Worden soft skills zoals kritisch denken en creativiteit in de toekomst belangrijker op school? De OESO zoekt het de komende maanden uit in een grootschalige studie. Dat is alvast wel zo voor het Mexicaanse UNOi, een onderwijsmodel waarin raadsels oplossen met een 3D-printer even alledaags is als een Frans dictee.
De Franse Revolutie situeren, de oppervlakte van een parallellogram berekenen of uitleggen hoe fotosynthese werkt: een doorsneejongere kan daar na een geslaagde schoolcarrière een min of meer aanvaardbaar antwoord op formuleren. Maar hoe is het gesteld met de sociale en emotionele vaardigheden van leerlingen uit het lager en middelbaar onderwijs wereldwijd? Hoe flexibel, communicatief of volhardend zijn scholieren? En kunnen scholen een nog grotere rol spelen in het aanleren van die soft skills, waarvan al langer geweten is dat ze voordeel opleveren op de arbeidsmarkt en in het persoonlijke leven?
Het zijn enkele van de vragen die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zich stelt in The Study on Social and Emotional Skills, een langlopend onderzoek dat na enkele jaren wetenschappelijke voorbereiding in november startte met de kern van de studie: een empirisch onderzoek bij schoolkinderen, verspreid over de hele wereld. Jongeren van twee leeftijdsgroepen, van respectievelijk 10 en 15 jaar, zullen bijna een jaar lang opgevolgd worden in Suzhou (China), Bogotá en Manizales (Colombia), Ottawa (Canada), Sintra (Portugal), Moskou (Rusland), Helsinki (Finland), Daegu (Zuid-Korea) en Istanbul (Turkije). Het gaat over 3.000 jongeren per leeftijdscategorie en per stad, waarbij de leerlingen zelf, hun ouders en leraren bevraagd worden over hun emotionele en sociale vaardigheden. Onder meer verantwoordelijkheid, volharding, stressbestendigheid, teamwork en creativiteit zullen onderzocht worden. Want, zoals de Duitse onderwijsdeskundige binnen de OESO en hoofdonderzoeker van de studie Andreas Schleicher betoogt: pure feitenkennis – de zogenaamde hard skills – volstaan niet meer in de veranderende wereld van vandaag. ‘Het onderwijs dreigt zijn doel en relevantie te verliezen’, stelt Schleicher in een interview in mei met De Groene Amsterdammer. ‘Google weet alles, met feitenkennis alleen onderscheid je je niet meer. De wereld beloont je nu voor wat je met die kennis kunt doen.’
Lessen in stiptheid en openheid

Onderwijsspecialist Dirk Van Damme, die als diensthoofd van het Centre for Educational Research and Innovation van de OESO tot de kern van de onderzoeksgroep behoort, beaamt: ‘Er is een boutade die zegt dat sollicitanten aangenomen worden op basis van hun hard skills, en worden ontslagen door een gebrek aan soft skills. Onze hypothese op basis van literatuuronderzoek klinkt dat kennis alleen niet meer voldoende is om succesvol te zijn – zowel in je persoonlijke ontwikkeling als op de arbeidsmarkt. Al is daar tot hier toe geen empirisch wetenschappelijk bewijs voor. Dat willen wij nu voor het eerst onderzoeken, door met behulp van internationaal gevalideerde meetinstrumenten te peilen naar welke competenties schoolkinderen bezitten en hoe die het verschil kunnen maken. Er is al de PISA-ranglijst, die internationaal naar onderwijsniveaus in het algemeen peilt, het PIRLS–onderzoek, dat specifiek taal- en leesvaardigheid meet, en de TIMSS-studie voor wiskunde en wetenschappen. Met die studie zouden we voor het eerst ook sociale en emotionele competenties nauwkeurig in kaart kunnen brengen.’
