Op COP28 zullen steden ons de weg wijzen

DUBAI – Natiestaten, presidenten en premiers – dat zijn de spelers die elk jaar de grootste krantenkoppen en de meeste media-aandacht trekken op de VN-conferentie over klimaatverandering. Maar de afgelopen tien jaar hebben steden, (deel)staten en regionale overheden (bekend als ‘subnationals’) met veel minder fanfare de richtlijnen van het klimaatverdrag van Parijs geïmplementeerd, zelfs als hun nationale overheden dat niet hebben gedaan. Dit betekent het investeren in schone energiesystemen en andere stedelijke innovaties om de uitstoot lokaal te verminderen, en het delen van wat werkt via netwerken zoals C40 en het Global Covenant of Mayors om de vooruitgang op grotere schaal te versnellen.

Gelukkig brengt de VN-conferentie in Dubai (COP28) van dit jaar een historische primeur die een goed voorteken is voor vooruitgang op het gebied van de klimaatverandering in bredere zin. De inaugurele Local Climate Action Summit brengt burgemeesters en gouverneurs samen om rechtstreeks in gesprek te gaan met nationale en internationale leiders, en te laten zien hoe steden oplossingen aandragen en ideeën genereren die over de hele wereld worden overgenomen.

De timing voor deze doorbraak had niet beter kunnen zijn. De VN hebben onlangs hun eerste officiële rapport uitgebracht over de vooruitgang die de wereld heeft geboekt sinds COP15 in Parijs. Hieruit blijkt dat er meer doortastende en dringende actie nodig is om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5° Celsius boven het pre-industriële niveau – de limiet die nodig is om de ergste gevolgen van de klimaatverandering af te wenden.

Steden zoals Freetown, dat zeer kwetsbaar is voor de gevolgen van de klimaatverandering (van extreme hitte die zelden afneemt tot overstromingen en aardverschuivingen die zonder waarschuwing komen), zijn vastbesloten om de wereldleiders aan te sporen hun ambities te verhogen – en om steden in staat te stellen meer te doen om het voortouw te nemen.

Freetown heeft laten zien hoe steden een voorbeeld kunnen stellen door middel van innovatieve maatregelen. Toen door de verstedelijking zeventig procent van de bomen waren verdwenen, heeft de stad een programma opgezet om inwoners te betrekken bij het herstel van het groen, dat de gevolgen van extreme hitte vermindert. De jongeren van Freetown maken een groot deel uit van de campagne om tegen 2024 een miljoen bomen te planten, en hun betrokkenheid stopt daar niet. Jongeren zijn goed vertegenwoordigd in de Community Disaster Management Committees van Freetown en hebben hun collectieve energie gestoken in de Transform Freetown Agenda van de stad (waar het planten van bomen deel van uitmaakt).

Ook is Freetown niet de enige stad. Op de Filippijnen heeft Quezon City een netwerk van duurzame stadstuinen en boerderijen opgezet om de voedselonzekerheid onder de inwoners aan te pakken en de uitstoot te verminderen die gepaard gaat met traditionele landbouw. In Lima, Peru, hebben burgerleiders een klimaatveranderingsplan ontwikkeld dat niet alleen gericht is op het beschermen van de ecosystemen in het gebied, maar ook op kleine veranderingen – park na park, boomgaard na boomgaard – die bijdragen aan grootschalige verbeteringen in het stedelijke landschap. De stad heeft ook een zeer succesvolle poging ondernomen om de luchtkwaliteit te bewaken en te verbeteren op de plekken waar de kinderen van de stad spelen, leren en wonen.

Op deze en vele andere manieren laten steden wereldleiders zien hoe echte vooruitgang wordt geboekt. Maar steden moeten niet alleen worden gezien als modellen; ze moeten ook worden behandeld als essentiële partners in de wereldwijde inspanningen om de klimaatverandering tegen te gaan.

Dit is niet altijd het geval geweest. Zelfs waar nationale leiders hun geloof in multilevel governance hebben beleden, staan de beleidskaders vaak onverschillig tegenover lokale en regionale klimaatinspanningen, waardoor ze bewezen oplossingen over het hoofd zien. Tijdens COP28 en in de komende jaren moeten lokale leiders een gelijkwaardige stem hebben in de discussie en toegang krijgen tot de middelen die ze nodig hebben om beslissende actie te ondernemen.

Een echt partnerschap tussen nationale en subnationale overheden kan de sleutel zijn tot een consistente stroom van klimaatfinanciering. Door samen te werken kunnen lokale en nationale leiders aanzienlijk meer invloed uitoefenen op mondiale instellingen, zoals de VN, multilaterale ontwikkelingsbanken en regeringen die over de middelen beschikken om oplossingen voor de klimaatfinanciering te versnellen.

De burgemeesters van de wereld komen steeds vaker samen om deze boodschap met één stem te laten horen. In de aanloop naar de COP28-top over lokale klimaatmaatregelen heeft C40 daarom zijn leiderschapsmodel gemoderniseerd, zodat het nu twee voorzitters heeft in plaats van slechts één. Het netwerk wordt nu gezamenlijk voorgezeten door de burgemeesters van Londen en Freetown, een regeling die de inzichten en ervaringen van de wereldbevolking beter vertegenwoordigt.

COP28 biedt een kans om voort te bouwen op het leiderschap van de Londense burgemeester Sadiq Khan, die er in zijn vorige functie als C40-voorzitter mede voor heeft gezorgd dat twee derde van het budget van de organisatie wordt besteed aan het bevorderen van klimaatmaatregelen in het Mondiale Zuiden, waar de gevolgen van de klimaatverandering het ernstigst zijn.

Lokale leiders over de hele wereld bewijzen dat als we onze krachten verenigen, onze middelen bundelen en samenwerken in een echte geest van partnerschap, lokale en nationale overheden grote vooruitgang kunnen boeken en de toekomst kunnen helpen veiligstellen.


Vertaling: Menno Grootveld

Michael R. Bloomberg, de speciale gezant van de secretaris-generaal van de VN voor klimaatambitie en -oplossingen, is oprichter van Bloomberg Philanthropies en Bloomberg L.P., en voormalig burgemeester van New York City (2002-2013). Yvonne Aki-Sawyerr, medevoorzitter van C40 Cities, is burgemeester van Freetown, Sierra Leone.

Copyright: Project Syndicate, 2023
www.project-syndicate.org

Meer