaar verbonden zijn. Een typisch Britse eigenaardigheid die eerder al te zien was op de Austin Allegro en Metro.Iets te braaf?De 120 pk van de basisversie zullen sportieve bestuurders niet meteen kippenvel bezorgen, maar MG haalt al snel zwaarder geschut boven. Niet door extra cilinders of meer cilinderinhoud toe te voegen, maar door de viercilinder met variabele kleptiming onder handen te nemen.Zo stijgt het vermogen tot 145 pk in de VVC, die kort daarna verschijnt. En dat blijkt nog maar het voorgerecht, want in 2001 komt de Trophy 160 met 160 pk. Die sprint in 7,6 seconden van 0 naar 100 km/u.Commercieel is de MG F een schot in de roos. Hij wordt de bestverkochte roadster van het Verenigd Koninkrijk en houdt die positie zes jaar lang vast! In 2002 wordt hij opgevolgd door de TF, die er vrij gelijkaardig uitziet, maar technisch behoorlijk verschilt.Onderweg: een aangename verrassing!Natuurlijk zijn het diepe gebrom en de rillingen van een MGB niet van de partij, maar de MG F was voor zijn tijd een uitstekende roadster. Dankzij de Hydragas-ophanging is hij verrassend comfortabel, terwijl hij ook een bijzonder goede wegligging en balans biedt. Afhankelijk van de uitvoering kan het interieur bovendien nog rijkelijk voorzien zijn van leder en hout.De basisversie volstaat ruimschoots, maar de 145 pk sterke VVC voegt net dat beetje extra pit toe. De Trophy 160 gaat nog een stap verder, al is de meerprijs niet noodzakelijk de moeite waard.Waarop letten bij aankoop?Je zat erop te wachten en kijk, daar is de beruchte koppakking van de K-Series-motor. Het is een goed gedocumenteerd probleem, dat onder meer verband houdt met het ontwerp van het koelsysteem en de plaatsing van de thermostaat.Specialisten hebben oplossingen ontwikkeld, maar de mechaniek is moeilijk bereikbaar, waardoor de rekening snel kan oplopen. Controleer het koelsysteem dus grondig, zoek naar verdachte sporen in de olie of het expansievat en kies bij voorkeur een exemplaar met een duidelijke onderhoudshistoriek.Een tweede aandachtspunt zijn de Hydragas-bollen, die door de jaren heen stikstof kunnen verliezen. Ze moeten dan opnieuw op druk worden gebracht of gereviseerd. Een MG F die bijna over de grond sleept, is dus niet noodzakelijk ‘verlaagd’: het systeem kan gewoon druk verloren hebben! Zoek bovendien vooraf uit welke garagist nog weet hoe hij het Hydragas-systeem correct moet onderhouden.Controleer ten slotte zorgvuldig op roest en kijk of de softtop nog goed waterdicht is. De MG F is weliswaar beter tegen corrosie beschermd dan de MGB, maar ook hij kan door strooizout zijn aangetast.En dan moeten we het natuurlijk over de prijs hebben. Daar komt het sterkste argument van de MG F naar boven! Op de Belgische markt vind je nog exemplaren voor ongeveer 3.000 tot 4.000 euro, terwijl de mooiste auto's en gegeerde uitvoeringen boven 10.000 euro kunnen uitkomen.Dat is ronduit goedkoop! Profiteer ervan zolang het nog kan. De meeste concurrenten zijn inmiddels een pak duurder.Zouden wij ervoor vallen?Ja, want dit is momenteel echt een slimme aankoop! Een stijlvolle, sportieve tweezitsroadster die bovendien comfortabel is Ă©n de hand op de knip houdt: het zou bijna zonde zijn om hem te laten staan.Helemaal probleemloos is de MG F natuurlijk niet, maar zijn zwakke punten zijn ondertussen goed gedocumenteerd. Doe dus vooraf je huiswerk en ga ervoor: je hebt onze zegen!Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette
© Gocar

Renault-manager moet als nieuwe baas Fiat uit het slop trekken

De essentieStellantis haalt Renault-marketingbaas Arnaud Belloni binnen als nieuwe CEO van Fiat, Abarth en Lancia Ă©n marketingchef voor Europa, waar het concern marktaandeel kwijtspeelt en verlieslatend is.Vooral Fiat heeft dringend herstel nodig: het merk verloor zelfs in ItaliĂ« zijn marktleiderschap en valt in BelgiĂ« buiten de top twintig, terwijl Stellantis sinds 2021 ruim zes procentpunten Europees marktaandeel prijsgaf.Belloni krijgt via het Fastlane 2030-plan meer middelen en nieuwe modellen om Fiat te herstellen, maar zijn succesvolle retrostrategie bij Renault laat zich moeilijk kopiĂ«ren nu de Fiat 500-formule grotendeels is uitgespeeld.Belloni (53) begint volgende week al als CEO van Fiat, Abarth en Lancia, en gelijktijdig als chief marketing officer van Stellantis Europa. Hij volgt daarmee Olivier François op, de Fransman die al vijftien jaar de touwtjes bij Fiat vasthield en als een van de laatste grote persoonlijkheden van de branche gold. François verdwijnt niet helemaal. Hij wordt "strategisch adviseur", maar zo’n post is eigenlijk een stoel aan de uitgangsdeur. Bij Renault was Belloni sinds 2020 wereldwijd marketingbaas en drie jaar later werd hij ook chief branding officer voor alle merken. Onder zijn vleugels lanceerde Renault de succesvolle retro-EV's Twingo E-Tech, R5 E-Tech en R4 E-Tech, modellen die het Franse merk een jonger, hipper imago gaven. Eerder, bij CitroĂ«n, was hij de drijvende kracht achter de onconventionele Ami. Saillant detail: voor Renault, werkte Belloni bij het toenmalige Fiat-Chrysler. Hij kent de Franse en Italiaanse merken dus als zijn broekzak.Slagveld EuropaMaar de nieuwe baas krijgt niet veel tijd om te acclimatiseren. Stellantis zit in Europa in zwaar weer. In het tweede kwartaal van 2026 boekte de regio een verlies van 94 miljoen euro, terwijl alle andere regio's winst maakten. Het marktaandeel in Europa is gekelderd naar 15,3 procent in de eerste helft van 2026 (vijf jaar geleden bedroeg het nog 21,7 procent). Deze daling van 6,4 procentpunten is de grootste van elke gevestigde autofabrikant in de regio en benadrukt hoe nijpend de situatie geworden is.Fiat is het zichtbaarste slachtoffer geworden. Zelfs in ItaliĂ«, het thuisland, staat het merk niet meer op de eerste plaats van de verlanglijstjes van kopers van nieuwe wagens. Toyota en Volkswagen doen het daar momenteel beter. Ook in BelgiĂ« kraakt het en valt het merk dit jaar net buiten de top twintig.Marketing is niet genoegDe vraag is of de dubbelrol van de nieuwe baas, als operationeel en marketingverantwoordelijke, daar iets aan kan veranderen. Stellantis-topman Antonio Filosa weet dat marketing alleen het tij niet keert. Onder het Fastlane 2030-plan, dat in mei werd ontvouwd, krijgen Peugeot en Fiat daarom de status van globale merken en samen met Jeep, Ram en Pro One 70 procent van alle nieuwe-modelinvesteringen. Daarin moeten mogelijkheden schuilen om Fiat opnieuw aan een groter en aantrekkelijker gamma te helpen. De benoeming van Belloni past in een bredere operatie om de leiding in Europa op te schonen. Xavier Peugeot, lid van de oprichtersfamilie van het gelijknamige merk en tot voor kort CEO van DS Automobiles, wordt hoofd van Jeep Europa, een nieuw geschapen functie. Xavier Chardon, de huidige baas van CitroĂ«n, krijgt er de leiding over DS bij. Roberta Zerbi, tot voor kort Lancia-topvrouw, spitst zich toe op de "customer journey" en het dealernetwerk.Voor de Europese franchisedealers, waarvan er in BelgiĂ« al meerdere zwarte sneeuw zien door het mislukte agentschapsmodel en softwareproblemen, kan de komst van Belloni hoop bieden. Als marketingbaas voor het continent kan hij met nieuwe modellen een hopelijk duidelijker verhaal naar de klant vertellen. Maar of hij zijn Renault-successen bij Fiat kan herhalen, blijft twijfelachtig. Bij het Franse merk kon hij in het verleden duiken om bij kopers de juiste snaar te raken; bij Fiat is dat trucje met de 500 stilaan uitgespeeld. Of heeft hij nog een verrassing in zijn mouw zitten?

door Piet Andries
© Gocar

Waarom wordt een tweedehandswagen kopen in Vlaanderen riskanter in 2027?

De essentie:·      Vlaanderen schrapt vanaf 1 januari 2027 de verplichte technische keuring bij de verkoop tussen particulieren, behalve voor ingevoerde voertuigen.·      Wallonië en Brussel behouden die verplichting, waardoor voor dezelfde auto die aan dezelfde koper verkocht wordt, andere regels zullen gelden naargelang het gewest waar de verkoper woont.·      Zonder keuring verschuift het risico naar de koper.Al bijna twintig jaar verandert geen enkele tweedehandswagen in België van eigenaar zonder een verplichte passage langs de technische keuring om zijn staat te controleren. Maar Vlaanderen staat op het punt met die gewoonte te breken. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) herhaalde het wel voor het Vlaams Parlement: de keuring wordt niet afgeschaft, alleen de verplichting bij doorverkoop. Een subtiel verschil.Een auto wordt niet plots gevaarlijk alleen omdat de naam op het inschrijvingsbewijs verandert. Dat is het argument van de minister. Vanaf 1 januari 2027 kan een tweedehandswagen in Vlaanderen dus van eigenaar veranderen zonder eerst langs de keuring te passeren. Alleen ingevoerde voertuigen moeten nog gekeurd worden. Het is een volgende stap in de grote versoepeling van de technische keuring, die op 1 september 2026 begon met langere intervallen tussen de keuringen en langere hersteltermijnen. Twee gewesten, twee systemenVoortaan volstaat het om de taalgrens over te steken om onder andere regels te vallen. In Wallonië en Brussel blijft de verplichting bestaan: wie verkoopt, moet zijn auto vóór de overdracht aanbieden voor de tweedehandskeuring. Die controle is trouwens grondiger dan de periodieke keuring. De Vlaamse verkoper hoeft binnenkort niet meer langs de keuring en ontsnapt daarmee ook aan eventuele herstellingen die het keuringscentrum zou eisen om een groen keuringsbewijs af te leveren. Dezelfde transactie dus, maar twee verschillende behandelingen.Het risico verschuiftDe logica is hoe dan ook onverbiddelijk: wat de verkoper bespaart, zal iemand anders betalen. De hervorming ontneemt de koper dus een controle die tot nu toe gegarandeerd was. Mogelijke verborgen gebreken, slijtage die je met het blote oog niet ziet of eventuele mechanische defecten worden voortaan dus zijn probleem.De Car-Pass is weliswaar verplicht en betrouwbaar, maar vermeldt alleen de werkelijke kilometerstand. Hij zegt niets over de staat van de remmen, roestplekken of de stuurinrichting. Door de verplichte tweedehandskeuring te schrappen, stappen we dus af van een preventieve logica, waarbij het probleem vóór de verkoop werd uitgesloten, en gaan we naar een repressieve aanpak: achteraf verhaal halen, procedures wegens verborgen gebreken en een beroep doen op de garantie. Vlaamse juristen hebben al aan de alarmbel getrokken, want in deze nieuwe realiteit wordt het voor de koper moeilijker om zijn rechten af te dwingen.Die vrijheid om een auto bij doorverkoop al dan niet technisch te laten keuren, geldt zowel voor particulieren als voor professionals. Ook de professional is daar niet langer toe verplicht, maar blijft wel gebonden aan de wettelijke garantie van twaalf maanden. Toch heeft hij er alle belang bij om zijn tweedehandswagens vrijwillig te laten keuren. Wie dat nog altijd doet, geeft zijn koper namelijk een duidelijk commercieel signaal: mijn auto heeft niets te verbergen. Omgekeerd zaait een verkoper die de keuring overslaat twijfel, zelfs zonder slechte bedoelingen, en kan dat in zijn nadeel spelen. Het systeem wilde de verkoper ontlasten, maar ondermijnt tegelijk het vertrouwen van de koper. Het is maar de vraag of de sector daar beter van wordt.

door David Leclercq
© Gocar

Tesla Model 3 krijgt meer rijbereik dankzij
 Aziatische banden

De essentie:De instapversie van de Model 3 haalt een rijbereik tot 572 km, bijna 40 km meer dan voordien.Die winst is te danken aan aerodynamischere velgen en vooral aan nieuwe banden van het Indonesische merk Giti met een zeer lage rolweerstand.Deze verbeteringen maken de verhouding tussen prijs, prestaties en rijbereik van de Model 3 nog aantrekkelijker.De Tesla Model 3 werd in 2019 in Europa gelanceerd en is dus niet meer piepjong, maar hij houdt goed stand en behoort nog altijd tot de bestverkochte modellen in zijn categorie. Voor het najaar van 2026 krijgt hij enkele heel eenvoudige aanpassingen die hem opnieuw extra rijbereik opleveren.Bijna 40 km extra rijbereikVoor de Model 3 met achterwielaandrijving, de instapversie van het gamma, kondigt Tesla voortaan een officieel rijbereik van 572 km aan, tegenover 534 km vroeger. Dat is bijna 40 km extra. De constructeur geeft een gemiddeld WLTP-verbruik op van slechts 12,2 kWh/100 km, tegenover 13 kWh voordien.Om dat voor elkaar te krijgen, is er geen nieuwe batterij of hoogstaande technologische evolutie nodig. Tesla monteert gewoon nieuwe, aerodynamischere 18-duimsvelgen en nieuwe banden met een zeer lage rolweerstand. Het gaat in dit geval om banden van het Indonesische merk Giti.Hopelijk gaat die lagere rolweerstand niet ten koste van de grip in bochten en op een nat wegdek
 Tesla belooft van niet en verzekert dat deze nieuwe banden een uitstekende wegligging bieden. Dat valt nog te bezien. Uitstekende verhouding tussen prijs en rijbereikDeze update maakt de al bijzonder interessante verhouding tussen prijs, prestaties en rijbereik van de Amerikaanse elektrische berline nog aantrekkelijker. Het is bovendien goed nieuws voor klanten die al een Model 3 bezitten, want ook zij kunnen deze nieuwe banden monteren en zo het rijbereik van hun auto vergroten.Ter herinnering: de basisversie van de Tesla Model 3 met achterwielaandrijving en kleine batterij kost minstens 36.990 euro. Hij presteert al bijzonder goed (naar schatting 286 pk en van 0 naar 100 km/u in 6,2 seconden), is rijkelijk uitgerust en beschikt over snelle DC-laadmogelijkheden. Daarmee kan hij aan de Superchargers van het merk in theorie in 15 minuten tot 286 km rijbereik recupereren.Tot 750 km rijbereikBoven de eerder vermelde instapversie met achterwielaandrijving blijft de Model 3 verkrijgbaar als Premium Long Range met achterwielaandrijving (45.990 euro, opgegeven rijbereik van 750 km), Premium Long Range met vierwielaandrijving (50.990 euro, 660 km rijbereik) en Performance met vierwielaandrijving (58.490 euro, 571 km rijbereik).

door Olivier Maloteaux
© Gocar

106 auto's en 7 motorfietsen: ongelooflijke collectie van Belgische bingokoning wordt geveild!

