‘Club Brugge trekt beursgang in’

Isopix

Club Brugge lijkt toch niet naar de beurs te trekken, wegens tegenvallende belangstelling. Dat meldt De Tijd en het voornemen circuleert ook onder beursanalisten.

Normaal gezien moest Club Brugge vrijdag zijn debuut op de Brusselse beurs maken, maar de hele operatie wordt wellicht afgeblazen.

Er waren al enkele dagen geruchten over tegenvallende belangstelling. Dat zou onder meer te maken hebben met onduidelijkheid over het nieuwe stadion en over de Beneliga. Dat zijn belangrijke elementen in het groeiplan van Club Brugge. ‘Er hing een akelige stilte rond de verkoop, echt ongezien voor een beursintroductie’, zo zegt een analist.

Een tweede zwak punt volgens velen: het ging niet om een kapitaalverhoging die de club rechtstreeks meer financiële power gaf, maar om de verkoop van bestaande aandelen. De verkopers zijn de kernaandeelhouders rond voorzitter Bart Verhaeghe. Zij zouden bij de beursgang tientallen miljoenen euro’s rijker worden. De overgrote meerderheid van het kapitaal bleef volgens de beursplannen in handen van dat blok, dat bovendien dubbele stemrechten kreeg en dus nauwelijks macht afstaat.

Dat Club Brugge in de eerstkomende jaren geen dividend gaat uitkeren, maakte een belegging in het aandeel ook minder aantrekkelijk. Beleggingsbladen en ook de Vlaamse Federatie voor Beleggers raadden af om in te tekenen.

Te lage prijs?

Aan de verkoperskant speelt de uiteindelijke prijs mogelijk een rol. Het blok rond voorzitter Bart Verhaeghe vindt de waardering mogelijk te laag. Grizzly Sports, de vennootschap boven Club Brugge, bood een kleine 3,25 miljoen van zijn circa 11,5 miljoen aandelen aan de beleggers aan. Dat komt neer op 28,3 procent van het kapitaal. Achter Grizzly Sports zitten de kernaandeelhouders rond Verhaeghe.

Begin maart circuleerde er een waardering van 400 miljoen euro voor Club Brugge. Maar in het verkoopsproces voor particulieren, dat van 17 maart tot de ochtend van 25 maart liep, werd de prijsvork vastgelegd tussen 17,5 en 22,5 euro. Dat betekent dat Club ‘maar’ tussen 200 miljoen en 258 miljoen euro gewaardeerd werd, vrijwel een halvering tegenover de officieuze prijs die eerder in de markt gezet werd.

De uiteindelijke prijs hangt niet af van de particuliere beleggers, maar wordt vastgeprikt op basis van het verkoopproces bij de grote institutionele beleggers. Mogelijk zou die prijs aan de onderkant van de vork terechtgekomen zijn.

Dossier beursgang Club Brugge: