Schotland: een roadtrip door de highlands

Weinig streken in Europa zijn zo wild en ongerept als de Schotse Highlands. Eindeloze wegen leiden je er van panorama naar panorama door een verweerd maar verbluffend oerlandschap.

‘Weet je waarom over oude graven in Edinburgh vaak een stalen kooi gespannen staat? Zodat body snatchers het lijk niet opnieuw konden opgraven om aan de unief te verpatsen.’ Het is maar één van de gruwelverhalen die ik van m’n verdacht vrolijke gids Tonks (niet verwant aan Harry Potter) te horen krijg. Ze zal me vannacht, samen met een dozijn lotgenoten, door de donkerste geheimen van de stad leiden – en dat zijn er best wat. Het moderne Edinburgh is mijns inziens een van de mooiste, interessantste en meest sfeervolle steden van Europa. Het centrum lijkt uit de rotsen gehouwen en ziet er nog steeds authentiek en middeleeuws uit. De zogenaamde New Town is een toonvoorbeeld van stadsplanning en statige Georgiaanse architectuur, maar de oude stad zelf is een atmosferisch doolhof van kasseistraatjes die zich vanaf Edinburgh Castle een weg omlaag banen. Vroeger was het hier echter iets minder gezellig toeven. Hoewel de Schotse hoofdstad een kweekvijver van vooraanstaande wetenschappers, schrijvers en filosofen was, stond de stad ook bekend als ‘Auld Reekie’: een rovershol vol hoeren, miserie en de pest. Een ziekte die overigens nog in de als steegjes vermomde strontrivieren in de buurt van de Royal Mile rondhing, toen ze in de rest van Europa al een eeuw lang verleden tijd was. Gezien de ruimte beperkt was, werd hier al erg vroeg in de hoogte gebouwd. Het gevolg daarvan was dat de huizen van de rijken op veel plaatsen letterlijk over de hoofden van de armen werden neergeplant. De allerlaagste klassen – voornamelijk uitgehongerde Ieren en Highlanders – leidden een triest en meestal erg kort bestaan in de dodelijk onhygiënische gewelven diep onder de South Bridge. Kortom: Edinburgh was voor velen een door god vergeten mesthoop, maar sterke verhalen vond je er wel.

Bron: Goodbye.

Schotse Spoken

Schotten zijn geboren vertellers, en een stad met een verleden als Edinburgh leent zich perfect tot de nodige spookverhalen. Na een vrij luguber bezoek aan de eerder vernoemde gewelven, leidt Tonks ons in het holst van de nacht tot in de oude Greyfriars Kirkyard – een kerkhof waar een paar honderd jaar aan knekels onder de grond verstopt zit. Volgens believersdwaalt de meest beruchte klopgeest van Schotland in Greyfriars rond. George “Bloody” Mackenzie was een 17e-eeuwse magistraat die in dit kerkhof 1.200 protestanten liet martelen en verhongeren. Toen hij later zelf de pijp uit ging, werd hij hier begraven. Sinds een verkleumde zwerver 20 jaar geleden de tombe weer opende – en vooral sinds men doorkreeg dat er met griezelen veel geld te rapen viel – werd Bloody George uit zijn winterslaap gehaald en valt hij naar men zegt sporadisch passanten lastig door in hun nek te ademen, gemene dingen in hun oor te fluisteren en hen zelfs bijt- en krabwonden uit te delen (leuk excuus om de sporen van een buitenechtelijke affaire te verklaren). Helaas pindakaas: toen wij zijn graf betraden gaf de oude knar niet thuis. Je zult het altijd zien. Hoewel ik natuurlijk niet in spoken geloof – ik ben een hard en cynisch man – zijn dit soort gidstochten erg interessant, creepy en vooral entertainend. In Edinburgh vallen zoveel van dit soort anekdotes te rapen dat je er boeken mee kan vullen. De Highlands roepen echter, en dus kruip ik – na nog één keer m’n kast op klopgeesten te hebben gecheckt – onder de lakens om morgen kwiek en monter achter het stuur te kunnen kruipen.

Bron: Goodbye.

De rit naar het noorden

De weg naar de Highlands leidt al sinds mensenheugenis door Stirling. ‘He who holds Stirling, holds Scotland’, is een oud gezegde waar veel waarheid in schuilt. De stad, gevormd rond een forse, mooi gerestaureerde burcht, was eeuwenlang een van de belangrijkste strategische locaties op de Britse eilanden. Het is hier dat William Wallace en later Robert The Bruce het Engelse leger afhielden. Hun standbeelden staan er nog steeds. De film Braveheart – gebaseerd op het leven van Wallace – is voor veel Schotten trouwens een historische aanfluiting. Kilts werden destijds nog niet gedragen en het Australisch-Schotse accent van Mel Gibson durft zich wel eens te vergalopperen – om maar iets te noemen.