De essentie106 auto's en 7 motorfietsen van de Belgische ondernemer Willy Michiels worden online geveild. De meeste kavels worden zonder minimumprijs aangeboden.Een Mercedes-Benz 300 SL Roadster, een monsterlijke G 650 Landaulet, CitroĂ«ns, Rolls-Royces en zelfs auto's die op minder dan 1.000 euro worden geschat: RM Sotheby’s veilt de volledige collectie van Willy Michiels. En het strafste? Bijna alles moet weg!RM Sotheby’s waarschuwt dat de voertuigen in hun huidige staat worden aangeboden, na een lange periode van stilstand.Van jukeboxen tot MercedessenWilly Michiels: misschien klinkt die naam je bekend in de oren, want zijn nalatenschap haalde de voorbije jaren meermaals het nieuws. Willy Michiels werd geboren in 1937 en begon zijn carriĂšre met het plaatsen van jukeboxen in cafĂ©s in Oost-Vlaanderen. Daarna volgden jackpots, bingo, een kredietorganisatie voor cafĂ©houders en uiteindelijk Napoleon Games. Zijn bijnaam zou hem nooit meer loslaten: ‘bingokoning’.Tussendoor schopte hij het zelfs tot burgemeester van Haaltert. Op 5 juni 2020 overleed Willy Michiels op 82-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beroerte. Daarna barstte een erfenisstrijd los tussen de erfgenamen 
 Vandaag lijkt die situatie uitgeklaard en worden de schatten van Willy Michiels aan het grote publiek onthuld.En naast zijn vele andere passies was Michiels gek op auto's, en dan vooral op oldtimers.28 merken, bijna een eeuw autogeschiedenisDe catalogus overspant bijna honderd jaar autogeschiedenis en telt maar liefst 28 verschillende merken. EĂ©n cijfer springt meteen in het oog: 43 Mercedes-Benz-modellen. De rest vormt een heerlijk bont allegaartje, met onder meer 9 CitroĂ«ns, 7 Rolls-Royces en 5 Porsches.DĂ© blikvanger is een Mercedes-Benz 300 SL Roadster uit 1962, geschat op 900.000 tot 1,2 miljoen euro. Het gaat dan ook om een bijzonder gegeerde uitvoering met aluminium motorblok en schijfremmen. Vlak daarachter volgt de Mercedes-Maybach G 650 Landaulet uit 2018. Van dit model werden slechts 99 exemplaren gebouwd en de geschatte waarde bedraagt 600.000 tot 700.000 euro.Dat zijn de absolute topstukken. Maar naast enkele relatief moderne sportwagens, zoals een Mercedes-Benz SLR McLaren Roadster, SLS AMG en SL 65 AMG, bevat de collectie nog heel wat zorgvuldig gekozen pareltjes. Denk aan een zesdeurs Mercedes-Benz 600 Pullman uit 1970, een Rolls-Royce Phantom uit 1929, een Morgan Plus 4 uit 1966, een Ford Thunderbird uit 1956 en enkele Porsche 911 Turbo's.Van 800 euro tot bijna een miljoen!En misschien is dat nog het meest verrassende aan deze collectie: er staat lang niet alleen fines fleurs met prijskaartjes van zes cijfers. Er zijn zelfs voertuigen waarvan de laagste schatting amper 800 euro bedraagt.Goed om te weten: de veiling vindt volledig online plaats, van 8 tot en met 15 september 2026. Tussendoor krijg je slechts één weekend de gelegenheid om de auto's in het echt te bekijken: op zaterdag 12 en zondag 13 september, telkens van 10 tot 17 uur, aan de Affligemdreef 195, 9310 Aalst. Let wel: de kijkdagen zijn uitsluitend toegankelijk voor geregistreerde bieders.Heb je interesse in een van de modellen, dan raden we sterk aan om het voertuig vooraf grondig te inspecteren. RM Sotheby’s benadrukt namelijk dat de meeste exemplaren jarenlang in een hangar hebben postgevat zonder een meter te hebben gereden, met alle mogelijke gevolgen voor het opnieuw rijklaar maken van dien.Nog een belangrijk detail: boven op het geboden bedrag komen bijkomende kosten. De koperspremie bedraagt 15% tot 200.000 euro en 12,5% op het gedeelte daarboven, telkens vermeerderd met de toepasselijke btw.Ontdek je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette

Hybrides: gevaarlijker voor zwakke weggebruikers dan elektrisch?

De essentieBij 42 procent van de Belgische letselongevallen met geĂ«lektrificeerde auto’s raakt een voetganger of fietser gewond, tegenover 27 procent voor het volledige wagenpark.VIAS stelt vast dat elektrische auto’s vanaf 20 km/u goed hoorbaar zijn, terwijl plug-inhybrides het minst worden opgemerkt.VIAS wil strengere Europese geluidsnormen, maar Febiac wijst op automatische noodremsystemen als extra bescherming.Bij 42 procent van de letselongevallen met een geĂ«lektrificeerde wagen raakt een voetganger of fietser gewond, terwijl dat cijfer voor het totale wagenpark op 27 procent ligt. Dat is de vaststelling van een onderzoek door het instituut voor verkeersveiligheid VIAS. Als boosdoener wijst de organisatie naar ontoereikende waarschuwingsgeluiden. Op naar 20 procent aandeelHet verschil van 15 procent tussen geĂ«lektrificeerde auto’s en modellen met een motorroffel is niet marginaal. Het betekent dat een kwetsbare weggebruiker die wordt aangereden, onevenredig vaak in aanraking komt met een batterij-auto. De studie is belangwekkend, want de afgelopen vijf jaar groeide het aandeel geĂ«lektrificeerde modellen op onze wegen van 3 naar 20 procent. Met andere woorden, het risico voor zwakke weggebruikers stijgt.VIAS voerde een dubbel experiment uit. Enerzijds registreerden onderzoekers geluidsniveaus op een afgesloten circuit. Anderzijds luisterden zeventig proefpersonen - waarvan de helft blind of slechtziend - naar opnames van passerende wagens. Daaruit blijkt dat we niet zomaar alle auto’s met een tractiebatterij over dezelfde kam mogen scheren. Wel integendeel. Aan lage snelheden (10 km/u) worden modellen met verbrandingsmotor het best waargenomen. Maar al vanaf 20 km/u zijn het de zuiver elektrische modellen die de test winnen. De aandrijving die altijd het minst goed wordt waargenomen zijn de stekkerhybrides, die aan lagere snelheden de verbrandingsmotor uitschakelen en overschakelen op hun stille batterijen.Te weinig standaardisatieDie conclusies komen overeen met een internationaal onderzoek van de Universiteit van Leeds dat eind vorig jaar werd gepubliceerd. Hierin werd vastgesteld dat volledig elektrische auto's niet meer voetgangersongevallen veroorzaken dan benzine- of dieselmodellen. Maar ook in deze studie scoren hybrides dubbel zo slecht: 120,14 slachtoffers per miljard gereden kilometers, tegenover 57,8 voor zuivere elektrische wagens en een vergelijkbaar cijfer voor traditionele aandrijflijnen.Je zou denken dat het eraan ligt dat plug-inhybrides zijn vrijgesteld van AVAS, omdat ze over een verbrandingsmotor beschikken. Maar dat is niet zo. De verplichting telt evengoed. VIAS wijst er daarom op dat er te weinig standaardisatie is voor het systeem. De verschillen tussen de onderlinge merken is te groot. De kans dat een voetganger of fietser de auto niet opmerkt, hangt dus ook af van het specifieke model.De Europese regels (Delegated Regulation (EU) 2017/1576) zijn nochtans glashelder: een elektrische wagen moet bij 10 kilometer per uur minstens 50 decibel produceren - het onderzoek van VIAS toont aan dat die drempel te laag ligt - en bij 20 kilometer per uur 56 decibel, wat volstaat. Maar de constructeurs krijgen wel carte blanche voor de precieze toonhoogte en klankkleur, waardoor het ene merk een hoog gefluit laat horen en het andere een diep gebrom. Dat leidt tot verwarring. Het instituut pleit dan ook voor een verhoging met 3 decibel bij 10 kilometer per uur, en voor een verplicht geluid tot 30 kilometer per uur met een minimum van 58 decibel. In Japan dan weer wordt aan zogenaamde ‘roze ruis’ gedacht om het probleem te verhelpen. City SafetyDe Belgische automobielfederatie Febiac relativeert de eis van VIAS. Volgens de branchevereniging hebben recente elektrische modellen vaak een automatische noodrem, specifiek ontwikkeld voor een stadsomgeving of de bebouwde kom (City Safety). Detecteert de auto een zwakke weggebruiker, dan gaat hij vanzelf in de remmen om erger te voorkomen, ook al kan de laatste hem niet, of niet goed genoeg, horen. Voor de Braille Liga is dat geen argument. Hun leden oriĂ«nteren zich via hun gehoor. Een stille wagen die plotseling remt omdat sensoren iets detecteren, komt voor hen te laat en vormt een voortdurende bron van stress. De hoorbaarheidskwestie zal in ieder geval nog de politieke debatten beroeren met de verdere opmars van schone mobiliteit. Maar de conclusie is eenduidig: wie met een plug-inhybride rondrijdt, kijkt maar beter extra uit zijn doppen voor zwakke weggebruikers. 

door Piet Andries
© Gocar

600 Wh/kg: hoe doet deze vloeibare batterij het beter dan semi-solid-state?

De essentie:· Onderzoekers publiceerden in Nature Communications een studie rond een lithium-metaalbatterij die 602,5 Wh/kg haalt, bijna het dubbele van de beste huidige batterijen met een grafietanode.· De prestatie steunt niet op een vast elektrolyt, maar op een vloeibaar elektrolyt met 1% additief dat de grensvlakken in de cel beschermt en de energiedichtheid bijna verdubbelt.· Het resultaat bevindt zich wel nog in de laboratoriumfase, met een levensduur van enkele tientallen tot honderden laadcycli. Dat is nog ver verwijderd van de duizenden cycli die voor een auto nodig zijn.Een elektrische auto gebruikt vandaag een batterijchemie die stilaan tegen haar grenzen botst. Klassieke lithium-ionpakketen met een anode van grafiet blijven steken rond 350 Wh/kg. Dat is een fundamentele beperking. Om verder te gaan, moet het grafiet worden vervangen door lithiummetaal, dat een veel hogere energiedichtheid mogelijk maakt.Op papier is die belofte spectaculair, maar in de praktijk ligt het ingewikkelder. Lithiummetaal heeft namelijk de vervelende eigenschap om microscopisch kleine structuren te vormen, de beruchte dendrieten, die uiteindelijk door de cel kunnen groeien. Daardoor wordt het elektrolyt afgebroken en tast die de batterij als het ware van binnenuit aan. Het resultaat: cellen die snel verouderen of zelfs vuur kunnen vatten.EĂ©n procent maakt het verschilDe oplossing van het onderzoeksteam zit in één molecule. De onderzoekers ontwikkelden een additief, TMSFS genaamd, dat slechts voor 1% aan een conventioneel vloeibaar elektrolyt wordt toegevoegd.Die dunne beschermlaag werkt vervolgens aan beide kanten van de cel. Aan de anode maakt ze het dendrieten moeilijker om te groeien, terwijl ze aan de kathode de schade van de hoge spanning opvangt. Tegelijk beschermt diezelfde laag het lithiumzout, dat daardoor meer dan 60% minder snel afbreekt dan normaal.Een minimale ingreep dus, maar met een potentieel enorm effect op een technologie waarvan we dachten dat ze haar limieten al had bereikt.De cijfers zijn alvast opvallend. Een pouch-cel van 10 Ah met lithiummetaal en een nikkelrijke kathode haalt 550,7 Wh/kg en behoudt na 180 cycli nog 80% van haar capaciteit. Met een mangaanrijke chemische samenstelling stijgt de energiedichtheid zelfs tot 602,5 Wh/kg.De cel zou bovendien bestand zijn tegen temperaturen van −20 °C tot 60 °C. Ook op dat vlak toont de technologie zich dus robuust.Is solid-state dan niet meer nodig?Door deze ontwikkeling is vastestofbatterij misschien niet langer de enige denkbare weg naar een veel hogere energiedichtheid. Dit record heeft immers helemaal niets met een vast elektrolyt te maken.Toch is het veel te vroeg om solid-state af te schrijven. Het grote voordeel daarvan ligt vooral op het vlak van veiligheid en levensduur, precies de twee domeinen waarin een vloeibaar elektrolyt nog kwetsbaar blijft.Bovendien spreken de Chinese onderzoekers voorlopig over slechts enkele tientallen tot honderden laadcycli. Voor een elektrische auto zijn duizenden cycli nodig. De technologie is dus veelbelovend, maar tussen een indrukwekkend laboratoriumrecord en een batterij die jarenlang probleemloos een auto aandrijft, gaapt nog altijd een flinke kloof. De komende jaren zullen uitwijzen of die kloof kan worden gedicht.

door David Leclercq
© Gocar

Chinees terreinrijden schakelt over op AI: Land Rover op achterstand?

