Key takeaways
- Van misdaad tot overtreding verdwijnt: acht nieuwe strafniveaus bepalen voortaan hoe zwaar een misdrijf wordt bestraft.
- Nieuwe misdrijven en strengere straffen zetten onder meer ecocide en verkeersdoodslag nadrukkelijker op de strafrechtelijke kaart.
- Een nieuwe financiële sanctie kan oplopen tot drie keer het behaalde of verwachte voordeel uit een misdrijf.
- Belangrijke principes uit rechtspraak en rechtsleer worden voortaan expliciet in het Strafwetboek vastgelegd.
- Gevangenisstraf wordt expliciet een laatste middel, met meer ruimte voor alternatieve straffen.
- Oude dossiers blijven nog jaren onder het oude recht vallen, terwijl Antwerpse advocaten vanaf morgen opnieuw met papieren dossiers naar de rechtbank moeten.
België neemt vanaf morgen, 1 september 2026, afscheid van een strafwetboek dat grotendeels teruggaat tot 1867. Het nieuwe Strafwetboek moet het Belgische strafrecht overzichtelijker en moderner maken, maar verandert tegelijk fundamenteel hoe misdrijven worden ingedeeld en bestraft. Het klassieke onderscheid tussen overtredingen, wanbedrijven en misdaden verdwijnt, gevangenisstraf wordt nadrukkelijk als laatste middel beschouwd en verschillende nieuwe strafbare feiten doen hun intrede. Business AM zet de belangrijkste wijzigingen op een rij.
De hervorming komt er na jaren van voorbereiding en werd eerder al uitgesteld van 8 april naar 1 september 2026. Volgens FOD Justitie was bijkomende tijd nodig om de noodzakelijke wetgeving, IT‑systemen en praktische voorbereidingen af te ronden.
Acht strafniveaus in plaats van drie categorieën
De meest fundamentele wijziging is de nieuwe strafladder. Voortaan bestaat er nog één algemene categorie van ‘misdrijven’, die wordt onderverdeeld in acht strafniveaus. Niveau 1 is het lichtste, niveau 8 het zwaarste. Aan elk niveau is een eigen sanctiekader verbonden. Niveau 1 kent geen gevangenisstraf als hoofdstraf, terwijl niveau 8 levenslange gevangenisstraf mogelijk maakt.
De hervorming moet rechters meer mogelijkheden geven om een straf af te stemmen op de feiten en de persoon van de dader. Verzachtende omstandigheden kunnen aanleiding geven tot een lager strafniveau, terwijl verzwarende omstandigheden en recidive tot een zwaardere bestraffing kunnen leiden. Het nieuwe systeem maakt ook duidelijker welke plaats alternatieve straffen innemen.
Gevangenisstraf wordt daarbij het zogenaamde ultimum remedium. Een rechter moet eerst nagaan of de doelstellingen van de straf met een andere sanctie kunnen worden bereikt. Mogelijke alternatieven zijn onder meer een werkstraf, probatiestraf, elektronisch toezicht, een geldboete, verbeurdverklaring of een eenvoudige schuldigverklaring.
Nieuwe strafbare feiten, andere accenten
Het nieuwe wetboek schrapt tegelijk een aantal verouderde strafbepalingen en voegt nieuwe misdrijven toe. Ecocide is een van de meest opvallende nieuwkomers. Wie opzettelijk en onwettig ernstige, grootschalige en langdurige schade aan het milieu veroorzaakt, kan daarvoor strafrechtelijk worden vervolgd. Ook het aanzetten tot zelfdoding krijgt een afzonderlijke strafbaarstelling.
Aan de andere kant verdwijnen feiten die niet langer als afzonderlijke federale misdrijven worden beschouwd. Nachtgerucht en nachtrumoer verdwijnen bijvoorbeeld uit het Strafwetboek. Geluidsoverlast kan wel nog worden aangepakt via andere regelgeving, zoals gemeentelijke politiereglementen en GAS‑boetes.
De hervorming maakt bovendien komaf met de oude straffeloosheid voor diefstal binnen het gezin. Wie geld of goederen steelt van een echtgenoot, ouder of kind kan voortaan ook strafrechtelijk worden vervolgd. Lijkschennis krijgt daarnaast een eigen strafbaarstelling.
Nieuwe benamingen voor bestaande misdrijven
Om het wetboek leesbaarder te maken, krijgen verschillende klassieke misdrijven een nieuwe naam. Zo spreekt het wetboek niet langer over ‘slagen en verwondingen’, maar over ‘gewelddaden’. Onopzettelijke slagen en verwondingen worden omschreven als een ‘integriteitsaantasting door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid’. Ook ‘vandalisme’ krijgt een bredere definitie, waaronder nu ook graffiti zonder toestemming valt.