Uit het ‘Skills for Social Progress’-rapport van de OESO uit 2015, de theoretische basis voor deze studie, blijkt dat bepaalde zachte competenties tot op zekere hoogte aan te leren zijn, en dan vooral tijdens de vroege kindertijd en adolescentie. Openheid voor andere culturen, doorzettingsvermogen of stiptheid zitten bijvoorbeeld deels in iemands persoonlijkheid of cultuur vervat, maar kunnen actief gestimuleerd worden waardoor ze zich verder gaan ontwikkelen. Volgens de OESO kan het vroeg aanleren van bepaalde vaardigheden helpen om sociaal-economische ongelijkheid weg te werken bij kansarme kinderen. ‘Daar kan onderwijs potentieel een grote invloed hebben’, aldus Van Damme.
Volgens het OESO-rapport uit 2015 nemen alle 36 onderzochte landen ‘sociale en emotionele vaardigheden’ expliciet of impliciet vakoverschrijdend op in hun curriculum
Exit grammatica, enter ‘de hoofdgedachte’
De aandacht voor vaardigheden binnen de schoolmuren is niet nieuw, en al langer voer voor discussie in het onderwijsveld. Eind jaren negentig van de vorige eeuw trad een sterke verzetsbeweging naar voren tegen het toen dominante ‘kennis om kennis’-onderwijs. Memoriseren en klakkeloos reproduceren van feiten was toen nog de norm. Als reactie daarop kwam de nadruk in steeds meer onderwijssystemen op de zogenaamde ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ te liggen, waarin de leerling en zijn individuele leerproces centraal staan. Exit uitgebreide grammatica en zinsontleding, enter ‘de hoofdgedachte uit de zin destilleren’. De verschuiving van kennen naar kunnen werd nog eens extra in de hand gewerkt door de bedrijfswereld en diens roep om flexibele, veelzijdige werknemers met een sterke teamgeest. Een rekruteerder die vandaag een ingenieur of IT’er kan binnenhalen met uitstekende sociale vaardigheden en zin voor initiatief, zal ‘cum laude’ op een diploma niet langer als maatstaf nemen.
Het tastbare resultaat van die revolte tegen ‘kennis om kennis’-onderwijs is de opkomst van een rits vakken en leerdoelen die de student en zijn persoonlijke ontwikkeling centraal zetten. Zo hebben schoolkinderen in Denemarken sinds 1993 wekelijks een uurtje les in empathie, zoals je in de vorige editie van Newsweek kon lezen. In Israël werd het vak life skill studies in 1997 geïntroduceerd in het lager en middelbaar onderwijs, waarin thema’s als ‘omgaan met stress’, ‘studie- en carrièrekeuzes maken’ en ‘relaties met anderen’ aan bod komen. In Engeland staat in de laagste klassen van sommige middelbare scholen personal, social, health and economic education (PSHE) op het programma, dat je onder meer begeleidt in het maken van ‘belangrijke levenskeuzes –
inclusief financiële’. In IJsland omvat het vak sociale wetenschappen clusters als lifeskills en ethiek, terwijl sommige Portugese scholen
dan weer het keuzevak ‘persoonlijke ontwikkeling’ in hun leerplan staan hebben. Niet in elk land worden de competenties noodzakelijk onderwezen in een specifiek vak. Maar volgens het OESO-rapport uit 2015 nemen alle
36 onderzochte landen ‘sociale en emotionele vaardigheden’ expliciet of impliciet vakoverschrijdend op in hun curriculum – van Duitsland en Tsjechië tot Brazilië, Chili en Rusland.

Mexicaanse taco’s en revoluties
Een vak ‘empathie’ tussen de lessen wiskunde en Frans door is één stap. Maar er zijn ook schoolsystemen die het hele gegeven van netjes gekafte schoolboeken en een tussentijdse toets wiskunde overboord gooien. In Mexico wil het in 2010 opgerichte UNO Internacional – kortweg UNOi – voet aan wal krijgen met haar naar eigen zeggen ‘evolutionaire onderwijsmodel’. Een eclectisch groepje hooggeschoolden met onderwijservaring – waaronder schooldirecteurs, ingenieurs, filosofen en biologen – stak de koppen bij elkaar om een leermodel te bedenken waarbij competenties ontwikkelen het belangrijkste uitgangspunt is. Debatteren, kritisch denken en oplossingen creëren zijn volgens de filosofie van UNOi belangrijker dan gedachteloos feiten vanbuiten leren. Intussen adopteerden zo’n 1.000 lagere en middelbare scholen het programma, verspreid over Mexico, Colombia en Brazilië. Ter vergelijking: in Mexico alleen zijn er ongeveer 225.000 lagere en middelbare scholen – waarvan er op dit moment 400 de UNOi-methode gebruiken.

