Maakt ‘Made in Europe’ betaalbare elektrische auto's alweer duurder?

© Gocar
door Gocar.be - David Leclercq
gepubliceerd op om

Om de toevloed aan Chinese merken af te remmen, voerde Europa eerst invoerheffingen in op geïmporteerde elektrische auto's. Maar Brussel wil nu verder gaan en zijn industrie beschermen door ze opnieuw uit te bouwen in plaats van zich simpelweg achter handelsbarrières te verschansen. Dat is precies de bedoeling van de Industrial Accelerator Act (IAA), die in maart 2026 werd voorgesteld. Die wil eisen opleggen rond lokale productie van onderdelen om een elektrische auto in aanmerking te laten komen voor steunmaatregelen en overheidsopdrachten. Het idee is om de productieketen opnieuw naar Europa te halen en zo de afhankelijkheid van het buitenland te verminderen. Op het eerste gezicht lijkt dat een logische aanpak. Alleen stuit het plan nu op verzet onder de Europese autobouwers, en dan vooral vanwege de timing, die volgens hen onhaalbaar is.

De eis van 70% heeft betrekking op de waarde van de voertuigonderdelen zonder de batterij. Daarnaast geldt een aparte drempel van 50% voor de elektrische aandrijflijn. Maar het is vooral die batterij die het grote struikelblok vormt. Ze vertegenwoordigt een belangrijk deel van de kostprijs van een elektrische auto en is tegelijk het sterkst afhankelijk van Aziatische leveranciers.

Zes maanden na de inwerkingtreding van de regels zou een batterij minstens drie belangrijke componenten moeten bevatten die in de Europese Unie zijn geproduceerd, waaronder verplicht de batterijcellen. Drie jaar later stijgt die eis naar vijf componenten. Naast de cellen moeten dan ook het actieve kathodemateriaal en het batterijmanagementsysteem uit Europa komen. Alleen is er een probleem: de timing. Northvolt ging failliet, de geplande ACC-gigafabrieken in Duitsland en Italië staan on hold en Verkor heeft nog geen enkele batterijcel geproduceerd. Europese constructeurs kunnen vandaag dus nog nauwelijks lokale componenten inkopen.

Prijs die afhangt van tijd

De Europese autobouwersvereniging ACEA waarschuwt dat te strenge regels elektrische auto's duurder zullen maken. Dat argument steunt op een eenvoudig principe: de prijs van een batterijcel hangt sterk af van het productievolume. Een fabriek die pas wordt opgestart, zoals die van ACC in Frankrijk, produceert aanvankelijk weinig en tegen een hoge kostprijs. Maar zodra dezelfde fabriek op volle capaciteit draait, de machines zijn afgeschreven en de bevoorradingsketen op punt staat, daalt de kostprijs per cel aanzienlijk.

China kan vandaag net goedkoper produceren omdat het ongeveer vijftien jaar voorsprong heeft opgebouwd in productievolume. Volgens ACEA dreigen daardoor vooral de nieuwe betaalbare elektrische auto's het slachtoffer te worden van de ‘Made in Europe’-regels.

Er zit bovendien nog een ander probleem in het systeem. De regels controleren wel of een batterij uit een Europese fabriek komt, maar niet wie eigenaar is van die fabriek. Een Chinese constructeur of batterijproducent kan dus een fabriek in Europa neerzetten, aan de voorwaarden voldoen en tegelijk de technologie en bevoorradingsketen zelf blijven controleren. In de praktijk kan dat betekenen dat de afhankelijkheid van China gewoon blijft bestaan.

Die kwestie wordt des te belangrijker nu Europa tekenen vertoont dat de elektrische auto echt begint door te breken. In september waren batterij-elektrische auto's goed voor 33% van de Europese verkoop en de nieuwe generatie betaalbare kleine elektrische auto's lijkt daar een belangrijke rol in te spelen. Ook de Belgische cijfers wijzen in die richting. In september wisten de Renault Twingo E-Tech, Kia EV2 en Leapmotor B10 zich in de top 10 van de verkoop aan particulieren te nestelen.

Het uitstel waar ACEA om vraagt, kan dan ook twee totaal verschillende gevolgen hebben. Ofwel gebruiken de constructeurs die extra tijd om eindelijk hun Europese productiecapaciteit uit te bouwen, ofwel benutten ze die om gewoon verder onderdelen en batterijen uit China te kopen. Het is aan de Europese Commissie om ervoor te zorgen dat eventuele extra tijd daadwerkelijk voor het eerste scenario wordt gebruikt. 

Meer
© Gocar

“300 bedrijven die samen onderhandelen, hebben meer gewicht dan één bedrijf alleen”: de aanpak van Fedauto

Het begon allemaal met een gesprek tussen professionals in een WhatsApp-groep. Onafhankelijke autohandelaars wisselden er ervaringen uit over hun dagelijkse problemen, zochten samen naar oplossingen en beseften geleidelijk dat honderden collega’s met dezelfde uitdagingen worstelden. Uit die gesprekken groeide het idee om een gezamenlijke organisatie op te richten die hun stem kon laten horen en meer gewicht in de schaal kon leggen dan één professional alleen. Enkele maanden later was Fedauto een feit.De jonge federatie telt vandaag naar eigen zeggen meer dan 300 leden en heeft één doel: onafhankelijke autoprofessionals samenbrengen, van handelaars en mecaniciens tot carrossiers en specialisten, om hun belangen te verdedigen via overleg en collectieve onderhandelingen. De overtuiging daarachter is eenvoudig: honderden bedrijven samen kunnen resultaten bereiken die geen enkel bedrijf op eigen houtje zou kunnen behalen. Voorzitter Ibrahim Yildirim vertelt over de filosofie achter het project, de dossiers waaraan Fedauto werkt en hoe hij de toekomst van de Belgische autoprofessional tegen 2030 ziet.Wat maakte de oprichting van Fedauto noodzakelijk in het dagelijkse leven van een onafhankelijke Belgische autoprofessional?Het begon met een heel concreet probleem. Al verschillende jaren merkten veel autohandelaars dat de tarieven van een platform dat bijna onmisbaar is geworden voor de verkoop van voertuigen, herhaaldelijk en fors stegen. Voor sommige professionals met een grote voorraad lopen die kosten op tot enkele duizenden euro’s per maand. Door die situatie heb ik een WhatsApp-groep opgericht. Op dat moment was er absoluut geen sprake van een federatie. We wilden gewoon de betrokken professionals samenbrengen en via overleg gezamenlijk een oplossing proberen te vinden.De beweging groeide snel. We organiseerden een protestactie voor de kantoren van dat platform, waaraan meer dan 250 professionals deelnamen. We wilden de directie ontmoeten en een gesprek aanknopen. Uiteindelijk werden we niet persoonlijk ontvangen. Tijdens een telefoongesprek met een verantwoordelijke kregen we te verstaan dat we maar een WhatsApp-groep waren, zonder officiële organisatie die ons vertegenwoordigde. Die opmerking was de aanleiding om in actie te komen. We waren met honderden professionals, hadden duizenden voertuigen in voorraad en vertegenwoordigden een aanzienlijk economisch gewicht. Toch hadden we geen gezamenlijke organisatie die onze stem kon laten horen. Daarom besloten we ons te organiseren. Al snel beseften we dat onze problemen veel verder gingen dan één platform: verzekeringen, garanties, energie, onderdelen, personeel, digitalisering, administratieve verplichtingen… Daar komen nog de verschillen in regelgeving en fiscaliteit tussen Wallonië, Vlaanderen en Brussel bij.Uit die realiteit is Fedauto ontstaan: professionals van het terrein die besloten hun krachten te bundelen om niet langer individueel problemen te moeten aanpakken die ze met elkaar delen.Er bestaan al grote autofederaties. Wat onderscheidt Fedauto?Er zijn al belangrijke en ervaren organisaties actief in de Belgische autosector. Het is niet onze bedoeling om hun werk te ontkennen. Voor de oprichting van Fedauto hebben we trouwens contact opgenomen met een bestaande federatie om onze problemen voor te leggen. We werden ontvangen en er werd naar ons geluisterd, maar die gesprekken leverden geen concrete vooruitzichten op. Ook dat heeft ons ertoe aangezet om onze eigen organisatie op te richten.We willen Fedauto niet opbouwen om tegen iemand te strijden. We willen iets opbouwen voor de autoprofessionals. Het verschil zit vooral in onze oorsprong: Fedauto is rechtstreeks ontstaan op het terrein en wordt gedragen door professionals die dagelijks geconfronteerd worden met de problemen die ze willen oplossen. Onze ambitie is om Fedauto verder te laten groeien en er een federatie van te maken die echt meetelt in de Belgische autosector. Hoe kun je de belangen van je leden verdedigen zonder in een confrontatie terecht te komen?Belangen verdedigen betekent niet noodzakelijk de strijd aangaan. Onze eerste keuze zal altijd overleg en onderhandeling zijn. We zijn niet tegen een bepaald platform, bedrijf of federatie. Wanneer onze belangen overeenkomen, staan we open voor samenwerking.Maar wanneer een situatie onze leden benadeelt, moeten we hun belangen kunnen verdedigen. Eén professional heeft maar een beperkte onderhandelingsmacht. Wanneer honderden professionals zich verenigen, veranderen de verhoudingen. We willen die collectieve kracht niet gebruiken om strijd te voeren, maar om te onderhandelen en oplossingen uit te werken.Welke resultaten hebben jullie al geboekt?In enkele maanden tijd hebben we meer dan 300 professionals samengebracht. Maar een federatie moet vooral resultaten boeken. We hebben al samenwerkingen afgesloten en oplossingen uitgewerkt op het vlak van autoplatformen, in partnerschap met Gocar.be, en garanties, met voorwaarden waarover we collectief onderhandeld hebben.Er lopen nog andere dossiers: brandstof, beroepsverzekeringen, handelaarsplaten, bedrijfsgebouwen en verschillende terugkerende kosten. Onze aanpak is om de kosten te identificeren die echt op bedrijven wegen, de behoeften te bundelen en collectief te onderhandelen. 300 bedrijven die samen onderhandelen, hebben niet hetzelfde gewicht als één bedrijf dat alleen onderhandelt.Welk standpunt wil Fedauto innemen over SERMI en de toegang tot voertuiggegevens?Een onafhankelijke professional moet moderne voertuigen kunnen blijven diagnosticeren, onderhouden en herstellen onder realistische omstandigheden. Eisen op het vlak van veiligheid en cyberveiligheid zijn noodzakelijk. Maar procedures, kosten en technische verplichtingen mogen geen buitensporige hindernis worden voor zelfstandigen.Nu voertuigen steeds meer geconnecteerd zijn, wordt de toegang tot gegevens, software, diagnoseapparatuur en technische informatie essentieel. Fedauto wil daarom ijveren voor een eerlijke, veilige en in de praktijk bruikbare toegang. We moeten nu precies in kaart brengen welke problemen professionals op het terrein ondervinden en die voorleggen aan de bevoegde Belgische en Europese instanties.Hoeveel leden hebben jullie en wat zijn jullie doelstellingen?We hebben in enkele maanden tijd de kaap van 300 professionals overschreden en dit is nog maar het begin. Onze ambitie reikt verder dan alleen autohandelaars. We willen handelaars, mecaniciens, carrossiers, specialisten en, ruimer bekeken, alle onafhankelijke autoprofessionals samenbrengen. Ik wil niet zomaar een kunstmatige doelstelling van 500, 1.000 of 2.000 leden aankondigen. Een federatie moet groeien omdat ze nuttig is. Als we concrete resultaten boeken, zullen professionals vanzelf een reden hebben om zich bij ons aan te sluiten. Hoe talrijker we zijn, hoe meer gewicht we in de schaal kunnen leggen.Hoe willen jullie groeien in Vlaanderen, Wallonië en Brussel?Een nationale federatie moet op het terrein aanwezig zijn. De situatie is niet overal dezelfde in Wallonië, Vlaanderen en Brussel. De autofiscaliteit, bepaalde regels en de economische omstandigheden kunnen verschillen. Daarom willen we geleidelijk actieve leden en vertegenwoordigers hebben in de drie gewesten. We moeten ook correct kunnen communiceren in het Frans, Nederlands en, waar nodig, Duits. Ons doel is om nationaal sterk te staan, maar lokaal een luisterend oor te bieden.Kampen autohandelaars en andere autoprofessionals met dezelfde problemen?Nee. Een autohandelaar, mecanicien, carrossier of specialist wordt niet met precies dezelfde problemen geconfronteerd. Maar veel uitdagingen zijn gemeenschappelijk: stijgende kosten, regelgeving, digitalisering, verzekeringen, opleidingen, toegang tot gegevens en onderhandelingsmacht.Fedauto moet professionals dus samenbrengen wanneer ze met dezelfde problemen kampen, en specifieke oplossingen ontwikkelen wanneer verschillende beroepen andere behoeften hebben. We willen niet vanuit een kantoor beslissen wat professionals nodig hebben. De prioriteiten moeten van het terrein naar de federatie komen, niet omgekeerd.Elektrificatie, connectiviteit, digitalisering: hoe zien jullie de toekomst?Ons beroep verandert razendsnel: elektrische en hybride aandrijvingen, elektronica, software, gegevens, artificiële intelligentie… Voor een onafhankelijk bedrijf wordt het moeilijk om al die ontwikkelingen op eigen houtje te volgen. Fedauto moet zijn leden helpen om daarop te anticiperen: de toegang tot opleidingen vergemakkelijken, de juiste partners zoeken, onderhandelen over bepaalde oplossingen en professionals de kans geven om ervaringen uit te wisselen.Ik geloof in de toekomst van de onafhankelijke autoprofessional, op voorwaarde dat hij over de nodige middelen en vaardigheden beschikt om mee te evolueren. Het is niet onze taak om onze leden tegen verandering te beschermen, maar om hen de middelen te geven zich eraan aan te passen.Waar zie je de onafhankelijke Belgische autoprofessional in 2030?Ik zie hem nog altijd als zelfstandige, maar beter georganiseerd, beter geïnformeerd en vooral minder geïsoleerd. De technologie zal blijven evolueren en grote spelers zullen altijd over aanzienlijke middelen beschikken. Maar de zelfstandige behoudt zijn sterke punten: de nabijheid bij de klant, flexibiliteit, marktkennis en ondernemerszin.Onze uitdaging is om die onafhankelijkheid te behouden en professionals tegelijk echte collectieve slagkracht te geven. Dat is uiteindelijk het hele verhaal van Fedauto. We willen onafhankelijk blijven, maar we willen er niet langer alleen voor staan. 

