Key takeaways
- Het Deense Greensand-project vormt de eerste commerciële grootschalige CO₂-opslagoperatie in de EU.
- Dit model bewijst dat het afvangen en opslaan van CO₂ in uitgeputte olievelden industrieel haalbaar is.
- Enorme tekorten in de infrastructuur en hoge kosten vormen nog steeds een belemmering voor de schaalgrootte die nodig is om de klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen.
Met de commerciële start van het Deense Greensand-project heeft zich een mijlpaal in de Europese klimaatstrategie voorgedaan. Dit initiatief, de eerste grootschalige CO₂-opslagoperatie van de Europese Unie, omvat het opslaan van afgevangen CO₂ in een voormalig olieveld onder de Noordzee. Het project, dat officieel werd ingewijd door de Deense koning Frederik X in de haven van Esbjerg, is een samenwerkingsverband tussen het Deense staatsbedrijf Nordsøfonden, Harbour Energy en INEOS Energy.
Logistiek
Het operationele proces begint met CO₂ dat voornamelijk wordt verzameld uit biomethaaninstallaties in Denemarken. Nadat het gas is afgevangen en vloeibaar gemaakt, wordt het per vrachtwagen vervoerd naar een gespecialiseerde terminal in Esbjerg. Van daaruit vervoert een speciaal schip, de Carbon Destroyer 1, de uitstoot naar het Nini West-reservoir. Daar wordt het gas ongeveer 1.800 meter onder de zeebodem gepompt op zo’n 250 kilometer uit de kust.
Van proefproject naar industriële realiteit
Terwijl in 2023 in een proefproject de logistiek van grensoverschrijdend transport vanuit België met succes werd getest, maakt Greensand nu de overstap van een louter demonstratieproject naar een functionerende industriële waardeketen. Dit is een belangrijke mijlpaal voor EU-beleidsmakers, aangezien het de praktische integratie van afvang, transport en permanente geologische opslag aantoont.
EU-doelstellingen
Momenteel kan de installatie jaarlijks 400.000 ton CO₂ opslaan. De exploitanten streven ernaar deze capaciteit te vergroten tot tussen de vier en acht miljoen ton. Toch wijzen de huidige cijfers op een enorme kloof bij het halen van de EU-doelstellingen. In het kader van de Net-Zero Industry Act streeft de EU naar een jaarlijkse injectiecapaciteit van 50 miljoen ton in 2030. Zelfs op het hoogtepunt van de uitbreiding zou Greensand slechts een fractie van die doelstelling vervullen.
De langetermijnprognoses zijn nog ambitieuzer. De Europese Commissie schat dat er tegen 2040 280 miljoen ton en tegen 2050 450 miljoen ton moet worden afgevangen om klimaatneutraliteit te bereiken. Dergelijke technologie is van vitaal belang voor sectoren waar emissiereductie moeilijk te realiseren is. In de chemische productie en de cementindustrie bijvoorbeeld zijn emissies een bijproduct van chemische reacties en niet alleen van energieverbruik.
Infrastructuur en financiële belemmeringen
Er blijven echter grote hindernissen bestaan. Hoewel de mogelijkheid om koolstof op te slaan bewezen is, ligt de grootste uitdaging in de aanleg van het enorme netwerk van pijpleidingen, schepen en terminals dat nodig is om industriële uitstoters over het hele continent met elkaar te verbinden. Ook financiële belemmeringen spelen een prominente rol, aangezien het uitrusten van fabrieken met technologie voor koolstofafvang de kapitaal- en exploitatiekosten met 30 procent tot 70 procent kan verhogen.
Opschaling voor een duurzame toekomst
Uiteindelijk fungeert Greensand als een succesvol proof of concept voor een commerciële koolstofketen. De resterende uitdaging voor de EU is van industriële aard. Er moet vastgesteld worden of dit model kan worden opgeschaald van duizenden tonnen naar honderden miljoenen. Het succes van deze uitbreiding zal bepalen of Europese industrieën op het continent kunnen blijven en tegelijkertijd kunnen voldoen aan de strenge klimaatdoelstellingen die zijn vastgesteld voor 2030 en daarna. (ev)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

