Key takeaways
- Bijna 79 procent van de Belgische werknemers staat open voor een nieuwe baan.
- Een laag vertrouwen in de arbeidsmarkt en angst voor onzekerheid houden ontevreden werknemers gevangen in hun huidige functie.
- Bedrijven moeten meer inzetten op doorgroeimogelijkheden en persoonlijke ontwikkeling om talent te behouden, in plaats van alleen hogere lonen aan te bieden.
Hoewel Belgen vaak trouw blijven aan hun werkgever, staat een grote meerderheid van de werknemers open voor een nieuwe baan. Dat blijkt uit het jaarlijkse Talent Pulse-rapport van Stepstone en Acerta, zo meldt De Morgen. Ongeveer 78,6 procent van de werkende Belgen staat open voor een andere functie.
Opvallend is dat meer dan een derde van de werknemers aangeeft nu meer geneigd te zijn om van baan te veranderen dan een jaar geleden. Dat is het hoogste niveau in negen jaar.
Weinig werknemers maken de overstap
Deze mentale openheid vertaalt zich echter niet in een massale uittocht. Marijke Verbruggen, professor personeelsbeleid aan de KU Leuven, wijst erop dat de daadwerkelijke mobiliteit minimaal blijft: slechts 7,3 procent van de beroepsbevolking wisselt tussen 2024 en 2025 van werkgever.
De gemiddelde diensttijd van een Vlaamse werknemer bedraagt bijna elf jaar. Deze discrepantie suggereert dat ontevredenheid over het werk weliswaar wijdverbreid is, maar niet automatisch tot een ontslag leidt.
Oorzaken van ontevredenheid
De motivatie om elders te gaan zoeken komt vaak voort uit een gebrek aan persoonlijke groei of een tekort aan professionele uitdagingen, wat door meer dan 40 procent van de respondenten wordt genoemd. Bovendien voelt ongeveer een derde van de werknemers een kloof tussen hun persoonlijke waarden en die van hun organisatie, terwijl ruwweg 31 procent wordt gemotiveerd door salarisoverwegingen.
Leeftijd speelt ook een rol; bijna 30 procent van de werknemers onder de 30 overweegt het komende jaar een totale carrièreswitch, vergeleken met slechts 15 procent van de 50-plussers. Professor Verbruggen schrijft dit toe aan de natuurlijke verkenningsfase in de vroege loopbaanontwikkeling.
Afnemend vertrouwen in de arbeidsmarkt
Ondanks de wens om te veranderen neemt het vertrouwen in de arbeidsmarkt af. Slechts ongeveer een derde van de werknemers denkt binnen drie maanden een nieuwe baan te kunnen vinden, terwijl bijna 25 procent verwacht dat het zoeken een jaar of langer zal duren, een aanzienlijke stijging ten opzichte van voorgaande jaren.
Dat pessimisme valt samen met een afkoelende arbeidsmarkt en toenemende interne druk. Bedrijven slagen er mogelijk niet in vacatures in te vullen, waardoor de werkdruk voor het resterende personeel toeneemt.
‘Gouden kooi’-effect
Veel Belgen blijven in functies zitten die ze niet leuk vinden uit angst voor onzekerheid, een fenomeen dat Verbruggen omschrijft als het ‘gouden kooi’-effect. Deze terughoudendheid om te vertrekken is niet per se gunstig voor werkgevers.
Gedemotiveerde werknemers die zich gevangen voelen, blijven wellicht hun basistaken uitvoeren, maar zullen waarschijnlijk geen initiatief tonen of extra verantwoordelijkheden op zich nemen, wat uiteindelijk hun algehele welzijn kan schaden.
Strategieën voor personeelsbehoud
Uit het onderzoek blijkt dat een loonsverhoging niet altijd de meest effectieve oplossing is, aangezien de werkomgeving, interpersoonlijke relaties en de aard van de taken sterkere drijfveren voor tevredenheid zijn.
Verbruggen concludeert dat Belgische bedrijven talent beter kunnen behouden door werknemers kansen te geven om binnen dezelfde organisatie naar een andere functie over te stappen. (lv)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

