Kan je écht twee keer een boete krijgen voor dezelfde parkeerovertreding?

© Gocar
door Gocar.be - David Leclercq
gepubliceerd op om

Voor sommige automobilisten is het flink schrikken: terug bij hun geparkeerde auto vinden ze niet één, maar meerdere boetes onder de ruitenwisser, terwijl de auto de hele dag niet van zijn plek is geweest. Dat melden onze collega’s van RTL.

Maar mag je juridisch gezien twee keer beboet worden voor dezelfde parkeerovertreding? Dat hangt af van één cruciaal punt: de aard van de overtreding. Bij parkeren geldt namelijk dat sommige overtredingen als opeenvolgend worden gezien. Denk bijvoorbeeld aan het niet-betalen van parkeergeld in zones die door de gemeente worden beheerd. Veel steden hanteren regels waarmee handhavers op vaste momenten opnieuw mogen bekeuren: vaak elke twee of vier uur. Staat je auto, met andere woorden, te lang zonder ticket of verlenging van de parkeerduur, dan kun je meerdere boetes op dezelfde dag krijgen.

Die intervallen moeten daarentegen wel redelijk en duidelijk vastgelegd zijn. Twee boetes binnen tien minuten zijn allesbehalve gebruikelijk en juridisch doorgaans niet houdbaar. In zo’n geval kan de bestuurder de tweede bekeuring aanvechten, bijvoorbeeld door te laten zien dat de eerste al betaald is en te wijzen op het onrechtmatige karakter van een dubbele straf.

Hetzelfde probleem voor andere overtredingen?

Het gaat echter niet alleen om parkeermeters. Ook bij verkeersovertredingen speelt dit debat, want met de toename van controleapparatuur, zoals trajectcontroles, lopen bestuurders eveneens kans op meerdere bekeuringen.

Een treffend voorbeeld deed zich enkele maanden geleden voor: een automobilist kreeg drie boetes binnen enkele minuten, simpelweg omdat hij op een nationale weg langs meerdere achter elkaar geplaatste trajectcontroles reed. Maar is dat nu één voortdurende overtreding of meerdere losse? In theorie geldt: bij ononderbroken te hard rijden op hetzelfde traject zou één enkele boete moeten volstaan.

14298

In de praktijk ligt die beslissing niet bij de politie of de overheid die de flitstoestellen plaatst. Het is het parket dat hierover beslist en, bij betwisting, de politierechter. En om het nog ingewikkelder te maken: de uitkomst kan verschillen van het ene gerechtelijke arrondissement tot het andere.

Principe van eenheid van opzet

Volgens gespecialiseerde advocaten draait het vaak om één kernbegrip: de ‘eenheid van opzet’. Dat principe houdt in dat herhaald fout gedrag, zolang het in korte tijd en in een vergelijkbare context plaatsvindt, kan worden gezien als één overtreding. Concreet: een automobilist die meerdere keren op hetzelfde traject wordt geflitst, of twee keer wordt beboet voor dezelfde parkeerfout, zou in principe maar één boete mogen krijgen.

Hoewel deze redenering juridisch verdedigbaar is, blijft ze lastig hard te maken. Voor de rechtbank hangt alles af van de interpretatie van de rechter, de houding van het lokale parket en de duidelijkheid van de gemeentelijke regels of de uitgevoerde controle.

Rechtspraak met twee maten en twee gewichten

Sommige rechters zien een reeks boetes voor dezelfde overtreding als misbruik, terwijl anderen opeenvolgende bekeuringen juist goedkeuren – vooral wanneer lokale regels of technische systemen dat mogelijk maken. Zo worden in Vlaanderen opeenvolgende sancties vaker aanvaard dan in Wallonië.

De autoriteiten houden vast aan een preventieve aanpak. Net als het VIAS-instituut benadrukken zij dat intensieve controles vooral bedoeld zijn om risicovol of fout gedrag te ontmoedigen. Kritiek luidt echter dat dit wel erg gemakkelijk en opportunistisch is. Niets nieuws onder de zon zeker?

Meer

Skoda Epiq (2026): eindelijk helemaal onthuld

We spreken er al lang over en konden zelfs al kort kennismaken met het prototype, maar nu is er eindelijk de definitieve versie van de kleine elektrische SUV van Skoda: de Epiq, het derde elektrische model van het merk na de Enyaq en Elroq. Neef van Volkswagen ID. CrossMet zijn gespierde koetswerk lijkt de Skoda Epiq groter dan hij werkelijk is: hij is namelijk slechts 4,17 m lang. Opvallend zijn ook de T-vormige lichten, een nieuwe lichtsignatuur die we in de toekomst op nog meer Skoda-modellen zullen terugzien.Onder het koetswerk gebruikt deze SUV uit het B-segment het nieuwe modulaire elektrische MEB+-platform van de Volkswagen-groep, dat ook als basis dient voor de verwante Volkswagen ID. Cross.Tot 440 km rijbereikDe Skoda Epiq is een voorwielaandrijver en komt in drie versies: de 35 (115 pk/267 Nm) of de 40 (135 pk/267 Nm) met een LFP-batterij van 37,5 kWh (netto), goed voor ongeveer 310 km officieel rijbereik, en de 55 (211 pk/290 Nm) met een NMC-batterij van 51,5 kWh die ongeveer 440 km rijbereik biedt. Jammer dat je het middelste vermogen niet kunt combineren met de grote batterij…Aan een DC-snellader laden beide batterijen van 10 tot 80% in ongeveer 30 minuten. De Epiq beschikt ook over een one pedal-modus en bidirectioneel laden, waarmee je externe elektrische toestellen kunt voeden. Eenvoudig maar ergonomisch dashboardBinnenin vind je een vrij traditioneel horizontaal dashboard, afgewerkt met een lichtstrook en uitgerust met een digitaal instrumentenpaneel van 5,3 duim en een centraal aanraakscherm van 13 duim. Opvallend: de Epiq behoudt fysieke knoppen voor de klimaatregeling. Slim gezien. Grote kofferDe kleine Skoda Epiq profileert zich als een praktische auto, met een centrale console op twee niveaus. Onderaan zit een groot open opbergvak, daarboven een zwevend compartiment met draadloze smartphonelader.Ook de kofferruimte scoort goed en is 475 liter groot met de achterbank rechtop (Volkswagen kondigt dezelfde waarde aan voor zijn ID. Cross). Optioneel komt daar nog een kleine frunk van ongeveer 25 liter in de neus bij. Ook een panoramisch glazen dak behoort tot de mogelijkheden. De goedkoopste elektrische SkodaDe Epiq zal gebouwd worden in Pamplona, Spanje. Het wordt de goedkoopste elektrische Skoda, al is de Belgische prijs nog niet bekend. De bestellingen openen binnen enkele weken. Ter vergelijking: in Frankrijk start de prijs bij 26.470 euro met de kleine batterij en bij 32.070 euro met de grotere batterij. Bij ons zal de prijs vermoedelijk vergelijkbaar zijn.

door Olivier Maloteaux

Polestar 4 (2026): zeg voortaan coupé

Polestar, dat gezamenlijk eigendom is van Volvo en het Chinese moederhuis Geely, verraste in 2023 met de voorstelling van de Polestar 4, die in 2024 gelanceerd werd in Europa. Het model heeft een erg atypische stijl, die het midden houdt tussen een berline en een SUV-coupé.Maar het opvallendste stijlelement blijft het ontbreken van een klassieke achterruit. Volgens ons is dat eerder een nadeel dan een troef, want de bestuurder moet achteraan alles in de gaten houden via schermen die camerabeelden tonen, wat soms verwarrend kan zijn…Nog geen twee jaar na zijn lancering bij ons krijgt de Polestar 4 al enkele evoluties voor het nieuwe modeljaar (net als de Polestar 3 SUV, trouwens). Binnenkort ook als break/SUVDe eerste verandering van deze update is de nieuwe naam: de Polestar 4 draagt voortaan het achtervoegsel ‘coupé’. Zo wil het merk hem duidelijk onderscheiden van de toekomstige break/SUV-versie, die eind dit jaar verwacht wordt.“Deze nieuwe variant combineert de ruimte van een shooting brake met de veelzijdigheid van een SUV”, aldus Michael Lohscheller, CEO van Polestar. Dat belooft alweer iets origineels te worden…Dynamischere coupéIn afwachting van de break/SUV wordt de coupé dynamischer dankzij enkele technische aanpassingen. De Rear motor- en Dual motor-versies krijgen voortaan standaard een aangepast chassis met nieuwe passieve schokdempers met polyurethaan rebound stops, maar ook aangepaste veren, stabilisatorstangen en een herwerkte afstelling van de stuurbekrachtiging. We waren al te spreken over het weggedrag van de Polestar 4, maar volgens de constructeur rijdt hij nu nog scherper dan voordien. Geen 800 voltAfgezien van die aanpassingen aan het chassis verandert er technisch niets aan de Polestar 4 coupé, die – in tegenstelling tot de Polestar 3 (2026) – vasthoudt aan een batterijarchitectuur van 400 volt.Het gamma bestaat uit de achterwielaangedreven Rear motor (272 pk, officieel rijbereik van 620 km, 61.900 euro) en de Dual motor (544 pk, rijbereik van 590 km, 66.900 euro). Na de komst van de break/SUV-versie van de Polestar 4 eind dit jaar verwachten we in 2027 ook de opvolger van de Polestar 2 en in 2028 de compacte SUV Polestar 7. Er beweegt duidelijk heel wat bij Polestar…

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Concept car Vision: voorsmaakje van de toekomstige BMW Alpina’s?

Het verhaal van Alpina begint in 1965 in Buchloe, Duitsland, een Beiers stadje aan de voet van de Alpen. Eerst was Alpina een tuner, maar in 1983 groeide het uit tot een volwaardige constructeur die modellen uit het BMW-gamma altijd krachtiger en luxueuzer maakte.In maart 2022 nam BMW Alpina over van de stichtende familie Bovensiepen. Alpina verkeerde in goede financiële gezondheid, maar sloot zich aan bij BMW om de zware investeringen rond elektrificatie aan te kunnen.Tussen BMW en Rolls-RoyceSinds begin dit jaar is Alpina volledig geïntegreerd binnen BMW. Toekomstige Alpina’s worden rechtstreeks door het moederhuis gebouwd. Alpina wordt een uiterst luxueuze divisie van BMW, een beetje zoals Maybach dat is voor Mercedes.“BMW Alpina neemt een unieke positie in binnen ons portfolio, tussen BMW en Rolls-Royce. We zien een groeiend potentieel in het absolute topsegment”, zegt Oliver Viellechner, verantwoordelijke voor BMW Alpina. Daarom presenteerde Alpina de concept car Vision op het bijzonder exclusieve Concours d’Élégance van Villa d’Este in Italië. Het verleden heruitgevondenDe concept car heeft de vorm van een 5,20 m lange coupé met een volledig glazen dak en een V8-motor. Opvallend zijn de herwerkte BMW-‘Shark Nose’-grille in 3D met verlichting, de uitgesneden flanken, de subtiele sierstrips op de deuren en de iconische Alpina-velgen met fijne spaken.De ontwerpers wilden de typische kenmerken van het merk behouden: “Alpina beschikt over een sterk erfgoed en een gepassioneerde internationale community die we verder willen laten groeien, zonder de essentie van het merk te verliezen”, voegt Oliver Viellechner eraan toe. Modern interieurIn deze concept car is plaats voor vier inzittenden en de sfeer oogt bijzonder modern. We vinden er het Panoramic iDrive-dashboard van de nieuwste BMW’s terug, met een instrumentenstrook die over de volledige breedte van de wagen loopt aan de basis van de voorruit. De passagier voorin krijgt ook een apart scherm. Volgend jaar nieuwe AlpinaNatuurlijk zal deze designstudie niet één op één leiden tot een identiek productiemodel, maar verschillende designelementen en materialen zullen wel hun weg vinden naar toekomstige BMW Alpina-modellen.De eerste Alpina van dit nieuwe tijdperk wordt volgend jaar verwacht en is gebaseerd op de huidige 7 Reeks, die onlangs een facelift kreeg. Binnen enkele maanden weten we hoe hij eruitziet…

