Onze dramatische overheidsfinanciën

De quasi-continue reeks van politieke ballonnetjes voor nieuwe overheidsuitgaven staat in schril contrast met de wankele toestand van onze overheidsfinanciën. Ook al is daar vandaag te weinig aandacht voor, de budgettaire context voor de volgende regering(en) is nu al pijnlijk duidelijk. Dat wordt er één van ernstige budgettaire en hervormingsinspanningen, niet van allerlei extra initiatieven.  

De voorbije maanden weerklonken uit allerlei hoeken noodkreten voor meer middelen. Het onderwijs, de zorg, politie, justitie, defensie, de cultuursector, de non-profit, de NMBS en de Lijn, allemaal zeggen ze dringend meer geld nodig te hebben. Tegelijkertijd laten politici aan de lopende band ballonnetjes op over extra overheidsuitgaven: verschillende partijen willen een permanente verlaging van de BTW op elektriciteit, niet-gefinancierde belastingverlagingen worden uit meerdere hoeken naar voor geschoven, de PS kwam met een koopkrachtplan van 6,5 miljard, Ecolo wil 30.000 euro startkapitaal voor elke 25-jarige (4 miljard op jaarbasis), MR-voorzitter Bouchez droomt van een basisinkomen van 1.000 euro voor iedereen (zelfs met verregaande besparingen in de sociale zekerheid kost dat al snel 50 miljard op jaarbasis), … Zowat elke dag duikt er wel een nieuw ideetje op. Je zou bijna gaan denken dat onze overheid met enorme begrotingsoverschotten zit waar ze dringend van af moet. Het contrast met de realiteit van onze overheidsfinanciën kan bijna niet groter zijn.

Onhoudbare overheidsfinanciën 

De begrotingscontrole passeerde recent opnieuw vrij geruisloos. Nochtans begint onze budgettaire situatie stilaan dramatisch te worden. Volgens het Planbureau komen al onze overheden samen dit jaar uit op een begrotingstekort van 4,7 procent van het bbp, of 26 miljard euro, en een overheidsschuld van 104 procent van het bbp, of ruim 570 miljard. En de vooruitzichten zijn zo mogelijk nog verontrustender. 

Planbureau, Nationale Bank, OESO, IMF en Europese Commissie, allemaal gaan ze er vanuit dat het Belgische begrotingstekort ook de komende jaren rond 5 procent van het bbp zal blijven hangen. De wankele toestand van onze overheidsfinanciën is dus niet louter te wijten aan de corona- en Oekraïnecrisis. Ook wanneer de tijdelijke crisismaatregelen terug uitdoven, blijft het begrotingstekort onhoudbaar hoog. De voorbije jaren werden immers ook veel extra permanente uitgaven beslist zoals het minimumpensioen van 1.500 euro en hogere lonen in de zorg. 

Extra facturen liggen klaar

Ondertussen komt de langverwachte vergrijzing stilaan op toerental. De veroudering van de bevolking impliceert onvermijdelijke extra uitgaven voor pensioenen en zorg. Tussen vandaag en 2030 komt er elk jaar 1,3 miljard aan overheidsuitgaven bij door de vergrijzing (in euro’s van vandaag). Daardoor zullen de jaarlijkse uitgaven voor pensioenen en zorg in 2030 ruim 10 miljard hoger liggen dan vandaag. En dat is nog een optimistisch scenario. Met de beslissingen van deze regering totnogtoe werd de toekomstige vergrijzingsfactuur trouwens verder opgedreven, niet verlaagd.

Daarnaast is ook de rente terug aan het oplopen. Ook al komt zo’n rentestijging pas met vertraging door in de rentelasten op de overheidsschuld, wijst dat toch op een ernstig risico dat die rentelasten terug gaan toenemen na 30 jaar daling. Volgens de Nationale Bank zullen die jaarlijkse rentebetalingen tegen 2030 verdubbelen tot 3 procent van het bbp. Dat komt overeen met een extra rentefactuur van 8 miljard in euro’s van vandaag. 