Wie vanuit Stirling naar Fort William rijdt – het eindpunt van de West Highland Way – moet door Glencoe: een smalle, kilometerslange vallei vol grillige pieken, diepe kloven en donderende watervallen. Hier besef ik voor het eerst dat het laagland achter me ligt, en dat ik me diep in de Highlands bevind. Het nevelige landschap van Glencoe is er een van een pure, grimmige schoonheid en roept een gevoel van persoonlijke nietigheid op. Ook aan deze plek hangt een erg donker verhaal vast. Eind zeventiende eeuw werden de belangrijkste leden van de opstandige MacDonald-clan hier door aan de koning loyale Schotse soldaten uitgemoord – soldaten die ze twaalf dagen lang zelf als gasten in hun huizen hadden ontvangen. Een Red Wedding avant la lettre in een decor dat zo uit Game of Thrones zou kunnen komen.

Vooraleer ik me de volgende ochtend naar Skye begeef, maak ik nog een laatste omweg richting het mythische Loch Ness. Aan de zuidelijke punt ervan in Fort Augustus plons ik met m’n voeten in het water in de hoop één of meerdere knabbelgrage monsters aan te trekken. Uiteindelijk vind ik ook een Nessie in Loch Ness, zij het dan een enthousiast achter een tennisbal aanhollende zwarte labrador met dezelfde naam – erg populaire hondennaam in Schotland. Wanneer ik later het Loch Ness Exhibition Centre in Drumnadrochit bezoek, leer ik dat hoewel het Loch meer water bevat dan alle meren in Engeland en Wales opgeteld, het visbestand helaas te klein is om prehistorische monsters te onderhouden. Nessie was naar alle waarschijnlijkheid dan ook een verdwaalde steur, zeehond of zelfs een omgedraaide boot. Ach, het meer op zich is ook al mooi.

Bron: Goodbye.

Het einde van de wereld

Onder een vrolijk herfstzonnetje en met de gekartelde pieken van de Black Cuillins in m’n achteruitkijkspiegel, rij ik vanaf het zuiden van Skye richting Portree. Skye heeft alles: bizarre rotsformaties, ongerepte natuurlandschappen, een van de beste whiskystokerijen ter wereld en een vijfhonderd km lange kustlijn die ijzingwekkende kliffen afwisselt met bijna idyllische baaien. Het is een wandelparadijs, je kan er geweldig eten en wie een (speed)boot toer boekt kan er zeehonden, arenden, dolfijnen en met wat geluk zelfs orka’s spotten. Het weer speelt ook zijn rol: als het licht goed zit, lijk je door een constant van tint veranderend schilderij te rijden.

Portree is met nog geen 2.500 inwoners het voornaamste en levendigste dorp op het eiland. Vlakbij de kleurrijke vissershaven heb ik met m’n gids Christa afgesproken, die er moet voor zorgen dat ik vandaag m’n tijd niet verdoe. Skye is qua oppervlakte niet gigantisch (1.656 km2), maar door de vele inhammen in de kustlijn wordt de afstand tussen twee punten vaak pijnlijk onderschat. De Quiraing in het noorden van het eiland is onze eerste stop. Dit bijna buitenaards aandoende landschap vol vreemde uitstulpingen is het resultaat van een reeks landverschuivingen die nog steeds aan de gang zijn. De weg die er naartoe leidt, dient hierdoor jaarlijks hersteld te worden. Het zicht vanaf het na een korte klim te bereiken uitkijkpunt is fantastisch. Iets minder leuk: de donkere wolken die dreigend boven de horizon hangen.

Wanneer we in de namiddag Neist Point bereiken – het meest westelijke punt van het eiland waar een eenzame vuurtoren vanop een rotsige landtong de elementen trotseert – breken de hemelsluizen open. Te voet onderweg striemt de ijskoude regen me pijnlijk in het gezicht en dreigen felle windstoten me de diepte in te blazen. Buiten een paar verkleumd uitziende schapen valt er in de wijde omtrek geen ziel te bespeuren (Christa is wijselijk in de wagen blijven zitten). Doorweekt en alleen op de wereld tuur ik nog een keer naar de achter het regengordijn verstopte toren en geef ik er de brui aan. Een warme kop koffie in Portree is ook niet mis.

Bron: Goodbye.

