De Lijn opnieuw wat afhankelijker van Vlaamse middelen

Isopix

In het afgelopen jaar lukte het De Lijn niet om minder afhankelijk te worden van overheidssubsidies. Dat blijkt uit cijfers van de vervoersmaatschappij die de krant De Tijd kon inkijken.

Hoewel het Vlaams regeerakkoord voorschrijft dat De Lijn ‘een hogere kostendekkingsgraad blijft realiseren’, loopt dat niet echt lekker. Dat getal geeft aan welk deel van de inkomsten De Lijn door de ticketverkoop zelf binnenhaalt. Die parameter daalde in 2019 tot 20 procent. Tussen 2014 en 2018 steeg de kostendekkingsgraad nochtans gestaag tot 21 procent.

In absolute cijfers betekent het dat De Lijn het grootste deel van zijn middelen, ongeveer 800 miljoen euro, uit Vlaamse subsidies haalt. Maar Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld) is niet gealarmeerd. ‘In deze coronatijden zijn er bijzondere omstandigheden en bijzondere maatregelen. De Lijn is blijven rijden voor wie aangewezen is op het openbaar vervoer voor essentiële verplaatsingen’, zegt ze.

Tegelijkertijd raakt bekend dat De Lijn niet met tevredenheids- en reizigerscijfers over 2019 naar buiten komt. Tot eind 2018 voerde een onafhankelijk studiebureau enquêtes uit, maar voormalig minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) herlokaliseerde die taak begin 2019 naar Vlaamse ambtenaren. Zij begonnen pas eind september met hun onderzoeken, wat een te korte periode is. En wat de reizigerscijfers betreft: het nieuwe algoritme op basis van camera’s is nog altijd niet operationeel.

Lees ook: