Key takeaways
- Geen enkel wettelijk verplicht EU-land – meer specifiek Zweden, Roemenië, Polen, Hongarije en Tsjechië – voldoet momenteel aan alle vereisten voor de invoering van de euro.
- Verplichte deelname aan het ERM II blijft de belangrijkste belemmering voor kandidaat-lidstaten.
- Ondanks aanzienlijke institutionele en wetgevende hindernissen blijft er sterke steun bij het publiek bestaan.
De Europese Commissie heeft in 2026 onderzocht welke EU-landen die nog geen euro gebruiken klaar zijn om de euro in te voeren. Bepaalde landen zoals Tsjechië, Polen, Hongarije, Roemenië en Zweden willen misschien de euro, maar ze zijn er economisch nog niet klaar voor. Dat meldt EC zelf in een persbericht. De euro fungeert nu als een wereldwijd symbool van de Europese identiteit en wordt gebruikt door meer dan 350 miljoen mensen in 21 landen. Door prijzen te stabiliseren, investeringen te stimuleren en de interne markt te ondersteunen, heeft de munt economische groei en regionale veerkracht bevorderd. Dat gebeurt via verbeterde financiële bescherming en coördinatie.
Het kader voor invoering
De invoering van de euro wordt geregeld via een transparant kader van „Maastricht-criteria”. Dat werd vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Deze normen zijn gericht op langetermijnrentevoeten, wisselkoersstabiliteit, houdbare overheidsfinanciën en prijsstabiliteit. Daarnaast beoordeelt de Commissie of het wettelijk kader van een land in overeenstemming is met de statuten van de Europese Centrale Bank. Ook kijkt ze naar het bredere Europees Stelsel van Centrale Banken.
Huidige status van landen met een verplichting
De huidige beoordeling richt zich op vijf landen die wettelijk verplicht zijn om toe te treden: Zweden, Roemenië, Polen, Hongarije en Tsjechië. Uit de bevindingen blijkt dat de voortgang per land verschilt. Met name Zweden en Tsjechië voldoen aan de vereisten op het gebied van overheidsfinanciën, langetermijnrente en prijsstabiliteit.
Geen van deze vijf landen neemt momenteel echter deel aan het wisselkoersmechanisme (ERM II), een verplichte voorwaarde van twee jaar voor toetreding. Bijgevolg voldoet momenteel geen enkel land in deze groep aan alle noodzakelijke voorwaarden voor toetreding.
Institutionele en wetgevende hindernissen
Afgezien van de nominale criteria merkte de Commissie op dat de monetaire wetgeving in deze vijf landen nog niet volledig in overeenstemming is met de regels van de Economische en Monetaire Unie. Deze landen zijn over het algemeen goed geïntegreerd in de financiële systemen van de EU. Sommige kampen echter nog steeds met institutionele hindernissen of macro-economische zwakheden die de duurzaamheid van hun convergentie op lange termijn in gevaar zouden kunnen brengen.
Publieke opinie en steun
De publieke opinie blijft grotendeels positief, zoals blijkt uit een recente Flash Eurobarometer-enquête die in april en mei 2026 is gehouden. Een meerderheid van de burgers in deze niet-eurolanden is van mening dat de munt de huidige lidstaten ten goede is gekomen en dat zij persoonlijk of op nationaal niveau zouden profiteren van de invoering ervan. De steun is het grootst in Hongarije (80 procent) en Roemenië (65 procent). In Zweden, Polen en Tsjechië is dat lager, maar laten het nog steeds aanzienlijke steunpercentages zien.
Rapportagecycli en wettelijke verplichtingen
Deze rapporten worden om de twee jaar gepubliceerd, of op verzoek van een specifieke lidstaat, en dienen als basis voor elk formeel voorstel aan de Raad van de EU met betrekking tot de invoering van de munt. Bijna alle EU-lidstaten wettelijk verplicht zijn om uiteindelijk toe te treden tot de eurozone. Denemarken blijft echter de enige uitzondering vanwege de onderhandelde opt-out.
(mv)(fc)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