door David Leclercq
© Gocar

Trump laat Amerikanen op rode diesel rijden: waarom doen we dat niet in België?

Trump ondertekende op 5 oktober een decreet dat rode diesel tot 31 december toelaat op de Amerikaanse wegen, met tijdelijk uitstel van de federale belasting.In België blijft het verschil in accijnzen enorm: 23 tegenover 600 euro per 1.000 liter. Een chemische traceerder kan fraude nog lang na het tanken verraden.Dieselfraude kan leiden tot 5.000 euro boete of zelfs inbeslagname van het voertuig. Bovendien is extra motorslijtage en een hoger verbruik mogelijk.De dieselprijzen bereiken ongekende hoogtes. En voorlopig lijkt niets die stijging te kunnen stoppen. Vorige week beslisten de G7-landen wel om 100 miljoen vaten uit hun strategische oliereserves vrij te geven, maar dat effect zal slechts tijdelijk zijn. De maatregel moet vooral voorkomen dat de prijzen in oktober en november nog verder ontsporen. Een echte daling zit er niet meteen in. In die omstandigheden klinkt een brandstof die aan de pomp bijna de helft goedkoper is natuurlijk bijzonder aantrekkelijk: 1,46 euro/l tegenover 2,39 euro/l voor gewone diesel. Die gedachte wordt nog verleidelijker nu Donald Trump in de Verenigde Staten beslist heeft om rode diesel tijdelijk toe te laten. Op 5 oktober ondertekende hij een decreet dat het gebruik van rode diesel op de openbare weg mogelijk maakt en de federale belasting van 24,4 dollarcent per gallon uitstelt tot 31 december.In de media verklaarde Trump dat iedereen ervan gebruik kon maken. In werkelijkheid richt de maatregel zich vooral op professionele weggebruikers, zoals vrachtwagenchauffeurs en landbouwers. Bovendien gaat het slechts om een belastinguitstel van enkele weken. Typisch Trump dus: een grootse aankondiging, maar met een beperktere impact dan je op het eerste gezicht zou denken.Niet helemaal dezelfde dieselDe vraag die veel dieselrijders zich stellen, is eenvoudig: loont het de moeite? En vooral: is rode diesel, afgezien van de kleur, eigenlijk dezelfde brandstof als de gewone diesel die je aan elk tankstation vindt?Die vraag is niet onterecht, want stookolie is de voorbije jaren sterk veranderd. Vroeger bevatte die brandstof veel zwavel, maar de regelgeving heeft daar verandering in gebracht. Sinds 1 april 2024 schrijft de Belgische norm NBN T52-716 voor dat het zwavelgehalte van stookolie maximaal 10 deeltjes per miljoen (ppm) mag bedragen, tegenover 50 ppm voordien.De 'vuile' mazout van tien jaar geleden bestaat dus niet meer. Op het vlak van zwavelgehalte heeft rode diesel ondertussen hetzelfde niveau bereikt als gewone diesel. Toch blijven er belangrijke verschillen. Stookolie moet voldoen aan de Belgische norm NBN T52-716, terwijl diesel voor wegvoertuigen onder de Europese norm EN 590 valt. Die laatste legt onder meer eisen op voor het cetaangetal, dat aangeeft hoe gemakkelijk diesel in de motor ontbrandt. Gewone diesel bevat bovendien een reeks additieven die de verbranding verbeteren en motoronderdelen helpen beschermen. Bij stookolie ontbreken die specifieke toevoegingen.Door dat gebrek aan additieven kan stookolie meer afzettingen in de motor veroorzaken, wat de levensduur niet ten goede komt. En omdat het cetaangetal niet op dezelfde manier gegarandeerd wordt, kan ook de verbranding minder homogeen verlopen. Logischerwijs kan dat eveneens gevolgen hebben voor het verbruik.Bijna de helft goedkoper, maar ...Op korte termijn draait het natuurlijk vooral om de portemonnee. En dan is de verleiding voor Belgische automobilisten begrijpelijk, want het belastingverschil is enorm. Op rode diesel wordt slechts 23 euro accijnzen per 1.000 liter geheven, tegenover ongeveer 600 euro voor gewone, zogenoemde witte diesel.Alleen kan één keer ‘verkeerd’ tanken je nog lang achtervolgen. De rode kleurstof is namelijk een chemische traceerder die sporen achterlaat in de brandstoftank, zelfs nadat je opnieuw verschillende keren gewone diesel hebt getankt.Word je betrapt op fraude, dan kunnen de boetes stevig oplopen. Voor minder dan 100 liter bedraagt de boete 500 euro. Vanaf 100 liter stijgt dat naar 750 euro en vanaf 300 liter naar 1.250 euro. Ontdekken de controlediensten bovendien een verborgen tank, bijvoorbeeld in je garage, dan kan de rekening oplopen tot 5.000 euro. Het voertuig kan zelfs volledig in beslag worden genomen. Dat zet de mogelijke besparing meteen in een ander perspectief.Slimmer tankenDe conclusie is duidelijk: je houdt je beter aan de regels en vermijdt zo een hoop problemen. Gelukkig zijn er ook legale manieren om wat geld te besparen aan de pomp.Zo loont het om goed na te denken over waar je tankt. Tankstations langs de snelweg kun je beter vermijden. Kies liever voor plaatsen waar meerdere tankstations dicht bij elkaar liggen. Door de onderlinge concurrentie liggen de prijzen daar vaak wat lager. Al moet je die besparing ook niet overschatten. Bij een tankbeurt van 50 liter levert een prijsverschil van 7 cent per liter uiteindelijk maar 3,50 euro op. Of dat de omweg waard is, moet iedereen voor zichzelf uitmaken.

door David Leclercq
© Gocar

TEST Hyundai Ioniq 3 (2026): deze Zuid-Koreaanse elektrische stadswagen mikt op Europa