De essentie:‱            Geely lanceert een door AI aangestuurd systeem voor terreinrijden, met andere woorden een digitaal chassis dat het koppel, het vermogen en de demping berekent naargelang de ondergrond. Het merk zegt het systeem over 6,11 miljoen kilometer te hebben gevalideerd.‱            BYD pakt dan weer uit met vier onafhankelijke motoren die naar verluidt honderd keer sneller reageren dan een klassieke transmissie, een bewijs dat het intelligente chassis het echte strijdtoneel in China geworden is.‱            In die context rijst de vraag wat Land Rover, de koning van het genre, voorbereidt. Opvallend genoeg elektrificeert het merk zijn knowhow, maar zonder ooit met AI uit te pakken. Betekent deze omslag dat de bestuurder zijn vaardigheden verliest?Decennialang bood het terreinrijden weerstand aan de elektronische golf. Echt terreinrijden draaide om differentieelsloten, de overbrengingsverhouding van de reductiebak, de bodemvrijheid, de aanrij- en afrijhoek en... het oog van de bestuurder, die zelfs onder de modder kon inschatten waar hij de wielen precies moest plaatsen. Het was een aloude, bijna ambachtelijke knowhow. Bij de autoconstructeurs belichaamt vooral Land Rover dit erfgoed. Maar op 28 augustus zette het Chinese Geely die wereld op zijn kop. De constructeur onthulde namelijk een architectuur waarbij niet langer de bestuurder, maar de computer het terrein volledig analyseert. En die krijgt een stevige dosis artificiĂ«le intelligentie.Het brein neemt het overHet merk omschrijft een digitaal chassis, met andere woorden een mechanisch geheel dat volledig door software aangestuurd wordt. Concreet scant een actieve hydraulische ophanging het terrein dertig meter vooruit en stelt ze de demping vooraf in, nog voor het wiel het obstakel bereikt. Een systeem met de naam Xingtui verdeelt het vermogen en het koppel over de assen volgens de aard van de ondergrond, met aanpassingen die volgens Geely in milliseconden gebeuren. Geely zegt het systeem te hebben gevalideerd met 659 voertuigen over meer dan 6,11 miljoen km. We spreken dus niet langer over een prototype, maar over de ambitie om het systeem in serieproductie te nemen.China bluft nietToch staat Geely niet alleen met die aanpak. BYD, dat hiervoor zijn luxemerk Yangwang inzet, ontwikkelt al enkele jaren zijn DiSus-systeem voor intelligente hydraulische koetswerkcontrole, gekoppeld aan een platform met vier onafhankelijke motoren dat honderd keer sneller reageert dan een klassieke vierwielaandrijving. Dat maakt manoeuvres mogelijk die gisteren nog sciencefiction leken, zoals ter plaatse ronddraaien, automatisch stabiliseren na een klapband of zelfs blijven drijven wanneer de auto te water raakt. De twee Chinese reuzen kiezen dus voor een verschillende aanpak, maar zetten allebei in op intelligentie aan boord. Het is dus wel degelijk een echte trend.De Engelse stilteToch blijft net de speler die je als eerste op dit vlak zou verwachten opvallend afwezig: Land Rover. Natuurlijk was Terrain Response, dat de instellingen automatisch aanpast aan de ondergrond, commercieel gezien een voorloper. Maar dat is al lang geleden (2004). In 2016 onderzocht het onderzoeksproject CORTEX autonoom terreinrijden met machinelearning en sensorfusie. De ingenieurs beloofden een systeem waarmee de auto hindernissen kon overwinnen door de ondergrond te lezen en zelf beslissingen te nemen. Maar daar hebben we nooit iets van gezien. Vandaag kan de Range Rover Electric de vergelijking doorstaan, maar alleen op mechanisch vlak, met een tractieregeling die honderd keer sneller werkt dan bij de versie met verbrandingsmotor. Maar van AI die het terreinrijden aanstuurt, is nog geen spoor...Los van die evoluties dringt zich een echte vraag op: als het chassis het terrein leest, erop anticipeert en sneller corrigeert dan een mens, wat blijft er dan nog over voor de bestuurder? Hindernissen overwinnen moest je leren. Het was een vaardigheid die je verwierf door de ondergrond te begrijpen en de tractie te beheersen. AI maakt van de bestuurder echter stilaan een toezichthouder. En wat we uitbesteden, leren we zelf af. Zullen we het terreinrijden van morgen nog echt zelf doen, of laten we de auto gewoon zijn gang gaan? Die bedenking gaat verder dan alleen terreinrijden. Op het circuit hebben we al autonome auto’s sneller zien rijden dan een professionele piloot. In Abu Dhabi klopte een AI eind 2025 de menselijke referentietijd, terwijl een voormalige Formule 1-piloot uiteindelijk maar anderhalve seconde sneller was. De zondagse terreinrijder en de doorgewinterde piloot zitten in hetzelfde schuitje: de machine leert wat mensen soms een leven lang proberen te beheersen. Vooruitgang of geven we het stuur uit handen? 

door David Leclercq

Bentley Torcal (2027) geeft meer van zijn geheimen prijs

De essentie:Bentley lanceert eind september de Torcal, zijn eerste volledig elektrische model: een SUV van ongeveer 5 meter lang die onder de Bentayga wordt gepositioneerd en een breder publiek moet aanspreken.Het model krijgt ongeveer 850 pk en een batterij van 113 kWh, goed voor een officieel rijbereik van ongeveer 600 kilometer.Bentley introduceert nieuwe verfijnde materialen, waaronder bekleding in merinowol.Ook Bentley maakt de overstap naar elektrisch rijden. Het eerste model zonder uitlaat wordt de Torcal: een SUV die iets kleiner is dan de Bentayga en zijn naam ontleent aan het natuurgebied ‘El Torcal de Antequera’ in AndalusiĂ«, Spanje. De gecamoufleerde prototypes werken momenteel hun laatste validatietests af, voor de officiĂ«le voorstelling eind september in Londen.Chassis van de CayenneDe nieuwste foto's van de gecamoufleerde prototypes geven al een beter beeld van de lijnen van deze SUV. Hij wordt een maatje kleiner dan de Bentayga, maar echt compact kun je hem niet noemen: de Torcal zou ongeveer 5 meter lang worden.Deze Bentley maakt gebruik van de technische basis van de nieuwste Porsche Cayenne, namelijk het PPE-platform van de Volkswagen-groep. Net als de Cayenne krijgt de Torcal een luchtvering met twee kamers, maar met specifieke afstellingen om het comfort nog verder op te drijven.Om vlotter door bochten te sturen, krijgt de Torcal ook meesturende achterwielen. Actieve stabilisatorstangen moeten dan weer de koetswerkbewegingen in bochten beperken. Geen overbodige luxe, want deze elektrische Bentley-SUV weegt 2,7 ton. De Torcal wordt aangeboden met twee elektromotoren en vierwielaandrijving.Ongeveer 850 pkOok de elektromotoren worden overgenomen van de Cayenne, maar bij de lancering kondigt Bentley een vermogen van ongeveer 850 pk aan. Ter vergelijking: de grote SUV van Porsche levert in zijn Turbo-versie tot 1.156 pk. De Torcal krijgt bovendien een geluidssimulator die het gebrul van een V8-benzinemotor nabootst.De Bentley-SUV neemt ook de grote batterij van de elektrische Cayenne over: een exemplaar van 113 kWh dat volgens de eerste informatie een officieel rijbereik van bijna 600 kilometer moet bieden. Dankzij zijn elektrische 800V-architectuur kan de batterij, net als in de Cayenne, met een hoog vermogen snelladen aan een DC-laadpaal.Nieuwe verfijnde materialenFoto's van het volledige interieur zijn nog niet opgedoken, maar Bentley heeft zelf al een foto en video vrijgegeven waarop het centrale scherm te zien is. Dat krijgt een gebogen vorm, zoals in de Porsche Cayenne, en wordt aangevuld met enkele fysieke knoppen voor de belangrijkste functies.De Torcal wordt dan wel de kleinste Bentley, maar zeker niet de minst luxueuze. De Britse constructeur voorziet zelfs enkele exclusieve materialen, zoals zetelbekleding en deurpanelen in merinowol, een natuurlijke wol afkomstig van het oorspronkelijk uit Spanje afkomstige merinoschaap. Uiteraard blijft ook echt leder beschikbaar.Ook hout krijgt een prominente plaats, onder meer met het zogenaamde Ombre Veneer. Dit fineer wordt gemaakt van reststukken walnoothout en gerecycleerd ambachtelijk papier. Tot 1.000 lagen worden op elkaar geperst en vervolgens versneden tot een dikte van minder dan één millimeter.Het aanbod aan afwerkingen omvat daarnaast Sunburst Aluminium van Mulliner: geborsteld aluminium dat doet denken aan de dashboards van bepaalde Bentley-modellen uit het verleden. Eind september krijgen we alles in detail te zien tijdens de officiĂ«le voorstelling van deze eerste volledig elektrische Bentley.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Autoworld viert zijn 40e verjaardag met een enorme tentoonstelling en een groots Cars & Coffee-evenement.

De essentieVan 11 september tot 13 december brengt Autoworld iconische voertuigen samen uit meer dan 100 tijdelijke tentoonstellingen.Onder meer de Bugatti Type 35, Lamborghini Miura, Muntz Jet, Toyota 2000GT Targa en Porsche 918 zijn van de partij.Op 4 oktober brengt een speciale Cars & Coffee voor de verjaardag oldtimers, youngtimers en uitzonderlijke auto's samen in Brussel.Het beste uit veertig jaar tentoonstellingenDe verjaardagstentoonstelling kreeg de naam Autoworld 40 Years – Looking Back to the Future en loopt van 11 september tot 13 december 2026. Ze brengt de absolute toppers onder de auto's en motorfietsen uit eerdere tijdelijke tentoonstellingen terug naar het Jubelpark.Op het programma staan onder meer een Bugatti Type 35, een Lamborghini Miura, een uiterst zeldzame Muntz Jet, de Toyota 2000GT Targa uit James Bond, een ‘vliegende’ CitroĂ«n DS en vooral de Porsche 918.Waarom ‘vooral’? Omdat Autoworld in juli aan zijn publiek vroeg welke auto's het graag opnieuw wilde zien. Het verdict was duidelijk: de antwoorden bevestigden nog maar eens hoe populair supercars blijven. EĂ©n auto stak er met kop en schouders bovenuit: de Porsche 918 was met voorsprong de meest gevraagde auto. En dus keert hij terug!Bij elk voertuig wordt bovendien verwezen naar de tentoonstelling waarin het eerder te zien was. Een overzichtsmuur met alle tentoonstellingen die Autoworld door de jaren heen organiseerde en een korte video over vier decennia museumgeschiedenis maken de reis door de tijd compleet.Speciale Cars & Coffee als eerbetoonOp zondag 4 oktober 2026 schakelt het museum helemaal over op feestmodus met een speciale editie van zijn Cars & Coffee. Oldtimers, youngtimers en uitzonderlijke auto's komen er samen voor een groot verjaardagstreffen.De deelname is gratis, maar inschrijven blijft verplicht. Onder de deelnemende voertuigen worden bovendien verschillende ‘Best of Show’-prijzen uitgereikt.Voor de gelegenheid komen ook enkele bijzonder geliefde supercars naar het museum, waar ze de hele dag een centrale plaats krijgen. Rondleidingen, kinderanimatie en een dj maken het programma compleet!Al meer dan 4,5 miljoen bezoekersAutoworld werd in september 1986 opgericht om een deel van de indrukwekkende collectie van Ghislain Mahy onderdak te bieden. Veertig jaar later staat de teller sinds de opening op meer dan 4,5 miljoen bezoekers en ontvangt het museum vandaag ongeveer 245.000 bezoekers per jaar. De permanente collectie omvat 220 auto's en 60 motorfietsen!En het museum kijkt niet alleen in de achteruitkijkspiegel. Er wordt een ingrijpende vernieuwing voorbereid, met onder meer architecturale aanpassingen, een volledig nieuwe scenografie en vernieuwde installaties. De Regie der Gebouwen plant voor 2027 bovendien een grootschalige renovatie van de buitenmuren en beglazing van het museum.Kortom: op zijn veertigste is Autoworld duidelijk nog lang niet klaar voor zijn pensioen!Ontdek Autoworld

