Groene waterstof: België denkt in miljoenen, onze buren in miljarden …

De ontwikkeling van een ‘groene waterstofindustrie’ is een van de krachtlijnen van het herstelplan dat België ingediend heeft bij de Europese Commissie. Ook de EU vertrouwt op de innovatieve technologie om een hele reeks sectoren koolstofarm te maken: gaande van industrie over mobiliteit tot elektriciteitsvoorziening. 

De federale regering heeft Europese financiering aangevraagd ter waarde van 95 miljoen euro voor de ontwikkeling van ‘een ruggengraat van waterstofinfrastructuur en CO2-opslag’ voor ons land.

Die ruggengraat is een beoogd netwerk van nieuwe leidingen – of oude gasleidingen – die de havens van Antwerpen en Zeebrugge moet verbinden met verschillende Belgische industriële bekkens (Antwerpen, Luik, Charleroi…).

Groen en blauw Vlaanderen

Het Vlaamse niveau voorziet op zijn beurt 125 miljoen euro voor groene en blauwe waterstofprojecten. Ter herinnering: groene waterstof wordt verkregen uit hernieuwbare energiebronnen. Blauwe waterstof wordt opgewekt uit fossiele brandstoffen, waarbij de CO2-uitstoot wordt opgevangen. Als het wordt opgewekt uit fossiele bron mét toename van broeikasgassen in de atmosfeer, spreekt men van grijze waterstof. In Vlaanderen gaat het in totaal om twaalf projecten, waaraan in totaal een twintigtal bedrijven werken. Het zijn voornamelijk onderzoeksprojecten om de waterstoftechnologie zo snel mogelijk op te schalen. 

‘Want een doorbraak in waterstoftechnologie zal niet alleen onze Vlaamse industrie en bedrijven helpen om de uitdagingen van de toekomst te trotseren, het kan Vlaanderen doen aansluiten bij de ambitieuze EU klimaatdoelstellingen en duurzame jobs en economische groei creëren’, zei Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V) bij het uittekenen van de Waterstofvisie. 

Moeilijke selectie

Wallonië mikt op een enveloppe van 160 miljoen euro. Willy Borsus (MR), Waals minister van Economie, gaf aan dat de fondsen voornamelijk zouden worden gebruikt om Waalse projecten te financieren die al in aanmerking komen voor erkenning door de Europese IPCEI-oproep (Europese projecten van gemeenschappelijk belang) rond waterstof.

Het Brusselse Gewest heeft in zijn herstelplan geen voorstellen voor waterstofprojecten. In het kader van het coronaherstelplan werden door de verschillende niveau’s in België 89 projecten ingediend voor een totaalbedrag van 7,7 miljard euro. De selectie belooft delicaat te zijn, aangezien ons land recht heeft op 5,9 miljard van het herstelfonds van de EU.

Twee pijnpunten

Groene waterstof is weliswaar een veelbelovend concept in het kader van de energietransitie, maar op dit moment zijn er nog twee problemen met de technologie:

  • De productiekosten: die zijn minstens drie keer hoger dan die van grijze waterstof, verkregen uit fossiele brandstoffen.
  • De energie-efficiëntie: een waterstofauto heeft momenteel twee tot drie keer meer energie nodig dan een 100 procent elektrische auto.

‘Er zijn zeker valkuilen, maar bovenal zijn er kansen’, verklaarde federaal minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) afgelopen januari in De Tijd.

Frankrijk en Duitsland zien het groots

België is lang niet het enige Europese land dat droomt van groene waterstof. En onze buren zien het groots. 

Afgelopen september stelde Frankrijk een plan voor van 7,2 miljard euro dat van onze zuiderburen tegen 2030 een wereldspeler moet maken op het gebied van groene waterstof.

‘We hebben de industriële kampioenen om het te doen’, verzekerde de Franse minister van Economie, Bruno Le Maire, wiens woorden werden overgenomen door Les Echos.

Duitsland legde in juni een plan van 9 miljard euro op tafel: 7 miljard om het onderzoek en de infrastructuur te ontwikkelen die nodig zijn om 5 gigawatt groene waterstof te produceren tegen 2030. De overige 2 miljard dient om de voorziening veilig te stellen via internationale partnerschappen.

‘We leggen de basis om de wereldleider op het gebied van waterstoftechnologie te worden’, zei de Duitse minister van Economie Peter Altmeier destijds. ‘Duitsland zal een voortrekkersrol spelen, net als twintig jaar geleden bij de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen.’