Elektrische stadswagens schieten als paddenstoelen uit de grond en Hyundai kon niet achterblijven. Een trapje boven de kleine Inster introduceert de Zuid-Koreaanse autoreus (de Hyundai-Kia-Genesis-groep is de op twee na grootste autoconstructeur ter wereld, na Toyota en Volkswagen) nu de Ioniq 3. Dit model zal niet in Zuid-Korea verkocht worden, maar is volledig op Europa gericht. Hij werd op ons continent ontwikkeld en wordt in Turkije gebouwd, in de Hyundai-fabriek van Izmit.De Hyundai Ioniq 3 is 4,16 m lang en bevindt zich daarmee tussen de Volkswagen ID. Polo (4,05 m) en de ID.3 Neo (4,29 m). Hij houdt dus het midden tussen de stadswagens uit het B-segment en de compacte middenklassers uit het C-segment.Bovendien heeft hij een heel eigen stijl. Tegenover het klassieke design van de ID. Polo zet Hyundai een eigenzinnige look, met een fastbacksilhouet en een gestroomlijnde, aflopende achterkant. Je houdt ervan of niet… Vooraan vallen de bijzonder smalle lichtstroken op. Ook de vier puntjes centraal op de grille staan er niet zomaar: in morsecode vormen ze de letter ‘H’ van Hyundai.Aangenaam interieur, maar veel kunststofZodra je de deur opent, valt op hoeveel kunststof Hyundai gebruikt. Geen stukje stof op het dashboard, de deurpanelen of de middenconsole: alles is bekleed met harde, kil aanvoelende kunststoffen die bovendien gevoelig lijken voor krassen. Op het vlak van afwerking maakt de Volkswagen ID. Polo duidelijk een betere indruk…Toch is het aangenaam vertoeven in de Ioniq 3. Het mooi ontworpen interieur biedt tal van opbergmogelijkheden. Zo is er een groot opbergvak voor de passagier, zijn er kleine bakjes rond het stuur en vind je nog meer opbergruimte in de middenconsole met twee niveaus. De meeste vakken zijn echter open, waardoor je spullen zichtbaar blijven voor voorbijgangers.Moderne multimediaDe basisversie (Select) heeft een groot ergonomisch nadeel: er ontbreekt een instrumentenpaneel achter het stuur. Om je snelheid en andere essentiële rijgegevens af te lezen, moet je dus naar het centrale scherm van 12,9 duim kijken. Vanaf het tweede uitrustingsniveau (Trend) krijg je wel een instrumentenpaneel, in de vorm van een smalle rechthoekige strook van 9,9 duim. Die wordt gecombineerd met een enorm centraal scherm van 14,6 duim. Je navigeert vlot met je vinger door de verschillende schermen en de menu’s zijn vrij eenvoudig te begrijpen. We waarderen ook de fysieke knoppen voor de basisfuncties van de airco (temperatuur, ventilatiesnelheid en richting van de luchtstroom).Draadloze Android Auto en Apple CarPlay zijn standaard en werken vlot. In de hogere uitvoeringen krijg je nog meer technologische snufjes, zoals een draadloze smartphoneoplader, toegang zonder sleutel via je smartphone, een 360°-camera en een systeem dat tot 50 meter van een vooruit gereden traject onthoudt om dat vervolgens automatisch achteruit af te leggen. Er is zelfs een parkeerfunctie op afstand, waarmee je de auto via de afstandsbediening vooruit en achteruit kunt laten rijden.De ingebouwde gps (standaard vanaf het tweede uitrustingsniveau) toont hoeveel batterijlading er bij aankomst op je bestemming overblijft. Bovendien beschikt hij over een goede routeplanner die voor lange ritten de meest geschikte laadstations selecteert.Toonaangevende ruimte achterin en grote kofferAchterin behoort de beenruimte tot de grootste in dit segment, dankzij de royale wielbasis (2,68 m tegenover bijvoorbeeld 2,59 m voor de Volkswagen ID. Polo). Afhankelijk van de uitvoering krijg je ook een verstelbare rugleuning en verwarmde buitenste zitplaatsen. Daarnaast zijn er twee ventilatieopeningen en twee USB-C-aansluitingen.De middelste zitplaats is daarentegen minder comfortabel. De rugleuning, waarin een armsteun verwerkt zit, is hard. Bovendien is de hoofdruimte te beperkt voor passagiers groter dan 1,80 m, die met hun hoofd tegen het plafond komen.Een groot pluspunt is de koffer, die met 441 liter onder de bagageafdekking tot de ruimste in het segment behoort, samen met die van de Volkswagen ID. Polo. De bagageruimte bestaat uit twee delen: 322 liter bovenaan en 119 liter in de Megabox, een groot opbergvak onder de koffervloer.135 of 147 pkDe Ioniq 3 staat op het modulaire elektrische E-GMP-platform van de Hyundai/Kia-groep. Dat vormt onder meer ook de basis voor zijn neefje, de Kia EV2, waarmee hij de motor-batterijcombinaties deelt. Je hebt de keuze uit twee versies:Standard Range met 147 pk en een LFP-batterij met 42,2 kWh.Long Range met 135 pk en een NMC-batterij met 61 kWh.Beide versies gebruiken dezelfde elektromotor en leveren hetzelfde koppel van 250 Nm. Toch biedt de versie met 147 pk en de kleinere batterij logischerwijs betere prestaties (0 tot 100 km/u in 8,7 seconden) dan de Long Range met 135 pk (0 tot 100 km/u in 9,5 seconden). Volgens Hyundai werd het vermogen van de versie met de grotere batterij bewust beperkt om het rijbereik te maximaliseren.Officieel rijbereik van 344 tot 497 kmHyundai belooft voor de Standard Range met kleine batterij een officieel rijbereik tot 344 km. Voor de Long Range bedraagt dat 442 tot 497 km, afhankelijk van de banden- en velgmaat (16, 17, 18 of 19 duim).Wij reden vooral met een Long Range op 18-duimsvelgen. Tijdens een gevarieerd parcours bij een buitentemperatuur van 20 °C gaf de boordcomputer een gemiddeld verbruik van 15,7 kWh/100 km aan. Dat komt overeen met een reëel rijbereik van bijna 390 km.De uitersten liepen uiteen van ongeveer 10 kWh/100 km op een rit in de stadsrand (goed voor 610 km reëel rijbereik onder die omstandigheden) tot 22 kWh/100 km bij een dynamische rijstijl (275 km reëel rijbereik). Op de snelweg bij 120 km/u verbruikte de Ioniq 3 Long Range 16,5 kWh/100 km, wat overeenkomt met een maximaal rijbereik van 370 km.Een ander pluspunt zijn de schakelhendels achter het stuur, waarmee je de energierecuperatie in drie niveaus kunt instellen. Daarnaast is er een one-pedalmodus.Bidirectioneel laden als optieDe Ioniq 3 heeft standaard een driefasige AC-boordlader van 11 kW. Daarmee duurt een volledige laadbeurt ongeveer 4 uur voor de kleine batterij en 5 uur en 30 minuten voor de grote. Voor 2.000 euro extra kun je de versie met grote batterij uitrusten met een pakket dat een boordlader van 22 kW omvat, waarmee de laadtijd halveert. Je krijgt dan ook de V2L-functie, waarmee je elektrische toestellen van stroom kunt voorzien via een 230V-stopcontact binnen of buiten de auto. Bij gelijkstroomladen (DC) duurt het volgens Hyundai ongeveer 30 minuten om de batterij van 10 tot 80% op te laden. Dat is een normale waarde in dit segment.Aangenaam rijgedragOp elk type weg blijkt deze compacte elektrische Hyundai bijzonder aangenaam om mee te rijden. De wegligging is doeltreffend en evenwichtig, maar de op comfort afgestemde schokdemping laat de koets wat deinen bij een erg dynamische rijstijl. Daardoor voelt de Ioniq 3 iets minder strak aan dan de Volkswagen ID. Polo. Ook mist de besturing wat gevoel.Op hoofdwegen is de geluidsisolatie behoorlijk goed voor zo’n kleine auto. Dat geldt vooral voor de duurdere uitvoeringen, die beschikken over een akoestische voorruit en zijruiten met dubbel glas. Bij de 19-duimsvelgen zit er zelfs geluiddempend schuim in de banden.In de stad is het jammer dat de originele achterruit uit twee delen het zicht naar achteren belemmert. Op regenachtige dagen wordt dat nog vervelender, want deze Hyundai heeft geen achterruitenwisser.Tot slot nog iets over de prijs: die begint bij 29.995 euro voor de Standard Range in basisuitvoering (Select) en loopt op tot 43.695 euro voor de rijk uitgeruste Long Range (N LINE EVO). De tussenversie Long Range in Trend-uitvoering lijkt ons interessant, maar kost toch ook al 38.495 euro. De uitrusting is in alle gevallen correct, maar de prijs loopt snel op.ConclusieMet deze elektrische stadswagen kiest Hyundai resoluut voor een eigenzinnige aanpak. De opvallende look wijkt duidelijk af van wat we doorgaans in dit segment zien. Het resultaat is een originele elektrische stadswagen die toch vertrouwd aanvoelt. Hij scoort immers sterk op praktisch vlak (ruimte achterin, koffer) en rijplezier (comfort, evenwichtige wegligging). Goedkoop is hij niet, maar de verhouding tussen prijs en uitrusting is behoorlijk. Het enige grote minpunt is de afwerking, die naar onze smaak te veel kunststof bevat.De Hyundai Ioniq 3 Long Range in cijfersMotor: synchrone elektromotor, 135 pk/99 kW, 250 NmAandrijving: op de voorwielenVersnellingsbak: enkele verhoudingL/b/h (mm): 4.155/1.800/1.505Leeggewicht (kg): 1.580Koffervolume (l): 441 met achterbank rechtopBatterijtype: NMC, 400 voltBatterijcapaciteit (kWh): 61 bruto, ongeveer 58 bruikbaar0 tot 100 km/u (sec): 9,5Topsnelheid (km/u): 170Rijbereik (WLTP, km): 442 tot 497Verbruik (WLTP, kWh/100 km): 13,7 tot 15,5CO₂: 0 g/kmPrijs: vanaf 33.995 euro (Select)BIV: Vlaanderen: 61,50 euro, Wallonië: 50 euro, Brussel: 75,79 euroVerkeersbelasting: Vlaanderen: 107,16 euro, Wallonië en Brussel: 107,18 euro

door Olivier Maloteaux

Tesla buigt voor Europese kritiek: wat verandert er aan FSD?

Begin deze week had het Technisch Comité van Europa zijn stem moeten uitbrengen over de goedkeuring om Tesla’s FSD (Supervised) al dan niet over het hele continent toe te laten. Maar om voorlopig ongekende redenen werd de agenda gewijzigd. Een definitief oordeel - dat overigens kan inhouden dat het in België weer verboden wordt - werd opgeschort naar ten vroegste december. Het lijkt weinig waarschijnlijk dat er nog voor 2027 verdere uitbreiding komt naast het huidige groepje landen dat via Nederland toelating gaf: België, Estland, Litouwen, Slovenië, Tsjechië, Kroatië en Denemarken. Andere naamDeze EU-leden vertrouwen op de testen van de Nederlandse Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW). Zij legden 13.000 kilometer af met het systeem - een habbekrats tegenover de miljoenen kilometers die traditionele merken vergaren - en analyseerde gemengde data van 1,8 miljoen kilometer, alvorens de weg vrij te maken. Het splitste Europa op in een ja- en een neekamp.Daarbij is het lastig om de houding van sommige landen los te koppelen van hun belangen. Heeft Nederland het pad geëffend omdat de hoofdzetel van Tesla zich in Amsterdam bevindt en lobbyt het daarom voor een volledige goedkeuring? En gaat Duitsland nu toch mee in het aangepaste scenario, omdat het de enige Europese fabriek van het merk op zijn grondgebied heeft? Harde bewijzen daarvoor zijn er niet, maar dat het gewicht in de weegschaal legt, lijdt weinig twijfel.Voorlopig is de toelating dus tijdelijk. Het Europese Technische Comité moet zich uitspreken over de continentwijde verspreiding van FSD (Supervised). Op 6 oktober werd er op Europees niveau gedebatteerd over de zaak, en daarop liet Tesla weten dat het bereid is om alvast de naam te veranderen in Assisted Driving. Meer dan één land tekent bezwaar aan dat het huidige Full-Self Driving nog altijd hard refereert aan autonoom rijden, waardoor de bestuurder de mogelijkheden van de technologie zou kunnen overschatten. Voor deze naamsverwarring is Tesla eerder al veroordeeld, zowel in Europa als in de VS. Daarop werd (Supervised) in haakjes toegevoegd.Kleinere snelheidsmargeOok de Speed Offset-instelling, die snelheidsoverschrijdingen toestaat, wil het merk softwarematig aanpassen. Deze zou veranderen van 50% naar 10%: dus 55 km/u voor zones 50 of 99 km/u voor zone 90. Deze instelling is in strijd met de UN Regulation No. 171 die in Europa van toepassing is: “Het systeem mag de bestuurder niet de mogelijkheid bieden om een standaardmarge in te stellen waarmee de huidige maximumsnelheid de door het systeem vastgestelde snelheidslimiet van de weg overschrijdt.” In België is al gebleken dat zones 30 en de regels in fietsstraten een probleem vormen.Dat Tesla inbindt op deze instelling werd alvast enthousiast onthaald door de Duitse transportminister Steffen Bilger. “Mijn doel is dat Tesla-rijders zo snel mogelijk in de hele EU gebruik kunnen maken van de voordelen van Assisted Driving”, zei hij. Hij voegde eraan toe zich te zullen inzetten dat het systeem op korte termijn in heel Europa wordt goedgekeurd.Groen licht in december?Maar of deze tegemoetkomingen zullen volstaan om de nog weifelende Europese landen over de streep te trekken, valt nog te bezien. Frankrijk, bijvoorbeeld, zit om een heel andere reden in het kamp van de tegenstanders, namelijk omdat hun tests aantoonden dat de boordcamera niet nauwgezet genoeg de aandacht van de bestuurder mat. De Scandinavische landen hebben dan weer een probleem met het feit dat de camera’s van FSD (Supervised), naast de inbreuk tegen de VN-regel, niet al te best overweg kunnen met winterse omstandigheden.Aan de andere kant heeft Tesla ook niet de goedkeuring van alle landen nodig om FSD over heel Europa in actie te krijgen. Een gekwalificeerde meerderheid volstaat. Dat betekent minstens 15 landen die 65% van de Europese bevolking vertegenwoordigen. Als Duitsland mee aan boord kruipt, en Fankrijk houdt vast aan zijn ‘non’ komt er plots veel gewicht op landen als Italië en Spanje te liggen. Of het licht op groen dan wel eerder rood springt, weten we wellicht in december.

door Piet Andries
© Gocar

Geflitst tegen 312 km/u: ontsnapt deze Zwitserse snelheidsduivel aan z’n straf?

