Europese batterijbonanza: 15 grote fabrieken in aanbouw

Europese fabrieken moeten voldoende batterijen produceren om minstens zes miljoen elektrische voertuigen uit te rusten – Julian Stratenschulte/Picture Alliance

Tegen het midden van dit decennium zou de Europese Unie voldoende batterijen moeten kunnen produceren om zijn snelgroeiende vloot elektrische voertuigen te blijven uitrusten zonder van import afhankelijk te zijn. Dat zei Maros Sefcovic, vice-voorzitter van de Europese Commissie, op een conferentie.

Momenteel herbergt China ongeveer 80 procent van de wereldwijde productie van autobatterijen, maar de Europese productiecapaciteit kent een snelle toename.

Waterstof

Europa heeft momenteel 15 grote fabrieken voor batterijen van elektrische wagens in aanbouw. Voorbeelden daarvan zijn de fabrieken van het Zweedse concern Northvolt in Zweden en Duitsland, de vestiging van de Chinese fabrikant CAT in Duitsland en een tweede complex van de Zuid-Koreaanse onderneming SK Innovation in Hongarije.

Sefcovic zei dat tegen het midden van dit decennium de geplande Europese fabrieken genoeg batterijen zouden produceren om minstens 6 miljoen elektrische voertuigen uit te rusten.

Als onderdeel van een plan om tegen het midden van deze eeuw klimaatneutraal te worden, wil de Europese Unie de lokale productie van de bouwstenen voor duurzame industrieën stimuleren. Die plannen hebben onder meer betrekking op de aanmaak van waterstof voor een uitstootarme staalproductie en batterijen voor duurzame wagens.

Hulpfonds

Hoewel de algemene autoverkoop door de coronapandemie wordt afgeremd, verwacht de denktank Transport & Environment dat de Europese verkoop van elektrische en hybride wagens dit jaar ongeveer zal verdubbelen tot 1 miljoen exemplaren.

De Europese Commissie verwacht dat op de Europese wegen tegen midden dit decennium 13 miljoen voertuigen met lage emissies zullen rondrijden. Om die doelstellingen te halen, zijn echter bijkomende investeringen noodzakelijk.

Volgens Sefcovic zal daarbij geput kunnen worden uit het budget van 750 miljard euro dat de Europese Unie heeft voorzien om een economisch herstel na de coronacrisis te stimuleren.