De Wever houdt voet bij stuk over alternatief voor centenindex


Key takeaways

  • Premier Bart De Wever wil niet weten van het alternatief dat de sociale partners in april voorstelden.
  • Het planbureau maakte een nieuwe berekening met nieuwe parameters om te bevestigen dat het voorstel een volwaardig alternatief kan zijn voor de centenindex.
  • Volgens de wever voldoet het voorstel niet op verschillende vlakken.

Als het aan premier Bart De Wever lag, werd woensdag het laatste woord gezegd over het alternatief voor de centenindex waar de sociale partners mee op de proppen kwamen. Na een tweede rapport van het planbureau waaruit bleek dat het toch financieel voldoende opbrengt om een volwaardig alternatief te zijn voor de centenindex, kwamen er opnieuw stemmen van overal rondom hem om het voorstel door te voeren.

Alternatief voor de centenindex

De centenindex werd vorig jaar door de regering-De Wever goedgekeurd. Het is een (gedeeltelijke) indexsprong voor werknemers die meer dan 4.000 euro bruto per maand verdienen. Medewerkers met een hoger loon voelen de impact dus rechtstreeks in hun loonbrief. Werkgevers moeten dan ongeveer de helft van het geld dat ze zo uitsparen, weer doorstorten aan de overheid via de loonmatigingsbijdrage. Die indexsprong zal twee keer plaatsvinden: in 2026 en 2028. Een berekening van het Planbureau schatte dat de centenindex tegen 2030 1,2 miljard euro zal opbrengen voor de staatskas.

In juni zullen normaal de hoge lonen in de eerste sectoren de indexsprong voelen. In april legden de sociale partners, het hoogste overlegorgaan tussen vakbonden en werkgeversorganisaties, echter een alternatief op tafel. Zij willen de energieprijzen met vertraging doorvoeren in de berekening van de index. Meestal hebben gezinnen een jaarcontract met vast tarief en heeft de snelle stijging in energieprijs dus geen onmiddellijk effect op de inflatie. De energieprijzen met vertraging meenemen in de berekening van de inflatie zorgt er dus voor dat er minder snel geïndexeerd moet worden. Vanaf april 2026 zou volgens hen een twaalfmaandelijks voortschrijdend gemiddelde gebruikt kunnen worden voor de energieprijzen in de index.

Dat voorstel zou evenveel opleveren als de centenindex. Eerste analyses van het Planbureau en de RSZ spraken dat echter tegen. De sociale partners betwistten die cijfers dan weer, omdat ze op de verkeerde parameters gebaseerd zouden zijn. Dinsdag kwam het planbureau met nieuwe cijfers. Die stelden dat tegen het einde van de legislatuur in 2029 hun alternatief voor de centenindex nog steeds een gat van bijna 200 miljoen euro slaat, maar tegen 2030 zou het voorstel budgetneutraal zijn.

De Wever houdt voet bij stuk

De regering was echter niet overtuigd en legde de raming op woensdag naast zich neer. Volgens premier Bart De Wever (N-VA) voldoet het voorstel niet aan drie cruciale voorwaarden. In een antwoord op een vraag van parlementslid Vincent Van Quickenborne (Anders), die volstrekt achter het voorstel staat.

In de eerste plaats levert het alternatief volgens De Wever simpelweg niet genoeg op. Zeker in 2029 vormt dat een groot probleem, maar ook tegen 2030 blijft er een tekort bij de federale overheid, terwijl de gemeenschappen er winst aan overhouden. Dat is voor De Wever, die volop federale begrotingsgesprekken voert, al een rode lijn. Ten tweede wordt de centenindex in het alternatief van de sociale partners enkel geschrapt voor de privésector, maar blijft die wel bij overheidsmedewerkers met een brutoloon boven de 4.000 euro. Dat is volgens de RSV in strijd met de grondwet

Het laatste probleem dat De Wever oproept, is de koopkracht van de lagere lonen. Op hen heeft de Centenindex geen invloed, maar de indexering van hun lonen zal wel kleiner zijn indien die herberekend wordt en de impact van de energieprijzen kleiner wordt. Vooruit-voorzitter Conner Rousseau staat De Wever bij in dit aspect. Zij gaven eerder, voor de eerste berekeningen van het Planbureau, al aan het alternatief onacceptabel te vinden, omdat het aan de koopkracht van laagverdieners tast.

Regeringspartijen oneens

Regeringspartijen cd&v en MR hadden eerder wel al aangegeven bereid te zijn de gedeeltelijke indexsprong te herbekijken, mocht het voorstel van de sociale partners budgettair geen verschil maken. In Villa Politica liet cd&v-voorzitter Sammy Mahdi ondubbelzinnig vallen dat hij hoopt dat elke partij het alternatief eerlijk beoordeelt en de centenindex vervangt door een duurzamer alternatief. Daar wil De Wever voorlopig dus niets van horen.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Voeg businessam.be toe als preferred source op Google
Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.