Het was een historisch moment: de gendarmes van de Haute-Savoie hadden in hun regio nog nooit zo'n hoge snelheid gemeten. In de nacht van 26 op 27 september werd een Porsche 911 GT3 op de A40 in de vallei van de Arve geflitst tegen 312 km/u, op een plaats waar maximaal 130 km/u is toegestaan. Na toepassing van de technische correctie werd 300 km/u weerhouden. Een waanzinnige snelheid waarbij de bestuurder bijna 87 meter per seconde aflegde tussen alle andere weggebruikers.De ordediensten moesten hem ongeveer tien kilometer achtervolgen voordat ze hem konden stoppen. De bestuurder bleek een 48-jarige Zwitserse manager. Zijn rijbewijs werd ter plaatse ingehouden en zijn Porsche werd in beslag genomen. Ook moest hij een borgsom van 1.500 euro betalen. Sinds eind 2025 geldt een snelheidsovertreding van minstens 50 km/u in Frankrijk vanaf de eerste overtreding als een misdrijf. De bestuurder riskeert maximaal 3.750 euro boete, drie maanden gevangenisstraf en de verbeurdverklaring van zijn auto. In februari 2027 moet hij voor de rechter verschijnen.Toch heeft de Zwitser het geluk dat hij een buitenlander is. Een in Frankrijk opgelegd rijverbod geldt namelijk alleen op Frans grondgebied en hij verliest geen punten, aangezien het Franse puntenrijbewijs alleen voor Franse bestuurders geldt. Een Fransman die tegen dezelfde snelheid wordt geflitst, riskeert dezelfde straffen, verliest sowieso zes punten en zou na zijn passage voor de rechtbank wellicht zijn volledige rijbewijs kwijt zijn. En wie met een 911 GT3 rijdt, zal van een boete van 3.750 euro wellicht niet meteen wakker liggen. Te snel voor de flitserCaradisiac ging voor deze zaak, die intussen heel Frankrijk bezighoudt, te rade bij een in verkeersrecht gespecialiseerde advocaat. Die wijst erop dat mobiele flitsers slechts voor een bepaald snelheidsbereik gehomologeerd zijn. Oudere toestellen gaan vaak tot 250 km/u, terwijl recentere exemplaren doorgaans tot 300 km/u zijn goedgekeurd. De flitser registreerde hier echter 312 km/u. Als het gebruikte toestel niet voor zo'n hoge snelheid gehomologeerd was, zou de geldigheid van de meting voor de rechtbank kunnen worden betwist.Voorlopig gaat het wel alleen om een juridische analyse. Er is nog geen beslissing die de meting ongeldig verklaart. Maar het argument is niet onbelangrijk, zeker omdat de Porsche 911 GT3 afhankelijk van de uitvoering een topsnelheid van ongeveer 318 km/u haalt. De Zwitser reed dus zo goed als plankgas.Belgisch precedentOok België kent zo'n scenario. In oktober 2020 werd een automobilist in Bassenge geflitst tegen 306 km/u, terwijl de snelheidslimiet er 120 km/u bedroeg. De mobiele NK7-flitser was echter slechts gehomologeerd tot 300 km/u. Daardoor werd de gemeten snelheid juridisch onbruikbaar verklaard. De flitser had bovendien de nummerplaat niet gefotografeerd, waardoor de bestuurder zelfs nooit geïdentificeerd werd.En het kan nog straffer. In 2022 werd een bestuurder op een Vlaamse snelweg geflitst tegen 388 km/u, een Belgisch record. Dat was bovendien de gecorrigeerde snelheid, want op de teller zou hij bijna 413 km/u hebben gereden. De federale politie maakte nooit bekend om welke bolide het ging, noch welk juridisch gevolg de zaak uiteindelijk kreeg.Maar zulke gevallen blijven uitzonderingen. Wanneer de bestuurder geïdentificeerd wordt, kan de Belgische justitie bijzonder streng optreden. Een snelheidsovertreding van deze omvang op de snelweg leidt automatisch tot een verschijning voor de politierechtbank, met een rijverbod van acht dagen tot vijf jaar, een boete die kan oplopen tot 4.000 euro en de verplichting om opnieuw examens af te leggen. Ook de verbeurdverklaring van het voertuig behoort tot de mogelijkheden. Voor een vermogende bestuurder kan dat zelfs een veel zwaardere straf zijn dan een geldboete. Sinds 1 juli 2026 zijn de onmiddellijke inningen bovendien met 10 procent gestegen.Het meest sprekende voorbeeld blijft dat van Adil B.H., de Brusselse influencer die zichzelf filmde terwijl hij met meer dan 250 km/u door de tunnels van de hoofdstad reed en daarnaast nog verschillende andere verkeersovertredingen beging. In mei 2025 veroordeelde de Brusselse politierechtbank hem tot 17,5 jaar rijverbod en een boete van 25.600 euro. Dat zou toch aan het denken moeten zetten...

door David Leclercq
© Gocar

Samenwerking Gocar-Fedauto: concrete steun voor Belgische autoprofessionals

Wie een tweedehandsauto zoekt, komt vandaag via een andere deur binnen. De koper stapt niet langer een showroom binnen, maar zet een scherm aan, vergelijkt modellen, filtert op criteria en selecteert al een handvol voertuigen lang voordat hij zich verplaatst. Door die koopgewoontes zijn zoekertjessites de belangrijkste etalage van de sector geworden, een passage waar geen enkele professional nog omheen kan. Maar zo’n digitale etalage kost geld en de tarieven zijn de voorbije jaren fors gestegen. Voor professionals zet dat de marges extra onder druk.Gocar.be en Fedauto willen dat onevenwicht aanpakken met een nieuw soort samenwerking. Garages die bij de federatie aangesloten zijn, krijgen voordelige tarieven voor de publicatie van hun advertenties en hun voorraad wordt prominenter weergegeven op het platform. “Ik geloof sterk in een community van dealers. Die community heeft een platform nodig dat echt ten dienste van hen staat en economisch toegankelijk blijft”, zegt Pascal Van der Biest, algemeen directeur van Gocar.be.De kracht van het getalEen garage alleen legt geen gewicht in de schaal bij een onderhandeling. Maar met enkele honderden garages samen wordt het een ander verhaal. Het hele principe van het akkoord draait om die verschuiving in de machtsverhouding. Door collectief over de voorwaarden voor zijn leden te onderhandelen, bundelt Fedauto wat geen enkele professional alleen zou kunnen verkrijgen en buigt de federatie een onvermijdelijke kost om tot een collectief voordeel. Zo vervult de federatie haar belangrijkste opdracht: wegen op de markt in het voordeel van haar leden.De cijfers tonen hoe groot de inzet is. In 2025 werden in België meer dan 730.000 tweedehandswagens ingeschreven, tegenover iets meer dan 410.000 nieuwe auto’s. Tweedehands is dus goed voor 63,9% van de totale markt, bijna twee op de drie auto’s en negen op de tien inschrijvingen bij particulieren. Achter die volumes staan duizenden onafhankelijke garages die de economie van de sector draaiende houden. Door hen te helpen hun voorraad te verkopen, ondersteunt Gocar.be rechtstreeks hun activiteiten en versterkt het tegelijk zijn positie als tweede B2B-automarktplaats van het land.Ontstaan op het terreinFedauto is een piepjonge federatie, maar maakt daar eerder een troef dan een zwakte van. Ze benadrukt haar directe verankering in de sector. Haar werkterrein gaat bovendien verder dan alleen online zichtbaarheid, want ze wil ook andere kosten voor garages helpen verlagen, van verzekeringen tot energie. “Fedauto is rechtstreeks ontstaan op het terrein en wordt gedragen door professionals die elke dag de problemen ervaren waarvoor ze oplossingen zoeken. We bouwen niet tegen iemand, we bouwen iets voor de autoprofessionals”, benadrukt Ibrahim Yildirim, voorzitter van de federatie.Dit is dus een eerste initiatief om een bijzonder belangrijke economische sector te ondersteunen. Binnenkort volgen er nog andere. 

door David Leclercq
© Gocar

Renault Twingo E-Tech krijgt panoramadak dat niet open kan

De eerste drie generaties van de Twingo konden allemaal uitgerust worden met een groot stoffen schuifdak (er waren ook versies met een glazen schuifdak), voor een cabriogevoel. Ook de nieuwkomer krijgt een panoramadak. Het heet Twingobay, is gemaakt van glas, maar kan niet open. Het is dus gewoon een glazen dak.Flinke dosis lichtHet panoramische glazen Twingobay-dak heeft een oppervlakte van 0,7 m², zowat het volledige dakoppervlak. Het zorgt voor flink wat extra licht in het interieur van de kleine elektrische Twingo en versterkt zo het ruimtegevoel. Aan ruimte is er trouwens geen gebrek, dankzij de verschuifbare achterzetels. Die vinden we ook bij zijn neef, de Nissan Pixo, terwijl de andere verwant, de Dacia Spring, het met vaste zittingen moet stellen.Originele vormOrigineel is dat dit dak niet vierkant of rechthoekig is, maar een semi-ovale vorm heeft die verwijst naar de rondingen van het koetswerk. Aan de onderkant van deze glaspartij is bovendien het grafische alfabet van de Twingo verwerkt, opgebouwd uit pictogrammen in ronde, driehoekige, kruisvormige en vierkante vormen die vanuit het interieur zichtbaar zijn.Dit dak heeft geen zonnescherm en is gemaakt van gelaagd glas dat volgens Renault “99,9% van de uv-straling en ook het grootste deel van de binnenkomende infraroodstraling” zou filteren. Een speciale isolerende laag moet bovendien zorgen voor een hoog thermisch comfort in de auto, zowel in de zomer als in de winter.Redelijke prijsHet glazen Twingobay-dak kan vanaf 13 oktober besteld worden en deze optie kost afhankelijk van het land 550 tot 600 euro. Dat is best schappelijk. Alleen jammer dat dit dak niet open kan, in tegenstelling tot het grote stoffen dak van de Renault 4 E-Tech Plein Sud…

door Olivier Maloteaux

De Mission S is de voorbode van een nieuwe supersportwagen van Porsche met middenmotor

Op 15 oktober toont Porsche een glimps van “een potentieel toekomstig supersportwagenplatform met middenmotor”. Meer info lossen de Stuttgarters voorlopig niet, behalve dat ze bezig zijn aan de ontwikkeling van een nieuw sportwagenmodel, onder de werknaam ‘Mission S’, dat in het gamma boven de 911 zal gezet worden.Elektrisch, met V8 of een combinatie van beide, zoals voorganger 918 Spyder: dat is voorlopig nog koffiedik kijken. Duidelijk is echter wel dat nieuw algemeen directeur Michael Leiters de dalende winstcijfers wil counteren met dit soort producten.In 2025 verkocht Porsche wereldwijd net geen 280.000 auto’s, een daling tegenover de meer dan 300.000 van enkele jaren eerder. Op een omzet van 36,2 miljard euro maakte het 413 miljoen euro winst. Dat is minder dan een tiende van het jaar voordien.Minder verkopen, meer verdienenLeiters wil dat Porsche zelfs met een theoretische jaarverkoop van minder dan 200.000 stuks nog winstgevend is. Minder verkopen en tegelijk meer verdienen, dus. Zo staat het in zijn zopas gepresenteerde toekomstplan onder de naam ‘Sportwagenschmiede ‘35’ (Duits voor: sportwagensmederij).De winstmarges moeten dus opnieuw drastisch omhoog, door het geld te halen waar het zit: bij de allerrijksten, die bij merken als Ferrari en Rolls-Royce winkelen.Onder andere een supersportwagen met een prijs die hoger ligt dan die van de 911, moet die markt bespelen. Met topversies van de 911 die al voor meer dan 250.000 euro de deur uit gaan, zonder opties, schetst het al een idee van de prijs. Waarschijnlijker lijkt dat de nieuwe supersportwagen minstens zoveel zal kosten als Porsche destijds factureerde voor de 918 Spyder, de voorganger van anderhalf decennium geleden. Dat was toen zo’n 800.000 euro.Nog nieuwe modellen op komstHet zal niet de enige toevoeging zijn aan het Porsche-gamma. Tijdens een investeerdersdag deze week kondigde Leiters ook uitbreiding aan in de hogere regionen van het zogenaamde D- en E-segment. Het gaat om de categorieën van de Panamera, Cayenne, Macan en Taycan. Dat de Duitse fabrikant sleutelt aan een zevenzits-SUV, groter dus dan de Cayenne, was al bekend. Die draagt de interne codenaam K1 en is vooral bedoeld voor de Amerikaanse markt.Daarnaast kondigt Porsche nu ook een tweede compacter SUV-model aan naast de elektrische Macan, met verbrandingsmotoren of plug in-hybride-aandrijflijn. Het is niet duidelijk of het hier om een volledig nieuwe auto gaat, of om een ombouw van de huidige of zelfs vorige Macan. Duidelijk is alvast wel dat Porsche niet al zijn ballen op EV’s wil zetten, ook al heeft die categorie vandaag de wind in de zeilen door de hoge olieprijzen.Voor de opvolger van de 718 Boxster en Cayman houdt het wel vast aan zijn strategie, door enkel een elektrische aandrijflijn aan te bieden. Die modellen hadden er al lang moeten zijn, maar worden nu beloofd voor 2028.Tegelijk gaan de Zwaben snoeien in hun aanbod, al is niet specifiek duidelijk hoe. Duidelijk is in elk geval dat ze 20% minder modelvarianten willen.Hogere winstmarges op optiesExtra verdienen wil Porsche ook door nog uitgebreidere personaliseringsmogelijkheden, die ook bij de Britse en Italiaanse luxemerken disproportioneel veel geld in het laatje brengen. Liefst 20% wil Porsche extra verdienen op zijn topmodellen aan de hand van meer kleuren, stoffen en andere afwerking.Ook de verkoop van huistuningkits van dochteronderneming Manthey Racing moet omhoog. Porsche verhoogt daartoe zijn aandeel tot tweederde.Naast dat alles staan ook besparingen: 20% in de ontwikkelingskosten, 30% op het personeel en 10% op de materiaalkost in de productie. Op de directie wordt liefst 40% bespaard op middellange termijn. Het komt bovenop de al eerder aangekondigde duizenden afvloeiingen.

door Hans Dierckx
© Gocar

Tweedehands: Belgische markt krimpt en betaalbare elektrische auto’s zijn nu al schaars

Sinds de crisis van 2020 is de markt voor tweedehandswagens in België blijven groeien. En dat is logisch: in onzekere tijden – ook wat belastingen en lage-emissiezones betreft – zijn consumenten voorzichtiger en letten ze beter op hun uitgaven. Dat verklaart de instorting van de markt voor nieuwe auto’s, maar ook de goede gezondheid van de tweedehandsmarkt in de voorbije maanden. Behalve sinds begin 2026. In de eerste negen maanden van 2026 werden volgens mobiliteitsfederatie TRAXIO 537.864 tweedehandswagens ingeschreven, een daling van 3,3% tegenover 2025. Die terugval moeten we wel relativeren, want volgens de federatie blijft de markt dynamischer dan in 2023.De particuliere markt wordt elektrischDe tweedehandsmarkt blijft voor 91,2% een zaak van particulieren. Maar die particulier koopt niet meer zoals vroeger. Hij vergelijkt verschillende aandrijflijnen en financieringsformules en kijkt vooral scherp naar de maandelijkse kosten, een teken dat het leven moeilijker is geworden. Verkopers zien dat in de praktijk: dossiers worden vaker afgesloten onder opschortende voorwaarde, het aankoopproces duurt langer en de behoefte aan advies was nooit groter. Toch wijst niets daarvan erop dat kopers hun aankoop uitstellen. De klant haakt niet af, maar dekt zich in. En staat de juiste auto voor de juiste prijs klaar, dan valt de beslissing snel.Maar er speelt nog een andere opvallende factor: de forse stijging van de brandstofprijzen van de voorbije maanden heeft een effect gehad dat maar weinigen verwacht hadden. Ze duwt particulieren richting de elektrische auto, die goedkoper is in gebruik (tenminste als je thuis oplaadt). Het aandeel batterij-elektrische modellen op de tweedehandsmarkt is in één jaar gestegen van 4,1% naar 6,0%. Tweedehandswagens worden veel sneller verkocht, waardoor sommige betaalbare elektrische modellen moeilijk te vinden zijn.Dat beginnende tekort is verrassend. Bedrijven brengen immers heel wat auto’s op de markt. Die stroom zou moeten volstaan om aan de vraag van particulieren te voldoen. Toch gebeurt het omgekeerde. TRAXIO stelt vast dat het aanbod nog altijd groter is dan de vraag. Hoe kan dat? In werkelijkheid zijn de auto’s die uit leasing komen niet degene die gezinnen zoeken. Wie met een bedrijfswagen reed, koos vaak voor een grote berline of SUV. Die blijven als tweedehandswagen te duur. De particulier wil een kleine, betaalbare elektrische auto. Maar die is er niet (of veel te weinig).Verouderend wagenparkUiteraard blijft benzine in 2026 dominant (55,9%), terwijl diesel verder wegzakt (22,1%). Het aandeel van hybride stijgt naar 15,4%. Opvallend is ook dat ondanks de opmars van elektrische auto’s de gemiddelde leeftijd van het wagenpark verder stijgt tot 10 jaar en 2 maanden. Dat betekent dat een aanzienlijk deel van het tweedehandswagenpark uit zeer oude voertuigen bestaat. Gezien de inflatie zal dat wellicht niemand verbazen...In deze voorzichtige markt kiest de Belgische koper voor vertrouwde namen. Volkswagen blijft over negen maanden het meest verkochte tweedehandsmerk, ruim voor BMW en Mercedes. Peugeot en Opel vervolledigen de top van het klassement. Bij de modellen is de rangschikking sinds 2025 niet veranderd. De Volkswagen Golf voert nog altijd de lijst aan met 20.925 inschrijvingen, gevolgd door de Volkswagen Polo en de Opel Corsa. De BMW 3 Reeks en 1 Reeks vervolledigen de top vijf. Het gaat om betrouwbare compacte auto’s en stadswagens die gemakkelijk door te verkopen zijn en hun waarde goed behouden.

door David Leclercq
© Gocar

Winterbanden 2026-2027: welke zijn de beste en welke kun je beter vermijden?

ADAC en TCS hebben voor 2026-2027 32 winterbanden in twee maten uitgebreid getest. De winnaar verschilt per maat: Continental en Pirelli. Onderaan de rangschikking worden heel wat banden afgeraden. Op nat wegdek loopt het verschil in remafstand tussen de beste en slechtste band op tot bijna 18 meter. In België zijn winterbanden niet verplicht, maar het wisselseizoen is begonnen en de agenda's van bandencentrales lopen snel vol. Tijdig reserveren is dus aangewezen.De zomer van 2026 en zijn hittepieken liggen nog vers in het geheugen. Winterbanden bovenhalen lijkt daardoor bijna absurd. Maar een bloedhete zomer betekent natuurlijk niet dat januari geen vrieskou kan brengen. Ook België blijft gevoelig voor periodes met vorst, sneeuw en ijzel. De echte vraag is dus niet zozeer óf je aangepaste banden nodig hebt, maar welke je moet kiezen. Veelrijders die jaarlijks meer dan 20.000 kilometer afleggen, hebben er alle belang bij om voor een specifieke winterband te kiezen. Wie minder rijdt, kan een vierseizoenenband overwegen. Enkele weken geleden brachten we al in kaart welke modellen daar het best uit de test kwamen.Dit jaar kozen de teams van ADAC en TCS (Touring Club Suisse) twee heel verschillende bandenmaten: 185/65 R15 voor stadsauto's en 225/50 R17 voor compacte middenklassers en middelgrote berlines. Voor de eindscore weegt rijveiligheid voor 70% door, terwijl de milieubalans 30% van het resultaat bepaalt.Voor stadsauto'sBij de bandenmaat 185/65 R15 loopt het deelnemersveld uiteen van zeer goed tot ronduit gevaarlijk. Slechts twee banden krijgen de beoordeling 'zeer aanbevelenswaardig’. De Continental WinterContact TS 870 voert de rangschikking aan met een eindscore van 66%, dankzij de beste rijveiligheid van het hele deelnemersveld en de beste prestaties op droog wegdek. De Michelin Alpin 7 volgt met 60% en overtuigt vooral door zijn evenwichtige prestaties.Daarachter volgt een groep van vijf 'aanbevolen' banden die dicht bij elkaar liggen, met opvallend genoeg ook een Chinese band: de Linglong Sport Master Winter. Hoe verrassend het ook klinkt, de Chinese bandenfabrikanten boeken duidelijk vooruitgang. De Linglong eindigt vierde, met dezelfde eindscore als de Hankook, toch een gevestigde waarde. Ook Goodyear, Optimo en GT Radial krijgen het oordeel 'aanbevolen', zonder echt uit te blinken.Vervolgens wijst ADAC op een reeks banden die nog altijd worden aanbevolen, maar met voorbehoud vanwege zwakkere veiligheidsscores. Opvallend is dat ook daar bekende namen tussen zitten, zoals Nokian, Vredestein en Kumho. Onderaan de tabel bevestigen enkele goedkope Chinese banden hun wisselvallige reputatie. De Rockblade Rock 868S is daarvan het beste voorbeeld. Hij haalt met 80% weliswaar de beste score van allemaal op sneeuw, maar zakt op nat wegdek volledig door het ijs met 0%. Daardoor eindigt hij helemaal laatste. Eén sterke eigenschap maakt nu eenmaal nog geen goede winterband.Beter op 17 duim?Voor het tweede deel van de test verandert niet alleen de bandenmaat, maar ook de rangschikking. In 225/50 R17 ligt het algemene niveau hoger: vier banden krijgen het oordeel 'zeer aanbevelenswaardig', tegenover slechts twee bij de kleinere maat.De winnaar is de Pirelli Cinturato Winter 3, een relatief nieuw model in het segment. Hij eindigt bovenaan met 66% en haalt vooral de beste score op nat wegdek van de hele test: 76%. Daarmee lijkt hij bijzonder geschikt voor onze contreien, waar regen en vocht veel vaker voorkomen dan sneeuw.De Continental WinterContact TS 870 bevestigt zijn sterke reputatie met 64%. Op de derde plaats staat de Goodyear UltraGrip Performance 3, die over de hele lijn goed presteert. Daarna volgt de Michelin Alpin 7, die op nat wegdek met 76% dezelfde score haalt als de Pirelli. Toch blijft de Pirelli over het geheel genomen de meest complete band van het deelnemersveld. De modellen van Hankook, Yokohama, Vredestein, Dunlop, Bridgestone en ESA+Tecar bevinden zich in de middenmoot zonder echt uit te blinken.Onderaan de rangschikking wordt het verdict een stuk harder, ook voor merken als Falken en Toyo. De laatste vier banden – allemaal van Chinese makelij – zijn duidelijk te vermijden, met scores van amper 4% tot zelfs 0%.Premium of budget?Opnieuw tonen de tests van ADAC en TCS aan dat goedkope banden vaak het minst betrouwbaar presteren. Betekent dit dat je noodzakelijk veel geld moet uitgeven? Niet per se. Bij de banden voor stadsauto's bewijst Linglong dat de verhoudingen aan het veranderen zijn.Dat was trouwens ook een belangrijke les uit onze test van vierseizoenenbanden: een band kan de beste levensduur bieden en tegelijk helemaal onderaan eindigen voor veiligheid. Het totaalplaatje telt, niet één indrukwekkend cijfer op de technische fiche. Veiligheid blijft dan ook het belangrijkste criterium bij de aankoop. Dat blijkt duidelijk uit de verschillen in remafstand: tussen de beste en slechtste band zit bijna 18 meter. Dat cijfer spreekt voor zich.Tijdig een afspraak makenIn tegenstelling tot verschillende buurlanden verplicht België automobilisten niet om winterbanden te monteren. De keuze blijft dus aan de bestuurder. Het wisselseizoen is intussen wel begonnen en bandencentrales zien hun agenda's snel vollopen. Wie nu een afspraak maakt, vermijdt de rush zodra de eerste vrieskou toeslaat. Op tijd reserveren is dus geen overbodige luxe.TABEL 1 – Maat 185/65 R15 88T (bron: TCS 2026)RangModelEindscoreVeiligheidsscoreWinterscoreSlijtagescoreBeoordeling TCS1Continental WinterContact TS 87066 %70 %64 %54 %Zeer aanbevelenswaardig2Michelin Alpin 760 %64 %62 %52 %Zeer aanbevelenswaardig3Hankook Winter i*cept RS348 %52 %60 %42 %Aanbevelenswaardig4Linglong Sport Master Winter48 %48 %48 %46 %Aanbevelenswaardig5Optimo Winter Touring OW4146 %48 %60 %44 %Aanbevelenswaardig6Goodyear UltraGrip Performance 344 %42 %68 %50 %Aanbevelenswaardig7GT Radial WinterPro2 Evo40 %40 %54 %46 %Aanbevelenswaardig8Bridgestone Blizzak LM 00534 %46 %52 %34 %Aanbevelenswaardig onder voorbehoud9Nokian Tyres Snowproof 234 %34 %64 %48 %Aanbevelenswaardig onder voorbehoud10Vredestein Wintrac34 %34 %68 %44 %Aanbevelenswaardig onder voorbehoud11Barum Polaris 634 %34 %74 %46 %Aanbevelenswaardig onder voorbehoud12Kumho WinterCraft WP52+32 %32 %70 %64 %Aanbevelenswaardig onder voorbehoud13Viking WinTech NewGen32 %32 %68 %46 %Aanbevelenswaardig onder voorbehoud14Sunny Winter-Max NW61114 %14 %62 %56 %Niet aanbevelenswaardig15Atlas Polarbear HP0 %0 %50 %56 %Niet aanbevelenswaardig16Rockblade Rock 868S0 %0 %80 %48 %Niet aanbevelenswaardigTABEL 2 –  Maat 225/50 R17 98V (bron : TCS 2026)RangModelEindscoreVeiligheidsscoreWinterscoreSlijtagescoreBeoordeling TCS1Pirelli Cinturato Winter 366 %68 %62 %60 %Zeer aanbevelenswaardig2Continental WinterContact TS 87064 %66 %62 %60 %Zeer aanbevelenswaardig3Goodyear UltraGrip Performance 362 %58 %58 %82 %Zeer aanbevelenswaardig4Michelin Alpin 760 %58 %76 %68 %Zeer aanbevelenswaardig5Bridgestone Blizzak 658 %58 %58 %66 %Aanbevelenswaardig6Hankook Winter i*cept RS356 %58 %58 %54 %Aanbevelenswaardig7ESA+Tecar Supergrip Pro256 %52 %52 %68 %Aanbevelenswaardig8Dunlop Winter52 %42 %68 %88 %Aanbevelenswaardig9Yokohama BluEarth Winter V90648 %48 %48 %72 %Aanbevelenswaardig10Vredestein Wintrac Pro+48 %48 %60 %46 %Aanbevelenswaardig11Falken Eurowinter HS02 Pro14 %14 %14 %42 %Niet aanbevelenswaardig12Toyo Tires Observe EWS14 %4 %4 %78 %Niet aanbevelenswaardig13Tracmax Ice-Plus S2102 %2 %4 %62 %Niet aanbevelenswaardig14Aptany RW2112 %2 %76 %50 %Niet aanbevelenswaardig15Royal Black RoyalWinter UHP0 %0 %54 %82 %Niet aanbevelenswaardig16Sunwide Snowide0 %0 %84 %58 %Niet aanbevelenswaardig