door Olivier Maloteaux
© Gocar

5 fantastische roadsters om mee te rijden voor minder dan 25.000 euro

Toegegeven, 25.000 euro is geen klein bedrag, daar zijn we het over eens. Maar het blijft slechts een fractie van de prijs van sommige exclusieve sportwagens die vaak… een pak minder leuk rijden. Met deze vijf modellen krijg je gegarandeerd een glimlach die niet meer van je gezicht verdwijnt.Porsche BoxsterDe Porsche Boxster is de logische keuze. Hij combineert prestige, prestaties, een heerlijke soundtrack en een bijzonder efficiënt rijgedrag. Bovendien is de Boxster een van de meest veelzijdige auto’s uit deze lijst, met zijn twee koffers, echt comfort en een elektrische kap. Maar let op: de betrouwbaarheid haalt niet het niveau van de luchtgekoelde versies. Welke versie kies je? Daar wordt het lastig. Een budget van 25.000 euro zit net op de grens: het is een mooi bedrag voor een 986 (tot 2004), maar net iets te weinig voor een prachtige 987, die eleganter oogt en beter afgewerkt is. Kies in elk geval voor een handgeschakelde versnellingsbak en geef de voorkeur aan de ‘basis’-2,7 liter, die vaak betrouwbaarder wordt geacht dan de 3,4 liter uit de S-versies. Onderhoudshistoriek is absoluut cruciaal.Mazda MX-5 NDZoek je absolute gemoedsrust? Vergeet dan de Boxster en ga meteen voor de Mazda MX-5. Ook hier is de balans perfect, maar op een andere manier opgebouwd, met de motor voorin en achterwielaandrijving. Hij is eenvoudig, betrouwbaar, licht en uitgerust met een van de beste handgeschakelde versnellingsbakken op de markt. Zijn manuele kap is bovendien zo gemakkelijk te bedienen dat een elektrische bediening bijna heiligschennis zou zijn. Welke versie kies je? Met zo’n ruim budget heb je keuze zat. Toch raden we aan om het simpel te houden: een stoffen kap (dus geen RF met targadak) en de 1,5-liter motor. Waarom? Omdat dat het originele recept is en zelfs de instapversie al bijzonder overtuigend rijdt. Je verliest je rijbewijs er niet mee, de motor klimt vrolijk in de toeren en je houdt nog een paar duizend euro over voor je volgende roadtrip.Lotus EliseOp het vlak van wegligging en efficiëntie is er simpelweg geen betere leerling dan de Lotus Elise. Deze ode aan lichtgewicht rijden heeft meer dan genoeg aan zijn basismotor (1,8 liter en 122 pk) om je stevig van bocht naar bocht te katapulteren, met open dak en pure sensaties. Zodra je instuurt, kleeft hij aan het asfalt, met een rijgevoel dat dicht aanleunt bij dat van een racewagen. Welke versie kies je? Met dit budget mag je niet te kieskeurig zijn. Je zult waarschijnlijk moeten uitwijken naar een S1 (of eventueel een S2 als je wat meer uitgeeft) met het stuur rechts. Maar dat is geen probleem: die eerste versies zijn de mooiste en aan rechts rijden wen je verrassend snel, zeker in zo’n smalle auto. De koppakking blijft wel een bekend zwak punt.TVR ChimaeraWe blijven bij de Britten, maar schakelen over iets veel extremer. De TVR Chimaera is een soort Mazda MX-5 met een grote, luidruchtige V8, gebouwd op typisch Britse wijze: met een kunststof carrosserie, een soms wat rudimentaire bekabeling en een motor uit een Range Rover. Maar het recept werkt fantastisch en zorgt voor bakken rijplezier. Welke versie kies je? Voor dit bedrag kom je uit bij de 400, de basisversie dus. En dat is uitstekend nieuws: zijn prestaties zijn al ronduit explosief (240 pk spreekt voor zich) en het is de enige versie waarvan de motor niet door TVR aangepast werd, wat hem – durven we het zeggen – behoorlijk betrouwbaar maakt. Althans, voor een TVR… Controleer wel grondig de staat van het chassis.Triumph TR6 PIWe sluiten af met de oudste van deze lijst. De Triumph TR6 uit 1969 is de laatste der Mohikanen: een apart chassis, een klassieke motor met stoterstangen en een versnellingsbak met overdrive (optioneel). Een echte oldschool Britse roadster! Op één detail na: de injectie, voorbehouden aan de versies die niet naar de Verenigde Staten geëxporteerd werden, goed voor 150 pk in de eerste uitvoeringen. Fantastisch luidruchtig en heerlijk viriel om mee te rijden: zelfs vandaag verbaast hij nog met zijn acceleraties. Welke versie kies je? 85% van de productie werd geëxporteerd naar de VS en uitgerust met carburatoren omwille van de emissienormen. Vandaag zie je vooral die versies in de advertenties. Binnen dit budget kun je echter kiezen voor een injectieversie (vooral met stuur rechts), die een stuk krachtiger is. Hij staat bekend als gevoeliger om af te stellen, dus je hebt een goede mecanicien nodig die weet hoe hij ermee moet omgaan. Maar eens alles klopt, is het puur genieten. Let wel op voor roest en in elkaar geknutselde exemplaren, want daar staan er veel van op de markt.

door François Piette
© Gocar

In deze stad rijden de eerste Europese robotaxi’s rond. En in België? 

In Amerika en China is het geen nieuws meer. Daar kun je in bepaalde steden zoals San Francisco, Austin, Guangzhou of Shanghai al een tijdje een elektrische zelfrijdende taxi bestellen. Deze zogenaamde robotaxi wordt getipt als de volgende revolutie in mobiliteit, met Tesla en zijn Cybercab als een van de vurige bepleiters. Al is het Amerikaanse bedrijf zeker niet de grootste noch de succesvolste.Zagreb is eerstStilaan maakt ook Europa zich op voor de robotaxi. Sinds enkele weken is het Kroatische bedrijf Verne de allereerste aanbieder van een commerciële dienst op het Europese vasteland, in Zagreb. De naam achter dit project is niet de van de minste: Mate Rimac, de man die de wereld al verbaasde met zijn elektrische hypercar Rimac Nevera. Samen met technologiepartner Pony.ai en mobiliteitsgigant Uber wil hij de manier waarop we ons door de stad verplaatsen fundamenteel veranderen. Mate Rimac. Nu, je wordt in de Kroatische hoofdstad niet door een pk-zwangere sportwagen vervoerd. Voor de vloot in Zagreb kiest Verne niet voor eigen Rimac-wagens, maar voor tien elektrische BAIC Arcfox Alpha T5-auto’s. Dat is een middelgrote SUV van Chinese afkomst die tot de nok toe is gevuld met de nieuwste autonome technologie zoals geavanceerde LiDAR-sensoren, radar en een 360-gradencamera. Het model maken gebruik van de zevende generatie van het autonome rijsysteem van het Chinese Pony.ai.Maar twee euroEen ritje boeken gaat makkelijk via een app en duur is het al helemaal niet. In Zagreb betalen klanten momenteel een vaste introductieprijs van slechts €1,99 per rit. Nu, helemaal robot is de auto nog niet. Om veiligheidsredenen, en in overeenstemming met de huidige Europese wetgeving, zit er in deze eerste fase nog wel een getrainde operator achter het stuur: handen op de schoot, maar klaar om in te grijpen als de software toch de mist in gaat.Zich laten vervoeren door een zelfrijdende taxi is uiteraard spectaculair, en het bewijst dat de technologie er is om te blijven. De voorspelling is dat er tegen 2030 zo'n 120.000 robotaxi's in Europese steden zullen opereren, Maar wat de Kroatische primeur ook toont is dat zelfs in dit vakgebied de Chinese bedrijven de touwtjes stevig in handen houden. Van de auto tot de zelfdenkende software: er is niets Europees aan. Nochtans wil de EU dat wel. Kijken we naar de andere projecten die op ons continent actief, dan is het plaatje ontnuchterend. In ons eigen land heeft De Lijn een zelfrijdende shuttle in dienst in Leuven, die een loop van acht kilometer volgt - en dus niet van A naar B rijdt zoals een échte robotaxi. Dit is de allereerste Level 4-vergunning in België (de toelating voor de zelfrijdende software in de auto’s van Tesla betreft Level 2). Maar de achterliggende technologie is van WeRide, een Chinees bedrijf.Risico voor cyberveiligheid?In München is taxidienst Uber bezig met een proefproject. Maar ook daarvoor sloeg het de handen in elkaar met een Chinese leverancier: Momenta. Meer naar het Noorden, in Berlijn, treffen we Volkswagen dat een vloot autonome ID.Buzz-busjes laat proefrijden. Onder de koepel van MOIA , een dochteronderneming van de Duitse groep, maar die voor de autonome sturing gaat shoppen bij Mobileye. Deze keer geen Chinese speler, wel een Israëlische.  Voor een echt Europees project moet je naar Londen. Niet bij de Waymo’s die daar straks hun debuut beleven, die rijden op sofware van de Amerikaanse techgigant Google, wel bij Wayve. Die laatste is een project uit de schoot van de universiteit van Cambridge, zonder inmenging van het buitenland. Ze testen al een tijdje in de drukke binnenstad van The City.Het is niet onlogisch dat China dominant is in robotaxi’s. Deze spelers hebben een niet te verwaarlozen staat van dienst (al sinds 2020) met betalende projecten in de plaatselijke miljoenensteden van het land. Hun hard- en software heeft al honderdduizenden autonome testkilometers op de teller. Maar binnen het kader van de geopolitieke spanningen is het zeker niet zonder risico dat een vloot autonome voertuigen onder Chinees beheer door onze steden gaat rijden. Het wordt wellicht met argusogen gevolgd door de cyberveiligheidsdienst van het leger. Dat er, net zoals in de batterijsector, een achterstand weg te werken valt, is meteen duidelijk.

door Piet Andries
© Gocar

België doet er nog een schep bovenop: verjaringstermijn van 3 jaar voor verkeersovertredingen

Annelies Verlinden, minister van Justitie, gaf het zelf toe: het is onmogelijk om een betrouwbaar cijfer te geven van het aantal ernstige verkeersovertredingen dat de voorbije jaren verjaard is. De Luikse volksvertegenwoordiger Gilles Foret (MR) stelde haar deze vraag tijdens een interpellatie in de Kamer over de inefficiëntie van justitie in verkeerszaken. Hij wilde ook weten of er automatische prioriteitssystemen bestaan om te vermijden dat zware overtredingen in de vergeetput belanden omdat ze niet op tijd behandeld worden. Het antwoord is kort: parketten geven voorrang aan de zwaarste dossiers en aan recidivisten. Maar nee, er bestaat geen geavanceerd digitaal hulpmiddel of geautomatiseerd waarschuwingssysteem. Maar wie kijkt daar nog van op?Al in 2018De verjaring is de wettelijke termijn waarna een dossier niet meer tot vervolging kan leiden. Vandaag bedraagt die termijn twee jaar, maar dat is niet altijd zo geweest. Tot 2018 bedroeg de verjaringstermijn namelijk slechts één jaar, tot een wet die termijn verdubbelde om de parketten wat meer ademruimte te geven. Zeven jaar later blijkt die extra zuurstof duidelijk niet voldoende. Annelies Verlinden kondigt daarom een nieuw wetsvoorstel aan dat de termijn op drie jaar zou brengen. Dat is dus al de tweede verhoging in minder dan tien jaar tijd. Concreet zouden de politieparketten binnenkort dus drie jaar de tijd krijgen vanaf de datum van de feiten om de overtreder te dagvaarden, met andere woorden hem officieel voor de politierechtbank te laten verschijnen. In de praktijk kan die termijn zelfs nog verlengd worden. Onderbrekingsdaden kunnen de teller namelijk opnieuw op nul zetten en een tweede termijn van dezelfde duur openen. In theorie zou het parket dus in totaal zes jaar de tijd kunnen hebben. Dat geeft flink wat marge.Verkeerde oplossingTegenover SudInfo wijst verkeersadvocaat Bruno Gysels op een gelijkaardig project dat exact dezelfde logica volgt: de wettelijke termijn voor het versturen van processen-verbaal zou van 14 naar 30 dagen gaan omdat de politie de huidige deadlines niet meer haalt. Agenten verdrinken namelijk in miljoenen pv’s voor kleine snelheidsovertredingen (70% van alle overtredingen). Het is hetzelfde mechanisme en uiteindelijk dezelfde bekentenis: in een systeem dat te weinig middelen heeft om dossiers op tijd te behandelen, worden de termijnen verlengd in plaats van de middelen versterkt. Nochtans bestaan er oplossingen. Leven we niet in het digitale tijdperk? Zet artificiële intelligentie onze professionele gewoontes en het beheer van gegevens niet volledig op zijn kop? Natuurlijk wel, maar daar ging de minister in haar antwoord niet op in. De overheid geeft dus liever extra tijd aan een instelling die al als te traag wordt beschouwd, dan haar de middelen te geven om sneller te werken.Rechters zullen nee zeggenBruno Gysels gaat in zijn redenering nog een stap verder. Volgens hem zou meer tijd geven aan de parketten zelfs het omgekeerde effect kunnen hebben. Magistraten gebruiken een begrip dat nergens wettelijk vastgelegd is: de redelijke termijn. Dat is de beoordeling door een rechter van de tijd die verstreken is tussen de feiten en de zitting. Wanneer die termijn buitensporig lang lijkt, kan de rechter de straf verminderen, een eenvoudige opschorting uitspreken of, in de meest extreme gevallen, alleen een schuldverklaring zonder enige straf uitspreken. Misschien is dat nog het ergste: een lange en dure procedure die uiteindelijk geen enkel effect heeft.

door David Leclercq
© Gocar

De auto die het vaakst vuur vat, is niet elektrisch of thermisch

De Pano-reportage op de VRT vorige week ging over BMW-diesels die spontaan vuur kunnen vatten. Alleen draaide de discussie vooral rond technische terugroepacties en de vraag of klanten die correct opvolgen. In het hoofd van veel consumenten zijn het vooral elektrische auto’s die in brand vliegen. Dat idee leeft al lang en zit diep ingebakken. Om te begrijpen waarom dat beeld blijft bestaan ondanks alle cijfers, moet je kijken naar hoe informatie vandaag verspreid wordt.Elke brand met een elektrische auto volgt hetzelfde patroon: een video verschijnt op sociale media, de reacties stromen binnen en de overtuiging wordt vanzelf sterker. Dat heeft niets met slechte wil te maken, maar alles met zichtbaarheid. Precies die zichtbaarheid vormt de publieke opinie, helaas niet de statistieken...De krantenkoppen, niet de feitenWanneer een wagen met verbrandingsmotor vuur vat in een straat in Charleroi, komen de hulpdiensten ter plaatse, lossen de brandweer en takeldiensten het probleem op en gaat iedereen weer naar huis. De lokale pers is vaak niet eens aanwezig. Maar wanneer een plug-inhybride ontploft tijdens het laden in Izegem, haalt dat wél de kranten. Dat gebeurde in oktober 2025 en stond dagenlang in de media, want een geëlektrificeerde auto die vuur vat, blijft veel langer branden. We weten het: een batterij kan in thermische runaway gaan, een zichzelf versterkend fenomeen dat moeilijk te stoppen is. Bovendien kan het batterijpakket uren na een ogenschijnlijk gedoofde brand opnieuw ontvlammen, waardoor de brandweer de wagen lang moet blijven opvolgen. Het is spectaculair, het wordt gefilmd en het blijft hangen bij het publiek. Alleen zit die scheeftrekking niet in de statistieken, maar wel in de mediabelangstelling. Daar ontstaat de mythe.Noorwegen toont een ander beeldNet daarom moeten we naar de cijfers kijken, want nooit eerder waren de statistieken zo recent en uitgebreid. In Noorwegen publiceert het DSB (het Noorse Directoraat voor Civiele Bescherming) officiële cijfers over voertuigbranden per type aandrijving. Tijdens de eerste helft van 2025 noteerde de instantie 0,034 branden per 1.000 elektrische voertuigen, tegenover 0,195 per 1.000 wagens met een verbrandingsmotor. Dat betekent dat auto’s met een klassieke motor zes keer meer kans hebben om vuur te vatten. Je kunt moeilijk zeggen dat dit komt doordat er minder elektrische auto’s rondrijden: in Noorwegen is 28,3% van het wagenpark volledig elektrisch, goed voor 875.000 elektrische wagens op een totaal van 3,09 miljoen auto’s. De vergelijking is dus niet vertekend. Het is niet de eerste keer dat cijfers aantonen dat elektrische auto’s minder vaak vuur vatten. Een Zweedse studie uit 2023 berekende al dat het risico bij auto’s met een verbrandingsmotor acht tot tien keer hoger ligt, al nuanceerden de onderzoekers dat zelf: het elektrische wagenpark is gemiddeld jonger en nieuwere auto’s vatten doorgaans minder snel vuur. Nog eerder kwam het Australische EV FireSafe (2022) tot een kans op batterijbrand van 0,0012%, tegenover 0,1% voor een wagen met verbrandingsmotor. Ook de International Council on Clean Transportation (ICCT) kwam in een analyse uit oktober 2024 tot dezelfde conclusie. Elektrische auto’s worden almaar talrijker, maar blijken dus minder gevoelig voor brand.Twee motoren, meer risico’sBelgië beschikt helaas niet over statistieken over voertuigbranden en dus ook niet over het aandeel elektrische auto’s daarin. Wat we wel weten, is dat elektrische wagens ook bij ons almaar populairder worden. Volgens Statbel reden er op 1 augustus 2025 precies 395.188 elektrische auto’s rond in België (en 500.000 volgens EV Belgium, de Belgische federatie voor emissievrije mobiliteit). Dat zijn de recentste beschikbare cijfers. Zoals we gezien hebben, wijst niets erop dat elektrische auto’s vaker vuur vatten dan andere voertuigen. Integendeel zelfs. Er is echter een andere categorie die opvallend meer risico lijkt te lopen: hybrides. Volgens een analyse van AutoInsuranceEZ uit 2022, gebaseerd op cijfers van de Amerikaanse National Transportation Safety Board, zouden hybrides het hoogste brandrisico van alle aandrijvingen hebben: 3.475 branden per 100.000 verkochte voertuigen, tegenover 1.530 bij auto’s met een verbrandingsmotor en amper 25 bij elektrische modellen.De verklaring is eenvoudig: onder één motorkap combineren hybrides een verbrandingsmotor én een hoogspanningsbatterij, waardoor de potentiële ontstekingsbronnen van beide technologieën samenkomen. Het DSB publiceert geen afzonderlijke cijfers voor hybrides. Alleen elektrische en thermische voertuigen worden vergeleken per 1.000 exemplaren. Maar voor de 846.000 Belgen met een hybride is dat wel relevante informatie.

door David Leclercq

Binnenkort Peugeot- en Jeep-modellen ‘Made in China’ bij ons

China duikt werkelijk overal op als het gaat om het verminderen van de ontwikkelings- en productiekosten van auto’s. Enkele dagen geleden kondigde Stellantis nog aan dat het een nieuwe elektrische Opel-SUV uit het C-segment zal bouwen met technologie van zijn Chinese partner Leapmotor.Nu kondigt de grote Frans-Italiaanse autogroep een nieuwe overeenkomst aan, deze keer met een andere Chinese partner: Dongfeng, dat al 34 jaar samenwerkt met Peugeot op de lokale markt. Ter herinnering: Dongfeng is een van de grootste Chinese constructeurs en is in handen van de staat.De nieuwe overeenkomst moet ervoor zorgen dat Jeep- en Peugeot-modellen met ‘nieuwe energie’ (New Energy Vehicle, dus geëlektrificeerde modellen) goedkoper in China geproduceerd worden om ze daarna naar wereldmarkten te exporteren. Volkswagen zou met zijn partner XPeng dezelfde strategie kunnen overwegen. Stellantis and longtime Chinese partner Dongfeng have signed a $1.2 billion deal to produce Peugeot- and Jeep-branded vehicles in China, the automakers said, hinting at future expanded cooperation https://t.co/LQEBxeJkHv pic.twitter.com/jXoVFoVZnx— Reuters (@Reuters) May 15, 2026 Twee Peugeot-modellen gebouwd in WuhanDe strategische samenwerkingsovereenkomst voorziet dat de joint venture Dongfeng Peugeot Citroën Automobile (DPCA) vanaf 2027 “twee nieuwe wagens met nieuwe energie van het merk Peugeot zal produceren in zijn fabriek in Wuhan”, zo verklaren de partners.Deze wagens laten zich inspireren door het design van de Concept 6 (shooting brake) en Concept 8 (grote prestigieuze SUV), die in april onthuld werden op het Autosalon van Peking. De nieuwe modellen zijn bedoeld voor de Chinese markt én voor export. © Peugeot Concept 6 et Concept 8 Ook twee JeepsHet project voorziet ook in de productie van twee Jeep-modellen in de DPCA-fabriek in Wuhan. Ook zij krijgen een aandrijving met ‘nieuwe energie’ (NEV), met andere woorden elektrisch of hybride. Deze twee nieuwe terreinwagens worden ook vanaf 2027 verwacht en zijn bestemd voor de wereldmarkt.Bedankt, Chinese staatStellantis steekt het niet onder stoelen of banken en geeft toe dat deze projecten “gedragen worden door het gunstige industriebeleid voor de autosector van de provincie Hubei en de stad Wuhan. Het project vertegenwoordigt een gecombineerde investering van meer dan 8 miljard Chinese yuan (ongeveer 1 miljard euro), waarvan de bijdrage van Stellantis wordt geraamd op ongeveer 130 miljoen euro.”Mogelijk is dit een goede zet voor Stellantis. Maar als deze toekomstige modellen volledig elektrisch worden, zullen ze bij aankomst in Europa extra belast worden. Toch lijkt produceren in China nog altijd voordelig.Ergens is het ook een beetje oneerlijk tegenover constructeurs die in Europa produceren, al geven ook Europese landen en instellingen subsidies en voordelen aan autobouwers om lokaal te produceren.

door Olivier Maloteaux

Volkswagen: dit is de ID. Polo GTI (2026)

Marketing kent soms geen grenzen: een elektrische auto zou eigenlijk geen GTI-badge mogen dragen, want GTI staat oorspronkelijk voor ‘Grand Touring Injection’ en verwijst dus naar de wereld van verbrandingsmotoren…Toch heeft dat logo een enorme uitstraling en herkenbaarheid, en dus ook commerciële waarde. Zeker bij Volkswagen, dat het fenomeen lanceerde met de eerste Golf GTI in 1976. Kortom: ook de nieuwe elektrische Polo draagt die drie mythische letters, die bij liefhebbers meteen sportiviteit oproepen. Sportieve lookDe GTI-geest draait ook om uitstraling. Aan de buitenkant staat deze ID. Polo op specifieke 19-duims velgen en krijgt hij een forse diffuser achteraan. Op de grille zien we ook een rode sierlijn en een GTI-logo in reliëf. Binnenin domineren rood en zwart. De sportieve sfeer wordt versterkt door een sportstuur met rode stiksels en een rode markering bovenaan in het midden. Een rode lijn loopt ook over de volledige breedte van het dashboard en de zetels krijgen opnieuw het bekende Schotse ruitmotief van de historische GTI’s. Nog een nieuwigheid: twee schakelpeddels aan het stuur regelen de niveaus van de energierecuperatie. Prestaties zonder vuurwerkDe ID. Polo GTI is een voorwielaandrijver met een elektrische motor van 226 pk en 290 Nm onder de motorkap. Dat klinkt goed, maar de auto weegt minstens 1.540 kg en dus zijn de prestaties niet echt verbluffend: 0 tot 100 km/u in 6,8 seconden (tegenover bijvoorbeeld 5,5 seconden voor de aankomende Opel Corsa GSE met 281 pk en 345 Nm). Zoals altijd bij elektrische auto’s is de topsnelheid begrensd, hier op 175 km/u.Verfijnd chassisOok al maakt deze ID. Polo GTI geen indruk bij het sprinten, in de bochten belooft hij stevig uit de hoek te komen dankzij een scherp afgesteld chassis, met een dikkere stabilisatorstang, een stuurinrichting met variabele overbrenging voor directere stuurreacties en een sperdifferentieel met elektronisch aangestuurde meerplatenkoppeling. Verder krijgt hij adaptieve dempers om de rolneiging in bochten te beperken en optioneel sportbanden.Deze extra sportieve ID. Polo krijgt ook een GTI-modus: met een druk op de knop op het stuur worden de instellingen van de motorsoftware, de stuurbekrachtiging en de adaptieve dempers aangepast voor een dynamischere rijervaring. 424 km rijbereikDe motor van deze GTI haalt zijn energie uit een NMC-batterij van 52 kWh, goed voor een theoretisch rijbereik van 424 km. Wie stevig doorrijdt en/of in de winter rijdt, zal daar uiteraard flink onder zitten. Aan een DC-snellader gaat de batterij in ongeveer 24 minuten van 10 naar 80%, met een maximaal laadvermogen van 105 kW.Welke prijs?De prijs van de nieuwe Volkswagen ID. Polo is nog niet bekend, maar hij zal ruim boven de kaap van 40.000 euro uitkomen, aangezien de versie met 211 pk in Style-uitvoering vandaag al 38.990 euro kost.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

V16 en 327 km/u: Audi wekt vergeten raket weer tot leven en maakt hem nóg krachtiger

We schrijven 15 februari 1937, vlak bij het Italiaanse Lucca. Een angstaanjagend geluid scheurt door de lucht. Dat diepe, vernietigende gebrul lijkt nergens op, behalve misschien op een duikend vliegtuig. Achter het stuur van een Auto Union-recordwagen zorgt de beroemde piloot Hans Stuck voor dat spektakel. Deze gestroomlijnde bolide, die lijkt op een zilveren regendruppel, is gebouwd om door de lucht te klieven: de Duitse piloot is simpelweg bezig een snelheidsrecord op de openbare weg te verbreken. Uiteraard is de weg afgesloten voor verkeer en het traject slechts enkele kilometers lang. Maar de snelheid is hallucinant: 326,975 km/u, in een tijd waarin de meeste gewone auto’s moeite hadden om 90 km/u te halen. 4 ringen, maar geen AudiNee, de vier ringen op de neus verwijzen niet naar Audi, maar naar Auto Union. Wat dat precies is? Een groep die in 1932 ontstond uit de samensmelting van Audi, DKW, Horch en Wanderer. Vier merken en dus vier ringen. De constructeurs zaten in moeilijkheden en sloegen de handen in elkaar om opnieuw op topniveau mee te spelen. Daarbij kregen ze onverwacht hulp van een nieuwe regering die zwaar inzette op propaganda. Het pas geïnstalleerde Derde Rijk steunde zijn automerken om records te breken. Het doel? De superioriteit van de Duitse techniek én de pas aangelegde Autobahnen promoten. Ook op nationaal niveau woedt de strijd: om Mercedes te verslaan, heb je stevige argumenten nodig.  De ingenieurs van Auto Union stapelen technologische hoogstandjes op voor dit prototype dat sterk aan een Grand Prix-eenzitter doet denken: een motor centraal achterin, een V16 met compressor van 4,4 liter en bijna 300 pk, een gestroomlijnd koetswerk en de modernste materialen van dat moment. Maar dat volstaat niet: de motor wordt geleidelijk opgevoerd tot 5 liter en 375 pk. In die configuratie haalt hij uiteindelijk de legendarische 326,975 km/u. Heropgebouwd, bijna zoals het origineelDan breekt de oorlog uit. Duitsland wordt in twee verdeeld en Auto Union belandt aan de oostkant, dus onder Sovjetcontrole. Aan de andere kant van het IJzeren Gordijn verdwijnen deze technische meesterwerken, waaronder deze Auto Union ‘Lucca’, genoemd naar de stad waar hij zijn record vestigde… De reconstructie van deze verdwenen bolide werd uiteraard niet geïmproviseerd. Audi Tradition vertrouwde het project toe aan de Britse specialisten van Crosthwaite & Gardiner. Meer dan drie jaar werk en een grotendeels ambachtelijke productie waren nodig. Elk detail werd opnieuw opgebouwd op basis van historische archieven, oude foto’s en de weinige technische gegevens die het merk had bijgehouden. Natuurlijk blijven er nog enkele vraagtekens, maar het project is zo goed als afgerond. Achterin kreeg de V16 de nieuwste evoluties mee. Met een cilinderinhoud van 6 liter en brandstof die voor 50% uit methanol bestaat, levert hij vandaag 520 pk! In een machine zonder gordels, zonder uitlaatdemper, met een gewicht van 960 kg, vier trommelremmen en geen enkele elektronische hulp, moet dat voor spectaculaire sensaties zorgen.

door François Piette
© Gocar

Waarom hebben elektrische auto's nog steeds geen naafmotoren?

