Key takeaways
- Europese landen domineren de Environmental Performance Index, aangevoerd door de ambitieuze overstap van Estland naar hernieuwbare energie.
- Rijke landen verbergen hun ecologische voetafdruk vaak door vervuiling naar armere regio’s te verplaatsen.
- Wereldmachten zoals China en de VS missen momenteel het momentum om de netto-nuldoelstellingen voor 2050 te halen.
Europese landen hebben de meest recente Environmental Performance Index (EPI) overweldigend gedomineerd, waarbij 15 landen de topposities innemen. Die tweejaarlijkse beoordeling, ontwikkeld door wetenschappers van de universiteiten van Columbia en Yale, evalueert wereldwijde inspanningen op het gebied van duurzaamheid in 12 sectoren en aan de hand van 47 indicatoren, waaronder biodiversiteit, waterbeheer en luchtkwaliteit. Hoewel Europa bovenaan het klassement staat, benadrukken deskundigen dat de wereldwijde vooruitgang nog onvoldoende is om essentiële klimaatdoelstellingen te halen.
Estland zet de wereldwijde norm
Estland kwam naar voren als het hoogst genoteerde land, grotendeels dankzij een aanzienlijke daling van de uitstoot van broeikasgassen in de energiesector. Het land heeft afstand genomen van zijn historische afhankelijkheid van olieschalie door zonne-energie agressief uit te breiden. Het Internationaal Energieagentschap merkt op dat Estland van plan is om tegen 2030 al zijn elektriciteit uit hernieuwbare bronnen op te wekken, als onderdeel van een bredere strategie om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken.
Bovendien heeft Estlands inzet voor het behoud van wetlands en bossen – die meer dan de helft van het grondgebied beslaan – bijgedragen aan dat succes. Ondanks die prestaties laat de score van Estland (75 op 100) zien dat zelfs de wereldleider nog een lange weg te gaan heeft.
Ecologische crisis
Na Estland maakten Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk, Finland en Nederland de top vijf compleet. In totaal bezetten Europese landen bijna elke positie in de top 20, hoewel verschillende EU-lidstaten nog steeds worstelen met duurzame landbouwpraktijken. België staat met een score van 60,08 punten op de 23e plaats.
Daarentegen staan landen als Laos, India en Bangladesh onderaan de lijst. Deskundigen wijzen erop dat die regio’s te maken hebben met ernstige ecologische achteruitgang die zowel de menselijke gezondheid als natuurlijke habitats in gevaar brengt. De lage notering van India wordt specifiek toegeschreven aan het onvermogen van het land om de hoeveelheid schadelijke fijnstof in de lucht terug te dringen.
De strijd van de wereldmachten
Grote wereldwijde uitstoters zoals de Verenigde Staten en China zullen naar verwachting de netto-nuldoelstelling voor 2050 niet halen. De VS staan op de 27e plaats, hoewel er bezorgdheid blijft bestaan over politieke verschuivingen in de richting van steenkool en de afwijzing van de VN-klimaatdoelstellingen.
China staat op de 129e plaats; hoewel het vooruitgang heeft geboekt op het gebied van afvalbeheer en waterzuivering, blijven de algehele inspanningen op het gebied van klimaatmitigatie ontoereikend.
De kosten van de groene transitie
Het rapport wijst ook op een structurele ongelijkheid in de ranglijsten. Rijke landen beschikken over de financiële middelen die nodig zijn om grootschalige groene infrastructuurprojecten te financieren, terwijl lagere-inkomenslanden – die het minst bijdragen aan de opwarming van de aarde maar wel de ergste gevolgen ervan ondervinden – het kapitaal missen om de transitie te maken.
Bovendien wordt het vermeende succes van rijke landen vaak opgeblazen door “offshoring“, waarbij industriële vervuiling en afval worden geëxporteerd naar ontwikkelingslanden zoals India en Turkije.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!
(ns)