door David Leclercq

Jaguar Type 01: radicale stijlbreuk is een riskante gok

Nadat Jaguar deze zomer al het interieur onthulde, krijgen we nu eindelijk ook het koetswerk van zijn nieuwe model te zien: de elektrische Type 01. De constructeur kiest bewust voor provocatie, met een uitgesproken design dat de tongen moet losmaken en het merk nieuw leven moet inblazen. Daarbij mikt Jaguar vooral op een nieuwe, minder traditionele klantenkring.Een gewaagde gok, net als die van Ferrari met de Luce, waarvan de verkoop nochtans goed gestart is. Maar Jaguar moest wel íéts ondernemen. Het merk, dat in 2008 werd overgenomen door de Indiase Tata-groep, verkeerde de voorbije jaren immers in een soort kunstmatige coma. Jaguar stopte zelfs met de verkoop van nieuwe auto's in Europa, waardoor de dealers vooral moesten overleven dankzij zustermerk Land Rover. De groepsleiding omschreef die situatie als een strategische pauze.Om Jaguar opnieuw op de rails te krijgen, vindt topman Rawdon Glover dat kleine aanpassingen niet volstaan. Hij kiest resoluut voor een totale breuk met het verleden. Dat betekent een bijzonder eigenzinnige vormgeving én de volledige overstap naar elektrische aandrijving.Monolithisch designTerwijl verschillende constructeurs tegenwoordig teruggrijpen naar hun verleden met nostalgisch vormgegeven modellen, kiest Jaguar precies de tegenovergestelde richting. Vergeet de elegante rondingen van de E-Type of de tijdloze klasse van de eerste XJ: Jaguar maakt komaf met het verleden en presenteert een auto die op geen enkel ander model lijkt. De inspiratie komt rechtstreeks van de bijzonder controversiële Type 00-conceptcar, die eind 2024 werd voorgesteld.De productieversie krijgt wel twee extra achterdeuren. Het koetswerk, dat voor meer dan 70% uit aluminium bestaat, is maar liefst 5,23 meter lang, 2,17 meter breed en amper 1,40 meter hoog. Dat geeft deze Jaguar het gedrongen, gespierde silhouet van een berline-coupé, die bovendien op indrukwekkende 23-duimsvelgen staat.De Type 01 oogt eerder intimiderend dan elegant. Vooraan domineert een hoge, massieve neus zonder traditioneel radiatorrooster, dat plaatsmaakt voor actieve luchtkleppen. Smalle ledlichten versterken het futuristische karakter. Ook de achterkant is op zijn zachtst gezegd verrassend. Net als de Polestar 4 Coupé heeft deze Jaguar geen klassieke glazen achterruit. Klanten kunnen kiezen tussen glanzende koetswerkkleuren en satijnafwerkingen, die het massieve, bijna monolithische karakter van de Type 01 nog extra benadrukken. Volledig nieuw elektrisch platformMet een schone lei beginnen betekende ook dat Jaguar een volledig nieuw platform moest ontwikkelen. Daarbij werden meer dan 360 patenten aangevraagd. De Type 01 beschikt over drie elektromotoren, die samen maar liefst 1.030 pk en een maximumkoppel van 1.365 Nm leveren. Ze worden gevoed door een 850V-batterij met een bruikbare capaciteit van 118 kWh. Jaguar belooft een theoretisch rijbereik van 640 kilometer volgens de Amerikaanse EPA-norm. De sprint van 0 naar 100 km/u zou slechts 3,2 seconden duren.Straks ook een elektrische SUVIn Europa staan de eerste leveringen van de Type 01 gepland voor mei 2027. De vanafprijs zou rond 165.000 euro liggen. Daarmee komt deze Jaguar onder meer tegenover de Mercedes-AMG GT 4-deurs Coupé te staan. Om de aanzienlijke ontwikkelingskosten terug te verdienen, wil Jaguar het nieuwe platform ook voor andere modellen gebruiken. Zo wordt er gesproken over een elektrische SUV, waarvan de ontwikkeling al behoorlijk ver gevorderd zou zijn.Ook dat model zou radicaal breken met de traditionele designregels van Jaguar …

door Olivier Maloteaux
© Gocar

JUL: hoe drie Belgen de gocart willen ombouwen tot een elektrische racemachine

We kennen allemaal de gocart, dat trapvoertuig dat onlosmakelijk verbonden is met vakanties aan zee. Je huurt er eentje voor een uurtje op de dijk, tussen twee regenbuien door. Hij is evenzeer levend erfgoed van de Belgische kust als de wafel en de wind. Niemand staat stil bij zijn geschiedenis. Toch duiken de eerste sporen van dit soort voertuig al in 1924 op, wanneer de Fransman Charles Mochet de vélocar bedenkt, een soort hybride die een goedkoop en praktisch alternatief moest bieden tussen de fiets en de auto. Maar het is in 1927 dat de gocart zoals we hem vandaag kennen echt vorm krijgt. Precies een eeuw later dreigde die honderdste verjaardag volledig onopgemerkt voorbij te gaan. Er was geen enkele viering en geen enkel project rond deze intussen door en door Belgische voertuigen. Tot drie liefhebbers een ietwat gek idee kregen: dit symbool van zorgeloos luieren aan zee ombouwen tot een echte elektrische racemachine en hem opnemen in een heus kampioenschap.Drie Belgen, één ideeHet oorspronkelijke idee komt van Pascal Witmeur. Hij is geen onbekende in de Belgische autosport. In de jaren tachtig en negentig reed hij de 24 Uren van Le Mans en Spa, waarna hij reclamemanager werd bij Peugeot België. Hij is ook de man achter de waanzinnige Peugeot 806-racewagen die in 1995 in Spa aan de start verscheen. Rond hem staan Philippe Quatennens, een ondernemer die goed bekend is in de automedia, en Bernard Maerevoet, ingenieur en goede vriend van vele jaren. Eén ambitie brengt hen samen: van de gocart iets competitiefs maken.3D-geprintHet idee was duidelijk: een voertuig dat we met vakanties associëren de looks van een echte racewagen geven. Het resultaat kreeg een voornaam: JUL. Alles begon met een ‘gocart 2.0’ die met behulp van artificiële intelligentie getekend werd en daarna door een grafisch ontwerper verfijnd werd tot het silhouet vastlag. Het koetswerk komt uit een 3D-printer die vierhonderd uur nodig had om het enige prototype te produceren. Dat gestroomlijnde koetswerk rust op een chassis met echte ophanging, ontworpen volgens dezelfde principes als een racewagen. Het hart van het systeem is dan weer Frans, want het bedrijf Cixi levert het elektronische pedaalsysteem. Aan Belgische kant maakt Qarts het team compleet, de enige fabrikant van gocarts in ons land. Het atelier in het West-Vlaamse Oostkamp ontwerpt en assembleert zijn voertuigen al bijna twintig jaar met de hand, eerst onder de naam T&T Quality Go-Carts en later als Qarts. Het bouwde zijn reputatie op met gocarts die volgens het bedrijf onverwoestbaar zijn en gemaakt voor intensief gebruik. Het leverde ook al de kleine karts die vorig jaar de openingsrace van de Zoute Grand Prix reden. Het is dan ook geen verrassing dat Qarts betrokken is bij een project dat Belgisch erfgoed met autosport wil verenigen.Trappen tegen 50 km/uDe JUL lijkt op speelgoed, maar is dat niet. Hij neemt het principe van de speedpedelec over, de snelle elektrische fiets, maar gaat nog een stap verder. Terwijl een speedpedelec rond enkele honderden watt blijft steken, levert de JUL tot 6,8 kW. De ondersteuning stopt bij 45 km/u, zoals de regels voorschrijven, maar door stevig door te trappen haal je 50 km/u of zelfs meer. Vanaf dan bepalen je benen de limiet. De piloot beheert zijn energie via drie niveaus – low, medium en high – en moet rekening houden met het rijbereik van de batterij, dat vandaag nog niet volledig bekend is. De definitieve versie van het voertuig is namelijk voor het einde van het jaar gepland. Maar volgens Philippe Quatennens hoeft dat geen probleem te zijn, want de batterijen zijn verwisselbaar. Een snelle pitstop volstaat om met een volle batterij weer te vertrekken.Een start zoals in Le MansHet uitgangspunt is dus niet om zoveel mogelijk exemplaren van de JUL te verkopen, maar om mooie races te organiseren. Het project mikt op een volledig kampioenschap, met een eerste grand prix aan de voet van het Atomium, een tweede volgend jaar in de straten van Knokke tijdens de Zoute Grand Prix 2027 en daarna misschien Zolder in november 2027. De wedstrijden duren vier uur en in Zolder mogelijk acht uur. De sfeer is duidelijk: die van de gold racing days uit de jaren zeventig, met een start in Le Mans-stijl waarbij de piloten de piste al lopend oversteken voor ze in hun voertuig springen. “Het doel is niet om dankzij de machine te winnen, maar om leuke races te creëren”, vat Quatennens samen.Het reglement moet nog geschreven wordenHet JUL-project is veelbelovend en staat al ver, maar nog niet alles ligt vast. Aan het sportreglement wordt nog gewerkt. De definitieve versie wordt op 20 december verwacht, tegelijk met de productieversie van de JUL. Ook de technische controle ligt nog niet vast en de eerste deelnemers zijn nog niet bevestigd. De initiatiefnemers klopten ook aan bij de RACB, dat een nieuwe discipline zou kunnen creëren: de E-Pedal Car Challenge. De aankoopprijs bedraagt 18.500 euro. Daarnaast komt er een leaseformule over drie jaar, maar de voorwaarden daarvan liggen nog niet vast. Met de Belgische wielergekte in het achterhoofd zullen grote namen als Eddy Merckx, Tom Boonen en Philippe Gilbert, maar ook de toppers van vandaag, dit idee wellicht onweerstaanbaar vinden. We zijn benieuwd.

door David Leclercq
© Gocar

Oldtimer van de week: Alfa Romeo Montreal, echt te vermijden?

