Key takeaways
- De Europese Unie trekt via het ‘Global Europe Instrument’ 200 miljard euro uit om de internationale diplomatie te versterken.
- Strategische geopolitieke belangen wegen nu zwaarder dan de primaire opdracht om armoede uit te bannen.
- De financieringstekorten komen onevenredig ten goede aan stabiele regio’s ten koste van de extreme armoede in Sub-Sahara-Afrika.
De door de Europese Commissie voorgestelde begroting voor 2028-2034, bekend als het meerjarig financieel kader, introduceert het ‘Global Europe Instrument’ (GEI). Met een geraamde waarde van 200 miljard euro – ongeveer 0,14 procent van het bruto nationaal inkomen van de EU – vertegenwoordigt het GEI een aanzienlijke investering in internationale diplomatie en partnerschappen.
Aangezien 90 procent van die financiering is bestemd als officiële ontwikkelingshulp (ODA), is de Europese Unie gepositioneerd als een van ’s werelds belangrijkste financiers van ontwikkelingshulp, met jaarlijkse uitgaven die bijna gelijk zijn aan die van Duitsland.
Van armoedebestrijding naar geopolitiek instrument
Ondanks het wettelijke mandaat dat het ontwikkelingsbeleid van de EU prioriteit moet geven aan armoedebestrijding, is er een groeiende tendens om die middelen af te stemmen op bredere geopolitieke en economische belangen, meldt de internationale denktank Bruegel.
Het GEI wijkt af van eerdere modellen die gebruik maakten van vaste uitgavendoelstellingen voor specifieke thema’s, zoals milieudoelstellingen. In plaats daarvan maakt het gebruik van regionale toewijzingen en een flexibele “buffer” van niet-toegewezen middelen. Hoewel die flexibiliteit de EU in staat stelt snel te reageren op mondiale crises, vervaagt hierdoor het onderscheid tussen echte ontwikkelingshulp en strategische doelstellingen zoals het beheersen van migratie of het stabiliseren van aangrenzende regio’s.
Er zijn aanwijzingen dat binnen de structuur van het GEI steeds minder aandacht wordt besteed aan armoedebestrijding. Het aandeel van de financiering dat als officiële ontwikkelingshulp (ODA) wordt aangemerkt, is gedaald van 93 procent in de vorige cyclus naar 90 procent, en de basis voor die berekening is kleiner omdat Oekraïne buiten beschouwing wordt gelaten.
Financieringskloof
Uit een analyse van de regionale verdeling van de GEI blijkt een kloof tussen de financiering en de daadwerkelijke menselijke behoeften. In vergelijking met bevolkings- en armoedegegevens ontvangen het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Golfregio’s de hoogste financiering per hoofd van de bevolking.
In schril contrast hiermee ontvangt Sub-Sahara-Afrika – waar de hoogste concentratie van extreme armoede heerst – aanzienlijk minder per persoon die in armoede leeft. Deze “geopolitieke premie” wordt nog duidelijker wanneer de GEI wordt vergeleken met de toewijzingspatronen van de Wereldbankgroep;. De GEI financiert de MENA- en Golfregio’s veel te ruim, terwijl de Azië-Pacific-regio aanzienlijk ondergefinancierd is.
Nood aan betere verantwoording
Dit patroon suggereert dat de EU strategische belangen – zoals energiezekerheid en migratiecontrole – voorrang geeft boven de behoeften van de armste bevolkingsgroepen ter wereld. Hoewel flexibiliteit noodzakelijk is in een volatiel mondiaal landschap, vormen het afschaffen van uitgavenminima voor cruciale kwesties en de verschuiving weg van door armoede geteisterde regio’s een bedreiging voor de kern doelstellingen van de EU op het gebied van ontwikkeling, schrijft Bruegel.
Om verantwoording te waarborgen, is het volgens de denktank essentieel dat toekomstige evaluaties van het GEI de uitgaven expliciet afzetten tegen armoede-indicatoren, zodat beleidsmakers kunnen bepalen of het instrument nog steeds zijn primaire missie het terugdringen van wereldwijde armoede – vervult.
(at)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