© Gocar

Oude politiewagens zijn soms heel veel geld waard

De essentie·         Een voormalige Nederlandse politie-Porsche 911 Carrera 3.2 Targa uit 1989 bracht in de VS 252.000 dollar op, vermoedelijk een recordprijs voor dit type dienstwagen.·         Ook Belgische politie-Porsches en Rijkswacht-GTI’s zijn gegeerd: historische exemplaren halen hoge prijzen door hun zeldzaamheid, originele uitrusting en iconische verleden.·         Voormalige politieauto’s mogen in BelgiĂ« worden ingeschreven en zelfs uitgerust blijven met zwaailichten en sirene, maar die signalen gebruiken of zich als agent voordoen is verboden.Voor zover bekend is het de duurst geveilde Carrera 3.2 Targa ooit, de Porsche 911 in wit en oranje met blauwe zwaailichten die in augustus voor 252.000 dollar (omgerekend 216.000 euro) geveild werd in de Verenigde Staten.Inclusief volledige uitrusting van de Rijkspolitie uit Nederland, zoals zwaailicht, sirene, radio en bijkomende uitrusting, waaronder walkie-talkies en zelfs vesten en laarzen. Dat de motor recent gereviseerd werd en het een exemplaar uit het laatste productiejaar (1989) betreft, krikt de waarde ongetwijfeld verder op.Het neemt niet weg dat het een smak geld is voor een voormalig dienstvoertuig. Ook in BelgiĂ« zijn sommige oude auto’s van de politie of voormalige Rijkswacht erg gegeerd.Samenkomst in septemberOok in ons land waren er in de vorige eeuw 911’s in dienst, eveneens met oranje streep en blauw licht. Het is (voor zover publiek bekend) al een tijdje geleden dat er zo nog eentje van eigenaar wisselde. Maar enkele jaren terug stond er zo nog eentje te koop voor liefst 300.000 euro. Het ging om een exemplaar uit 1973, dat eveneens met de nodige attributen geleverd werd.Haast net zo legendarisch als de 911’s zijn de VW’s Golf GTI waarvan de Rijkswacht in de jaren 80 enkele honderden exemplaren in gebruik nam in de nasleep van de aanslagen van de Bende van Nijvel.Zo staat momenteel in de provincie Luik een replica van die Rijkswacht-GTI te koop voor liefst 32.500 euro, ongeveer het drievoudige van de huidige marktwaarde van een Golf GTI van die tweede generatie.Op de Facebook-pagina ‘Belgian Emergency Vehicles Club’ worden af en toe zulke oude dienstvoertuigen te koop aangeboden. De club organiseert op zaterdag 19 september overigens een samenkomst aan de voormalige Rijkswacht-school in Elsene.Sirenes verbodenOverigens is het niet verboden om met een voormalig politievoertuig rond te rijden, of dit nu uit BelgiĂ« afkomstig is of uit een ander land. Ze mogen zelfs voorzien zijn van de blauwe zwaailichten en sirene, maar het is uiteraard wel uitdrukkelijk verboden deze te gebruiken in het verkeer. Ook bij wijze van grap handelen als een agent, bijvoorbeeld een ander voertuig doen stoppen, is vanzelfsprekend ten strengste verboden.Voormalige politievoertuigen van buitenlandse origine mogen enkel in ons land rondrijden wanneer de blauwe zwaailichten afgedekt zijn.Ook zo bestaan er gegeerde auto’s. Denk aan oude Alfa Romeo’s Giulia van de Carabinieri, een van de Italiaanse ordediensten, Alpines van de Franse Gendarmerie of antieke Volkswagen-busjes van de Duitse Polizei. In het noorden van het land rijdt er zo zelfs een oude Lada van de politie van de voormalige Sovjet-Unie rond, die momenteel overigens te koop staat.De Nederlandse 911 is overigens niet de duurste Rijkspolitie-Porsche ooit. Wel een oudere 356 B Cabriolet uit 1962, die in 2014 voor een goede 235.000 euro onder de hamer ging.Recent wisselden in Nederland nog meerdere van de ongeveer 500 ooit afgeleverde politie-Porsches van eigenaar. Aan de meeste hing een prijs tussen de 100.000 en 150.000 euro.

door Hans Dierckx
© Gocar

Straks een duurzame band zonder aardolie: belofte of industriële realiteit?

De essentie‱           Continental stelt ZEvRA voor, een conceptband die voor meer dan 80% uit gerecycleerde, hernieuwbare of gecertificeerde materialen bestaat en de hoogste Europese score voor rolweerstand behaalt. Hij is niet te koop.‱           Continental en Michelin willen tegen 2050 allebei 100% duurzame materialen gebruiken, met 40% als tussendoel voor 2030. Vandaag zitten ze respectievelijk rond 26 en 31%.‱           De milieuwinst is reĂ«el: gerecycleerd carbon black stoot 81% minder CO2 uit dan nieuw carbon black. Voor grootschalige productie wacht de sector echter nog op een geharmoniseerde Europese definitie van wat precies ‘gerecycleerd’ betekent.Niet iedereen weet het, maar een band bestaat uit meer dan tweehonderd ingrediĂ«nten, tot op de gram nauwkeurig gedoseerd om voldoende grip en een lange levensduur te bieden en tegelijk het verbruik zo laag mogelijk te houden. Continental heeft nu een band voorgesteld die dat recept grondig door elkaar schudt. Hij heet ZEvRA, naar het Europese project rond circulaire economie waaruit hij is ontstaan, en bestaat voor meer dan 80% uit gerecycleerde, hernieuwbare of gecertificeerde materialen.Meer bepaald komt 43% uit gerecycleerde materialen en 13% uit hernieuwbare grondstoffen. Daarbovenop bestaat 25% uit materialen die ‘via massabalans gecertificeerd’ zijn. Dat is een boekhoudkundige methode waarbij een aandeel duurzame grondstoffen eerder in het productieproces aan een bepaalde band wordt toegewezen, zonder dat die grondstoffen noodzakelijk fysiek in precies die band terechtkomen.Een voorbeeld: een fabriek giet 75 liter fossiele olie en 25 liter duurzame olie in haar tanks. Alles wordt gemengd, waarna het duurzame aandeel administratief aan één op de vier banden wordt toegewezen en als dusdanig wordt gecertificeerd. Het resterende deel, ongeveer een vijfde van de ZEvRA-band, blijft conventioneel. Van een volledig duurzame band zijn we dus nog een eind verwijderd. Maar de trein is vertrokken...Waar komen de grondstoffen vandaan?Gerecycleerd rubber van versleten banden wordt gecombineerd met polyester uit plastic flessen, gerecycleerd staal voor het karkas en tallolie, een restproduct van de papierindustrie.Ook silica, essentieel voor zowel de grip als een lage rolweerstand, hoeft niet langer uitsluitend uit groevezand te komen. Het kan tegenwoordig ook worden gewonnen uit gieterijafval en zelfs uit rijstkaf, een restproduct uit de landbouw. Carbon black, het pigment dat banden hun zwarte kleur en vooral hun stevigheid geeft, wint Continental samen met partner Pyrum via pyrolyse terug uit afgedankte banden.Recycleren om te recycleren heeft natuurlijk weinig zin als de CO2-balans er niet op vooruitgaat. Maar dat doet hij wel. Volgens de Amerikaanse vereniging van bandenfabrikanten veroorzaakt carbon black uit pyrolyse per ton 81% minder CO2-uitstoot dan nieuw geproduceerd carbon black. Silica uit rijstkaf heeft volgens chemiebedrijf Solvay dan weer een twee keer kleinere ecologische voetafdruk dan silica uit zand.De milieuwinst is dus reĂ«el, vooral bij de winning van grondstoffen en de verwerking van de band aan het einde van zijn levensduur. Toch is enige nuance nodig. Bij een auto met verbrandingsmotor komt meer dan 80% van de uitstoot die aan de banden kan worden toegeschreven niet voort uit de productie ervan, maar uit de extra brandstof die door de rolweerstand tijdens het rijden wordt verbruikt. Het grootste deel van de uitstoot ontstaat dus onderweg. Duurzamere materialen maken vooral vóór en na die gebruiksfase het verschil.Michelin doet meeContinental is uiteraard niet de enige die hier volop aan werkt. Ook Michelin staat al ver. De bandenfabrikant uit Clermont-Ferrand gebruikt vandaag iets meer dan 31% hernieuwbare en gerecycleerde materialen in zijn banden en mikt op dezelfde doelstellingen als Continental: 40% in 2030 en vervolgens 100% in 2050.In 2022 stelde Michelin al twee voor de openbare weg gehomologeerde banden voor: een personenwagenband met 45% duurzame materialen en een busband met 58%. Het BioButterfly-project, dat samen met IFP Energies Nouvelles wordt ontwikkeld, kreeg in 2024 zelfs een eerste proeffabriek die synthetisch rubber kan produceren uit planten in plaats van aardolie.Continental zit evenmin stil. De Duitse fabrikant verkoopt vandaag al de UltraContact NXT, een productieband die voor 65% uit duurzame materialen bestaat zonder in te boeten aan veiligheid. De twee bandenreuzen zitten dus in een nek-aan-nekrace.Wat houdt een doorbraak nog tegen?De prestaties van duurzame banden lijken vandaag niet langer het probleem. De ZEvRA-conceptband behaalt zelfs de hoogste Europese score voor rolweerstand (A), terwijl de UltraContact NXT op het bandenlabel al uitstekend scoort op alle drie de criteria, inclusief remprestaties op nat wegdek en rolgeluid.De grootste hindernis is eigenlijk de regelgeving. Continental vraagt om een gemeenschappelijke Europese definitie van wat precies als ‘gerecycleerd materiaal’ mag worden beschouwd. Zolang die ontbreekt, blijven de investeringen die nodig zijn voor massaproductie te riskant. De technologie staat dus klaar. Maar zoals wel vaker laat het regelgevende kader nog op zich wachten...

door David Leclercq

Autobudget: Belgen besparen, behalve waar het echt telt

De essentie‱           60,1% van de Belgische automobilisten vindt dat de auto vandaag zwaarder weegt op het gezinsbudget. Toch rijden ze daarom niet minder. Ze gaan vooral rationeler om met hun verplaatsingen.‱           De grootste besparingskansen zitten vooral in het onderhoud en worden nog vaak genegeerd. Minder dan de helft van de Belgen controleert de bandenspanning en amper drie op de tien laten geregeld de wieluitlijning nakijken.‱           Eind 2025 was het Belgische wagenpark volgens FEBIAC gemiddeld tien jaar en drie maanden oud, een record. Vooral particulieren houden hun auto veel langer bij dan vroeger.Niemand ontsnapt eraan: brandstof wordt duurder, verzekeringspremies stijgen en ook onderhoud kost steeds meer. Daardoor is de auto een van de zwaarste uitgavenposten geworden binnen een gezinsbudget dat al onder druk staat. De Belgen voelen dat en passen hun gedrag duidelijk aan. Volgens een enquĂȘte van Auto5, uitgevoerd in mei 2026 bij 809 automobilisten, vindt zes op de tien bestuurders dat de totale kostprijs van hun auto vandaag zwaarder weegt op het gezinsbudget dan vroeger.De enquĂȘte legt bewust de nadruk op de ‘totale kostprijs’. Het gaat dus niet alleen om de prijs aan de pomp, maar om alles wat erbij komt kijken: onderhoud, banden, parkeren en uiteraard ook de fiscaliteit.Interessant is dat de auto voor veel Belgen onmisbaar blijft, maar niet langer voor iedereen vanzelfsprekend is. Steeds meer automobilisten vragen zich bewuster af of een verplaatsing echt nodig is of proberen verschillende ritten te combineren.Automatisme dat verdwijntUit de enquĂȘte van Auto5 blijkt dat bijna zeven op de tien Belgen vandaag verschillende boodschappen of afspraken combineren om afzonderlijke ritten te vermijden. De helft laat kleine, niet-essentiĂ«le verplaatsingen sneller achterwege en één op de twee rijdt rustiger om brandstof of energie te besparen.Veel bestuurders proberen ook te tanken of te laden op momenten die financieel gunstiger lijken. De auto wordt dus niet aan de kant geschoven, maar wel bewuster en zuiniger gebruikt.De overstap naar andere vervoersmiddelen blijft daarentegen beperkt. Vier op de tien kiezen soms voor de fiets, wandelen of het openbaar vervoer, maar slechts één op de vier overweegt de trein voor een citytrip of vakantie. De afhankelijkheid van de eigen auto blijft in BelgiĂ« dus groot en voor langere weekends lijkt de trein nog altijd maar weinig mensen te overtuigen.Onder de motorkapDe enquĂȘte van Auto5 onthult verder dat automobilisten hun besparingen vaak op de verkeerde plaats zoeken. Brandstof blijft de grootste obsessie, omdat je regelmatig moet tanken en de prijs bovendien groot aan het station wordt weergegeven.Algemeen onderhoud gebeurt minder vaak en verdwijnt daardoor sneller uit beeld. Nochtans kan net daar geld worden bespaard. Een band met te lage spanning heeft meer rolweerstand, waardoor het verbruik stijgt en de band sneller slijt. Hetzelfde geldt voor een verkeerde wieluitlijning: de banden worden voortdurend over het wegdek ‘gesleept’ en je verbruikt ongemerkt extra brandstof. Dat zijn dus twee heel concrete besparingskansen.Minder dan één Belg op de twee controleert de bandenspanning minstens één keer per maand en amper drie op de tien laten geregeld de wieluitlijning nakijken. Dat is opvallend, want 41% van de ondervraagden zou sneller naar de autokeuring gaan als dat hun verbruik kon verlagen.Blijkbaar wordt nog altijd onderschat dat een onderhoudsbeurt vaak minder kost dan wat je nadien aan verbruik en slijtage bespaart. Al klopt het natuurlijk dat ook de onderhoudskosten de voorbije jaren fors zijn gestegen door duurdere onderdelen en hogere arbeidskosten.Tien jaar op de tellerEind 2025 bedroeg de gemiddelde leeftijd van het Belgische wagenpark volgens FEBIAC tien jaar en drie maanden, een record. Ons land telde toen iets meer dan zes miljoen personenwagens. De groei van dat wagenpark kwam vooral van particulieren, die hun auto langer blijven gebruiken. Bedrijfswagens, die ongeveer een kwart van het totaal uitmaken, worden doorgaans om de drie tot vijf jaar vervangen.De Belg houdt zijn auto dus langer bij en probeert tegelijk te besparen op alles wat geld kost, onderhoud inbegrepen. In die context roept ook de Vlaamse hervorming van de autokeuring extra vragen op.Vanaf 1 september schakelt Vlaanderen voor alle auto's over op een tweejaarlijkse keuring, zonder maximumleeftijd of kilometergrens. Dat gebeurt net op een moment waarop het wagenpark nog nooit zo oud was en onderhoud steeds vaker tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt. Stof tot nadenken.