Waarom draagt een Italiaanse auto in hemelsnaam de naam van een Canadese stad? Om dat te begrijpen, gaan we terug in de tijd, naar de Wereldtentoonstelling van Montréal in 1967. Alfa Romeo krijgt de opdracht om er een auto voor te stellen die het beste van de autowereld belichaamt. Het merk heeft amper negen maanden om het project tot een goed einde te brengen. Marcello Gandini van Bertone neemt het project onder zijn hoede en tekent een lage, spectaculaire coupé op basis van de Giulia Sprint GT. Er worden twee prototypes gebouwd. Onder de motorkap doet de bekende 1.6 bialbero-viercilinder opnieuw dienst. Een erg bescheiden motor voor zo’n fraai koetswerk? Het maakt niet uit: het publiek is dolenthousiast en Alfa denkt al snel aan serieproductie.De productieversie verschijnt op het Autosalon van Genève van 1970. De verhoudingen zijn licht gewijzigd, maar de essentie blijft behouden, met de koplampen onder beweegbare ‘oogleden’, de valse NACA-luchtinlaat op de motorkap, de arendsneus en de afgeknotte achterkant met twee uitlaatpijpen. Wat een design! En het beste moet nog komen: onder de motorkap heeft de viercilinder plaatsgemaakt voor een fantastische V8, die volgens Alfa Romeo afgeleid is van de racerij, meer bepaald van de Tipo 33.De ziel van een racewagen?Die V8 is een bijzonder stukje techniek: motorblok en cilinderkoppen in lichtmetaal, vier bovenliggende nokkenassen, een dry-sump-smering en SPICA-injectie. Hoewel hij maar 2,6 liter groot is, zijn de officiële cijfers voor die tijd bijzonder indrukwekkend: 200 pk, bijna 220 km/u en 7,6 seconden om van 0 naar 100 km/u te sprinten. De technische fiche bevat nog meer goed nieuws, zoals een sperdifferentieel en een ZF-vijfbak.Een flopOp papier heeft de Alfa Romeo Montreal alles om te verleiden. En in de praktijk? Dat is niet helemaal hetzelfde verhaal, zoals we hieronder zullen zien. Ook de geopolitieke context zit tegen. De oliecrisis van 1973 helpt uiteraard niet om zo’n gulzige coupé te verkopen, die bovendien al benadeeld wordt door zijn hoge prijs. In 1977 valt het doek, nadat minder dan 4.000 auto’s gebouwd werden. De Montreal blijft een voetnoot in de geschiedenis van Alfa, terwijl hij net het vlaggenschip had moeten worden. De ultieme ironie? De auto is nooit officieel verkocht in Canada… En dus ook niet in Montréal!Rijden: een kleine teleurstelling?Het uiterlijk en de technische specificaties beloven veel. Op papier tenminste. Maar op de weg lost de Montreal de verwachtingen niet helemaal in… De oorzaak? Zijn Giulia-basis: de indirecte besturing, de forse koetswerkbewegingen en de starre achteras bieden niet de precisie en levendigheid waarop we gehoopt hadden. Uiteraard helpen versleten ophangingsonderdelen ook niet…En de V8? Dat is uiteraard het pronkstuk: soepel en gretig klimt hij in de toeren met een geluid dat wat aan NASCAR-V8-motoren doet denken, maar dan nog verfijnder. De vijfbak staat hem perfect bij en deze motor tovert een glimlach op je gezicht… ook al vraag je je af of het officiële vermogen niet wat optimistisch is…In het interieur bundelen de twee grote instrumentenclusters een heleboel informatie en de zetels zetten vooral in op comfort. De achterplaatsen van deze 2+2 kun je dan weer beter als een uitbreiding van de koffer beschouwen.Goed om te weten voor je kooptVandaag boezemt de Montreal angst in. Waarom? Net als bij sommige Maserati’s en Triumphs doet vooral zijn injectie mensen huiveren. Laten we die reputatie eerst wat relativeren: de SPICA-injectie is op zich geen ramp. Ja, ze vraagt een nauwkeurige timing en een correcte afstelling door een specialist die het model goed kent. En zulke specialisten liggen uiteraard niet voor het rapen. Maar zodra alles goed staat, werkt het systeem naar behoren.Uiteraard moet je meer controleren dan alleen de injectie. Een ander pijnpunt zijn de lagers van de waterpomp: als die het begeven, kunnen water en olie zich vermengen. En vervangen is een flinke klus… Kortom: zoek naar ‘mayonaise’ in de olietank. Daarnaast kan het stuurhuis barsten, maar er is gelukkig ook goed nieuws: de V8 is sterk zolang je hem correct onderhoudt en met de nodige zorg rijdt.Hou de oliedruk goed in de gaten en luister naar de distributiekettingen, die niet mogen ratelen. Je raadt het al: ook een volledige revisie van de V8 vergt een veel groter budget dan die van een Alfa-viercilinder… En dan hebben we het nog niet eens over bepaalde specifieke onderdelen, die soms onvindbaar of verschrikkelijk duur zijn. Uiteraard is er ook roest, die flink kan huishouden, al was de roestbescherming die Bertone aanbracht voor die tijd best degelijk.Vergeet tot slot niet dat deze auto’s lange tijd uit de gratie waren: haastige restauraties en amateuristisch knutselwerk zijn dus niet uitgesloten… En dan dreig je in een eindeloze spiraal terecht te komen om de auto weer in orde te krijgen. Meer dan ooit geldt: zoek eerst de juiste mecanicien en daarna pas de auto, en neem hem mee om het exemplaar dat je op het oog hebt grondig te onderzoeken.Hoeveel kost hij?Nog niet ontmoedigd? Dan is er goed nieuws: ondanks een forse prijsstijging sinds de jaren 2010 blijft de Montreal relatief redelijk geprijsd gezien zijn geschiedenis en zeldzaamheid. Heel wat advertenties zitten tussen 60.000 en 90.000 euro. Let op: dat zijn vraagprijzen, niet noodzakelijk de bedragen waarvoor de auto’s effectief verkocht worden. Afhankelijk van het exemplaar en hoelang hij al te koop staat, valt er misschien nog te onderhandelen…Zijn we verkocht?Het is moeilijk om niet te vallen voor zijn looks en V8… Maar je moet het beest wel aankunnen… en dan hebben we het niet alleen over zijn marktwaarde. Kortom, de Montreal is het archetype van de Italiaanse GT uit de jaren zeventig: ultraverleidelijk en boordevol energie, maar niet gemakkelijk te temmen en te onderhouden… Ik zou maar wat graag aan dit avontuur beginnen, maar mijn portefeuille denkt daar heel anders over.Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA

door François Piette

Studie: in deze auto’s werkt spraakbediening het best 

Het was Mercedes dat in 1996 met Linguatronic op de S-Klasse spraakbediening introduceerde in het auto-interieur. Met vallen en opstaan is de technologie ondertussen volwassen geworden. Waar je vroeger een vooraf vastgelegd commando strak moest uitspreken, snappen de systemen van vandaag meestal ook bestuurders die hun taal niet zo nauw nemen. Sommige wagens horen zelfs vanuit welke zetel het bevel komt: vraagt de bijrijder de zetelverwarming, dan warmt zijn zetel op, niet die van de bestuurder. Dat spraakcommando’s steeds meer aan invloed winnen, heeft verder te maken met de introductie van knoppenvrije interieurs, en niet te vergeten: de steeds strengere boetes rond smartphonegebruik. De stem moet het overnemen van de vinger. Maar werkt dat wel?Veertig auto’s getestExperten van het Duitse ADAC bogen zich over een vloot van veertig wagens en gaven hen commando's in drie categorieën: licht en zicht, klimaatregeling en infotainment. In totaal ging het om achttien taken. Zestien wagens, minder dan de helft dus, kregen een goed eindoordeel, veertien een bevredigend, zeven een voldoende en drie een onvoldoende. Aan de top staat de BMW 5 Reeks, die zestien van de achttien opdrachten correct uitvoerde. toch betekent dit niet dat elke BMW de beste verstaander is. De nieuwe iX3 zit bijvoorbeeld in de groep met een bevredigend resultaat. Andere toppers zijn de Ford Capri, Lynk & Co 08, Mazda CX-5, Mercedes CLE en CLA EQ, Nio EL8, Nissan Leaf, Skoda Elroq en Superb, Smart #5, Volvo EC40 en ES90 en de Volkswagen Golf en ID.7. De meeste modellen zitten in de middenmoot (bevredigend en voldoende). En helemaal onderaan? Daar vind je de Suzuki e-Vitara, de eerste volwaardige elektrische cross-over van het merk, die amper drie uitgevoerde opdrachten aankon. Ook Dacia, Belgiës bestverkochte merk onder particulieren, scoorde slecht. De verklaring daarvoor is dat de knop bij het budgetmerk de smartphone bedient, niet de auto zelf.Veiligheid achteropWat je vraagt aan je auto maakt ook een heel verschil. Van de hele vloot konden er maar vier het dimlicht per stem inschakelen en twee de ruitenwissers. De alarmlichten? Niet één. In de categorie zicht en assistentie kreeg vrijwel het hele veld een onvoldoende, met de BMW 5 Reeks als enige uitschieter. De conclusie is dus dat spraakbediening goed werkt voor infotainment, maar tekortschiet als het om veiligheid gaat. Daar is dus werk aan de winkel. Ook bij de rijhulpsystemen mangelt het systeem. Bij 32 auto’s kun je ze niet uitzetten via de stem, terwijl bestuurder dit net heel vaak doen en dat wel mogelijk is via de menu’s van het infotainment. Dat kost tik- en zoekwerk dat vaak tijdens het rijden gebeurt.Bij infotainment scoort de stem uitstekend: 35 van de 40 wagens halen daar een goede of zeer goede beoordeling. Adresingave, een telefooncontact bellen of een zender opzoeken uit lijsten met tientallen stations, dat gaat via de stem sneller en veiliger dan via het scherm. Bij de klimaatregeling lukt het bij de meerderheid ook, al geeft de ADAC toe dat een hand aan een echte knop nog altijd sneller is.AbonnementsformuleEr zit nog een kantje aan dit verhaal dat je zelden in de brochure terugvindt. Complexe stemcommando's worden vaak niet in de wagen zelf verwerkt, maar in de cloud, bij de servers van het merk of van diensten zoals ChatGPT of Alexa. De wagen moet dus permanent online zijn, en die datadiensten kosten vroeg of laat geld. In het begin van de aankoop vormen ze vaak een onderdeel van het pakket, maar na een paar jaar moet je er voor bijbetalen. Doe je dat niet, dan valt de spraakbediening weg of beperkt die zich tot de basis. Dan kan het plots heel handig zijn dat je auto toch nog knoppen heeft voor het bedienen van de voornaamste functies.

door Piet Andries
© Gocar

Stellantis patenteert uitwerpbare batterij: echte vooruitgang of achterhaalde technologie?

