Noorse staatsinvesteringsfonds schrapt investeringen op Westelijke Jordaanoever

Het Noorse staatsinvesteringsfonds heeft het belang in twee Israëlische bedrijven geschrapt die actief zijn bij de ontwikkeling van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

Het Noorse ‘sovereign wealth fund’ is een van de grootste investeerders wereldwijd, dat zowat 1,5 procent van alle beursgenoteerde aandelen in de portefeuille heeft. Het invloedrijke investeringsvehikel waarmee de Noorse centrale bank bijvoorbeeld de inkomsten uit de Noorse oliesector herbelegt, volgt een resem ethische richtlijnen.

Wanneer er schendingen zijn, kondigt de investeerder de uitsluiting aan, na verkoop van het belang. Ditmaal is er sprake van drie bedrijven, van wie twee Israëlische. Shapir Engineering and Industry en Mivne Real Estate zijn geschrapt omdat er ‘onaanvaardbare risico’s zijn dat de bedrijven bijdragen aan de systematische schendingen van de rechten van personen in oorlogs- of conflictsituaties.’

Ethische keuze

De ethische raad bij het fonds raadde aan de bedrijven uit te sluiten op grond van hun activiteiten gelieerd aan de joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, meldt Norges Bank.

Andere maatregelen dan een uitsluiting, acht de fondsbeheerder niet gepast. Shapir bouwt nederzettingen en Mivne verhuurt er industriële panden. Eind 2020 had het staatsinvesteringsfonds 1 miljoen dollar aan aandelen van Shapir in eigendom en 12 miljoen dollar aan aandelen van Mivne.

Ook het Japanse vrouwenmodebedrijf Honeys Holding is geschrapt. Hier is er sprake van een ‘onaanvaardbaar risico dat het bedrijf bijdraagt aan de systematische schending van mensenrechten’. Concreet verwijst het fonds naar de werknemersrechten in twee fabrieken van Hones in Myanmar. Het Noorse staatsinvesteringsfonds beheert bijna 1.100 miljard euro aan activa.

Meer
Laatste update:
Laatste update:
Lees meer...
Markten
BEL20