door David Leclercq
© Gocar

24 Uur van Zolder 2026: pech nekt het sterrenteam van Bert Longin

De essentieDe Mazda MX-5 van Ruben Van Gucht, Junior Planckaert en Niels Albert moest opgeven voor het einde van de 24 Uur.Alles begon met een contact bij de start, waarvan de schade zich uur na uur naar de mechaniek verspreidde.Bert Longin kondigt nu al aan dat het sterrenteam dit seizoen op een andere race opnieuw wordt ingezet.Het weekend was nochtans onder het beste gesternte begonnen. Team Gocar MSTC was zeer goed voorbereid en met legitieme ambities naar Zolder afgezakt in de klasse Club Challenge, net die klasse waarin de Mazda MX-5 van het team van Jan Wouters vorig seizoen de titel had gepakt. In de oefenritten lag het tempo hoog en haalde elke rijder een meer dan behoorlijk niveau. Enige smet op het blazoen voor de start: een gemiste Super Pole door een misverstand.Een gebroken vluchtRobbe Janssens ging die zaterdag om 16 uur vol vertrouwen van start en klom razendsnel in de rangschikking. Tot een snellere BMW zijn inhaalmanoeuvre miste en de Mazda hardhandig van de baan tikte in de afdaling van de Sacramentsheuvel. De klap was bijzonder hevig: de wagen moest weggetakeld worden en zijn piloot naar de ziekenboeg afgevoerd, waar de artsen enkele blessures vaststelden, waaronder gekneusde ribben. De piloot, zijn familie en het team wensen trouwens de hulpdiensten te bedanken voor de goede en professionele zorgen na het ongeval.De nacht van alle problemenNadat een nieuw front was gemonteerd en enkele lichtere herstellingen waren uitgevoerd, kon de wagen van Bert Longin de piste weer op. Maar de transmissie begon al snel tekenen van zwakte te vertonen. Het was dus opnieuw naar de pits, waar de mekaniekers niet anders konden dan vaststellen dat een steun van de versnellingsbak was afgebroken. De vervanging ervan nam enkele uren in beslag. Toen Junior Planckaert tegen 1 uur 's nachts weer vertrok, begaf na een tiental rondjes de koppeling het. Ook dat is zeer waarschijnlijk een van de gevolgen van de aanrijding bij de start."Jammer genoeg moesten we hierna de handdoek in de ring gooien. De schade was te omvangrijk om ter plaatse volledig en op tijd te kunnen herstellen. Het hele team heeft echt alles gegeven om de wagen weer rijklaar te maken, maar tevergeefs
 Dit is een enorme teleurstelling, want we waren met grote verwachtingen naar deze 24 Uur gekomen
", verklaarde een gedesillusioneerde Jan Wouters na de opgave.Afspraak verzetTeam Longin by MSTC is echter niet van plan om bij die nederlaag te blijven stilstaan. Bert Longin maakt een heldere balans op van deze 24 Uur. "We slikten ons deel van de pech, maar het was al bij al een positieve ervaring en kijken al uit naar een vervolg", vatte hij samen. De teambaas bevestigt meteen dat het sterrenteam dit seizoen op een andere wedstrijd opnieuw aan de start wordt gebracht. "We hier allemaal maanden hard aan gewerkt, dus zou het jammer zijn dat dit project in mineur eindigt. Ruben, Junior en Niels waren erg enthousiast en goed op dreef, zodat er met dit trio gewoon een vervolg moeten komen. Meer nieuws volgt weldra."

door David Leclercq
© Gocar

De duurste auto ter wereld? Dat zou best eens een
 BMW kunnen zijn

De essentieEen BMW M1 die Andy Warhol in amper 28 minuten met de hand beschilderde, zou vandaag ongeveer 300 miljoen dollar waard kunnen zijn.Het officiĂ«le record voor een op een veiling verkochte auto staat op 135 miljoen euro, betaald voor een Mercedes 300 SLR in 2022.Tot en met 31 augustus zijn alle twintig BMW Art Cars voor het eerst samen te zien in BMW Welt in MĂŒnchen.300 miljoen dollar voor een BMW M1?De BMW M1 behoort zonder twijfel tot de meest begeerlijke BMW's ooit gebouwd. Deze middenmotor-sportwagen met zijn zescilinder wordt vandaag doorgaans verhandeld voor ongeveer een half miljoen euro. Een indrukwekkend bedrag, maar voor dit exemplaar volstaat dat bijlange niet.Natuurlijk gaat het om een bijzondere uitvoering. Deze M1 is een raceversie met 470 pk en heeft bovendien een indrukwekkend palmares. In 1979 eindigde hij als zesde algemeen tijdens de 24 uren van Le Mans. Dat verklaart een deel van zijn aantrekkingskracht, maar uiteraard niet een waardesprong van honderden miljoenen.De lak is goud waardDe uitzonderlijke waarde zit niet onder de motorkap, maar op de carrosserie. Deze BMW behoort namelijk tot de beroemde BMW Art Cars, een reeks van twintig auto's die op initiatief van autocoureur en veilingmeester HervĂ© Poulain door bekende kunstenaars werden omgevormd tot rijdende kunstwerken.En dit is niet zomaar een Art Car, maar het exemplaar van Andy Warhol. Waar de meeste kunstenaars eerst een schaalmodel beschilderden waarna hun ontwerp op de auto werd overgebracht, ging Warhol meteen aan de slag op een echte M1. Hij nam er bovendien nauwelijks de tijd voor: in amper 28 minuten schilderde hij met brede penseelstreken vlakken in rood, blauw, groen en geel, kraste hij in de natte verf en liet hij zelfs zijn vingerafdrukken achter.Een Warhol brengt op zichzelf al bijna 200 miljoen opPlots klinkt een waardering van 300 miljoen dollar een stuk minder onrealistisch. In 2022 bracht Shot Sage Blue Marilyn, een van Warhols bekendste portretten van Marilyn Monroe, bij Christie's maar liefst 195 miljoen dollar op. De BMW M1 heeft echter iets wat zelfs dat schilderij niet bezit: het is tegelijk een authentieke Le Mans-racewagen. Met andere woorden: een kunstwerk dat ook nog eens (spectaculair goed) rijdt.Is dat voldoende om nog eens ruim 100 miljoen dollar extra waard te zijn? Niemand kan dat met zekerheid zeggen. Toch is dat de schatting die YouTuber Harry Metcalfe naar eigen zeggen kreeg tijdens zijn bezoek aan de tentoonstelling van de BMW Art Cars op de hoofdzetel van BMW. Wie al zijn chequeboek bovenhaalt, komt wel bedrogen uit: BMW heeft geen enkele intentie om afstand te doen van zijn kroonjuwelen.Nog een leuk weetje voor liefhebbers van duizelingwekkende bedragen: deze BMW is pas de vierde uit een collectie die in 1975 van start ging met de BMW 3.0 CSL van Alexander Calder. Roy Lichtenstein, David Hockney, Robert Rauschenberg, Jenny Holzer, Jeff Koons en Julie Mehretu voegden later hun eigen creatie aan de reeks toe. Vandaag telt de collectie twintig BMW Art Cars.Voor het eerst zijn die alle twintig op één locatie samengebracht, in BMW Welt in MĂŒnchen, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de collectie. De tentoonstelling is gratis toegankelijk en loopt nog tot en met 31 augustus 2026.Belgen konden hem al bewonderenIn oktober 2025 bracht BMW Belux tien Art Cars naar het Zoute Grand Prix in Knokke-Heist. Naast de BMW M1 van Andy Warhol waren ook de creaties van Alexander Calder, Roy Lichtenstein, David Hockney, Jeff Koons en Julie Mehretu aanwezig. Als je daar met deze kennis had rondgelopen, had je tussen twee glazen champagne door ongetwijfeld indruk gemaakt.Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette
© Gocar

Exclusief – Autokeuring: deze studies brengen de Vlaamse regering in verlegenheid

De essentie:‱           De Vlaamse regering keurde de hervorming van de autokeuring goed onder de aanname dat de verkeersveiligheid voor alle weggebruikers gewaarborgd blijft. Toch werd nooit een onafhankelijke impactstudie besteld.‱           De besluitvorming steunde op twee analyses die elkaar tegenspreken: een kosten-batenstudie in opdracht van GOCA, die de maatschappelijke kost op 485 miljoen euro per jaar raamt, en een analyse van VIAS, dat dat cijfer overschat vindt en stelt dat een betrouwbare evaluatie momenteel onmogelijk is.‱           Ook de Inspectie van FinanciĂ«n gaf een negatief advies en noemde het project ‘niet gebaseerd op bewijzen’. Toch treedt de hervorming op 1 september 2026 in werking.In Vlaanderen ligt de hervorming van de autokeuring vast. Daar wordt dus niet meer op teruggekomen. De controles worden op verschillende punten aanzienlijk versoepeld. Zo wordt een tweejaarlijkse keuringsfrequentie veralgemeend voor auto's ouder dan vier jaar en wordt de hersteltermijn bij een ernstig gebrek verlengd van vijftien dagen tot twee maanden. Vanaf 1 januari 2027 verdwijnt ook de keuring voor verkoop en bovendien hoeft de verzekeringskaart niet langer te worden voorgelegd. Met deze nieuwe regels keert de Vlaamse regering terug naar de Europese minimumvereisten en hoopt ze vooral de drukte in de keuringscentra terug te dringen. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) heeft het herhaaldelijk benadrukt: de verkeersveiligheid zal er niet onder lijden. Maar klopt dat wel? Om zo'n uitspraak te kunnen doen, heb je tastbare bewijzen nodig. En net daar wringt het schoentje. De Vlaamse regering beschikte over twee analyses, die via een verzoek tot openbaarheid van bestuur werden verkregen en aan onze redactie werden bezorgd. Alleen vertellen die twee studies een compleet verschillend verhaal...Maatschappelijke kostDe eerste studie is een kosten-batenanalyse met als titel ‘Cost-Benefit Analysis of PTI Reform Options in Flanders’. Ze werd besteld door GOCA Vlaanderen, de koepel van de keuringsinstellingen. De analyse werd uitgevoerd door het Duitse onderzoeksinstituut S-IERC, in samenwerking met de Zeppelin University in Friedrichshafen.De conclusie is ondubbelzinnig: als de hervorming gedurende één jaar wordt toegepast, zouden er volgens de studie ongeveer 34 extra doden en 109 extra zwaargewonden vallen. Dat zou neerkomen op een maatschappelijke kost van ongeveer 485 miljoen euro per jaar.Wat je moet verstaan onder maatschappelijke kost? Dat is geen bedrag dat de overheid letterlijk uit haar begroting betaalt. Het gaat om de waarde die wordt toegekend aan schade die niet rechtstreeks door de automobilist wordt gedragen, maar door de samenleving als geheel. Denk aan ongevallen, files als gevolg van ongevallen of vervuiling door slecht onderhouden voertuigen. Om tot zo’n bedrag te komen, vertalen de onderzoekers elk slachtoffer naar euro's op basis van de waarderingsmethodes die in de transporteconomie worden gebruikt.Volgens deze studie komt het grootste deel van de rekening voort uit één maatregel: de langere intervallen tussen de keuringen. Daardoor duurt het langer voor technische gebreken worden opgespoord, zoals versleten remmen, versleten banden of een defect emissiefilter. Net die voertuigen zouden volgens de auteurs het aantal ongevallen doen toenemen. Daarbij moeten we wel vermelden dat diezelfde auteurs werden aangesteld door de organisatie die door de hervorming een deel van haar werkzaamheden verliest.Cijfer uit 1978Die studie bleef niet onbesproken. VIAS, het Belgische kennisinstituut voor verkeersveiligheid, nam ze grondig onder de loep. En de conclusie is ongemakkelijk.De volledige berekening in de studie van GOCA steunt namelijk op één uitgangspunt: in de regel zou de autokeuring het aantal ongevallen met 9% verminderen. Dat percentage komt uit een wetenschappelijke overzichtsstudie uit 2021 van MartĂ­n-delosReyes, die onderzoek bundelt uit de periode 1978 tot 2013. De oorspronkelijke basisgegevens gaan zelfs terug op een Amerikaanse studie uit 1978. Dat is bijna een halve eeuw geleden en bovendien in een verkeerscontext die nauwelijks vergelijkbaar is met de huidige.VIAS wijst er daarnaast op dat een ongeval bijna altijd meerdere oorzaken tegelijk heeft. Daardoor is het bijzonder moeilijk om het aandeel van een technisch defect afzonderlijk te isoleren. Kijken we naar de Belgische cijfers, dan verandert de grootorde volledig. In 2024 kwamen 203 automobilisten om het leven. In slechts twee gevallen was een technisch probleem met het voertuig de oorzaak. Dat is ongeveer 1%.VIAS vindt die 9% dan ook overdreven. De vaststelling is duidelijk: de enige twee studies in het dossier spreken elkaar fundamenteel tegen. En het echte probleem is dat niemand vandaag blijkbaar betrouwbaar kan inschatten wat de hervorming van de autokeuring zal betekenen voor de verkeersveiligheid in BelgiĂ«.Waarom heeft de Vlaamse regering dan geen studie bij VIAS besteld? Het antwoord staat in het document van het instituut zelf. Zo'n analyse zou jaren duren, omdat processen-verbaal en technische expertises van wrakken met elkaar moeten worden vergeleken. De politiek had daar geen tijd voor en besliste dus op basis van cijfers die niemand met zekerheid kan bevestigen.De kritiek staat niet op zichzelf. Ook de Inspectie van FinanciĂ«n, het overheidsorgaan dat hervormingen beoordeelt, gaf een negatief advies. Het verwijt was hetzelfde: het project is niet gebaseerd op bewijzen, omdat gegevens ontbreken die aantonen dat de gebreken die bij jaarlijkse keuringen worden vastgesteld geen reĂ«el gevaar voor weggebruikers vormen.Wagenpark dat ouder wordtDe Vlaamse regering verdedigde nog een ander argument: het wagenpark zou zo sterk geĂ«volueerd zijn dat moderne auto's, dankzij alle ingebouwde diagnosesystemen, technisch betrouwbaarder zijn en ernstige defecten minder vaak voorkomen.Maar betrouwbaar betekent niet onverwoestbaar. Zeker niet op lange termijn. Remmen, banden, stuurinrichting en schokdempers slijten naarmate de kilometers oplopen, ongeacht hoe recent het model is. En precies dat soort slijtage probeert de autokeuring op te sporen. Ondertussen wordt het Belgische wagenpark steeds ouder. De gemiddelde leeftijd ligt vandaag boven tien jaar, mede doordat de tweedehandsmarkt sinds 2021 groeit. VIAS erkent bovendien dat oudere auto's en voertuigen met meer kilometers vaker worden afgekeurd.Vlaanderen neemt dus een paradoxale maatregel: het versoepelt het toezicht op een wagenpark dat net steeds meer controle nodig lijkt te hebben.Beslissen zonder kennis?We schreven enkele weken geleden al dat deze hervorming van de autokeuring een impactstudie miste. Dat klopte, maar het verhaal was onvolledig. Er bestonden wel degelijk studies. Alleen spreken ze elkaar tegen en de enige analyse die echt duidelijkheid had kunnen brengen – een onafhankelijke studie – werd nooit besteld. De Vlaamse regering had zo'n onderzoek kunnen laten uitvoeren, maar koos ervoor om dat niet te doen.EĂ©n zekerheid blijft over, en misschien wel de enige in dit hele dossier: vanaf 1 september rijden miljoenen Vlamingen onder een versoepeld keuringsregime waarvan niemand, zelfs niet de beleidsmakers die het hebben ingevoerd, met zekerheid kan zeggen dat het geen risico inhoudt voor de verkeersveiligheid. Ooit zullen we het antwoord kennen. Maar tegen dan zal het te laat zijn voor de studie die men vooraf niet wilde laten uitvoeren.