Het verschil in vergelijking met traditioneel onderwijs is onder meer dat de ‘vormingen’ – zeg niet zomaar lessen – afwisselend in het Spaans en Engels gegeven worden. Technologie speelt een hoofdrol in de klas, met een projector in elk lokaal en iPads voor de leerlingen. Daarnaast worden klassieke klaslokalen aangevuld met gesofisticeerde ateliers die de creatieve geest aanscherpen, en waar je de kneepjes van coderen en robotica aangeleerd krijgt. ‘We willen leerlingen klaarstomen voor de uitdagingen van de 21ste eeuw’, legt UNOi-directeur Karime Pulido Ramzahuer vanuit Mexico uit. ‘Het doel is om creatieve, empathische en ondernemende volwassenen op te leiden. Ons model is sterk gebouwd op het ‘al doende leren’-principe. Leerlingen zijn bij ons geen passieve luisteraars naar leerstof die een leraar verkondigt, waarna ze alles uit het hoofd moeten leren voor een evaluatiemoment. Er zijn geen afgelijnde vakken en lesuren; we werken voortdurend interdisciplinair.’
Een doorsneedag begint op een UNOi-school dan ook niet met een uurtje aardrijkskunde of biologie, wel met een raadsel dat de leraar aan de klas voorlegt. In kleine groepjes gaan de kinderen op zoek naar een oplossing, die ze aan het einde van de opdracht in groep presenteren aan de rest van de klas. Daarna is er ruimte voor feedback en debat. ‘Die raadsels kunnen heel uiteenlopend zijn. Bij zesjarigen is dat bijvoorbeeld: ‘Hoe ziet een typisch Mexicaanse taco eruit?’ Door het antwoord op die vraag te zoeken, krijgen ze een stukje geschiedenis, cultuur en gastronomie mee. Maar we brengen ze tegelijkertijd ook wiskunde bij door de maateenheden te leren, en we raken het aspect voeding en gezondheid ook even aan.’
Voor de oudere leerlingen – het UNOi-programma is er al vanaf de kleuterschool en gaat tot 15 jaar – zijn de raadsels van een iets diepgaander niveau. ‘Dat kan bijvoorbeeld zijn: ‘Wat als het nooit meer zou stoppen met regenen?’, ‘Hoe kunnen we iedereen in de toekomst van voedsel voorzien?’, of ‘Welke positieve effecten merken we vandaag nog steeds van de Mexicaanse Revolutie?’’, vervolgt Ramzahuer. ‘Om tot een oplossing te komen, is uitgebreid opzoekwerk nodig en moeten de leerlingen samenwerken. Zo leren ze bij over verschillende thema’s, over zichzelf, en krijgen ze een stukje waarden en normen mee. Het stimuleert kritisch denken en initiatief nemen, over alle disciplines heen.’
Toch krijgt onderwijs met een sterke focus op vaardigheden ook veel tegenwind. Criticasters wijten de achteruitgang van het onderwijsniveau wereldwijd aan het verwaarlozen van de focus op basiskennis.
Hamertje, beiteltje, 3D-printertje
En waarom zou je een droge powerpointspreekbeurt geven over de Mexicaanse Revolutie, als er een creatief alternatief is? ‘In een van de zogenaamde maker zones kunnen de jongeren zelf de handen uit de mouwen steken en een creatieve oplossing bedenken voor een probleem’, vervolgt Ramzahuer. ‘Dat zijn omgebouwde lokalen, ingericht als do-it-yourself-ateliers. Elke UNOi-school heeft drie types. In de maker club hangt gereedschap zoals hamers, beitels, zagen en een 3D-printer, waarmee je dingen kunt creëren en prototypes bouwen. De challenge club heeft computers en elektronica om de ontwerpen te automatiseren. In de media club kun je tot slot audio en video opnemen en een boodschap de wereld insturen.’