En dan liggen er ook nog andere extra facturen te wachten. Het plan om na decennialange onderinvesteringen de overheidsinvesteringen op te trekken tot 4 procent van het bbp in 2030 betekent extra jaarlijkse uitgaven van 6 miljard in euro’s van vandaag. Om het defensiebudget te verhogen naar de beloofde 2 procent van het bbp is op jaarbasis zo’n 5 miljard extra nodig. En ook de duurzame transitie zal massale investeringen vereisen. 

Geen marge

Tegen de achtergrond van het aanzienlijke begrotingstekort en de extra vergrijzingsfactuur zal de overheidsschuld bij ongewijzigd beleid toenemen tot 130 procent van het bbp in 2030. In één van de (nog altijd vrij gematigde) risicoscenario’s van de Europese Commissie wordt dat zelfs 140 procent. Daarmee zou onze schuld boven het historische piekniveau van 138 procent uit 1993 klimmen.     

De combinatie van een te groot tekort, een hoge overheidsschuld, een zware vergrijzingsfactuur en het risico op een verder stijgende rente maakt ons land budgettair kwetsbaar voor nieuwe tegenslagen. Dat zou duidelijk moeten maken dat er de komende jaren geen ruimte zal zijn voor een verdere verhoging van de uitgaven. Integendeel, er zullen belangrijke inspanningen nodig zijn om onze overheidsfinanciën terug op de rails te krijgen. Volgens de Europese Commissie is een budgettaire inspanning van maar liefst 43 miljard euro nodig om onze overheidsschuld op lange termijn te stabiliseren. Daarmee hoort België bij de slechtste leerlingen van de klas. 

Nood aan ernstig beleid

Door de opeenvolging van crisissen stond de aandacht voor budgettaire discipline de jongste jaren op een laag pitje. Die crisissfeer zou evenwel niet mogen verhinderen dat onze beleidsmakers de structurele gezondheid van onze overheidsfinanciën blijven bewaken. Dat is onvoldoende gebeurd, en nu moeten we dringend aan de slag om die overheidsfinanciën terug op de rails te krijgen. Daarvoor zullen maatschappelijke keuzes gemaakt moeten worden. Alvast een aantal suggesties:

  • Werk een geloofwaardig meerjarentraject uit om de overheidsfinanciën terug op orde te krijgen (en hou je daar aan)
  • Meer mensen aan het werk: neem concrete maatregelen om de 80 procent-werkzaamheidsgraad te realiseren (de huidige arbeidsdeal is daarvoor ruimschoots onvoldoende)
  • Maak werk van ernstige hervormingen in pensioenen en gezondheidszorg om de toekomstige uitgavenstijging door de vergrijzing onder controle te houden
  • Ga voor structurele hervormingen om het groeipotentieel van onze economie te versterken: met meer groei wordt de budgettaire uitdaging lichter. Maatregelen om de concurrentie binnen bepaalde sectoren te verhogen, om een beter werkende arbeidsmarkt te realiseren of om de fiscaliteit groeivriendelijker te maken, zouden daartoe bijdragen
  • Evalueer de efficiëntie van eerdere beleidsbeslissingen, zowel in uitgaven als inkomsten, en stuur bij waar de doelstellingen niet gehaald worden
  • Stop met ideetjes voor extra uitgaven zonder duidelijk financieringsplan: zeker met de verkiezingscampagne die straks terug op gang komt, dreigt het onrealistische uitgavenvoorstellen te regenen 

Tegen de achtergrond van de enorme budgettaire inspanning die ons te wachten staat, is het niveau van het huidige beleidsdebat ronduit onverantwoord. De budgettaire context voor de volgende regering(en) is nu al duidelijk: er zal geen ruimte zijn voor een verdere structurele verhoging van de uitgaven of voor belastingverlagingen. Integendeel, er zullen ernstige budgettaire en hervormingsinspanningen nodig zijn. Als we daar niet zelf toe komen in nog redelijk normale economische omstandigheden, zullen we daar op termijn toe gedwongen worden in veel moeilijkere crisisomstandigheden. 


De auteur Bart Van Craeynest is hoofdeconoom bij Voka en auteur van het boek Terug naar de feiten 

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20