Bentley dumpt een kwart zijn personeel

Autobouwers kunnen niet thuiswerken. – Stefan Boness/Ipon/SIPA

De Britse luxewagenmaker Bentley Motors laat vrijdag weten dat het van plan is om het mes te zetten in een kwart van zijn personeelsbestand. In totaal verdwijnen 1.000 jobs, wat enkel maar bijdraagt aan de somberheid die de sector getroffen heeft door de pandemie.

De ontslagen bij Bentley, dat eigendom is van de Volkswagengroep, volgen op aankondigingen van luxerivaal Aston Martin en autdealerketen Lookers. Die schrappen in totaal 2.000 jobs. 

Het 100 jaar oude Britse statussymbool Bentley heeft momenteel 4.200 man in dienst. Het biedt vrijwillig uittredingsregelingen aan, maar ‘kan naakte ontslagen niet uitsluiten’. 

‘Dit is een noodzakelijke stap die we moeten nemen om de jobs te verzekeren van de grote meerderheid die mag blijven, en om een duurzaam zakenmodel voor de toekomst op poten te stellen’, zei de voorzitter én CEO van het bedrijf, Adrian Hallmark, aan persagentschap Reuters.

Elektrische strategie

De ‘herstructurering’ lag al langer op de schap blijkbaar:

‘COVID-19 is niet de oorzaak van deze beslissing geweest, maar een versneller’, aldus Hallmark.

De verliezen van het luxemerk door zijn nochtans niet min. De verloren inkomsten lopen in de honderden miljoenen, door de sluiting van hun fabriek in noord-Engeland en de verminderde productie. 

De 1.000 vertrekkende werknemers pasten niet in de ‘Beyond100’-strategie van het bedrijf. Die langetermijnvisie moet de ontwikkeling van (deels) elektrische modellen versnellen. 

Volgens het plan moet elk Bentley-model een hybride variant hebben tegen 2023. Het eerste volkomen elektrisch model wordt gelanceerd in 2026. 

De Britse verkoop van nieuwe auto’s stortte in elkaar in april en mei, met respectievelijk 97 procent en 89 procent minder verkochte wagens dan een jaar eerder.