De Croo en GEMS gieten voor Overlegcomité koud water op openingsplannen cultuur en events: heftige clash verwacht

Alexander De Croo: ‘Er wordt hoe dan ook geen enkele nieuwe versoepeling goedgekeurd.’ – Foto: Frederic Sierakowski

Premier Alexander De Croo (Open Vld) geeft geen duimbreed toe, aan de vooravond van een nieuw Overlegcomité deze namiddag. “We gaan hoe dan ook geen enkele nieuwe versoepeling goedkeuren. We gaan beslissingen van het vorige comité operationaliseren”, zo suste hij. Maar dat is niet naar de zin van de deelstaten, die schermen met een heropeningsplan voor de cultuur- en evenementensector. Het adviesorgaan van de experten, de GEMS, neemt tegelijk een wel erg politieke houding in, niet voor het eerst, door het plan openlijk af te schieten. Een confrontatie lijkt onvermijdelijk vanmiddag.

In het nieuws: Alweer een Overlegcomité.

De details: Het nieuwe overleg, over cultuur, kwam er op vraag van de deelstaten.

  • Af en toe laat het ene politieke niveau het andere toch eens voelen hoe de pikorde precies zit, mentaal dan toch. Zo ook vanmiddag. Het Overlegcomité begint immers een uurtje later, om drie uur pas, en niet om het gebruikelijke moment één uur vroeger. Want premier Alexander De Croo (Open Vld) heeft een afspraak met niemand minder dan Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie. Samen gaan ze op bezoek bij Pfizer in Puurs, voor een gesprek met de farmareus. En dus moeten de deelstaten wachten.
  • Bovendien temperde De Croo flink de verwachtingen, gisteren in de Kamer. Daar waren voor het eerst in weken nauwelijks vragen over de Covid-19-crisis. Maar de twee vragen die de premier kreeg, greep hij aan om toch duidelijk te stellen “dat er morgen geen enkele versoepeling zal beslist worden“. “We gaan de beslissing van vorige week woensdag meer operationaliseren. Toen is het traject beslist. Hoe we de activiteiten precies gaan organiseren, met welk traject en welke testevenementen, dat bekijken we nu”, zo stelde De Croo.
  • Maar het is maar de vraag of iedereen dat zo ziet, ten eerste de deelstaten. Die trekken behoorlijk opgepompt naar het Overlegcomité van vandaag, dat er kwam op vraag van Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA). Die kreeg woensdag in het Vlaams Parlement brede steun voor een plan om de cultuur- en evenementensector langzaamaan weer te openen. Meteen greep Jambon het moment aan om zich te richten tot de groenen, socialisten en liberalen: “Gaan jullie me dan daar ook eens steunen, op dat Overlegcomité?”
  • En zeker in Franstalig België broeit er wat. Daar verklaarden zo’n 80 cultuurinstellingen, in navolging van de Brusselse KVS, dat ze hoe dan ook heropenen op 30 april, volgende week al dus. Die burgerlijke ongehoorzaamheid is tekenend voor een sector die al maanden radeloos op een spoortje van hoop wacht.
  • Evengoed zijn daar de burgemeesters, met op de eerste plaats de machtige Luikse Willy Demeyer (PS), in het verweer over de horeca. In Luik willen ze ook al begin april de terrassen gewoon openen, een week voor de geplande opening op 8 mei.

The big picture: Tegenover een Vlaamse drietand staat toch ook Franstalige politieke druk, over de cultuursector en de terrassen.

  • De sfeer ten zuiden van de taalgrens en ook de recente versoepelingen in Frankrijk, het gidsland, vertalen zich in een meer vastberaden houding bij de Franstalige politici. Vandaag voert de groene vicepremier Georges Gilkinet (Ecolo) de forcing. In Le Soir bepleit hij radicaal “de opening van de cultuursector, goed voor 250.000 jobs in ons land”, want “we hebben allen nood aan cultuur”. Eerder hadden zowel PS als MR al aangegeven dat het allemaal wat losser kan.
  • Die boodschap van Ecolo is opvallend, omdat deze week Bénédicte Linard (Ecolo), de bevoegde minister van Cultuur van de Franse Gemeenschap, al op voorhand de handdoek in de ring leek te werpen. Maar als zij vanuit de federale regering, met haar partijgenoot Gilkinet, steun zou krijgen, verandert dat misschien de zaak.
  • Aan Vlaamse kant blijft daar een drietand tegenover staan, die op de rem drukt: De Croo, Vandenbroucke, maar ook minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V), die vanmorgen op Radio 1 een heel discours kwam afsteken over “de zorg die zwaar onder druk staat”. Ze herhaalde vanmorgen dat de cijfers niet goed waren, “uiteraard spelen die slechte cijfers mee om de openingsuren van de terrassen op te leggen.
  • Dat staat toch wat in contrast met haar partijgenoot en vicepremier Vincent Van Peteghem (CD&V), die gisteren voor de camera’s van Villa Politica net een voluntaristisch discours had afgestoken. Hij had zich honderd procent voorstander verklaard van de opening van de terrassen, wat hij “logisch” noemde: iets wat door Frank Vandenbroucke (Vooruit) vorig weekend nog als onzeker was bestempeld. “We moeten zuurstof geven aan de samenleving en als we buiten meer mogelijk maken, denk ik dat we ook die zuurstof kunnen geven.”
  • Over die terrassen is toch het laatste woord ook nog niet gezegd. De sector zelf en ook de burgemeesters, dringen stevig aan op een sluitingsuur om 23 uur, kwestie van het openen rendabel te houden en ook de zaak beheersbaar te houden qua handhaving. Een te vroege sluiting betekent mensen onvermijdelijk doorsturen naar privé feestjes, zo is het gevoel. Maar daar tegenover staat fors verzet van de virologen-experten, die wijzen op de scherpe sluitingsuren in de buurlanden Nederland en Luxemburg.
  • In Nederland werkt men aan een heropening met twee mensen per tafel en een sluitingsuur om 18 uur. Maar dat lijkt voor België te Calvinistisch qua aanpak. De sector hoopt op een bubbel van zes en een sluiting om 23 uur. Meer dan vermoedelijk wordt het een Belgisch compromis: ergens tussen beide.
  • Zo zijn dus, ondanks het minimaliseren van de premier gisteren in de Kamer, maar door het opbod in het Vlaams Parlement en de broeierige sfeer in Franstalig België, andermaal heel veel ogen vandaag gericht op het Overlegcomité. De vraag is dus of het kransje toppolitici dat aanschuift, met De Croo, Vandenbroucke, Jambon en ook de Waalse minister-president Elio Di Rupo (PS), de boel kan bijeen blijven houden.

Belangrijk om te weten: De experten-adviseurs drukken, naast de politiek, alweer fors hun stempel.

  • Het bombardement aan stemmen uit de medische wereld op de VRT in de aanloop naar het Overlegcomité is ondertussen indrukwekkend: een hele reeks artsen van intensive care werd opgebeld om hun mening te geven.
  • Gisteren kregen daarnaast zowel Marc Van Ranst als Erika Vlieghe vrije baan om als adviseur tegelijk beleid te komen dicteren op televisie. Met hun GEMS, het adviescomité, duwden ze het plan om de cultuursector te heropenen helemaal in het defensief, door een eigen voorstel ernaast te leggen:
    • In mei al zou de sector met 100 mensen binnen en 200 buiten willen openen. De GEMS houdt het droog op enkel 50 mensen buiten.
    • Vanaf juni wilde men 400 mensen binnen en 800 buiten, als tenminste de besmettingen dalen en er minder dan 500 mensen op intensieve zorgen liggen. De GEMS maakt daarvan maximum 200 mensen binnen (of 20 procent van de capaciteit) en 200 buiten.
    • In juli wilde men dan verder opschalen, met 3.000 mensen maximum binnen en 5.000 buiten, maar daar wil de GEMS niet van weten: ze zetten de limieten op 400 binnen en 2.500 maximum buiten.
    • Uiteindelijk wil de sector vanaf september dan alles terug open zonder voorwaarden. Maar dat is voor de GEMS pas vanaf oktober bespreekbaar.
  • De cruciale vraag die zich daarbij opdringt: als het toch zo’n bezorgdheid is om het aantal bezette bedden op de intensieve zorgen beheersbaar te houden, waarom is er dan niet veel meer gewerkt op het uitbreiden van de capaciteit? Het is niet dat men dit soort druk op intensieve zorgen niet had zien aankomen, ruim één jaar ver in de pandemie. De maatschappelijke kosten die verbonden zijn aan deze langdurige opsluiting van het sociale, culturele en economische leven, zijn ondertussen gigantisch: dat had gerust wel wat extra bedden mogen kosten.

Belangrijk om te volgen: Het debat over een nieuwe staatsstructuur wordt gevoerd.

  • Le Soir en De Standaard brachten een reeks partijvoorzitters aan Franstalige kant bijeen om het over de komende staatshervorming te hebben. Opvallend daarbij: er is ten zuiden van de taalgrens wel een grote openheid om na te denken over een nieuw federaal model.
  • Nieuw is die houding niet: al veel langer beseft men dat de strategie die de laatste decennia werd gevoerd, “on n’est demandeur de rien”om geen vragende partij te zijn – niet langer kan gehandhaafd worden.
  • De hoofdreden is niet ver te zoeken: het geld is op. Een nieuwe financieringswet dringt zich op, met name om de Franse gemeenschap van geld te voorzien. Elk groot fusieplan of een grote hertekening, met de opheffing van de gemeenschappen en vier “volwaardige gewesten”, kan dat probleem niet met de vingerknip oplossen.
  • Opvallend is dat Paul Magnette (PS) nu plots met de boodschap komt dat een staatshervorming na de volgende verkiezingen niet per se moet. “Als de meningen te ver uit elkaar liggen, hoeft het niet”, zo stelt hij. Dat lijkt eerder een rookgordijn dat moet verhullen dat aan Franstalige kant wel degelijk grote bereidheid is om stappen te zetten.
  • Brussel is in alle discussies dé grote inzet. De Franstaligen willen het absoluut als volwaardig gewest bij de rest voegen. Maar dat betekent onder meer dat het Brussels gewest zelf zijn boontjes zal moeten doppen voor onderwijs. Nu wordt het Nederlandstalig onderwijs in Brussel overspoeld met niet-Nederlandstaligen, die de hogere kwaliteit en betere financiering willen krijgen.
  • Als de “volwaardige” Brusselse deelstaat dat dus zelf zal moeten betalen, dreigt een probleem. Een oude eis vanuit Brussel komt dan op tafel: dat ze belastingen mogen heffen waar mensen werken, niet waar ze wonen. Een fundamentele correctie in de personenbelastingen dus. Maar vooral wel heel voluntaristisch: het valt moeilijk te geloven dat Vlaanderen of zelfs Wallonië daarover echt zouden gaan willen praten.
  • De Tijd bericht dat KULeuven-onderzoeker Willem Sas de cijfers probeerde in te schatten. Volgens Sas vloeit 1,1 miljard euro vanuit de Vlaamse regering naar Brussel en daarnaast nog eens 2,6 miljard euro vanuit de Franse gemeenschap. In de kering zou dus in het Brussels gewest 3,7 miljard euro extra moeten gevonden worden.
  • Maar met nieuwe bevoegdheden voor Brussel zouden dan vanuit die financieringswet nieuwe inkomsten komen. Voluntaristisch gerekend denkt Sas aan 2,5 miljard euro. Hoe de andere gewesten bereid zouden zijn dat op te geven, is een raadsel. Maar dan nog blijft dus elk jaar een tekort van 1,2 miljard euro te vullen.
  • Los van het gegoochel met cijfers dus: het zal straks onvermijdelijk over de centen gaan. Als de Nederlandstalige politici in Brussel al bereid zouden zijn om de hoofdstad definitief te lossen. Bij onder meer Open Vld, Groen en ook de Vlaamse socialisten lijkt dat het geval. Enkel CD&V biedt binnen Vivaldi nog stevig weerwerk over die gedachte.

Op de agenda: De Pandemiewet zou op de kern komen.

  • Het gaat plots snel: de nieuwe wet om de covid-pandemie en volgende grote uitbraken in goede banen te leiden, zit in een stroomversnelling. Vanmorgen zou het kernkabinet van de federale regering De Croo de zaak al bekijken, zo bericht La Libre.
  • De Raad van State had een “genuanceerd en duidelijk” advies, dat de wet niet afschoot. En er is nog altijd wel wat tijdsdruk van een vonnis van een Brusselse rechtbank, dat de huidige aanpak via de ministeriële besluiten onwettig had verklaard. De regering kan dus eventueel, als ze er vandaag uit geraken, al volgende week de wet in de Kamer laten stemmen.
  • Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) duwt dus op het gaspedaal. Grote aanpassingen zijn er aan de wet niet meer gebeurd. Hier en daar is het kader wat verstrengd, overtredingen op de coronawet zouden nu het dubbele gaan kosten: 1.000 euro in plaats van 500 euro.

Gelezen en gegrinnikt: Georges Louis Bouchez contempleert over z’n eigen dood.

  • Een nieuwe rubriek in De Tijd is de aanleiding voor MR-voorzitter Bouchez om publiekelijk vooruit te blikken op wat nog moet komen. Zo zou hij graag ooit nog eens gaan eten met zijn grote politieke held, hyperprésident Nicolas Sarkozy. “Misschien leest hij dit wel”, zo hoopt Bouchez.
  • Hij blikt ook vooruit op z’n eigen begrafenis. “Ik zou graag de tien dagen na mijn dood meemaken. Gewoon om te lezen wat de kranten over me zouden publiceren. Dan zouden sommige journalisten wel verplicht zijn iets aardigs over me te schrijven“, zo stelt hij.
  • Hij wil overigens, zoals Dalida het ooit bezong, liefst sterven op de bühne. “Terwijl ik met een snelle wagen rijd, of in het midden van een politiek discours. Het mag iets shakespeariaans hebben. Une mort sur scène.”
  • Bescheiden is hij niet, over wie allemaal op zijn graf zouden dansen: “Sowieso de helft van de huidige partijleiders en veel parlementsleden. Ze zullen een extra large tombe moeten plaatsen”, zo zegt Bouchez.
  • En hij heeft ook al het nummer gekozen dat ze mogen draaien: Le mal aimé van Claude François. “Over een man die weinig geliefd is, omdat niemand hem begrijpt of wil begrijpen. Daar kan ik me wel in vinden.”