Na de 737 MAX, nu de 777: Boeing vraagt luchtvaartmaatschappijen toestellen aan de grond te houden

Deze foto van zaterdag 20 februari 2021, verschaft door Hayden Smith, toont vlucht 328 van United Airlines die Denver International Airport nadert, na het ervaren van “een rechtermotorstoring” kort na het opstijgen vanuit Denver. (Hayden Smith via AP)

Nadat brokstukken van een Boeing 777 zaterdag uit de lucht vielen in de buurt van de stad Denver, heeft de Amerikaanse vliegtuigmaker luchtvaartmaatschappijen aangeraden om toestellen met hetzelfde type motor voorlopig aan de grond te houden.

Japan heeft de toestellen voorlopig uit roulatie gehaald, en verbiedt Boeings met een Pratt & Whitney PW4000-motor in zijn luchtruim. Ook de Amerikaanse carrier United Airlines, wiens toestel zaterdag onderdelen verloor na motorfalen in de lucht, houdt de betreffende toestellen aan de grond. De Amerikaanse luchtvaartautoriteiten bevelen een onderzoek. 

Afgelopen december zou er volgens het Japanse ministerie van Transport al een ‘ernstig incident’ hebben plaatsgevonden op de luchthaven van Okinawa, met een Boeing 777 die motorpech had. 

Boeing moet nog steeds bekomen van twee magere jaren, nadat zijn 737 MAX-toestellen in maart 2019 wereldwijd aan de grond werden gezet na twee crashes in enkele maanden tijd. Daarbij kwamen in totaal 346 mensen om. Later bleek dat de rampen werden veroorzaakt door een falend veiligheidssysteem (MCAS) dat de neus van de vliegtuigen telkens naar beneden drukte.

De voorbije maanden hadden Amerikaanse en Europese luchtvaartautoriteiten groen licht gegeven voor  een terugkeer van het verguisde toestel naar het luchtruim. Met de huidige problemen krijgt de reputatie van de  vliegtuigmaker echter opnieuw een deuk.