door David Leclercq

We nemen je mee aan boord van de elektrische VW California: de ID. California Cruise

De essentieVolkswagen biedt een elektrische ID. Buzz aan die is omgebouwd tot camper.Deze elektrische California heeft geen hefdak en geen keuken.De autonomie bedraagt maximaal 480 km.Als opvolger van de Combi’s van Westfalia werd de California in 1988 geboren. Intussen is hij uitgegroeid tot een legendarische en gegeerde camper, al groeide de prijs helaas wel mee met zijn renommee.Tot nu toe was de modelnaam voorbehouden aan bestelwagens met verbrandingsmotoren, zij het als benzine, diesel of plug-inhybride. Maar Volkswagen heeft uiteindelijk beslist om ook een elektrische California aan te bieden, op basis van zijn ID. Buzz. We kondigden onlangs al de komst van deze elektrische camper aan, maar nu kunnen we ook de deuren voor je openen en ontdekken wat hij aan boord te bieden heeft.Korte of lange versieDe ID. California Cruise neemt de basis van de ID. Buzz Pro over en is verkrijgbaar in een korte of lange versie, met een totale lengte van respectievelijk 4,71 of 4,96 meter. Uiterlijk onderscheidt deze camper zich van de ID. Buzz-bestelwagens door het California-logo achteraan en de aanduiding ‘Cruise’ op de flanken. Wie goed kijkt, merkt ook de ventilatieroosters in de voorste zijruiten op. Een hefdak ontbreekt hier dan weer, in tegenstelling tot de California-modellen met verbrandingsmotor.Vier zitplaatsen overdagDeze elektrische California biedt 4 zitplaatsen verdeeld over twee rijen, met twee individuele stoelen achteraan. Een panoramisch glazen dak is als optie verkrijgbaar, met een verduisteringsgordijn. Ook op de andere ruiten zijn gordijnen voorzien.Geen keukenDe campinguitrusting omvat een opklapbare kampeertafel en twee stoelen, die makkelijk aan boord kunnen worden opgeborgen in een daarvoor bestemde ruimte in de koffer. Deze elektrische motorhome kan bovendien worden uitgerust met een extern stopcontact tot 2.000 W, zodat toestellen stroom kunnen halen uit de batterij.In tegenstelling tot de California Coast en Ocean met verbrandingsmotor beschikt deze ID. California Cruise echter niet over een ingebouwde keuken. Je zult dus moeten koken op een draagbaar kookvuurtje en je vaat afwassen in een teiltje.Met twee de nacht inZoals gezegd: hier is geen slaapplaats bovenin, maar wel één bed op de benedenverdieping, met een lengte van 2,03 meter en een breedte van 1,20 meter. Deze elektrische California biedt 's nachts dus plaats aan slechts twee personen, tegenover maximaal vier in de California-modellen met verbrandingsmotor. Ook een bedbodem ontbreekt: je krijgt een opvouwbare matras van 9 cm dik.Een extra bedieningseenheid maakt het mogelijk om de verlichting en USB-poorten continu van stroom te voorzien. De airconditioning kan een ingestelde temperatuur tot 48 uur lang handhaven, uiteraard afhankelijk van de laadstatus van de batterij.Hoe groot is de autonomie?VW heeft de autonomie van deze elektrische California nog niet officieel bekendgemaakt. Aangezien hij gebaseerd is op de Pro-versie, krijgt hij een batterij van 79 kWh (normale wielbasis) of 86 kWh (lange wielbasis), goed voor een theoretische autonomie van respectievelijk ongeveer 450 of 480 km.In de praktijk mag je daar echter 100 km van aftrekken, zeker op de snelweg. Verwacht dus niet dat je tussen twee laadbeurten bijzonder ver geraakt. Aan vermogen zal het in elk geval niet ontbreken, dankzij de motor met 286 pk. Ook een versie met twee motoren, 340 pk en vierwielaandrijving zou beschikbaar moeten worden. De California-app omvat bovendien routeplanning met een zoekfunctie voor laadpunten.Wat gaat hij kosten?Deze ID. California Cruise neemt uiteindelijk de elementen over van het ‘Good Night’-pack dat onlangs voor de ID. Buzz werd voorgesteld, met daar simpelweg nog wat California-logo’s bovenop
 Dat alles laat de rekening uiteraard stevig oplopen, met een vanafprijs van 60.547 euro.De eerste leveringen zijn gepland voor begin 2027. Het gamma zal geleidelijk verder worden uitgebreid met nieuwe 100% elektrische California-modellen, die tegen 2028 hun intrede moeten doen.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Waarom produceert Volkswagen 500.000 auto’s die niemand koopt?

De essentie:· De vakbonden van Volkswagen vrezen dat er tot 140.000 banen verdwijnen. Dat cijfer bestaat uit de 100.000 banen die door de directie worden genoemd en 40.000 extra jobs die op de tocht staan als fabrieken zouden sluiten.· De echte oorzaak zit in één cijfer: een overcapaciteit van 500.000 voertuigen per jaar in Europa, terwijl de vaste kosten van de groep 30% hoger liggen dan die van de concurrentie.· De toekomst van de vier bedreigde sites komt vanaf 4 september op tafel tijdens de raad van toezicht. De deelstaat Nedersaksen en vakbond IG Metall beschikken er over een blokkeringsminderheid.Honderdveertigduizend: dat is het aantal banen dat de vakbonden van Volkswagen in gevaar zien komen. Toch moeten we voorzichtig omgaan met dat cijfer, want het bundelt twee heel verschillende situaties. De directie heeft gesproken over het schrappen van 100.000 banen wereldwijd tegen 2030, terwijl de werknemersvertegenwoordigers daar nog eens 40.000 jobs bij tellen die zouden verdwijnen als de bedreigde Duitse fabrieken daadwerkelijk sluiten. Dat laatste acht Oliver Blume, de topman van de groep, voor het einde van dit decennium weinig waarschijnlijk.Een half miljoen te veelFeit is in elk geval dat Volkswagen in Europa elk jaar ongeveer 500.000 auto’s meer maakt dan de markt kan absorberen. Die overcapaciteit weegt op vier sites: Emden, Hannover, Zwickau en Neckarsulm. De directie ziet nauwelijks hoe die fabrieken in de jaren 2030 opnieuw rendabel zouden kunnen worden.Daar komt nog een concurrentienadeel bij dat Oliver Blume zelf heeft becijferd: de vaste kosten liggen 30% hoger dan bij de concurrentie.Het beeld is dus niet dat van de commerciĂ«le ondergang die zo vaak in de media wordt geschetst. Op het Oude Continent staat de groep in de eerste helft van 2026 nog altijd stevig aan de leiding, met meer dan een kwart van de markt en licht stijgende volumes. Vooral Skoda en Audi trekken de verkopen omhoog.Het probleem zit elders. Het komt uit China, de vroegere melkkoe die intussen in een slagveld is veranderd. De prijzenoorlog wordt er gecombineerd met de zware kostenstructuur van Volkswagen. Precies dat voedt het protest van vakbond IG Metall: als het marktleider blijft, kunnen er vragen gesteld worden bij de omvang van de banenverliezen en eventuele fabriekssluitingen.Iets anders bouwenIn plaats van deze sites meteen af te schrijven, zoekt Volkswagen daarom naar alternatieven. Een fabriek hoeft immers niet noodzakelijk auto’s te blijven bouwen.Over de fabriek in OsnabrĂŒck wordt bijvoorbeeld al verregaand gesproken met de defensie-industrie. Ook andere reconversies liggen op tafel, tot en met de mogelijkheid dat de fabriek wordt overgenomen door het Chinese Xpeng. Die piste blijft op dit moment wel bijzonder onzeker.Het idee is niet zo vreemd. Renault heeft dezelfde beweging richting defensie ingezet, onder meer met drones. De geschiedenis leert ons bovendien dat autofabrikanten zich in crisistijden al vaker op de oorlogsindustrie hebben gericht.Nieuw is het dus niet. En in een Europa dat opnieuw volop investeert in defensie lijkt een industriĂ«le capaciteit die wordt omgebouwd wellicht zinvoller dan een capaciteit die volledig verloren gaat.Maar daarvoor moeten de machtsverhoudingen het wel toelaten. In het Duitse systeem van medezeggenschap beschikken Nedersaksen en vakbond IG Metall samen over een blokkeringsminderheid in de raad van toezicht. De minister-president van de deelstaat heeft opnieuw laten weten dat hij tegen een sluiting is.De volgende akte speelt zich af tijdens de raad van toezicht van 4 september. Daar zal wellicht nog geen definitieve beslissing vallen, maar we zullen wel beter kunnen inschatten welke richting de Duitse autogigant echt uit wil met zijn herstructurering.

door David Leclercq
© Gocar

TEST Audi RS5 (2026): hoe goed is de eerste plug-inhybride RS?