Nieuwe financiële sanctie kan oplopen tot drie keer het behaalde voordeel
Het nieuwe Strafwetboek voert een bijkomende financiële sanctie in: wie door een misdrijf een economisch voordeel behaalt, kan een geldstraf opgelegd krijgen die kan oplopen tot drie keer dat bedrag. De maatregel moet criminelen niet alleen strafrechtelijk, maar ook financieel raken.
Belangrijke principes uit rechtspraak en rechtsleer worden expliciet vastgelegd
Het nieuwe wetboek probeert niet alleen het strafrecht leesbaarder te maken, maar brengt ook bepaalde principes die vroeger vooral uit rechtspraak en juridische doctrine voortvloeiden expliciet in de wettekst. Een voorbeeld is de noodtoestand, waarbij iemand een strafbaar feit kan plegen om een hoger belang te beschermen. Door dergelijke principes in het wetboek op te nemen, wil de hervorming de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid van het strafrecht vergroten.
Verkeersdoding krijgt een strikter onderscheid
Ook het verkeersrecht krijgt een nieuwe plaats binnen het strafrecht. Het nieuwe wetboek maakt een onderscheid tussen doding in het verkeer en verzwaarde doding in het verkeer.
Bij een dodelijk ongeval dat het gevolg is van een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid gaat het om een misdrijf van niveau 3. Daarop staat een gevangenisstraf van meer dan drie tot maximaal vijf jaar. Bij zware en bewuste verkeersovertredingen kan sprake zijn van verzwaarde doding in het verkeer, met een maximumstraf van tien jaar. Het gaat onder meer om rijden onder invloed, rijden zonder geldig rijbewijs, het manipuleren van een mobiele telefoon tijdens het rijden, door rood licht rijden of een zware snelheidsovertreding.
Onopzettelijke misdrijven: zware fout wordt nieuwe drempel
Waar een lichte fout vandaag nog tot strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden voor bijvoorbeeld onopzettelijke slagen en verwondingen, is in het nieuwe Strafwetboek een zware fout vereist. Voor slachtoffers kan dat betekenen dat een afzonderlijke burgerlijke procedure nodig is om schade te verhalen wanneer de fout niet zwaar genoeg is voor strafrechtelijke vervolging.
Gevangenisstraf is niet langer het automatische uitgangspunt
Het nieuwe Strafwetboek formuleert expliciet welke doelstellingen een straf moet dienen. De rechter moet rekening houden met de maatschappelijke afkeuring van het misdrijf, het herstel van de schade en het maatschappelijke evenwicht, de re‑integratie van de dader en de bescherming van de samenleving. Daarbij moet de straf in verhouding staan tot het misdrijf en moeten ook mogelijke ongewenste gevolgen voor de dader, diens omgeving en de samenleving worden meegewogen.
Dat betekent niet dat het nieuwe strafrecht overal milder wordt. Voor verschillende misdrijven worden nieuwe strafbaarstellingen ingevoerd of strafmaxima verhoogd. Ook de regels rond recidive worden aangescherpt. Wie binnen vijf jaar na een definitieve veroordeling opnieuw een misdrijf pleegt, kan voor feiten van niveau 1 tot en met 6 naar het onmiddellijk hogere strafniveau worden verwezen.
Oud en nieuw Strafwetboek blijven nog jaren naast elkaar bestaan
De overgang naar het nieuwe wetboek betekent niet dat het oude vanaf morgen uit de praktijk verdwijnt. Voor feiten die vóór 1 september zijn gepleegd, blijft het overgangsrecht een belangrijke rol spelen. Wanneer een oud feit zowel onder het oude als het nieuwe recht kan worden beoordeeld, moet worden nagegaan welke regeling voor de beklaagde het gunstigst is. Een strengere strafwet kan niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
Dat maakt de overgang juridisch complex. Het volstaat niet altijd om simpelweg de laagste gevangenisstraf te vergelijken. Ook de combinatie met bijvoorbeeld een geldboete, elektronisch toezicht of andere sancties kan bepalen welk geheel voor een beklaagde het meest voordelig is. Advocaten en magistraten zullen daardoor nog jarenlang met beide wetboeken moeten werken.
Antwerpen gaat opnieuw met papier werken
Voor advocaten komt daar vanaf morgen in Antwerpen nog een opvallende praktische verandering bij. In strafzaken moeten conclusies en stukken bij de rechtbanken van eerste aanleg opnieuw fysiek op papier worden ingediend. Voor correctionele zaken gebeurt dat via de griffie, terwijl stukken voor de raadkamer ter zitting moeten worden neergelegd.
Digitale documenten die vanaf 1 september via e‑mail worden doorgestuurd, worden niet langer aanvaard en worden niet in het strafdossier opgenomen. De Antwerpse balie heeft de beslissing betreurd en de Orde van Vlaamse Balies spreekt van een stap achteruit voor de digitalisering van Justitie.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

