Terwijl de forse koersverliezen op de aandelenbeurzen alle aandacht naar zich toe zogen, kregen de obligatiemarkten in de eerste jaarhelft een even historische pandoering. Fondsenbeheerder Flossbach von Storch spreekt van “de crash die onopgemerkt bleef” bij het grote publiek.
- De obligatiemarkten zijn moeilijker te lezen dan de aandelenbeurzen, omdat de marktrente een inverse relatie heeft met de waarde van lopende obligaties en je dus alles op zijn kop moet bekijken: hoe hoger de marktrente, hoe minder die bestaande obligaties waard worden.
- Een hogere marktrente wijst dus op lagere prijzen voor lopende obligaties. Dat komt omdat nieuw uitgegeven obligaties hogere coupons gaan hebben en dus aantrekkelijker worden. De waarde voor de oude, reeds lopende obligatie zakt dan.
- De tussenbalans na de eerste jaarhelft is uiterst negatief: de marktrentes schoten de hoogte in en de prijzen van obligaties kelderden. Zelfs de rentes van veilig geacht staatspapier, waar obligatiebeleggers doorgaans een lage risicopremie voor vragen, gingen snel omhoog, wat wijst op toenemende nervositeit.
- “Staatsobligaties werden lang als een ‘veilige haven’ beschouwd, maar hebben de afgelopen maanden recordverliezen geleden,” schrijft Volker Schmidt van fondsenbeheerder Ethenea. “Europese kwaliteitsvolle obligaties hebben alleen al in de eerste zes maanden van dit jaar een gemiddelde van meer dan 13 procent verloren. De rente op 2-jaars Amerikaanse staatsobligaties is sinds het begin van het jaar zelfs verviervoudigd, van 0,75 procent tot meer dan 3 procent.”
“Bloedbad”
- “Wie voor de beursravage dekking zocht in Amerikaans of Duits overheidspapier (Bunds), was eraan voor de moeite. Obligatiemarkten baadden in het bloed”, zo vatten de analisten van KBC Securities samen in hun halfjaarlijkse tussenbalans.
- “Bunds met een looptijd van 10 jaar kenden in het eerste kwartaal van dit jaar hun grootste rentestijging sinds 1994”, zo schetst Flossbach von Storch de historische context. “De rentebewegingen van Amerikaanse staatsobligaties met een korte tot middellange looptijd zijn nog indrukwekkender geweest. Een kwartaal als dit hebben we niet meer gezien sinds 1984. De effecten op de prijzen zijn dan ook aanzienlijk geweest. De slechte prestaties doen zelfs de onrendabele kwartalen uit de jaren zeventig en begin jaren tachtig in de schaduw staan.”
- Nicolas Forest, hoofd obligatiebeheer bij vermogensbeheerder Candriam, wijst er in een interview met ABN Financial News op dat de Belgische staatsobligaties, de zogeheten OLO’s, sinds 1 januari een korting van 17 procent kennen. “Dit is ongekend, in meer dan 20 jaar”, zegt hij. Forest wil echter niet spreken van een obligatiecrash, maar van een “normalisatie”, gezien de negatieve rentes vanwaar we komen.
Alle ogen op Italië
- Wat brengt de tweede jaarhelft? Voor Europese staatsobligaties zal dat afhangen van de Europese Centrale Bank, die niet alleen haar beleidsrente gaat verhogen, maar ook de activering van nieuwe financiële “instrumenten” aankondigde, mocht een land uit de eurozone aangevallen worden op de obligatiemarkten. Het is nog onduidelijk wat de ECB met dat “instrumentarium” precies bedoelt. Voorzitster Christine Lagarde is er in elk geval als de dood voor dat beleggers de eurozone gaan opdelen in “sterke” en “zwakke” eurolanden, waardoor de eenheid van de muntunie onder druk komt te staan.
- Analisten zien vooral Italië als de zwakke schakel, zelfs al heeft het land met technocraat Mario Draghi, Lagardes voorganger bij de ECB, momenteel een premier die alles afweet van de financiële markten. Velen twijfelen echter aan de houdbaarheid van de Italiaanse staatsfinanciën.
- Er hangt nog veel mist over hoe de ECB eventueel zou kunnen ingrijpen. Het is ook nog maar de vraag of “sterke” eurolanden als Nederland ECB-hulp op maat van Italië zomaar gaan laten passeren. Of hoe het ook de komende maanden zeer spannend blijft op de obligatiemarkten.
(ns)