De essentie‱ De nieuwe Audi RS5 is de eerste plug-inhybride van Audi Sport, met 639 pk, 825 Nm en een sprint van 0 naar 100 km/u in 3,6 seconden.‱ De batterij van 22 kWh maakt ongeveer 80 kilometer elektrisch rijden mogelijk, maar het gewicht van 2,4 ton en het hoge verbruik bij sportief rijden beperken de efficiĂ«ntie.‱ Het elektromechanische achterdifferentieel met koppelvectoring verandert deze zware break in een verrassend wendbare en speelse sportwagenOm te beginnen even iets rechtzetten: de nieuwe A5 is eigenlijk de opvolger van de A4. Audi wilde elektrische modellen en auto's met verbrandingsmotor duidelijker van elkaar onderscheiden, met even nummers voor de eerste en oneven nummers voor de tweede. Maar omdat klanten daar maar moeilijk aan konden wennen, draaide Audi die beslissing uiteindelijk terug. De oude naamgeving is dus weer van tel, maar voor de A5 kwam de herroeping te laat. Die behoudt zijn nieuwe badge, zowel als berline als break.Beide koetswerkvarianten waren al verkrijgbaar als sportievere S5, met een 367 pk sterke 3.0 V6 TFSI met mildhybride ondersteuning. Nu schakelt Audi nog een versnelling hoger met de gloednieuwe RS5. Ook die is verkrijgbaar als berline en break en is de eerste RS – wat staat voor ‘Rennsport’, of ‘competitie’ – met een plug-inhybride aandrijving. Die stuurt maar liefst 639 pk naar de vier wielen via een volledig nieuwe quattro-aandrijving met koppelverdeling. Gespierd koetswerkEen Audi RS stelt zichzelf altijd voor met een gespierde look. In dit geval zelfs behoorlijk breedgeschouderd, met dank aan de fors uitgeklopte wielkasten voor- en achteraan. Vooraan is de RS5 daardoor maar liefst 9,2 centimeter breder dan een gewone A5. Voor en achter de wielkasten zitten luchtopeningen, net als in de enorme honingraatgrille. Achteraan vallen de grote diffusor met verticale vinnen en de centraal geplaatste ovale matte uitlaatmonden op. Zowel voor het exterieur als het interieur zijn koolstofvezelaccenten verkrijgbaar.De RS5 staat op 20- of 21-duimsvelgen met specifieke banden. Onze testwagen reed op Bridgestone Potenza's in maat 285/30 R21. In vergelijking met een basis-A5 is de koetswerkstructuur van deze RS5 10% stijver. Ook het chassis krijgt een specifieke afstelling, met een sportophanging en adaptieve dempers met dubbele klep, zodat ingaande en uitgaande demping afzonderlijk kunnen worden geregeld.Verder is de stuurinrichting directer, met een overbrengingsverhouding van 13:1, en zijn de remmen krachtiger. Optioneel zijn zelfs keramische remschijven verkrijgbaar.Kuipzetels en sportieve displaysBinnenin herkennen we het dashboard van de andere A5-versies. De ergonomie zit goed en alles is degelijk gemonteerd, maar sommige materialen stellen op dit prijsniveau wat teleur. Zo is de glanzende afwerking van de middenconsole gevoelig voor krassen en vingerafdrukken.Deze RS onderscheidt zich vooral met zijn sportzetels vooraan. Die blijken in het dagelijkse verkeer comfortabel – ze krijgen zelfs massagefunctie – en bieden tegelijk voldoende zijdelingse steun wanneer het tempo stijgt.Net als in de andere A5's krijg je twee of zelfs drie schermen: een digitaal instrumentenpaneel van 11,9 duim, een centraal scherm van 14,5 duim en optioneel een scherm van 10,9 duim voor de voorpassagier, die daarop bijvoorbeeld kan internetten of video's bekijken.In de RS5 krijgt het instrumentenbord uiteraard een sportievere invulling, met specifieke tellers en lichtsignalen die aangeven wanneer je moet opschakelen. Daarnaast zijn er een weergave van bandenspanning en -temperatuur en een stopwatch voor rondetijden op circuit.Het multimediasysteem registreert zelfs hoe je gas- en rempedaal gebruikt, wanneer de auto overstuur of onderstuur vertoont en welke laterale g-krachten worden opgebouwd. Driftliefhebbers kunnen bovendien hun drifthoek en de afstand die ze dwars hebben afgelegd meten.Ook het optionele head-updisplay is aangepast. Het projecteert onder meer het motortoerental, de snelheid en de ingeschakelde versnelling op de voorruit, desgewenst in de vorm van een klassieke teller. De schakelindicator krijgt daarbij een prominente plaats.Teleurstellende kofferruimte 
De nieuwe RS5 is verkrijgbaar als berline en break. Voor de ruimte achterin maakt dat geen verschil: die is in beide koetswerkversies identiek. De twee buitenste zitplaatsen zijn comfortabel, maar de middelste plaats is duidelijk minder aangenaam door de harde rugleuning en de forse transmissietunnel.Maar de kofferruimte stelt zelfs in de break teleur. De grote batterij van het hybridesysteem ligt onder de vloer en snoept behoorlijk wat ruimte weg. Met de achterbank rechtop blijft er slechts 361 liter over. Dat is amper 10 liter meer dan in een Volkswagen Polo met verbrandingsmotor 
 en duidelijk minder dan de 500 liter van de volledig thermische BMW M3 Touring. De RS5-berline doet het nog minder goed, met slechts 331 liter aan bagageruimte. Tot 80 kilometer elektrischDe nieuwe RS5 is dus de eerste plug-inhybride Audi RS. De aandrijflijn gebruikt opnieuw de bekende 2,9 liter-biturbo-benzinemotor, die ook in de Porsche Panamera wordt gebruikt. Hier levert hij 510 pk, 60 pk meer dan voordien, en werkt hij volgens de millercyclus. Bij deellast sluiten de inlaatkleppen vroeger, wat de efficiĂ«ntie verhoogt en het verbruik verlaagt.De benzinemotor wordt gekoppeld aan een elektromotor van 177 pk en 460 Nm, gevoed door een 400-voltbatterij met een bruikbare capaciteit van 22 kWh. Audi belooft een elektrisch rijbereik van ongeveer 80 kilometer en tijdens onze test kwamen we inderdaad dicht in de buurt van dat cijfer.In elektrische modus klinkt een kunstmatig zoemgeluid, maar echt snel is de RS5 dan niet. De 177 pk moeten tenslotte zo'n 2,4 ton in beweging brengen. Het stroomverbruik ligt bovendien hoog, rond 30 kWh per 100 kilometer. In het dagelijkse verkeer valt dan weer het puike veercomfort op. Aan een AC-laadpunt met maximaal 11 kW duurt volledig opladen ongeveer 2 uur en 30 minuten.GeĂ«lektrificeerde V6 met werklustDe rijmodi Dynamic en RS wekken de 2.9 V6-biturbo meteen tot leven. Samen met de elektromotor levert het geheel dan 639 pk en 825 Nm. De acceleraties zijn indrukwekkend: 0 naar 100 km/u duurt amper 3,6 seconden.De elektromotor maskeert bovendien de reactietijd van de turbo's met variabele geometrie. De kracht komt onmiddellijk vrij en blijft onafgebroken beschikbaar. Op het stuur zit zelfs een Boost-knop die gedurende tien seconden het volledige vermogen vrijgeeft en automatisch de ideale versnelling voor maximale acceleratie kiest.De soundtrack klinkt agressief, al komt hij soms wat kunstmatig over. Ook de automatische versnellingsbak kan in bepaalde situaties wat traag of aarzelend reageren, bijvoorbeeld vlak voor de begrenzer of bij stevige terugschakelacties.Maar het grootste nadeel bij sportief rijden is het benzineverbruik, dat bijzonder snel boven 20 liter per 100 kilometer klimt. In de sportieve modi RS Sport en RS Torque Rear laadt de benzinemotor de batterij namelijk vrijwel voortdurend bij – het laadniveau zakt nooit onder 90% – zodat de elektromotor altijd zijn maximale vermogen kan leveren. Dat jaagt het benzineverbruik stevig de hoogte in.Je bouwt op die manier wel opnieuw elektrisch rijbereik op voor later. Gelukkig maar, want de benzinetank is met slechts 
 48 liter opvallend klein.Zwaar, maar verrassend wendbaar en leukDat de motor hard zou gaan, hadden we verwacht. De echte vraag was hoe deze zware plug-inhybride break zich in de bochten zou opstellen. Om het gewicht te verdoezelen, combineert Audi zijn quattro-vierwielaandrijving met een zelfblokkerend middendifferentieel – dat de verdeling tussen de voor- en achteras kan laten variĂ«ren van 70/30 tot 15/85% – en een nieuw elektromechanisch achterdifferentieel met laterale koppelverdeling.Concreet versnelt een kleine elektromotor van 8 kW en 40 Nm het buitenste achterwiel in de bocht. Daardoor ontstaat een giermoment dat de auto makkelijker laat insturen en zelfs gecontroleerd kan laten uitbreken.Het grote verschil met mechanische torque-vectoringdifferentiĂ«len is dat dit elektromechanische systeem niet alleen bij acceleraties werkt. Het grijpt ook in tijdens het afremmen, bij het insturen en wanneer je het gaspedaal lost. Daardoor voelt de auto ook bij het aansnijden van een bocht veel wendbaarder aan.In de praktijk moeten we toegeven dat het systeem deze grote break opvallend lichtvoetig maakt, terwijl hij ook op de limiet goed controleerbaar blijft. Het karakter verandert bovendien sterk afhankelijk van de gekozen rijmodus: van neutraal en evenwichtig tot uitgesproken overstuurd, afhankelijk van je stemming.ConclusieDe zware RS5 is eerder een vermomde dikkerd dan een echt logge mastodont. Dankzij slim gedoseerde en uitstekend afgestelde elektronica weet hij zijn gewicht achter het stuur verrassend goed te verbergen. Vooral het elektromechanische achterdifferentieel met koppelvectoring maakt hem veel leuker om te rijden dan we vooraf hadden verwacht.De V6-biturbo levert brute prestaties, maar met één druk op de elektrische knop kun je de storm meteen stilleggen. Die dubbele persoonlijkheid maakt dat Audi met de RS5 een indrukwekkend technologisch visitekaartje voorlegt.Met prijzen op ongeveer hetzelfde niveau als die van een BMW M3 – 109.700 euro voor de berline en 111.350 euro voor de break – biedt hij een heel andere benadering. De BMW blijft nog speelser, maar de Audi is technologischer en voegt daar zijn plug-inhybride aandrijving aan toe.RS5 Avant in cijfersMotor: V6, biturbo, benzine, 2.894 cmÂł, 510 pk (375 kW) van 6.300 tot 6.800 t/min, 600 Nm van 2.000 tot 5.000 t/min + elektromotor (177 pk/130 kW, 460 Nm); gecombineerd vermogen: 639 pk/470 kW, 825 NmAandrijving: vierwielaandrijvingVersnellingsbak: achttrapsautomaatL/B/H (mm): 4.896/1.952/1.446-72Leeggewicht (kg): 2.370Koffervolume (l): 361 tot 1.302Batterij (kWh): 25,9 kWh bruto/22,0 kWh bruikbaar0 tot 100 km/u (sec): 3,6Topsnelheid (km/u): 250 km/u (optioneel 285 km/u) en 140 km/u elektrischElektrisch rijbereik (WLTP, km): 75 tot 83Normverbruik (WLTP, l/100 km): 3,9 tot 4,5CO₂-uitstoot (g/km): 88 tot 102Prijs (euro): 111.350BIV (euro): WalloniĂ«: 4.250,12, Brussel: 6.357,85, Vlaanderen: 63,66Verkeersbelasting (euro): WalloniĂ« en Brussel: 1.075,54, Vlaanderen: 717,39

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Studie: rijplezier zit niet in pure snelheid

De essentieCastrols proefproject suggereert dat rijplezier niet in pure snelheid zit, maar vooral ontstaat wanneer de bestuurder zelf controle heeft en volledig opgaat in de rijtaak.Zelfs bij amper 8 km/u op een offroadparcours maten onderzoekers sterke positieve reacties, terwijl hogere snelheden als passagier juist meer hersenactiviteit veroorzaakten die met stress wordt geassocieerd.De resultaten zijn niet wetenschappelijk sluitend, maar werpen wel een interessant licht op autonoom rijden: een zelfrijdende auto kan mobiliteit bieden, maar neemt precies de controle weg die rijplezier lijkt te voeden.Goed, Castrol is geen academische referentie en voor deze studie naar de wortels van rijplezier, getiteld “Thrill of Driving”, werd ook geen peer-reviewed publicatie verricht. Toch geven de resultaten een interessant inzicht in hoe een automobilist rijplezier beleeft. En dat is niet onbelangrijk, want het blijft natuurlijk een van de grote redenen waarom liefhebbers zo verzot zijn op auto’s. Proeven op circuitCastrol claimt inzicht te hebben in wat er letterlijk in ons brein moet gebeuren vooraleer we een rit als rijplezier bestempelen. De proeven vonden plaats op de PalmerSport-faciliteit in Bedfordshire, een circuitcomplex waar recreanten onder begeleiding diverse voertuigen mochten besturen. Het neurosciencebedrijf Brainbox, gespecialiseerd in hersenonderzoek voor organisaties en klinische trials, verzorgde de metingen en analyses. De proefpersonen droegen vier parallelle monitorsystemen: een EEG-net voor het hoofd dat via dertig kanalen de hersengolven registreerde, een hartslagmeter die het ritme van ons belangrijkste orgaan detecteerde, huidgeleidbaarheidssensoren die fysieke opwinding maten, en een eye-tracker die oogbewegingen en knipperfrequentie in kaart bracht.Vervolgens moesten de deelnemers vijf scenario's doorstaan. Ze manoeuvreerden in een Land Rover Defender over een offroadparcours met waterdoorgangen en hellingen, reden kart op een krappe baan, kropen op een gesloten omloop zelf achter het stuur van een McLaren Artura GT4 en namen plaats in een open koerswagen (één keer zelf als bestuurder en daarna als passagier terwijl een professionele piloot de grenzen van de bolide opzocht). Wat je zelf doet 
Wat was nu de uitkomst? Het zelf rijden in de McLaren leverde de sterkste concentratiepiek op. De blik van bestuurders bleef bij die proef gemiddeld zeventig seconden per minuut gefixeerd op de ideale lijn of het keerpunt van de bocht. Knipperen deden ze amper: 2,5 keer per minuut, tegenover vijftien tot twintig in normale rust. Het EEG toonde verhoogde theta-golven in het frontale middengebied. In de neurowetenschap wordt dat gelinkt aan intense focus bij behouden kalmte. De proefpersonen werden in dit geval dus volledig opgeslorpt door de ervaring.Maar als diezelfde proefpersoon als passagier in de open racewagen meereed, kantelde het neuro-fysiologische beeld. Ook al stegen de snelheden gevoelig, de hersenscans toonden vooral meer beta-activiteit. Maar dat is een patroon dat eerder samenhangt met stress dan met plezier. De ogen van de copiloot sprongen heen en weer, wat er duidelijk op wijst dat een gebrek aan eigen controle over het stuur opwinding doet omslaan in onbehagen. Nu goed, rijstijl is ook erg persoonlijk en we weten niet wie er achter het stuur zat. Zelfs onder professionele piloten heb je bruten enerzijds en gepolijste scheurders anderzijds. Ook traag is opwindendVolgens Castrol bewijst dit echter dat snelheid op zichzelf geen doorslaggevende factor is voor rijplezier. Interessant in die context zijn de resultaten van het offroadparcours. De gemiddelde snelheid lag daar op amper 8 km/u, maar de sensoren maten tijdens deze gemotoriseerde boswandeling evengoed intense positieve reacties. Dus vooral het moment waarop de bestuurder zelf het tempo bepaalt en de situatie beheerst, lijkt samen te vallen met zijn of haar notie van rijplezier.The Thrill to Drive-studie splitst het op in een heilige drievuldigheid: de bestuurder moet lichamelijk en mentaal opgewekt worden van de ervaring, een emotionele balans voelen waarbij die opwinding angst overtreft en intellectueel betrokken zijn bij de rijtaak. Raakt een van die drie verstoord, dan kantelt de ervaring van genot naar stress. Maar het onderzoek stelt ook dat deze individuele drempel sterk verschilt per persoon.Zoals gezegd, Castrol geeft amper details vrij over het aantal proefpersonen en de gehanteerde methodiek. Echt wetenschappelijk is het dus allemaal niet. Maar schuilt er anderzijds ook niet veel herkenning in deze bevindingen? De studie lijkt vooral interessant in het licht van de trend naar autonoom rijdende voertuigen. Ze bewijst dat deze wel onze mobiliteitsnoden kunnen bevredigen, maar niet onze hang naar rijplezier.