De Sloveense specialist Elaphe kondigde zopas een nieuw type naafmotor aan, een elektromotor die nagenoeg op het wiel gemonteerd zit, in de plaats van centraal in de motorruimte. Dat komt met enkele belangrijke voordelen, want ze nemen op die manier veel minder plaats in en kunnen ook efficiënter werken, omdat ze hun vermogen rechtstreeks overdragen, en niet via een differentieel.De Sonic X, zoals de nieuwe motor heet, genereert liefst 300 kW (408 pk). Zou je er zo een in elk wiel van de auto monteren, dan kom je dus op meer dan 1.600 pk uit. Per stuk weegt hij 25 kilo, en volgens de fabrikant kan het systeem in totaal tot 40% lichter zijn dan een klassieke elektrische aandrijflijn met twee aangedreven assen. Meer nog dan de plaatsbesparing zou dat een enorme troef zijn voor een elektrische auto, die omwille van de zware batterij typisch een strijd voert tegen overgewicht, nog veel meer dan auto’s met verbrandingsmotor.Volgens Elaphe kan de Sonic X zelfs gemonteerd worden in bestaande platformen, en moeten autobouwers dus geen nieuwe architectuur ontwikkelen om hem in gebruik te nemen. Primeur voor RenaultToch lijkt dit concept nauwelijks door te breken in de hedendaagse EV. Slechts één grote fabrikant durft het voorlopig aan, weliswaar in een zeer specifiek model dat in kleine oplage gebouwd gaat worden (1.980 stuks). Renault monteert later dit jaar 2 naafmotoren in de dolle 5 Turbo 3E, die per stuk liefst 2.400 Nm aan trekkracht genereren. Deze motoren komen van de Britse specialist Protean Electric. Ook Alpine gaat deze later gebruiken, in de verschillende varianten van de A110.BMW en Ferrari gaan wel EV’s bouwen met afzonderlijke motoren per wiel. Deze zitten echter binnenboord gemonteerd. Ook Hyundai/Kia experimenteerde daar al mee. General Motors en toeleverancier Continental experimenteerden wel al met naafmotoren, maar kwamen er (nog) niet mee op de markt.Het Nederlandse Lightyear had even een model met naafmotoren van Elaphe, maar ging sneller failliet dan dat het concept zijn levensvatbaarheid kon tonen. Meer nadelen dan voordelenHet probleem met naafmotoren is dat de voordelen te klein zijn om op te wegen tegen de nadelen.Er is sowieso al het te hoge onafgeveerde gewicht. Doordat deze motoren niet op het chassis maar op de wielen zitten, zijn ze dus mede onderhevig aan alle schokken die het wiel verwerkt. Onafgeveerd gewicht heeft daarbij een veel grotere impact op het comfort (geluid en trillingen), de stuurprecisie en de grip. Doordat de belasting op de ophanging veel groter is, slijt deze ook veel meer.Die schokken hypothekeren ook de levensduur. Want hoewel een elektromotor inherent robuust is, is het toch geen sinecure om hem zo te maken dat duizenden en duizenden kilometers aan schokken en klappen geen invloed hebben. Om nog te zwijgen van stof, vuil, zout, steenslag en vocht, waaraan die veel meer worden blootgesteld dan motoren die binnenboord gemonteerd zijn.Een extra probleem is koeling. In een wiel is er van nature wel meer luchtkoeling, maar er is ook vloeistofkoeling nodig, inclusief bijhorende loodgieterij, die ook weer voldoende robuust gemaakt moet worden.En dan is er nog de bijkomende complexiteit van bijkomende bekabeling en de nood aan extra omvormers, die de kosten nog verder opdrijven.Dat alles weegt dus niet op tegen de voordelen. De efficiëntiewinst blijkt steeds te klein, vooral omdat gewone elektromotoren al zo efficiënt zijn. Er is ook nog de troef van de preciezere koppelverdeling, maar die is ook zo bijkomstig dat het enkel in supersportieve modellen een meerwaarde is.Niet voor niets is de primeur voor een extreem model als de Renault 5 Turbo 3E, een sportauto in stadswagenformaat. Bij zulke auto’s zijn ook de hogere productiekosten minder doorslaggevend. Verre voorvaderKanttekening: Renault heeft misschien de primeur in het hedendaagse tijdperk van EV’s, maar er is ook een verre voorvader. Niet Lightyear, maar zelfs eind 19e eeuw monteerde Ferdinand Porsche al naafmotoren enkele modellen die hij voor het Oostenrijkse bedrijf Lohner ontwikkelde. Een van die modellen, de Mixte, had in alle vier wielen een elektromotor, die van stroom voorzien werden door een centraal geplaatste benzinemotor.Niet enkel was het de eerste auto met naafmotoren, maar ook de eerste seriële hybride uit de geschiedenis.

door Hans Dierckx
© Gocar

Ketamine achter het stuur: de Belgische wet verandert, wat riskeren bestuurders echt?

Tot deze stemming viel rijden onder invloed van ketamine in een juridische grijze zone. De Belgische wet vermeldde vier stoffen die expliciet verboden zijn achter het stuur: cannabis, cocaïne, heroïne en amfetamines. Voor alle andere middelen moesten de ordediensten terugvallen op de algemene clausule van “dronkenschap achter het stuur”, een begrip dat moeilijk te bewijzen is en nog moeilijker standhoudt voor de rechtbank. Kortom: ketamine glipte door de mazen van het net.Dat is nu verleden tijd. De Kamer heeft het wetsontwerp van minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés) goedgekeurd: ketamine krijgt voortaan een eigen wettelijke categorie in de wegcode. Rijden onder invloed ervan wordt dus een duidelijk omschreven overtreding die gemakkelijker te vervolgen valt.Wat kost het?De wet voorziet zware straffen. Een bestuurder die positief test, riskeert meteen een rijverbod van vijftien dagen. Voor de politierechtbank begint de boete bij 1.600 euro en kan ze theoretisch oplopen tot 16.000 euro, gecombineerd met een rijverbod van acht dagen tot vijf jaar. Bij recidive komt daar een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar bovenop, met boetes die kunnen stijgen tot 50.000 euro en een verplicht verval van het recht tot sturen, inclusief de vier herintegratie-examens. De rechter behoudt een ruime appreciatiemarge. Maar de minimumstraf ligt nu al bijzonder hoog. Daar zal weinig discussie over bestaan. De beslissing komt niet uit het niets. De cijfers van het NICC (Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie) voor 2025 zijn opvallend: in 6% van de speekselstalen die al positief testten op andere drugs, vonden analisten ook ketamine terug. Maar die 6% vormt slechts een minimum, want vandaag wordt alleen naar ketamine gezocht wanneer een test al een andere stof heeft aangetoond. De werkelijke cijfers liggen dus waarschijnlijk veel hoger. Minister Crucke noemt de trend zelf “zorgwekkend”.Uit het lichaam, achter het stuurKetamine is oorspronkelijk een snelwerkend verdovingsmiddel. Het wordt gebruikt bij korte chirurgische ingrepen, in brandwondencentra en in de diergeneeskunde. Denk maar aan de ophef enkele maanden geleden rond het gebruik van deze stof door Elon Musk. In het uitgaansmilieu is ketamine populair geworden als snuifdrug en de effecten zijn helemaal anders dan die van een glas alcohol. Het veroorzaakt een dissociatie: het gevoel los te komen van je lichaam, te zweven of zelfs te hallucineren. Dat is allesbehalve een lichte roes. Achter het stuur is een bestuurder onder invloed van ketamine niet gewoon trager, hij is er simpelweg niet helemaal bij.Eerst de wet, dan de middelenHoewel sommigen deze wet toejuichen, blijft er toch een probleem. Je moet ze natuurlijk ook kunnen toepassen. Vandaag moet de politie zich baseren op uiterlijke tekenen van intoxicatie om een bestuurder aan de kant te zetten. Er bestaan wel aangepaste speekseltesten, maar België beschikt daar nog niet over. Het vervolg ligt nu in handen van minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V), die de technische specificaties van de testen moet vastleggen. Daarna zal de FOD Justitie een aanbestedingsprocedure opstarten om ze aan te kopen. Het Belgische verkeersveiligheidsinstituut VIAS pleit ervoor om dat proces te versnellen. Begrijpelijk, want straffen zonder controle-instrumenten hebben weinig zin.

door David Leclercq
© Gocar

Honda maakt voor het eerst sinds 1957 verlies: wat liep er mis?

De resultaten komen hard aan. In het boekjaar dat eind maart 2026 werd afgesloten, noteert Honda een nettoverlies van 2,7 miljard dollar (2,3 miljard euro). Daarmee wordt de operationele winst van 7,6 miljard dollar (6,5 miljard euro) van het jaar voordien volledig weggeveegd. Eén cijfer vat die ramp perfect samen: 9,9 miljard dollar (8,5 miljard euro) aan afschrijvingen op alleen al de elektrische investeringen. Fabrieken, platformen en volledige projecten verdwenen in enkele maanden tijd in de boeken als verliespost. De wereldwijde verkoop daalde met 9%. Kortom: zeventig jaar positieve resultaten werden in één boekjaar uitgewist. Honda Motor posted its first annual loss in nearly 70 years as a listed company, hit by more than $9 billion in costs to restructure its electric-vehicle business, and the firm scrapped its long-term EV sales target https://t.co/oM92S3x1uW pic.twitter.com/ZKMdljCuGq— Reuters (@Reuters) May 14, 2026 Een gok zonder vangnetNog maar drie jaar geleden waagde Toshihiro Mibe een gedurfde gok: de Amerikaanse markt zou volledig elektrisch worden. Dat idee vloeide uiteraard voort uit de regelgeving van Biden, zoals belastingkredieten en uitstootdoelstellingen. Honda begon toen aan de ontwikkeling van de Honda 0-modellen, een elektrische luxesedan samen met Sony en een Canadese industriële hub voor voertuigen, batterijen en componenten. Alles leek coherent. Alles leek logisch.Maar toen kwam Trump. De regels veranderden, de belastingkredieten verdwenen en de milieudoelstellingen werden geschrapt. Honda had alles ingezet op het regelgevend kader van de vorige regering en had geen enkele uitweg meer. De fout was niet dat het merk in elektrisch geloofde, maar wel dat er geen plan B klaarstond voor het geval de regels zouden veranderen. “We hebben niet flexibel genoeg gereageerd”, gaf Toshihiro Mibe toe. Dat is nog zacht uitgedrukt. Honda-fabriek Veranderen om opnieuw op te bouwenGezien de situatie laat Honda zijn doel varen om tegen 2040 volledig elektrisch te worden. Tot nu toe was Honda de enige Japanse constructeur die dat expliciet had uitgesproken. In de plaats komen vijftien nieuwe hybride modellen tegen 2030, drie nieuwe architecturen voor kleine, middelgrote en grote wagens, een belofte om de kosten van nieuwe aandrijflijnen met 30% te verlagen en een doel van 2,5 miljoen verkochte hybrides tegen 2030. Mibe wil geruststellen en mikt op een operationele recordwinst tegen boekjaar 2029. Ook de communicatie is volledig veranderd. Het gaat niet langer over elektrische ambitie, maar over flexibiliteit.Het spiegelbeeldOnvermijdelijk kijk je daarbij ook naar andere Japanse constructeurs. Mazda maakte bijvoorbeeld dezelfde turbulente periode mee, maar met een totaal ander resultaat. Het merk omschrijft zichzelf als een intentional follower op het vlak van elektrisch rijden en heeft de lancering van zijn eerste eigen elektrische platform met twee jaar uitgesteld. Vandaag werkt Mazda nog samen met partners voor de 6e en het eigen platform wordt nu ten vroegste in 2029 verwacht. Het budget voor elektrificatie werd gehalveerd, van 12,5 naar 7,5 miljard dollar (van 10,7 naar 6,4 miljard euro). Mazda besliste namelijk om geen geld uit te geven voor het zeker was van de richting van de markt. Terwijl Honda dus 9,9 miljard dollar verbrandde, schakelde Mazda over op hybrides zonder gigantische verliezen in de boekhouding achter te laten. Soms is afwachten de slimste zet. De Mazda Vision X-Compact, een voorproefje van de volgende CX-3. En de andere Japanners?Toyota neemt in dit verhaal een aparte plaats in. Onder Akio Toyoda verzette de constructeur zich lange tijd tegen volledig elektrisch rijden, wat het merk heel wat kritiek opleverde. Toen Koji Sato in 2023 het roer overnam, zette hij volop in op elektrisch, met de ambitie om tien nieuwe volledig elektrische modellen te lanceren. Maar zijn passage aan de top duurde te kort om daar de effecten van te zien. In februari 2026 stelde Toyota opnieuw een nieuwe CEO aan: financieel expert Kenta Kon, voor wie budgettaire discipline even belangrijk is als de elektrische kloof dichten. Toyota heeft dus, net als Honda, geen miljarden verbrand, al blijft de achterstand op het vlak van volledig elektrische auto’s wel bestaan.  Kenta Kon, CEO van Toyota.