UNOi hoopt met haar nieuwe manier van lesgeven de rest van Latijns-Amerika te veroveren. ‘We willen het onderwijs transformeren’, vult Ernesto Nuñez aan, die het programma mee samenstelde. ‘We merken dat de interesse geleidelijk groeit sinds onze oprichting in 2010.’ Een prijzige transformatie weliswaar: per leerling kost een UNOi-programma 300 tot 400 dollar. Wat meteen ook verklaart waarom 99,5% van de afnemers in Mexico privéscholen zijn. ‘We hebben op dit moment wel al twee publieke scholen die met UNOi werken’, maakt Nuñez zich sterk. ‘Ons volgende doel is dat cijfer op te krikken, door met lokale overheden samen te werken.’
‘Pretpedagogie’
Met een 3D-printer knutselen, video’s maken en raadsels oplossen: dat de leerlingen in UNOi-scholen met net iets meer plezier de boekentas aangespen op maandagochtend, hoeft niet te verbazen. Toch krijgt onderwijs met een sterke focus op vaardigheden ook veel tegenwind. Criticasters wijten de achteruitgang van het onderwijsniveau wereldwijd aan het verwaarlozen van de focus op basiskennis. Ook in ons land: uit een rapport van de KU Leuven dat in april naar buiten gebracht werd, blijkt dat de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs de voorbije jaren stevig achteruitboert. Zowel in de PISA-ranglijst van de OESO als de PIRLS en TIMSS gaat het prestatieniveau van onze leerlingen sinds 2003 systematisch naar beneden. De resultaten blijven overeind als er gefilterd wordt op criteria als thuistaal of opleidingsniveau van de moeder. N-VA-politicus Bart De Wever introduceerde in die context de term ‘pretpedagogie’, verwijzend naar de verschuiving naar meer competenties en persoonlijke ontwikkeling. ‘Het moet allemaal leuk zijn’, aldus De Wever in april. ‘Het katholiek onderwijs was ooit een baken tegen dit soort vernieuwingen, nu lijkt de koepel zelf de grootste promotor van de nivellering naar beneden.’
Ook de Amerikaanse onderwijsdeskundige E.D. Hirsch toont zich al lang een koele minnaar van het vooropstellen van vaardigheden zonder een brede basiskennis. In 2016 schreef hij het boek Why Knowledge Matters: Rescuing Our Children from Failed Educational Theories, een uitdrukkelijk pleidooi om opnieuw meer op kennis te focussen. Hij gebruikt het Franse schoolsysteem als voorbeeld, waar de ‘loi Jospin’ uit 1989 het centrale onderwijssysteem afschafte. Volgens de Amerikaanse pedagoog heeft dat niet alleen het niveau doen dalen, maar groeit daarmee ook de sociale ongelijkheid. Kansarme kinderen die geen goede basiskennis meekrijgen van pakweg woordenschat, verkleinen hun kansen op een gunstig toekomstbeeld nog meer, aldus Hirsch.
Geen leesvaardigheid zonder grammatica
Hirsch stelt zelfs dat die zogenaamde ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ simpelweg niet bestaan, en al helemaal niet aan te leren zijn. Volgens onderwijsexpert Van Damme is dat wel heel kort door de bocht. ‘Je kunt die sociale en emotionele vaardigheden niet afdoen als iets triviaals of onbestaands’, aldus Van Damme. ‘Voor ons onderzoek baseren we ons op de big five uit de persoonlijkheidspsychologie om die vaardigheden te definiëren, wat toch een algemeen aanvaarde theorie is. Zelf zal ik de specifieke term ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ niet gauw in de mond nemen, omdat het modewoord te pas en te onpas opduikt zonder wetenschappelijke basis. Maar je kunt niet ontkennen dat er bepaalde competenties zijn die de toekomstige slaagkansen van jongeren kunnen
verhogen.’