door Piet Andries
© Gocar

Wegenvignet: dit verwijten de Vlaamse werkgevers en vakbonden de maatregel

De essentie·      De SERV, die de Vlaamse werkgevers en vakbonden vertegenwoordigt, is bijzonder kritisch voor de combinatie van het wegenvignet en de hervorming van de verkeersbelasting. Volgens de organisatie is dit een gemiste kans om het wagenpark groener te maken.·      Het verschil van amper tien euro tussen het vignet voor een elektrische auto en dat voor een auto op fossiele brandstof is volgens de SERV veel te klein om aankoopgedrag te beïnvloeden. Ook tegen de files doet het systeem niets.·      Sommige kleine elektrische auto's zullen zelfs meer betalen dan een vergelijkbare benzinewagen, een tegenstrijdigheid die volgens de SERV niet te verantwoorden valt.Het toekomstige Belgische wegenvignet doet al enkele weken heel wat stof opwaaien. Het moest buitenlandse weggebruikers mee laten betalen voor onze wegen en tegelijk de regionale begrotingen wat extra ademruimte geven. Wat dat betreft, blijft de redenering overeind. Maar op andere vlakken begint het al te wringen.De sociale partners in het noorden van het land (werkgevers en vakbonden zijn verenigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, ook wel het SERV genoemd), hebben nu een bijzonder kritisch advies uitgebracht over het wegenvignet en de bijbehorende Vlaamse fiscale hervorming. Vanaf 1 mei 2027 zal elk voertuig van minder dan 3,5 ton een digitaal vignet nodig hebben om op autosnelwegen en gewestwegen te rijden. Afhankelijk van de uitstootcategorie van het voertuig kost dat jaarlijks tussen 90 en 125 euro.Ook de Vlaamse fiscale hervorming verdient wat uitleg. Al jaren wordt de verkeersbelasting in Vlaanderen berekend op basis van een hele reeks criteria, waaronder het fiscaal vermogen, de CO2-uitstoot, de brandstof en de euronorm. Op 1 januari 2027, vier maanden vóór de invoering van het vignet, gooit Ben Weyts (N-VA), Vlaams minister van Begroting en Financiën, dat systeem om. Voortaan blijven nog slechts twee parameters over: gewicht en CO2-uitstoot. Hoe lichter en schoner de auto, hoe lager de belasting. De minister heeft beloofd dat ongeveer de helft van de Vlaamse automobilisten, vignet inbegrepen, evenveel of minder zal betalen dan vandaag. De meerkost zou bovendien beperkt blijven tot maximaal 125 euro. Alleen zijn er enkele opvallende uitzonderingen.Tien euro, zonder effectWaar de SERV vooral over struikelt, is dat het wegenvignet een stimulans had kunnen zijn, maar uiteindelijk vooral een belasting wordt. Het bewijs? Een elektrische auto betaalt 90 euro voor het vignet, terwijl de meeste auto's met verbrandingsmotor 100 euro betalen. Een verschil van amper 10 euro.Voor dat bedrag zal uiteraard niemand zijn benzine- of dieselmotor inruilen voor een elektrische auto. Volgens de sociale partners laat Vlaanderen zo een kans liggen om de vergroening van het wagenpark te stimuleren en de luchtkwaliteit te verbeteren.Daarnaast houdt het vignet op geen enkele manier rekening met het tijdstip waarop je rijdt. 's Nachts kost het exact evenveel als tijdens de spits. Tegen de files zal het systeem dus niets uitrichten. Nochtans weten we dat de verkeerscongestie de Belgische concurrentiekracht economisch meer dan 5 miljard euro kost.Elektrische auto betaalt méérHet probleem zit ook in enkele tegenstrijdigheden van de hervorming. In bepaalde gevallen zal een kleine elektrische auto meer verkeersbelasting betalen dan een vergelijkbare benzinewagen. Volgens de SERV is dat een situatie die eigenlijk nooit zou mogen voorkomen.Daarbovenop komt onzekerheid over de belastinginkomsten. Eigenaars van voertuigen die al zijn ingeschreven, zullen namelijk kunnen kiezen tussen de oude en de nieuwe berekeningsmethode, afhankelijk van welke formule voor hen het voordeligst uitvalt. Daardoor worden de fiscale inkomsten moeilijk voorspelbaar.De SERV stelt daarom voor om voor bestaande voertuigen automatisch het laagste tarief toe te passen. Dat zou administratief eenvoudiger zijn en tegelijk de risico's beperken, zowel voor de belastinginkomsten als voor automobilisten die onvoldoende geïnformeerd zijn.En de SERV staat niet alleen met die kritiek. Ook het VBO, Voka, Unizo en Touring verwijten de beleidsmakers dat ze voor een forfaitair systeem hebben gekozen in plaats van een slimme kilometerheffing, die volgens hen veel geschikter is om het gedrag van automobilisten daadwerkelijk te beïnvloeden.Maar vooral bij de beloofde compensatie, of de zogenaamde neutraliteit van het wegenvignet, wringt het schoentje. De officiële redenering draait rond een evenwicht: aan de ene kant komt er een wegenvignet bij, aan de andere kant wordt de verkeersbelasting verlaagd. Alleen zijn elektrische auto's die vóór 1 januari 2026 in Vlaanderen werden ingeschreven volledig vrijgesteld van die verkeersbelasting. Voor hun eigenaars komt er dus elk jaar 90 euro aan wegenvignet bij, zonder enige compensatie. Ben Weyts maakt daar geen geheim van: elke hervorming kent verliezers. Sommige eigenaars van elektrische auto's zullen daar dus bij horen. Drie gewesten, geen harmonieBelangrijk om te begrijpen is dat de fiscale neutraliteit globaal wordt bekeken en niet voor elke automobilist afzonderlijk. Bovendien stopt die neutraliteit aan de gewestgrenzen.Vlaanderen claimt dat het systeem in zijn geheel budgettair in evenwicht blijft, maar aanvaardt tegelijk dat sommige elektrische auto's erop achteruitgaan. Wallonië belooft dan weer volledige neutraliteit voor zijn belastingbetalers. Daarbij mogen we echter niet vergeten dat elektrische auto's er sinds midden 2025 duidelijk zwaarder worden belast door de hervorming van de belasting op inverkeerstelling, die voor een groot deel gebaseerd is op het gewicht van het voertuig.Daardoor is het vandaag niet uitzonderlijk dat een wat grotere elektrische auto in Wallonië meer dan 1.000 euro aan BIV kost, terwijl Vlaanderen het bij een forfaitair bedrag van ongeveer honderd euro houdt. Overal klinkt de boodschap dat de elektrische transitie moet worden gestimuleerd, maar in de praktijk blijkt dat een stuk minder vanzelfsprekend. En daarmee is de discussie nog niet voorbij. Brussel heeft nog altijd niets aangekondigd over de wettelijkheid van het systeem.Uiteindelijk zal ook Europa zich erover moeten uitspreken. En als de maatregel zelfs binnen België al tot ongelijke behandeling leidt, is het maar de vraag of hij de toets van Brussel doorstaat, dat burgers uit alle lidstaten net tegen ongelijke behandeling moet beschermen.

door David Leclercq
© Gocar

Deze Belgische chips gaan binnenkort de auto’s van BYD aansturen

De essentie:·       De Belgische chipproducent Melexis wordt een rechtstreekse leverancier van BYD via een Master Purchase Agreement, waarmee het bedrijf toetreedt tot het wereldwijde netwerk van leveranciers van de Chinese constructeur.·       Het gaat om cruciale halfgeleiders voor elektrische voertuigen, van motorsturing tot batterijbeheer, en versterkt de positie van Melexis in China, de grootste automarkt ter wereld.·       De overeenkomst komt er op een moment dat Brussel Europese regels rond lokaal geproduceerde onderdelen voor aankoopsteun voorbereidt. Dat kan een Belgische toeleverancier extra interessant maken voor BYD, dat steeds meer in Europa gaat produceren.In de autosector verkoopt een componentenfabrikant zijn onderdeel maar zelden rechtstreeks aan de constructeur. Normaal gaat een chip eerst naar een grote toeleverancier zoals Bosch of Valeo. Die verwerkt de chip in een complete module, een remsysteem of een elektronische regeleenheid en levert het geheel vervolgens aan het automerk. De chipproducent blijft zo vaak twee stappen lager in de toeleveringsketen. Maar het Belgische Melexis heeft die tussenstap nu overgeslagen.Door een Master Purchase Agreement met BYD te ondertekenen, wordt het Belgische bedrijf een rechtstreekse leverancier binnen het wereldwijde aankoopnetwerk van de Chinese groep. Concreet zullen zijn chips voortaan rechtstreeks naar BYD gaan, zonder tussenkomst van een derde partij. Het bedrag van het contract is niet bekendgemaakt, maar het belangrijkste zit elders. Zo’n overeenkomst is doorgaans alleen weggelegd voor strategisch belangrijke leveranciers.Wat stuurt zo’n chip eigenlijk aan?Het gaat uiteraard om componenten die de doorsnee automobilist nooit te zien krijgt, maar zonder dewelke geen enkele elektrische auto kan rijden. De overeenkomst heeft betrekking op sensoren en drivers, elektronische circuits die commando’s van de boordelektronica vertalen naar de aandrijving van motoren, temperatuurbeheer, verlichting, remmen, stuurinrichting en functies rond de batterij.De chips meten de stroom die de batterij in- en uitgaat, detecteren posities en sturen elektromotoren aan. Het zijn stuk voor stuk vitale functies in een geĂ«lektrificeerd voertuig, waarin elektronica almaar meer bepaalt.Volgens Dieter Verstreken, verantwoordelijke voor de China-strategie bij Melexis, is de overeenkomst een logische volgende stap in een samenwerking die al meerdere jaren loopt. Tegelijk brengt ze de ingenieursploegen van beide bedrijven dichter bij elkaar.Melexis heeft al een voet tussen de deurDe onderneming heeft haar thuisbasis in Ieper, in West-Vlaanderen, en maakt deel uit van de Bel 20. De autosector is goed voor bijna 89% van de omzet. Dat verklaart meteen waarom de Chinese markt, wereldwijd de belangrijkste markt voor elektrische auto’s, zo’n grote rol speelt in de strategie van Melexis.Het Belgische bedrijf heeft bovendien al ervaring met Chinese autobouwers. Zo leverde Melexis eerder al stroomsensoren aan NIO. Het contract met BYD bestendigt die toonaangevende positie.Tegelijk kan de overeenkomst ook BYD goed uitkomen. Brussel werkt namelijk aan een kader rond ‘Made in Europe’, de zogenaamde Industrial Accelerator Act, waarbij aankoopsteun mogelijk gekoppeld wordt aan een bepaald aandeel Europese onderdelen. Een percentage van 70% doet momenteel de ronde, maar niets daarvan ligt al definitief vast.Toch past het contract met Melexis opvallend goed in die mogelijke toekomstige regelgeving, net nu BYD zijn Europese productie verder uitbouwt. De constructeur heeft al een fabriek in Hongarije en onderzoekt een tweede productielocatie in Spanje.De markt reageert enthousiastBeleggers reageerden positief op de overeenkomst. Het aandeel van Melexis steeg tijdens de handel in Brussel met bijna 2%, de sterkste stijging binnen de Bel 20.Toch is het belangrijkste aan deze deal niet van financiĂ«le aard. Melexis is een van die Belgische industriĂ«le parels waarover te weinig wordt gesproken. Bedrijven die ver van de schijnwerpers geavanceerde technologie ontwikkelen die uiteindelijk in auto’s over de hele wereld terechtkomt. Dat waren we bijna vergeten, maar verdient erkenning.

door David Leclercq

BMW i3 Touring (2027): prototype betrapt in camouflagepak

De essentieDe BMW i3 Touring, de breakversie van de elektrische i3, is tijdens tests gespot en komt in 2027 op de markt.Hij gebruikt de 800V-architectuur van de Neue Klasse en zou een rijbereik tot bijna 900 kilometer bieden, met DC-snelladen tot 400 kW.De i3 Touring wordt praktischer dan de berline dankzij een grotere koffer, maar behoudt ook de frunk vooraan.BMW is op 6 augustus in zijn fabriek in MĂŒnchen gestart met de productie van zijn nieuwe elektrische i3-berline. Ondertussen werkt de toekomstige break discreet zijn validatietests af. De BMW i3 Touring (interne code NA1) werd namelijk betrapt tijdens testritten op de openbare weg in de omgeving van de NĂŒrburgring in Duitsland.Klassiek breakprofielDe breakversie van de i3 neemt logischerwijs de voorkant van de berline over. Ondanks de camouflage is op de beelden ook te zien dat de i3 Touring een vrij klassiek breakprofiel krijgt. Hij doet wat denken aan een kleinere i5 Touring.Zijn lengte zal wellicht identiek zijn aan die van de i3-berline, die 4,76 meter lang is. De koffer wordt logischerwijs groter dan de 420 liter van de berline, terwijl de break ook de frunk onder de motorkap behoudt.Ook het dashboard wordt overgenomen van de i3-berline, inclusief het nieuwe BMW Panoramic iDrive dat we al kennen uit de iX3. Daarbij maakt het klassieke instrumentenpaneel achter het stuur plaats voor een displaystrook die onderaan de voorruit over vrijwel de volledige breedte van het interieur loopt.Elektrische 800V-architectuurOok de techniek wordt uiteraard gedeeld met de i3-berline en steunt op het nieuwe Neue Klasse-platform met een elektrische 800V-architectuur.De break zal aanvankelijk verkrijgbaar zijn als i3 40 met één elektromotor en achterwielaandrijving. Die levert 320 pk en wordt gekoppeld aan een batterij met een bruikbare capaciteit van 82,6 kWh. Daarnaast komt er een i3 50 xDrive met twee elektromotoren, 469 pk en een grotere batterij die netto 108,7 kWh in petto heeft.Het rijbereik zal iets lager liggen dan bij de i3-berline, maar zou in het gunstigste geval toch dicht bij 900 kilometer uitkomen. Ter vergelijking: de i3 50 xDrive berline haalt theoretisch tot 906 kilometer. Ook DC-snelladen belooft bijzonder snel te gaan dankzij een piekvermogen tot 400 kW.De BMW i3 Touring wordt naar verwachting in de loop van 2027 voorgesteld en zal kort daarna op de markt komen. Op termijn staat bovendien een sportieve M-versie op de planning.

door Olivier Maloteaux

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.