door David Leclercq
© Gocar

In dit land is de Porsche 911 de bestverkochte personenwagen op benzine

De eretitel van bestverkochte personenwagen met een verbrandingsmotor klinkt begeerlijk, maar de cijfers vertellen een heel ander verhaal. Gedurende de maand april werden in heel Noorwegen slechts 31 (!) nieuwe benzineauto’s, 87 nieuwe diesels en 33 hybrides ingeschreven, op een totaal van meer dan 11.000 nieuwe personenwagens.Vlak na de bestelwagensDie extreme schaarste aan verbrandingsmotoren levert verrassende verkoopklassementen op. Wie de rangschikking bekijkt, merkt dat de Porsche 911 de populairste benzinewagen is. En het wordt nog raarder. In absolute cijfers staat de iconische sportwagen op de derde plaats in dat klassement, maar omdat hij enkel wordt voorafgegaan door twee bestelwagens van Mercedes, is hij dus de bestverkochte personenwagen op benzine. Niet omdat Oslo het nieuwe Monaco is geworden, wel omdat niemand nog voor een brandstofmotor kiest. En omdat andere merken ze simpelweg niet meer aanbieden. April was voor de Noren om nog een andere reden opmerkelijk. Volgens de recentste inschrijvingscijfers van het Noors Verkeersorgaan OFV, haalde in die maand het aandeel batterij-elektrische auto’s 98,6 procent. Een nieuw all-time record voor één kalendermaand, en meteen ook het tweede maandrecord op rij.Het is duidelijk: bijna alle Noren kiezen voor een elektrische auto. Zelfs regionaal zijn de verschillen klein: in de provincie Østfold, vlak ten zuiden van Oslo, haalde het elektrisch aandeel 99,3 procent. In het afgelegen Finnmark, boven de poolcirkel, was het nog steeds 95,1 procent. Dus zelfs in de meest desolate regio's van het land, waar de strenge temperaturen en de minder ontwikkelde laadinfrastructuur niet in het voordeel van elektrische auto’s pleiten, is de verbrandingsmotor nagenoeg verdwenen.Ook tweedehandsInteressant nog is dat de elektrische transitie zich al lang niet meer tot de nieuwmarkt beperkt. Over de eerste maanden van 2026 samen is het aandeel van elektrische wagens op de Noorse tweedehandsmarkt al gestegen tot 35,9%, een bewijs dat vertrouwen in gebruikte batterijtechnologie toch mogelijk is. Ter vergelijking: op de Belgische tweedehandssmarkt zitten we voor het eerste kwartaal van dit jaar op 5,5%, of zeven keer minder. Denemarken volgt Noorwegen overigens op de voet. In dezelfde maand april koos daar 96,3% van de automobilisten voor een volledig elektrisch model. Omwille van het belastingvoordeel (slechts 40% van de normale en torenhoge registratiebelasting) zijn het particulieren die aan de kar trekken. Bij bedrijven ligt het aandeel daar zo’n tien procent lager. Dat de Porsche 911 bovenaan een ranking staat die hij nooit heeft geambieerd, is het helderste bewijs dat de elektrische revolutie in Scandinavië haar eindpunt aan het bereiken is. De verbrandingsmotor is een rariteit geworden, bewaard voor een schare sportwagenliefhebbers. Dat dit scenario ook voor ons de uitkomst wordt, is niet ondenkbaar. De vraag is eerder of het vroeg dan wel laat zal gebeuren.

door Piet Andries
© Gocar

Oldtimermarkt lente 2026: stevige daling voor de ene, recordprijzen voor de andere

Het decor was uiteraard perfect om vermogende verzamelaars aan te trekken: de glamour van het prinsdom, de tunnels, historische racewagens die elkaar bekampten en natuurlijk de luxehotels… Twee veilinghuizen maakten van het historische raceweekend gebruik om grote verkopen te organiseren: RM Sotheby’s en Bonhams. Twee gevestigde namen die met een indrukwekkende catalogus afzakten naar Monaco.Aan de top: Ferrari speelt in een andere klasseFerrari blijft een veilige investering. We hadden het onlangs nog over de Big Five en deze veilingen bevestigen dat opnieuw, met onder meer een Ferrari F40 die 4.336.250 euro opbracht, een groene LaFerrari (van Jay Kay) die verkocht werd voor 5.067.500 euro en zelfs een Enzo die liefst 6.530.000 euro haalde. Uiteraard schieten ook speciale en gelimiteerde reeksen opnieuw de hoogte in: meer dan 700.000 euro voor een 458 Speciale en zelfs 1.175.000 euro voor een 458 Speciale A. © RM Sotheby's Na een moeilijke periode lijken de Testarossa’s opnieuw in vorm, vooral de eerste versies zoals de Monospecchio. Het geveilde exemplaar was wel zwart, wat – laten we dat niet vergeten – een flinke meerwaarde oplevert, maar toch blijft 342.500 euro indrukwekkend. © RM Sotheby's Toch kwam het hoogste bedrag uit een verrassende hoek, namelijk van een auto uit de jaren zestig, een marktsegment dat het momenteel moeilijk heeft: een Ferrari 250 GT SWB California Spider uit 1961 werd bij RM Sotheby’s afgehamerd op 16.655.000 euro. Het bewijs dat absolute topstukken verzamelaars blijven aantrekken, ongeacht de periode.Zal de rode koorts ook overslaan op de woeste stier? Dat valt niet uit te sluiten, want bijna 450.000 euro voor een Lamborghini LM002 bij Bonhams blijft een serieus bedrag. Wordt ongetwijfeld vervolgd…Jaren vijftig tot zeventig: tijd voor koopjes?De markt van auto’s uit de jaren vijftig tot zeventig blijft verder dalen…  Dat is uitstekend nieuws voor wie wil investeren: 109.250 euro voor een Maserati Ghibli 4.7 bij Bonhams blijft een koopje, want twee jaar geleden lag de waarde van dit model nog zo’n 50.000 euro hoger. Nog enkele opvallende deals: twee Aston Martin DB4’s in mooie staat, maar die wel opnieuw rijklaar gemaakt moesten worden, wisselden van eigenaar voor zowat dezelfde prijs, ongeveer 240.000 euro. Enkele jaren geleden kocht je daarvoor nog een wrak. © Bonhams Ook bij de meer populaire modellen zie je dezelfde trend: een Jaguar Mk2 3.8 werd verkocht voor de helft van zijn vroegere prijs, namelijk 21.850 euro, terwijl een Alfa GT 1300 Junior 18.400 euro opbracht. Heel wat modellen vonden zelfs geen koper, zoals de Mercedes 300 SL en Porsche 911 Carrera 2.7.Competitie: naam en geschiedenis tellenWas het de sfeer op het circuit die de bieders opjutte? Hoe dan ook lijken racewagens nog altijd een heilige status te hebben. De BMW M3 E30 DTM van Steve Soper bereikte 483.000 euro, de Alfa Romeo 155 V6 Ti DTM werd verkocht voor 552.000 euro en de Audi Quattro Groep B (winnaar van de Rally van Portugal in 1983) haalde 862.500 euro, weliswaar een resultaat onder de schatting. Hier blijft het palmares dus doorslaggevend. © Bonhams Zelfs de Formule 1-wagens deden het uitstekend: meer dan 3,8 miljoen euro voor de reserve-Ferrari 642 uit het seizoen 1991 en ruim 4,3 miljoen euro voor de Ferrari 312 T3 uit 1978, bestuurd door Carlos Reutemann en Gilles Villeneuve. © RM Sotheby's Bij racewagens geldt duidelijk: als het verhaal achter de auto indruk maakt én het model bekend is, schiet de prijs omhoog. Haal één van die twee elementen weg en de waarde stort in. Kijk maar naar de weinig bekende F1 Fittipaldi F6/A, die ondanks een interessante historiek en perfecte staat ‘slechts’ 511.150 euro opleverde…Nog enkele opvallende vaststellingen…Ook de supercars van de voorbije dertig jaar lijken opnieuw bijzonder gegeerd: 2,26 miljoen euro voor een Porsche Carrera GT, een waarde die in amper enkele jaren verdubbelde, meer dan 330.000 euro voor een Mercedes SLS en ruim 4,3 miljoen euro voor een spectaculaire maar onbruikbare Bugatti Bolide…

door François Piette
© Gocar

2026, 2027: oliecrisis zal nog lang wegen op autobudget

De topman van Aramco draait er niet omheen. Amin Nasser, CEO van het grootste oliebedrijf ter wereld, sprak deze week opvallend openhartig met zijn investeerders. En bijzonder hard. De oliecrisissen van 1973 en 1979 of de prijsstijgingen van 2022? Volgens hem waren dat slechts kleine schokken. De crisis die op 28 februari begon, overstijgt alles. Sinds Iran de Straat van Hormuz blokkeerde – waar een vijfde van alle wereldwijde olie en vloeibaar aardgas passeert – is de markt zijn evenwicht kwijt. Een vat Brentolie schommelt al twee maanden rond 100 dollar en piekte eind april zelfs op 125 dollar. Ter herinnering: in januari stond de prijs nog op 61 dollar. Dat betekent dus een stijging van 70% in amper vier maanden. Disruption to oil exports via the Strait of Hormuz is threatening to delay the market’s return to normal until 2027, Saudi Aramco CEO Amin Nasser warns.https://t.co/wHl41uxrTg— Al Arabiya English (@AlArabiya_Eng) May 12, 2026 De glimlach van Amin NasserDe wereldwijde olieproductie is gezakt van 108,6 miljoen vaten per dag vóór de oorlog naar 95 miljoen vandaag. Dat betekent dat 12,5% van het wereldwijde aanbod verdwenen is. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) publiceerde deze week ook nieuwe cijfers: de wereldwijde voorraden zijn tussen maart en april met 250 miljoen vaten geslonken, aan een tempo van 4 miljoen vaten per dag. Het IEA spreekt van een ‘recordtempo’. Oil inventories are falling around the world at a record pace and will continue to drop for months due to the disruption to Middle East supplies, according to the International Energy Agency https://t.co/FhhtI8GHL1— Bloomberg (@business) May 13, 2026 In het meest optimistische scenario, waarbij de Straat van Hormuz vanaf juni geleidelijk heropent, zouden de markten tot het laatste kwartaal van het jaar met een tekort kampen. Het IEA waarschuwt dat nieuwe prijsschommelingen “waarschijnlijk lijken naarmate de piekperiode van de zomervraag nadert”. Met andere woorden: nu dus. Maar Amin Nasser is nog strenger: als de Straat van Hormuz nog enkele weken gesloten blijft, mogen we geen terugkeer naar normale prijzen verwachten vóór 2027.Natuurlijk is deze situatie dramatisch voor consumenten, maar Amin Nasser zelf loopt er met een brede glimlach bij. De crisis is namelijk bijzonder winstgevend voor hem: Aramco beschikt over een oliepijplijn van oost naar west die de zeestraat omzeilt en rechtstreeks de Rode Zee bevoorraadt.Duurdere autovakantieIn België zijn de gevolgen al enkele weken duidelijk voelbaar. Diesel werd deze donderdag opnieuw duurder: 2,178 euro/l tegenover ongeveer 1,68 euro in januari. Een tankbeurt van 60 liter kost vandaag dus 30 euro meer dan begin dit jaar. De vakantie dreigt een stuk duurder uit te vallen voor Belgische gezinnen. Een heen-en-terugrit naar het zuiden van Frankrijk van 2.200 km met een gemiddelde dieselwagen die 7 l/100 km verbruikt (realistisch wanneer je vertrekt met een dakkoffer en een volle auto) kost vandaag al meer dan 335 euro aan brandstof, tegenover 260 euro in januari. Bijna 80 euro extra voor exact dezelfde afstand. En als een vat olie opnieuw richting 125 dollar klimt, zoals eind april, zou diezelfde rit zelfs bijna 360 euro kosten. Faire le plein va continuer de coûter cher. Met een benzinewagen loopt de rekening uiteraard nog hoger op: dezelfde rit met een verbruik van 9 l/100 km kost vandaag 390 euro tegenover 307 euro in januari. Dat is dus bijna 85 euro extra. Als een vat olie opnieuw 125 dollar bereikt, zou die rit zelfs oplopen tot 420 euro.

