Key takeaways
- De Europese economie kromp licht in het begin van 2026.
- Uiteenlopende nationale resultaten laten een scherp contrast zien tussen de groei in Denemarken en de ineenstorting in Ierland.
- Stabiele werkgelegenheidscijfers compenseerden de dalende handel en kapitaalinvesteringen.
Recente gegevens van Eurostat wijzen op een lichte economische krimp in heel Europa tijdens het eerste kwartaal van 2026. Het bbp van de eurozone daalde met 0,2 procent, terwijl de bredere EU een marginale daling van 0,1 procent kende tegenover het laatste kwartaal van 2025, een periode waarin beide regio’s met 0,2 procent waren gegroeid.
Op jaarbasis groeiden de eurozone en de EU met respectievelijk 0,3 procent en 0,7 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Die cijfers betekenen een vertraging ten opzichte van de groei van 1,2 procent en 1,4 procent in het vorige kwartaal. De Verenigde Staten vertoonden een sterker momentum, met een kwartaalstijging van 0,4 procent en een stijging van 2,6 procent op jaarbasis.
Regionale prestatieverschillen
De economische prestaties liepen sterk uiteen tussen de Europese landen. Denemarken ging aan kop met een aanzienlijke kwartaalgroei van 1,9 procent, terwijl Estland en Malta beide een stijging van 1,1 procent lieten zien. Verschillende landen, waaronder Oostenrijk, Cyprus, Griekenland, Slowakije, Tsjechië en België, boekten een bescheiden stijging van 0,2 procent, terwijl Nederland met slechts 0,1 procent groeide. Omgekeerd werden er ernstige krimpen genoteerd in Ierland (-12,1 procent), gevolgd door Litouwen (-0,3 procent), Zweden (-0,2 procent) en Frankrijk (-0,1 procent).
Consumptie stijgt, handel en investeringen dalen
De verschuiving in het bbp werd beïnvloed door verschillende tegenstrijdige factoren. De groei kreeg een impuls door een stijging van 0,1 procentpunt in zowel de overheids- als de particuliere consumptie voor de EU en de eurozone. Die stijgingen werden echter tenietgedaan door een daling van 0,1 procentpunt in de bruto-investeringen in vaste activa. Ook de netto-uitvoer daalde: 0,3 procentpunt in de eurozone en 0,2 procentpunt in de EU. Voorraadwijzigingen hadden een negatief effect van 0,1 procentpunt op de eurozone.
Stabiliteit op arbeidsmarkt
Wat de arbeidsmarkt betreft, bedroeg de beroepsbevolking van de EU begin 2026 221,2 miljoen mensen, waarvan 176,3 miljoen in de eurozone. De werkgelegenheid bleef in de EU stabiel en groeide in de eurozone licht met 0,1 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Op jaarbasis steeg de werkgelegenheid in beide regio’s met 0,5 procent. Desondanks daalde het totale aantal gewerkte uren in beide gebieden met 0,2 procent op kwartaalbasis, hoewel het 0,4 procent hoger bleef dan het voorgaande jaar.
Nationale werkgelegenheidstrends
De werkgelegenheidstrends verschilden per land, waarbij Litouwen (+1,8 procent), Malta (+1,0 procent) en Estland (+0,9 procent) de grootste stijgingen kenden. België kende een lichte stijging van 0,2 procent, terwijl Nederland stagneerde. Anderzijds werden de grootste dalingen in de werkgelegenheid waargenomen in Roemenië (-1,0 procent) en Ierland (-0,8 procent), met verdere dalingen in Portugal (-0,4 procent) en Finland (-0,2 procent), en lichte dalingen van 0,1 procent in Slowakije, Oostenrijk en Duitsland.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