Gloomy Glasgow

De volgende dag bestaat voornamelijk uit zuidwaarts rijden. Na Skye te hebben verlaten, maak ik een tussenstop in Glenfinnan. Hier staat het stenen spoorviaduct dat wereldberoemd werd door de Harry Potterfilms. Tweemaal daags kan je hier nog steeds de Hogwarts Express (of de mooie stoomtrein die er model voor stond) over het massieve bouwwerk zien passeren. Later op de dag neem ik afscheid van de Highlands en wordt de omgeving geleidelijk aan weer landelijker. Overnachten doe ik langs de bonnie bonnie banks of Loch Lomond.

Mijn laatste dag in Schotland breng ik door in een erg druilerig Glasgow. Glasgow is – in contrast met het verfijndere Edinburgh – een ex-industriële arbeidersstad, waardoor alles er wat grauwer en grijzer uitziet. Op het eerste gezicht lijkt het een bedrukte stad vol depressief uitziende mensen – een soort Brits Charleroi – maar dat is slechts schijn. Glasgow beschikt over prachtige parken en musea. Ook het uitgaansleven is er wild en vooral het live circuit is onovertroffen. King Tut’s Wah Wah Hut bijvoorbeeld, verstopt in een kelder langs St. Vincent Street, lijkt op het eerste gezicht een schraal zaaltje voor scoutsfuiven. Niets doet vermoeden dat bands als Radiohead, Oasis, The Killers en Manic Street Preachers hier met veel plezier hebben gespeeld. Gisteren op de affiche? Niemand minder dan Triggerfinger. De wereld is kleiner dan je denkt.

Bron: Goodbye.

Inwoners van Glasgow beschikken – misschien nog meer dan de rest van de Schotten – over een bikkelhard gevoel voor humor en over heel wat zelfspot. Het meest iconische beeld van de stad is daar een direct gevolg van. Voor de Gallery of Modern Art staat een heroisch ruiterstandbeeld van de eerste Duke of Wellington. Ergens in de vroege jaren tachtig besloten een paar erg dronken studenten het beeld te beklimmen en het hoofd van de Duke te sieren met een feloranje verkeerskegel. Hoe sneller de stadsdiensten het geïmproviseerde hoofddeksel verwijderden, hoe sneller er een ander exemplaar (of twee, of drie) op zijn plaats stond te pronken. Omdat de verwijderingskosten jaarlijks opliepen tot meer dan 10.000 pond besloot de stad enkele jaren geleden definitief een eind aan het geintje te maken. Er werd een plan opgesteld om de hoogte van de sokkel van het beeld te verdubbelen zodat het plaatsen van kegels fysiek onmogelijk zou worden. Toen het plan bekend gemaakt werd ontstak de publieke opinie in pure woede. Op één dag tijd werden 10.000 handtekeningen verzameld; een ‘Keep the Cone’ Facebook groep groeide aan tot 72.000 leden op minder dan 24 uur en er werd zelfs een rally georganiseerd uit protest. Vandaag de dag staat de kegel er nog steeds. De Schotten zijn een apart, volhardend en hilarisch volk. Ze liggen me nauw aan het hart. 

Praktisch

Erheen

Goodbye vloog vanuit Zaventem naar Edinburgh. Onze wagen werd gehuurd bij Sunny Cars/Hertz, en kon zowel op het vliegveld als in het centrum van de stad worden opgehaald – wat handig is voor wie eerst een paar dagen in Edinburgh wil blijven rondhangen.

Edinburgh

Onze spooktocht werd geleid door de hilarische mensen van City of the Dead Tours. Gidstochten met verschillende thema’s vertrekken meermaals per dag van aan St. Giles Cathedral op de Royal Mile. Wie meer wil griezelen of zin heeft in alternatieve attracties, zal zich best vermaken in de Edinburgh Dungeons (geen al te kleine kinderen meenemen), het redelijk lugubere Surgeons’ Hall museum (geen kinderen tout court meenemen) of in het bol van de optische illusies staande Camera Obscura (kindjes welkom) tegenover Edinburgh Castle.

www.cityofthedeadtours.com

Glasgow

Glasgow beschikt over een heleboel leuke musea (waarvan de meeste gratis zijn). Het Kelvingrove Art Gallery and Museum is zo’n uitgebreid en bont allegaartje (van opgezette olifanten en dino’s tot Salvador Dali) dat je er met de hele familie naartoe kan.

Meer info

Bezoek voor meer informatie over Schotland en de rest van Groot-Brittannië de website VisitBritain. www.visitbritain.com

Goodbye verbleef in de volgende hotels:

Meer
Lees meer...
Markten
BEL20