door David Leclercq

Lotus: hybride V8-supercar met 1.000 pk in 2028

De Britse constructeur Lotus (in 2017 overgenomen door de Chinese groep Geely) heeft zijn roadmap ‘Focus 2030’ voorgesteld en wil terugkeren naar de fundamenten van het merk, met een focus op “lichtgewicht, aerodynamica, een obsessie voor engineering en de betrokkenheid van de bestuurder”.Om dat doel te bereiken, behoudt Lotus “een design en engineering die verankerd blijven in het Verenigd Koninkrijk, de bakermat van het merk, maar zal het steunen op een Chinese R&D-afdeling om een snelle grootschalige marktintroductie te verzekeren”, aldus de constructeur. Announcing: Type 135. V8. Hybrid. Supercar.The countdown begins now. pic.twitter.com/ZDlVZw7TDx— Lotus Cars (@lotuscars) May 12, 2026 Meer hybride dan elektrischNet als andere constructeurs heeft Lotus vastgesteld dat de elektrificatie minder snel doorbreekt dan verwacht en heeft het merk het idee opgegeven om een volledig elektrische constructeur te worden. Lotus kiest voor een strategie met plug-inhybrides en volledig elektrische modellen (Eletre, Emeya en de hypercar Evija), met op termijn een verhouding van 60/40%.De grote SUV Eletre, die eerst alleen elektrisch verkrijgbaar was, krijgt nu ook een plug-inhybrideversie: de Eletre X. De eerste leveringen in Europa staan gepland na de zomer. Ook pure benzinemotoren blijven op het programma staan in de Emira coupé, die zijn carrière voortzet en binnenkort zelfs een update krijgt, met een kleine dieetkuur en extra vermogen. Hybride V8-supercar in 2028Puristen verwijten Lotus dat het merk zwaarder geworden is met de grote Eletre en Emeya, waardoor het de ziel van Colin Chapman, de oprichter van het merk, zou verliezen. Voor hem was gewicht de grootste vijand van sportiviteit.Om terug te keren naar zijn roots onthult Lotus in 2028 een lichte V8-supercar (of toch op zijn minst niet té zwaar). Voorlopig weten we nog erg weinig over deze auto, behalve dat hij aangedreven zal worden door een hybride aandrijflijn met een V8-benzinemotor (waarschijnlijk afkomstig van Horse, de joint venture van Geely en Renault) en elektromotoren (wellicht gevoed door een kleine batterij om het gewicht te beperken), goed voor een gecombineerd vermogen van meer dan 1.000 pk. Het model zou in Europa gebouwd worden, in Hethel, naast de Emira. Lotus belooft tegen het einde van het jaar meer details over deze supercar.Een nieuwe Esprit?Deze toekomstige Lotus-supercar staat momenteel bekend onder de codenaam Type 135, maar mogelijk krijgt hij de naam Esprit, verwijzend naar de iconische Lotus die gebouwd werd van de jaren zeventig tot begin jaren 2000. De constructeur heeft dat voorlopig nog niet bevestigd. Visueel krijgen we voorlopig alleen een achteraanzicht van deze toekomstige supercar te zien, waarvan het design mogelijk geïnspireerd is op de  Theory 1-concept car uit 2024. © Lotus concept Theory 1 (2024) We onthouden vooral dat Lotus, dankzij de ambities van zijn nieuwe Chinese eigenaar, stevig investeert in zijn toekomst. De constructeur wil zijn verkoopvolume optrekken tot 30.000 auto’s per jaar (tegenover 6.520 vorig jaar) en tegelijk zijn marges verhogen, onder meer via meer personalisering. Grote ambities dus…

door Olivier Maloteaux

Gaan autoschermen echt stuk na tien jaar?

Op sociale media doet al weken een onheilspellend verhaal de ronde. Volgens een zogezegde studie van het Duitse keuringsbedrijf DEKRA zouden de schermen in moderne auto’s gemiddeld maar tien tot twaalf jaar meegaan. Daarna zouden ze uitvallen, samen met de klimaatregeling, navigatie, rijhulpsystemen en soms zelfs de snelheidsmeter. En de herstelling? Die zou duizenden euro’s kosten. Er is alleen één probleem: die studie bestaat niet. Gecontacteerd door de Franstalige krant La Dernière Heure bevestigde DEKRA dat het zo’n onderzoek nooit heeft uitgevoerd. De tientallen websites en Facebookposts die naar de studie verwijzen, kopiëren elkaar simpelweg zonder ooit een brondocument te tonen. Een klassieke ketting van internetcitaten die zichzelf geloofwaardig probeert te maken. Met andere woorden: fake news.Hoe lang dan wel?De enige concrete cijfers komen van Disen, een fabrikant van lcd-touchscreens. Volgens het bedrijf zijn zulke schermen ontworpen voor 30.000 tot 60.000 gebruiksuren en dat in continu gebruik. Omgerekend naar gemiddeld anderhalf uur rijden per dag komt dat neer op een theoretische levensduur van… 54 tot 109 jaar. Dat betekent natuurlijk niet dat autoschermen onsterfelijk zijn. Ze krijgen veel zwaardere omstandigheden te verwerken dan een televisie in een woonkamer: grote temperatuurschommelingen, vocht, trillingen en voortdurend zonlicht. Elektronische defecten of softwareproblemen blijven dus perfect mogelijk. Maar het idee dat elk scherm na exact tien jaar systematisch zou uitvallen, is bijzonder twijfelachtig.Echte probleem zit eldersDe discussie gaat eigenlijk niet over de levensduur van het scherm zelf, maar over de afhankelijkheid ervan. Tien jaar geleden bleef een auto perfect bruikbaar wanneer het navigatiescherm defect raakte. De verwarming had nog fysieke knoppen, dus de ventilatie werkte nog gewoon. Vandaag verdwijnen die knoppen steeds vaker. Klimaatregeling, navigatie, rijhulpsystemen en soms zelfs basisfuncties zoals snelheidsweergave zitten volledig geïntegreerd in één centraal aanraakscherm. En precies daar wringt het schoentje: als dat scherm uitvalt, ligt het grootste deel van de auto plat. Voir cette publication sur Instagram Une publication partagée par MiniTiny (@minitiny.be) Wat kost het echt?Een defect centraal scherm blijft natuurlijk geen goedkope grap. Bij een Tesla Model 3 of Tesla Model Y kost een vervanging via de constructeur doorgaans tussen 1.300 en 1.500 euro. Voor het MBUX-systeem van een Mercedes-Benz A-Class loopt dat op tot ongeveer 1.600 euro.Voor de meeste moderne auto’s ligt de realistische vork ergens tussen 1.000 en 3.000 euro binnen het officiële dealernetwerk. De bedragen van 5.000 euro die online circuleren, slaan meestal op uitzonderlijke gevallen met complexe OLED-configuraties of meerdere schermen.Bovendien bestaan er vandaag gespecialiseerde herstellers die defecte componenten afzonderlijk kunnen vervangen, waardoor de factuur soms tot een derde daalt. Ook sommige verzekeringen dekken elektronische defecten gedeeltelijk. Duur? Zeker. Maar niet de financiële aderlating zoals ze werd voorgesteld. Toch is het onderwerp zeker niet irrelevant voor Belgische automobilisten. Volgens cijfers van FEBIAC bedroeg de gemiddelde leeftijd van het Belgische wagenpark eind 2025 exact tien jaar en drie maanden. Een historisch record. Bijna 22 procent van de auto’s op onze wegen is ouder dan vijftien jaar.En net de eerste generatie auto’s die vrijwel alles centraliseerde in één aanraakscherm dateert van ongeveer 2013 tot 2016. Die modellen komen nu dus in hun eerste echte verouderingsfase terecht. Paniekerig hoeft niemand daarvan te worden. Maar wie een tweedehandswagen koopt, kijkt best even goed naar het scherm. Een display met strepen, donkere vlekken of een helderheid die wegvalt in zonlicht verraadt meestal dat het scherm zijn beste tijd heeft gehad. Het voordeel is wel: zulke slijtage is meestal duidelijk zichtbaar. En misschien nog belangrijker: controleer ook even of de garantie dit soort defecten dekt.

door David Leclercq
© Gocar

TEST MGS9 PHEV (2026): hoe goed is de eerste MG met 7 zitplaatsen?