Van Damme is het wel eens met Hirsch in diens vaststelling dat het evenwicht tussen vaardigheden en kennis zoek is in het onderwijs. Een mening die ook pedagoog Pedro De Bruyckere, hoog-leraar Geography
& Education, Tine Béneker (Universiteit Utrecht) en onderwijsjournalist Johannes Visser (De Correspondent) eerder al lieten optekenen. Net de eindeloze stroom aan toegankelijke informatie op internet, maakt betrouwbare kennis nog belangrijker anno 2019, klinkt het. ‘Het vroegere ‘kennis om kennis’-onderwijs was absoluut verouderd. Het is goed dat daar een correctie op gekomen is’, legt Van Damme uit. ‘Maar vandaag is de slinger te ver doorgeslagen. Verschillende onderzoeken tonen aan dat je geen vaardigheden kunt ontwikkelen in domeinen waar je te weinig over weet. Je kunt geen kritische mening vormen over een situatie zonder voorkennis. Net de interactie van de twee leidt tot succes. Om een voorbeeld uit scholen te noemen: binnen het taalonderwijs wordt vaak de vraag gesteld waarom ons begrijpend lezen zo sterk achteruitgegaan is. Ik zie een verklaring in de verandering van leesdidactiek, die op een gegeven moment het cognitieve aspect – grammatica – niet belangrijk meer vond. ‘Als leerlingen zich maar kunnen uitdrukken’, was toen het argument. Maar daarmee is veel onder de mat geveegd. Zonder een basiskennis grammatica, kun je onmogelijk leesvaardigheid opbouwen.’
Nog even geduld. En ambitie. En doorzettingsvermogen
Volgens UNOi leggen ze in hun programma wel degelijk de focus op vaardigheden én kennis, zonder een van beide te bevoordelen. ‘Om een bepaalde basiskennis kun je niet heen’, argumenteert Ramzahuer. ‘Wie moet uitzoeken welke invloed de Mexicaanse Revolutie vandaag nog uitoefent in ons land, moet vanzelfsprekend op zoek naar historische data en feiten. Alleen krijgen die bij ons betekenis door spelenderwijs een context aan te bieden. Een datum gedachteloos vanbuiten leren heeft volgens ons geen enkele zin. We reiken alleen kennis aan waarvan kinderen kunnen zeggen ‘waarom’ ze het moeten weten.’
Onderwijsspecialist Dirk Van Damme blijft kritisch voor alternatieve onderwijsvormen zoals UNOi, die feiten leren niet als een must beschouwen. ‘Ik sta daar zeer sceptisch tegenover, omdat ze doorgaans geen wetenschappelijke basis hebben. Er wordt ook geen onderzoek gedaan naar de efficiëntie ervan. Je hebt in Nederland bijvoorbeeld moderne scholen die door technologiegoeroes opgericht worden, maar na een aantal jaren toch verdwijnen omdat ze niet slagen in hun opzet. Zulke systemen moeten we met de nodige argwaan benaderen. Er speelt tenslotte ook een ethische dimensie. Je experimenteert niet zomaar met de levens van jonge mensen zonder wetenschappelijke onderbouwing.’ Net die wetenschappelijke onderbouwing hoopt de OESO tegen september 2020 klaar te hebben, waaruit moet blijken in welke sociale en emotionele vaardigheden het onderwijs wel het best kan investeren. Of er al vermoedens zijn? ‘Uit de literatuur komt één competentie steeds weer naar boven, die zowel op de arbeidsmarkt als in het gewone leven heel nuttig kan zijn. Het gaat om conscientiousness, een moeilijk te vertalen persoonlijkheidskenmerk dat onder meer ambitie, zelfcontrole en doorzettingsvermogen omvat. Daarnaast zullen er ongetwijfeld competenties zijn die nuttiger zijn voor de arbeidsmarkt dan voor het privéleven en vice versa. Zodra we alle gegevens uit de verschillende landen verzameld hebben, zullen we daar veel meer over kunnen zeggen.’ Dankzij de nodige ambitie van deze wetenschappers, in combinatie met een portie zelfcontrole en doorzettingsvermogen, wachten wij geduldig af tot het najaar van 2020.