Het gamma van MG blijft groeien in Europa. De modellen scoren sterk, vooral dankzij hun bijzonder competitieve prijs-kwaliteitverhouding. Het merk, oorspronkelijk Brits maar sinds 2007 in handen van het Chinese SAIC, overschreed in februari de kaap van één miljoen verkochte auto’s in Europa sinds de overname. MG kondigde bovendien aan een ontwikkelingscentrum op ons continent te openen om zijn modellen nog beter af te stemmen op de verwachtingen van Europese bestuurders. Het gamma dekt intussen bijna alle behoeften, van de hybride stadswagen MG3 tot de elektrische roadster Cyberster, via elektrische compacte middenklassers (MG4 en MG4 EV Urban), compacte SUV’s (ZS op benzine of hybride, en de elektrische S5) en familiale SUV’s met hybride (HS) of elektrische (S6 EV) aandrijving. Daar komt nu het grootste model van de familie bij: deze hybride S9. Verschuifbare tweede rijDe S9 maakt indruk met zijn formaat: hij is 5 m lang, bijna 2 m breed en 1,80 m hoog. Een grote jongen, met een sobere maar aangename lijn en standaard 20-duims velgen. Zijn grootste troef zit echter binnenin: standaard krijg je drie zitrijen en plaats voor zeven passagiers. Op de tweede rij is de beenruimte royaal, al voelt de bank vrij hard aan en mist ze wat vorm. De middelste plaats is nog harder en erg smal, dus eerder geschikt voor een kind.Leuk extraatje: de drie passagiers op de tweede rij beschikken over hun eigen klimaatregeling. Ze kunnen zelf de temperatuur en de ventilatiesterkte instellen. Er zijn ook twee USB-C-poorten aanwezig en het grote panoramische schuifdak, standaard inbegrepen en over ongeveer de helft van zijn lengte te openen, zorgt voor veel lichtinval. De achterbank heeft verstelbare rugleuningen en kan verschoven worden om meer ruimte te creëren voor de passagiers op de derde rij. Ruimte op de derde rijJe hoeft je niet al te veel in bochten te wringen om de derde rij te bereiken, waar twee volwassenen comfortabel kunnen plaatsnemen. Er is voldoende schouder- en hoofdruimte en je kunt de rugleuning van de kleine zetels verstellen voor extra comfort.Ook voor de benen is er voldoende plaats, zeker wanneer de tweede rij volledig naar voren is geschoven. Je kunt je voeten zelfs onder de bank schuiven. Alleen zit de zitting wat laag, waardoor je dijen onvoldoende ondersteund worden tijdens lange ritten.Voor elke passagier achterin voorziet de constructeur een leeslampje, een ventilatiemond in het plafond en een bekerhouder. Er is ook een USB-poort aanwezig, al gaat het verrassend genoeg om een USB-A en niet om een USB-C zoals op de eerste en tweede rij. Mooie kofferMet zeven zitplaatsen blijft er nog maar weinig ruimte over voor bagage: de koffer heeft een inhoud van 332 liter, minder dan een Volkswagen Polo. Maar dat is nu eenmaal typisch voor SUV’s met zeven zitplaatsen en deze MG doet het nog altijd beter dan de meeste concurrenten. In vijfzitsconfiguratie groeit het koffervolume tot 1.026 liter en met alle achterzetels neergeklapt zelfs tot meer dan 2.000 liter.Onder de vloer zit een klein opbergvak voor de laadkabel en de constructeur voorziet ook een 12V-aansluiting in de koffer. De elektrische kofferklep is standaard en op de Premium-versie kun je ze bovendien handsfree openen door met je voet onder de bumper te bewegen. Al bleek de sensor tijdens onze test soms wat grillig, zoals wel vaker bij dit soort systemen. Modern en gebruiksvriendelijk infotainmentVooraan is de afwerking degelijk: niet bijzonder verfijnd, maar wel verzorgd gepresenteerd en stevig gemonteerd. In de basisversie neem je plaats op elektrisch verstelbare en verwarmde stoffen zetels. De Premium-versie krijgt zetels in kunstleder (vegan leder, zoals dat tegenwoordig heet). Die kunstleren zetels zijn niet bijzonder zacht, maar bieden wel een ruime keuze aan aangename massagefuncties. Het centrale scherm is niet bijzonder groot (12,3 duim), maar biedt wel een mooie resolutie. De gps is standaard inbegrepen en werkt goed, terwijl het multimediasysteem compleet is, met onder meer erg efficiënte Apple CarPlay- en Android Auto-connectiviteit, zowel met als zonder kabel. De ergonomie zit goed, dankzij een rij fysieke knoppen voor de klimaatregeling. Draadloos opladen voor smartphones is daarentegen alleen beschikbaar op de Premium-versie, niet op de basisuitvoering, zelfs niet als optie (er zijn eigenlijk helemaal geen opties…). Een ander minpunt is de traagheid van het aanraakscherm, dat een kleine vertraging vertoont tussen het indrukken van een icoon en het uitvoeren van de functie. Overtuigende hybride aandrijvingDe MGS9 is niet beschikbaar als volledig elektrische auto, maar alleen als plug-inhybride. De aandrijflijn combineert een 1.5 turbobenzinemotor met een elektromotor, goed voor een gecombineerd vermogen van 299 pk en 390 Nm koppel.De benzinemotor kan zowel dienen als generator om de batterij op te laden (waarbij de wielen door de elektromotor via een vaste overbrenging worden aangedreven, zonder schokken) als rechtstreeks de wielen aandrijven, afhankelijk van de omstandigheden. In de praktijk verlopen de overgangen tussen de verschillende modi erg vloeiend en werkt deze aandrijflijn aangenaam. De benzinemotor blijft bovendien mooi stil.Van het totale vermogen van 299 pk merk je in de praktijk echter niet zo veel. MG lijkt op dat vlak wellicht wat optimistisch… De prestaties blijven wel ruim voldoende voor gezinsgebruik.Tot 100 km elektrischDe elektromotor haalt zijn energie uit een batterij met 23,2 kWh netto capaciteit. MG belooft een elektrisch rijbereik van 100 km en tijdens onze test konden we dat cijfer effectief benaderen op een gemengd parcours met verschillende soorten wegen.De boordlader van 11 kW laadt de batterij in ongeveer 3 uur volledig op. Een DC-snellader ontbreekt helaas. MG voorziet daarentegen bidirectioneel laden (V2L), waarmee je externe elektrische toestellen kunt voeden.Wanneer de batterij leeg is, neemt de benzinemotor het logischerwijs over. We noteerden dan een gemiddeld verbruik van ongeveer 7 l/100 km, met pieken rond 8,5 l/100 km op een traject dat uitsluitend uit snelwegen bestond. Best redelijk voor zo’n grote auto. Rijden mist verfijning en gevoelHoewel de hybride aandrijflijn uitstekend werkt, is de ophanging niet zo verfijnd als bij de referenties in dit segment. Deze grote Chinese SUV (uitgerust met Michelin-banden) ligt wel stevig op de weg en houdt het overhellen in bochten goed onder controle, zolang je het tempo niet te hoog opvoert. Doe je dat wel, dan begint de auto wat ongecontroleerd te deinen.Ook de stuurinrichting mist duidelijk gevoel. Deze voorwielaangedreven SUV heeft bovendien geregeld moeite om zijn vermogen goed op de weg te krijgen. Het is duidelijk geen auto die graag hard aangepakt wordt. En ook het comfort kan beter: op slechte wegen voel je soms harde klappen in de ophanging. Kortom, MG heeft nog werk op het vlak van de afstelling van de demping. Hoeveel kost de MGS9 PHEV (2026)?Zoals we van het Chinese MG gewend zijn, vormt de prijs opnieuw een aangename verrassing. De MGS9 PHEV start vanaf 43.990 euro, wat ronduit uitzonderlijk is voor zo’n grote SUV met zeven zitplaatsen en een plug-inhybride aandrijflijn die tot 100 km elektrisch rijbereik biedt.Tel daar nog een rijke standaarduitrusting bij op (20-duims velgen, keyless entry en start, zeven zitplaatsen standaard, elektrisch verstelbare en verwarmde voorzetels, automatische klimaatregeling met drie zones, gps, panoramisch schuifdak, elektrische kofferklep enzovoort) én een garantie van zeven jaar of 150.000 km, en je kunt gerust stellen dat de MGS9 een goede deal is voor gezinnen.ConclusieDe MGS9 PHEV is een geslaagde grote gezins-SUV met zeven zitplaatsen, die zijn technologie en uitrusting aanbiedt tegen een bijzonder scherpe prijs voor dit segment. Bovendien blijft hij ook in het dagelijks gebruik betaalbaar dankzij zijn beperkte brandstofverbruik. De auto voelt op alle vlakken doordacht aan en is bovendien aangenaam in gebruik. Kortom, een interessante keuze voor rationele grote gezinnen. Voor Uitstekende prijs-kwaliteitverhouding Geslaagde en efficiënte plug-inhybride aandrijving Rijke standaarduitrusting Veel ruimte op alle zitplaatsen Cons Comfort en wegligging nog niet perfect in balans Stuurinrichting mist erg veel gevoel Geen DC-snelladen De MGS9 PHEV in cijfersMotor: 1.496 cc turbobenzine (142 pk/105 kW, 230 Nm) + synchrone elektromotor (231 pk/170 kW, 390 Nm); gecombineerd vermogen: 299 pk/220 kW, 390 NmAandrijving: voorwielenVersnellingsbak: automaat met vaste overbrengingL/b/h (mm): 4.893/1.967/1.778 Leeggewicht (kg): 2.160 Koffervolume (l): 332 (7 zitplaatsen) / 1.026 (5 zitplaatsen) / 2.093 (2 zitplaatsen)Batterij (kWh): LFP, 24,7 kWh bruto / 23,2 kWh netto0 tot 100 km/u (sec): 9,6Topsnelheid (km/u): 200Elektrisch rijbereik (WLTP, km): 100 Verbruik (WLTP, kWh/100 km): 19,8 CO₂: 54 g/kmPrijs: 43.999 euroBIV: Vlaanderen: 55,88 euro, Wallonië: 407,11 euro, Brussel: 1.068,40 euroVerkeersbelasting: Vlaanderen: 170,04 euro, Wallonië en Brussel: 300,96 euro

door Olivier Maloteaux

Jaguar: elektrische GT heet Type 01 en komt in 2027 op de markt

Jaguar verkeert al enkele jaren in een diepe coma. Het Britse merk (in 2008 overgenomen door de Indiase Tata-groep) verkoopt vandaag zelfs geen nieuwe auto’s meer in Europa…Maar achter de schermen wordt gewerkt aan een elektrische vierdeurs-GT die zich boven Audi, BMW en Mercedes wil positioneren, dichter bij het universum van Porsche (Taycan) of zelfs Bentley, met een prijskaartje dat daarbij past.Het prototype van deze elektrische GT werd anderhalf jaar geleden voorgesteld, maar de productieversie laat nog altijd op zich wachten. Jaguar belooft dat hij nog voor het einde van het jaar onthuld wordt en probeert intussen de aandacht vast te houden… Waarom de naam Type 01?Oorspronkelijk droeg het prototype van dit nieuwe model de codenaam Type 00. Onlangs werd hij nog gespot tijdens wintertests in het ijskoude Lapland. Nu bevestigt de constructeur de definitieve naam van de productieversie: Type 01.De benaming ‘Type’ verwijst uiteraard naar de geschiedenis van het merk en verscheen voor het eerst bij de C-Type, die in 1951 de 24 Uur van Le Mans won. Daarna volgden de iconische E-Type en recenter nog de F-Type.Voor de nieuwe Type 01 legt Jaguar uit dat de ‘0’ staat voor emissievrije elektrische aandrijving en de ‘1’ voor de eerste Jaguar van een nieuw tijdperk. Mooie symboliek, maar laten we vooral kijken wat er echt achter die codenaam schuilt… 3 motoren en 1.000 pkDe nieuwe Jaguar Type 01 wordt dus een GT-berline, een beetje zoals de Mercedes-AMG GT 4-Door Coupé. Net als die laatste rijdt hij volledig elektrisch, met drie motoren die samen goed zijn voor 1.000 pk en meer dan 1.300 Nm koppel.Dat zijn indrukwekkende cijfers, al is dat tegenwoordig bijna de norm geworden in dit segment van elektrische topmodellen. De motoren krijgen stroom van een batterij van meer dan 100 kWh op een 800V-architectuur, maar Jaguar geeft voorlopig nog geen officieel rijbereik vrij.Lancering in 2027De gecamoufleerde prototypes van de Jaguar Type 01 duiken dit weekend op in de straten van Monaco, in het kader van de Formule E-race. De productieversie van de Type 01 zou nog voor het einde van het jaar onthuld worden, met een marktintroductie in de eerste helft van 2027. Daarna zouden nog een elektrische limousine en een SUV volgen. Tenminste… als alles volgens plan verloopt.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Alweer een Europese batterijfabrikant failliet: is de Aziatische voorsprong in dit do-mein definitief?

Morrow leverde nog geen batterijen aan autobouwers. Het Noorse bedrijf sleutelde echter wel aan een aanbod van LFP-cellen (lithiumijzerfosfaat) voor toepassing in personenwagens. Ondertussen had het wel al contracten lopen voor de levering van accu’s aan de defensiesector.Dat verhaal eindigt evenwel abrupt, nu het bedrijf het faillissement heeft aangevraagd. Het bedrijf startte op in 2020 met een totale financiering van zo’n 300 miljoen euro van grote spelers als Siemens, ABB, een Deens pensioenfonds en verschillende Noorse investeringsfondsen, onder andere van de overheid. Het bouwde in tussentijd een fabriek in Arendal en heeft 200 mensen in dienst.Zoals wel vaker in de sector van de batterijcellen is zelfs een reusachtige investering vaak niet genoeg om tijdig rendabel te worden. Morrow kondigde zopas dan ook aan dat het niet meer kan doorgaan.Het verhaal doet denken aan dat van Northvolt, het Zweedse bedrijf dat in 2025 failliet ging. De batterijfabrikant had gigantische leveringcontracten lopen met onder andere BMW, maar kon deze niet nakomen. RentabiliserenTijdig de juiste productiekwaliteit behalen is steeds het probleem. Essentieel is de zogenaamde ‘first-pass yield’, het percentage van de productie die goed genoeg is om de markt op te kunnen.In een rapport stelt onderzoeksbureau McKinsey & Company dat batterijfabrikanten binnen het anderhalf jaar een percentage van 95% moeten halen om levensvatbaar te zijn. Duurt het langer, dan lopen de verdere investeringen zodanig hoog op dat die zelfs met eventuele succesvolle afzet later nooit meer kunnen gerentabiliseerd worden. Aartsmoeilijk procesEen dergelijk doel lijkt in veel andere sectoren misschien haalbaar, ware het niet dat het maken van batterijcellen notoir moeilijk is, en dan met name het leveren van een stabiel volume aan een consistente kwaliteit. Het productieproces vraagt immers uiterst precieze omstandigheden, bijvoorbeeld qua temperatuur en luchtdruk. Dat proces op punt krijgen is een erg lange zoektocht, temeer omdat er steeds een kwaliteitscontrole nodig is waarin de cellen traag ontladen, wat heel veel tijd kost.Zo kunnen zelfs kleine bijsturingen 1 à 2 maanden in beslag nemen, omdat pas na die tijd duidelijk is of de geproduceerde cellen goed genoeg zijn. Zoniet, moet men weer van voor af aan beginnen. Dat kost gigantische sommen geld.Daar komt bij dat het niet eenvoudig is om ervaren mensen aan te trekken in een sector die groeit als kool. En zelfs voor ervaren mensen is het lastig, want de ontwikkelingen gaan razendsnel, niet alleen qua chemische samenstelling van de batterijen, ook wat betreft de apparatuur om deze te maken.Een goed voorbeeld daarvan is ACC, dat meer dan 3 jaar na zijn opstart nog worstelt om een stabiel volume te produceren aan een hoge kwaliteit, getuige het nog steeds relatief grote aantal batterijcellen die rechtstreeks van de productielijn naar de spreekwoordelijke schroothoop gaan. Het bedrijf, dat een fabriek heeft ten zuiden van Rijsel, heeft met geldschieters als TotalEnergies, Stellantis en Mercedes, alsook investeringen van de Europese Unie, evenwel voldoende fondsen beschikbaar om zwaar weer te doorstaan. Aziatische voorsprongToch lijkt het er meer en meer op dat de Aziatische fabrikanten een definitieve voorsprong hebben in de batterijbouw, ook op Europese bodem. Zo hebben de Zuid-Koreaanse bedrijven LG en Samsung al jaren een fabriek in respectievelijk Polen en Hongarije.Het Chinese CATL bouwt momenteel een fabriek in Spanje en heeft er reeds een in Hongarije. BYD, de EV- fabrikant ter wereld, gaat ook accucellen produceren in Hongarije.Prologium uit Taiwan is momenteel bezig met de bouw van een fabriek voor accucellen nabij Duinkerke. Vanaf 2028 zouden daar, als alles volgens plan loopt, vastestofbatterijen (ook wel bekend als ‘solid-state’-batterijen) van de band moeten rollen.In dezelfde streek zit ook het Japanse AESC, maar ook Verkor, een Frans bedrijf dat cellen levert aan Renault. Samen met ACC is het momenteel een van de enige Europese speler die exemplaren levert aan de markt. In Duitsland start VW-dochter PowerCo momenteel een fabriek op in Salzgitter.Zo zijn er nog wel enkele kleinere spelers die de komende jaren een productiestart voorbereiden. Volgens een recent rapport van de universiteit van Aken is momenteel 673 van de 1.190 gigawattuur aan productiecapaciteit in Europa in Aziatische handen. Op wereldschaal is dat een habbekrats.

door Hans Dierckx
© Gocar

Elektrische auto: wat is in 2026 de échte kampioen van de lange ritten?

De vraag duikt steeds opnieuw op bij kopers en gebruikers van elektrische auto’s: hoeveel tijd kost het écht om van de ene grote stad naar de andere te rijden? Onze collega’s van Automobile Propre zochten het uit door tachtig modellen te testen op een rit van 500 km tussen Parijs en Lyon, volledig via de autosnelweg, met respect voor de snelheidslimieten en inclusief laadstops. Daarbij werd telkens vier minuten extra gerekend per stop voor alles wat bij het laden komt kijken, zoals het aansluiten van de kabel.47 minutenOver alle tachtig geteste auto’s heen bedroeg de gemiddelde reistijd 5 uur en 7 minuten. Dat is 47 minuten meer dan de pure rijtijd, ofwel 42 minuten effectieve stilstand aan een laadpaal. Die cijfers tonen iets belangrijks aan: het WLTP-rijbereik voorspelt niet welke auto het snelst reist. Tussen de snelste en traagste auto uit de test zat bijna twee uur verschil op exact hetzelfde traject. Dat is allesbehalve verwaarloosbaar.  Niet verrassend domineren auto’s met een 800V-architectuur de ranglijst. Dankzij die technologie kunnen ze veel hogere laadsnelheden aan dan klassieke 400V-systemen. Dat vertaalt zich rechtstreeks in minder tijd aan de laadpaal. Concreet klokten de 800V-modellen gemiddeld af op 4 uur en 38 minuten reistijd, met amper 14 minuten laden. Dat is 29 minuten sneller dan de mediaan van de markt.Verrassend podiumMaar wie wint? Op de eerste plaats staat de Mercedes CLA 250+, die het traject aflegt in 4 uur en 28 minuten. Hij doet één minuut beter dan de Porsche Taycan RWD en twee minuten beter dan de Lucid Air Grand Touring, twee modellen uit een compleet andere prijscategorie. Die drie auto’s zijn trouwens de enige die theoretisch zonder laadstop van Parijs naar Lyon kunnen rijden, al komen ze dan wel aan met een bijna lege batterij. Opvallend is vooral dat ook enkele 400V-modellen zich in dit selecte gezelschap nestelen. De DS N°8 (4 uur 37) en de Tesla Model 3 Long Range (4 uur 39) danken hun plaats aan hun uitstekende efficiëntie. De architectuur alleen verklaart dus niet alles.  Onderaan het klassement hebben de kleinste modellen het moeilijker. Logisch ook: hun rijbereik op de autosnelweg is beperkter en hun laadsnelheid blijft relatief laag. De Hyundai Inster doet het nog het best met een reistijd van 5 uur en 26 minuten. De Renault Twingo E-Tech sluit de rij af met minstens 6 uur en 25 minuten. Sommige modellen kampen bovendien met een extra probleem: door herhaaldelijk snelladen warmt de batterij op, waardoor het laadvermogen geleidelijk daalt. Dat is onder meer het geval bij de BYD Dolphin (5 uur 47), de Honda e:Ny1 (5 uur 53) en de BYD Atto 3 (5 uur 56). Maar kun je die auto’s dat echt kwalijk nemen?  Op basis van die cijfers schetst Automobile Propre het ideale profiel van een elektrische auto voor lange snelwegritten, die niet meer beperkingen oplegt dan een auto met verbrandingsmotor. Volgens hen combineert die auto best een WLTP-rijbereik van 580 km, een netto batterijcapaciteit van 85 kWh en een laadtijd van 10 naar 80% in 26 minuten. Dan volstaat één laadstop om de volledige rit van 500 km af te werken. Top 10 snelste elektrische auto’s op een traject van 500 km#WagenActieradius volgens WLTPActieradius voor 500 km (na opladen)1Mercedes CLA 250+746 km4 u 282Porsche Taycan Propulsion679 km4 u 293Lucid Air Grand Touring785 km4 u 304Audi A6 Avant e-tron713 km4 u 355Smart #5540 km4 u 356XPeng G6 facelift510 km4 u 357DS N°8750 km4 u 378Tesla Model 3 Long Range702 km4 u 399Tesla Model Y Long Range586 km4 u 4310Kia EV4 Long Range584 km4 u 45

door David Leclercq
© Gocar

Hardleerse automobilisten: na acht overtredingen automatisch voor de rechtbank. Maar welke overtredingen tellen echt mee?

Woensdagochtend gaf de ministerraad groen licht voor het voorstel van minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) en minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés). Het plan viseert bestuurders die verkeersinbreuken blijven opstapelen: zij zullen zich voortaan voor de rechter moeten verantwoorden. Een boete betalen en daarna gewoon verderrijden volstaat dus niet langer. Er komen duidelijke drempels: wie die overschrijdt, wordt automatisch doorgestuurd naar justitie.De grote lijnen zijn intussen duidelijk: wie binnen drie jaar acht zware snelheidsovertredingen begaat, drie keer betrapt wordt met een gsm achter het stuur of twee keer onder invloed rijdt, kan voortaan voor de rechtbank moeten verschijnen. Bij snelheid gaat het bovendien niet om kleine overtredingen. Volgens het instituut VIAS ligt de drempel op meer dan 20 km/u te snel in de bebouwde kom en meer dan 40 km/u te snel op de autosnelweg, zo meldt RTL. Wie aan 52 km/u wordt geflitst in een zone 50, valt dus normaal gezien buiten de regeling. Althans, in theorie. Volgens verkeersadvocaat Bruno Gysels roepen die aangekondigde drempels dan ook vragen op. “Ik ben verbaasd over de aangekondigde drempels. Momenteel leiden snelheidsovertredingen van meer dan 30 km/u in de bebouwde kom en in zones 30 sowieso al tot een dagvaarding voor de politierechtbank, zelfs bij een eerste overtreding. Hetzelfde geldt voor meer dan 40 km/u te snel op de autosnelweg. Dat zijn op zich al zware en potentieel gevaarlijke overtredingen, ongeacht of iemand recidivist is of niet.”Context verandert allesBelgië is vandaag al een van de strengst gecontroleerde landen van Europa op het vlak van snelheidshandhaving. Volgens de SCDB-databank (Speed Camera Database) telt ons land 422 snelheidscontroles per miljoen inwoners. Daarbij gaat het enkel om vaste flitspalen; mobiele controles en trajectcontroles zijn dus niet eens meegerekend. Ter vergelijking: Frankrijk telt er 50 per miljoen inwoners, Duitsland 57.Ook het aantal trajectcontroles blijft sterk toenemen. In Vlaanderen vervijfvoudigde het aantal installaties in amper twee jaar tijd: van 246 naar 1.233. In Wallonië komen daar jaarlijks nog eens zo’n 150 trajectcontroles bij. Het controlenetwerk breidt zich dus in sneltempo uit, aan beide kanten van het land. En hoe dichter dat net sluit, hoe groter de kans dat zelfs voorzichtige bestuurders vroeg of laat tegen de lamp lopen. Justitie nu al overbelast?Benoît Godart, woordvoerder bij VIAS, reageerde bij RTL voorzichtig positief op het voorstel, maar plaatste tegelijk een belangrijke kanttekening. Volgens hem zouden de aangekondigde drempels in de praktijk misschien maar weinig bestuurders treffen. “Laten we hopen dat niemand zoveel zware overtredingen in zo’n korte tijd opstapelt”, klonk het.Toch toont de realiteit geregeld iets anders. Hardleerse verkeerscriminelen blijven opduiken, zoals recent opnieuw bleek uit de schokkende beelden tijdens het proces rond Paolo Falzone. Verkeersadvocaat Bruno Gysels is daarom veel kritischer. Hij noemt het voorstel een “schijnoplossing” en waarschuwt dat elk recidivedossier vijf tot tien extra procedures kan uitlokken. Volgens hem zullen de politierechtbanken, die vandaag al kreunen onder de werklast, die bijkomende stroom onmogelijk kunnen verwerken. “Als iemand vervolgd wordt omdat hij meerdere snelheidsovertredingen zou hebben gepleegd, moet eerst bewezen worden dat die eerdere overtredingen effectief vaststaan én dat hij ook daadwerkelijk de bestuurder was”, legt hij uit.Een flitspaal registreert bovendien een voertuig, niet de bestuurder. Volgens Bruno Gysels betekent het betalen van een onmiddellijke inning dan ook niet automatisch dat iemand de feiten erkent of toegeeft dat hij achter het stuur zat. “Op basis waarvan kan men dan spreken van recidive?”, vraagt hij zich af. “De rechtbank zal eerst alle eerdere dossiers opnieuw moeten onderzoeken om na te gaan of de feiten bewezen zijn én aan de beklaagde kunnen worden toegeschreven. Zo rijden we onszelf vast.” Volgens Gysels kan daarom alleen een grondige hervorming van het volledige systeem van verkeershandhaving recidive echt aanpakken. Handel in “chauffeurs”?Bruno Gysels ziet nog een ander mogelijk neveneffect van de nieuwe regeling. De nummerplaathouder kan immers vrijwel eender wie aanduiden als bestuurder op het moment van de overtreding: een onbekende, een vijand of zelfs iemand die zich laat betalen om de feiten op zich te nemen. “Met tien miljoen pv’s per jaar is het ondenkbaar om elke verklaring grondig te controleren”, verduidelijkt hij.Volgens Gysels gebeurt het nu al dat aangeduide bestuurders zelf van niets weten, maar toch riskeren om voor de rechtbank te verschijnen voor feiten die ze nooit gepleegd hebben. Hij vreest dan ook dat het aanwijzen van “chauffeurs” een soort nationale sport dreigt te worden, mogelijk zelfs met een “georganiseerde handel” errond.Wat zal het kosten?Ook binnen de regering lijkt men zich bewust van de praktische problemen. Verschillende werkgroepen onderzoeken daarom al alternatieven voor systematische dagvaardingen, zoals verplichte opleidingen, hogere boetes of een rijverbod dat rechtstreeks door het parket wordt opgelegd. De alternatieve scenario’s lijken dus al klaar te liggen nog voor het oorspronkelijke plan volledig is uitgewerkt.Daar hangt bovendien een stevig prijskaartje aan vast. Als politierechtbanken en parketten die extra stroom dossiers moeten verwerken, zal de samenleving daar uiteindelijk voor opdraaien. Het lijkt dan ook niet ondenkbaar dat de boetes fors zullen stijgen om die kosten te compenseren, of dat het systeem simpelweg vastloopt en later opnieuw wordt afgezwakt. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

door David Leclercq
© Gocar

Lancia Ypsilon (2026): nieuwe basismotor met manuele versnellingsbak

Lancia, het Italiaanse merk met een prestigieus verleden dat de voorbije jaren alleen nog in Italië overleefde, keerde in 2024 terug naar andere Europese markten. Een bescheiden comeback, met een stadswagen: de Ypsilon. Door de synergie binnen de Stellantis-groep staat hij op het Franse chassis van de Peugeot 208. Maar de carrosserie oogt origineler en het interieur verfijnder.Deze stijlvolle kleine stadswagen bestaat al in een elektrische versie (156 pk of 280 pk voor de sportieve HF) en als 1.2 turbo microhybride van 110 pk met gerobotiseerde zesversnellingsbak. Nu komt daar ook een benzineversie (geen hybride) met handgeschakelde versnellingsbak bij als nieuwe instapper. Terugkeer van de manuele versnellingsbakDe Ypsilon werd eerst uitsluitend gelanceerd met een automatische versnellingsbak, maar na gesprekken met klanten en een analyse van de markt stelde de constructeur vast dat er nog altijd plaats is voor de goede oude handgeschakelde versnellingsbak. “Een keuze die klanten eenvoudig en betrouwbaar vinden”, klinkt het bij Lancia.1.2 Turbo met 100 pkDeze nieuwe instapversie met handgeschakelde versnellingsbak wordt aangedreven door een 1.2 turbo driecilinder met 100 pk en 205 Nm koppel, een motor die we ook terugvinden in andere stadswagens en compacte SUV’s van de Stellantis-groep (Citroën, Opel, Peugeot).Met die motor is de Ypsilon zeker niet onderbemeten. Hij levert behoorlijke prestaties, met een sprint van 0 naar 100 km/u in 10,2 seconden. Deze stadswagen haalt bovendien een topsnelheid van 194 km/u.Qua gebruikskosten blijft deze instapmotor redelijk betaalbaar, met een gemiddeld verbruik van 5,2 l/100 km volgens de WLTP-norm. Hij beschikt over een distributieketting en moet maar om de 25.000 km of om de twee jaar op onderhoud. 3.300 euros de moins que l’hybrideDe nieuwe Ypsilon Turbo 100 blijft even stijlvol als zijn broers, want hij is beschikbaar in alle uitrustingsniveaus van het gamma: Ypsilon (21.300 euro), LX en HF Line (24.300 euro).Bij een vergelijkbare uitrusting kost deze ‘eenvoudige’ benzineversie zonder elektrificatie 3.300 euro minder dan de microhybride Ypsilon (48 volt, 110 pk) met automatische versnellingsbak.

door Olivier Maloteaux

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.