De elektrische auto behoudt één kritiek punt: in een cel van zijn batterij kan een thermische runaway optreden, wat leidt tot brand en in de overgrote meerderheid van de gevallen tot de volledige vernieling van de wagen. Brandweerlieden kennen dergelijke situaties goed en weten dat het minstens 24 tot 48 uur duurt om zulke branden onder controle te krijgen. Logisch ook: de temperatuur kan oplopen tot meer dan 1.000 °C. Tegenover dit fenomeen heeft Stellantis voor een spectaculaire oplossing gekozen.Op 17 september 2026 publiceerde het Amerikaanse octrooibureau een patent van de groep voor een systeem met de naam High-Voltage Battery Quick Release System, aangevraagd op naam van dochteronderneming FCA US. Het principe verloopt in twee stappen. Bij oververhitting of een thermische schok van het hoogspanningspakket koppelt het systeem de batterij eerst elektrisch los en koppelt het die vervolgens fysiek los van het chassis, via geleiders of kleine pyrotechnische ladingen. De batterij wordt zo op de grond neergelegd. Een knop in het interieur, maar ook onder de vloer voor een hulpverlener, kan die scheiding eveneens activeren. Om afstand te creëren, rijdt de auto daarna enkele meters weg met alleen zijn 12V-batterij.Elders al gezienOp papier lijkt deze techniek vernieuwend. Maar een jaar geleden deelden we al een video die volop de ronde deed op Chinese sociale media. Daarop was te zien hoe een SUV na de detectie van een thermische runaway zijn batterijpakket met veel geweld drie tot zes meter ver wegwierp. De demonstratie werd uitgevoerd door het China Automotive Collision Repair & Technology Research Center, tijdens een technische bijeenkomst in september 2025.Feit is dat het uitwerpen van een batterij al op ware grootte getest werd nog vóór Stellantis zijn idee liet beschermen. In China kreeg die oplossing geen vervolg, al moet erbij gezegd worden dat Stellantis het batterijpakket niet als een kanonskogel wegschiet, maar het neerlegt.Een andere aanpakWie heeft gelijk? In werkelijkheid verplaatst het laten vallen van een batterijpakket van enkele honderden kilo’s het risico van het interieur naar buiten. Zo kan een brandende batterij bijvoorbeeld voor een school of in een ondergrondse parking belanden. Het patent van Stellantis laat bovendien twee belangrijke vragen onbeantwoord: het zegt niet hoe ver de auto rijdt nadat hij zijn batterij heeft laten vallen en evenmin wat er met het batterijpakket gebeurt als het in een afgesloten ruimte wordt neergelegd. De kans is klein dat het resultaat radicaal anders is dan wanneer de hele auto uitbrandt…China koos uiteindelijk voor een andere weg. In plaats van te leren hoe je een brandende batterij uitwerpt, besliste het dat een batterij gewoon helemaal niet meer in brand mag vliegen. De norm GB 38031-2025, die op 1 juli 2026 van kracht werd, verplicht dit voortaan voor elk nieuw voertuig: na een thermische runaway van één cel mag het batterijpakket minstens 120 minuten lang niet in brand vliegen of ontploffen. De vorige versie uit 2020 eiste alleen een waarschuwing vijf minuten vóór de brand, zodat de inzittenden konden evacueren. Die marge is dus vergroot van vijf minuten naar twee uur zonder vlammen, of 24 keer zo lang. Het principe van “geen brand, geen explosie” moet ervoor zorgen dat een batterij defect kan raken zonder vuur te vatten. Ze moet wel nog altijd een alarm activeren en de rook mag de inzittenden niet in gevaar brengen.Wie heeft gelijk?Welke van deze twee pistes is de vooruitgang waarop we wachten? Het batterijpakket uitwerpen betekent dat je van meet af aan aanvaardt dat de batterij nog altijd kan branden en alleen probeert de schade te beperken. Voorkomen dat ze in brand vliegt, pakt het probleem bij de wortel aan. Het patent van Stellantis zegt niet dat dit systeem ooit op onze wegen zal rijden. Maar het bevestigt nogmaals de westerse achterstand op het vlak van batterijveiligheid.

door David Leclercq
© Gocar

Camera tegen gsm-gebruik in 2028, rechter na acht overtredingen: teugels worden strakker voor Belgische bestuurders

Jean-Luc Crucke kondigt vijf maatregelen aan op de Staten-Generaal, van camera’s tegen gsm-gebruik tot nultolerantie voor alcohol bij jonge bestuurders.Recidivisten verschijnen na acht zware overtredingen in drie jaar voor de rechter. Gewoon de boete betalen volstaat niet langer om de rechtbank te vermijden.De verstrenging gaat voort, met verkeersdoodslag sinds april en 10% hogere boetes sinds juli. Wanneer volgt het volgende salvo?De Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid brengt elk jaar alle betrokken partijen rond de tafel, van slachtofferverenigingen tot politiediensten. Voor de 25ste verjaardag komt die bijeenkomst op een slecht moment. Volgens cijfers van VIAS is het aantal verkeersdoden in de eerste helft van 2026 opnieuw gestegen, na jaren van beterschap. Het gaat om 223 doden, 6% meer dan voordien. In die context kondigde Jean-Luc Crucke (Les Engagés), federaal minister van Mobiliteit, vijf maatregelen aan. Sommige zijn al in voorbereiding, andere komen uit de hoge hoed, maar allemaal gaan ze dezelfde richting uit: meer controle op bestuurders en risicogedrag.Een van die vijf ingrepen staat in het regeerakkoord van de Arizona-regering: automatische detectie van gsm-gebruik achter het stuur via het netwerk van ANPR-camera’s. Die maatregel ligt weliswaar al maanden op tafel, maar botste telkens opnieuw op de privacykwestie. Volgens het kabinet-Crucke lijkt dat dossier nu gedeblokkeerd. Een werkgroep buigt zich over de wettekst, met de uitdrukkelijke opdracht ervoor te zorgen dat passagiers niet herkenbaar zijn op de beelden. De regering zal het bestaande netwerk van ANPR-camera’s langs de wegen gebruiken. Die zullen door de voorruit het interieur fotograferen, terwijl artificiële intelligentie bestuurders die ervan verdacht worden hun toestel vast te houden bij de politie signaleert. Ook de timing ligt vast: de werkgroep moet tegen eind 2026 zijn conclusies klaar hebben, waarna de invoering in de loop van 2027 volgt en de politiediensten het materiaal kunnen bestellen. De eerste effectieve controles worden in 2028 verwacht.Betalen volstaat niet meerTot nu toe kon een bestuurder boetes opstapelen en gewoon blijven rijden, zolang hij maar betaalde. Maar aan die tijd komt binnenkort een einde. De minister voert een register van overtredingen in, gekoppeld aan een dagvaarding voor de rechter zodra iemand in drie jaar tijd acht snelheidsovertredingen van meer dan 20 km/u te veel begaat. Hetzelfde geldt voor drie gevallen van gsm-gebruik achter het stuur, twee gevallen van rijden onder invloed van alcohol of een combinatie van vijf snelheidsovertredingen met een overtreding van de derde graad. Het register leidt eerst tot een waarschuwing en pas daarna tot een verschijning voor de rechter. Vervolgens beslist de magistraat over een rijverbod of een zwaardere sanctie. Kleine snelheidsovertredingen tot 10 km/u, die het grootste deel van de vaststellingen uitmaken, vallen dus buiten deze regeling.Deze regeling doet de wenkbrauwen fronsen, want de contouren van een rijbewijs met punten zijn duidelijk herkenbaar. Dat is een oud Belgisch discussiepunt waarover al sinds het tijdperk-Dehaene gepraat wordt en dat anderhalf jaar geleden nog op tafel lag.Blazen om buiten te rakenDe minister wijst er ook op dat alcohol nog altijd een rol speelt bij een kwart van de ongevallen. Op dat vlak werkt de regering op twee fronten: enerzijds controles en preventie op gevoelige plaatsen, anderzijds nultolerantie voor jonge bestuurders. Zo loopt in Hasselt een proefproject dat geïnspireerd is op Zweedse technologie. Het controlesysteem verplicht automobilisten om in een mondstuk te blazen voor de slagboom van de parking opengaat bij het verlaten van een festival of nachtclub. De installatie kost wel 10.000 tot 15.000 euro per locatie, waardoor het proefproject geëvalueerd zal moeten worden.Tegelijk verlaagt de minister vanaf 2027 de limiet naar 0,2 promille voor elke bestuurder die minder dan drie jaar zijn rijbewijs heeft. Dat komt neer op een nultolerantie, die ook ingegeven is door een recente Europese richtlijn. De minister verantwoordt die keuze met het argument dat tussen 0,5 en 0,8 promille het ongevalsrisico bij 18- tot 25-jarigen ongeveer dubbel zo snel stijgt als bij ervaren bestuurders. Dat zou te wijten zijn aan een gebrek aan automatismen.Het net sluit zichDeze vijf maatregelen versterken dus opnieuw het aanhoudende verstrengingsbeleid van de voorbije jaren. Zo heeft het nieuwe Strafwetboek verkeersdoodslag als afzonderlijk misdrijf ingevoerd, met gevangenisstraffen tot tien jaar voor bewust gevaarlijk gedrag. Daarnaast zijn de bedragen van de onmiddellijke inningen op 1 juli met 10% gestegen, de eerste verhoging sinds 2017. Dat zou de inkomsten jaarlijks met 50 miljoen euro moeten doen toenemen.De minister heeft ook de micromobiliteit in het vizier en dan vooral roekeloze gebruikers van elektrische steps die geïdentificeerd moeten kunnen worden. Crucke wacht daarover op een rapport van VIAS over een mogelijk rijexamen. Misschien kunnen bewakingscamera’s die taak ooit ook overnemen... Wordt vervolgd.

door David Leclercq

Elektrische Citroën 2PK: het concept wordt erg nostalgisch

Het grote succes van de Renault 5 E-Tech en de nieuwe Twingo E-Tech heeft de top van Citroën op ideeën gebracht. Op 11 oktober onthult het merk op het Autosalon van Parijs de concept car van een elektrische 2PK in neo-retrostijl. Daarmee wil Citroën niet alleen meesurfen op de huidige vintagegolf, maar ook gebruikmaken van de nieuwe regelgeving die binnen de Europese Commissie wordt uitgewerkt om kleine, betaalbare elektrische auto’s die op ons continent worden geproduceerd te stimuleren.RetrolookDe designers van Citroën, onder leiding van de Belg Pierre Leclercq, hebben een prototype ontworpen dat sterk door het verleden geïnspireerd is. Op de eerste beelden zien we een geribbelde motorkap en koplampen die losstaan van het koetswerk en op de spatborden zijn geplaatst. Die spatborden lijken bovendien bol te staan en herbergen Michelin-banden op dichte stalen velgen (toen de oorspronkelijke 2PK gelanceerd werd, was Citroën overgenomen door bandenfabrikant Michelin). Ook de draaibare deurgrepen zijn geïnspireerd op het verleden, net als de richtingaanwijzer op de achterstijl.Elektrische 2PKDe oorspronkelijke 2PK hoorde je al van ver aankomen door het typische onregelmatige gepruttel van zijn tweecilinder-benzinemotor, maar de nieuwe maakt geen geluid meer: hij wordt uitsluitend elektrisch.Het model staat wellicht op het betaalbare Smart Car-platform van de Stellantis-groep, dat al gebruikt wordt voor de Citroën ë-C3 en Fiat Grande Panda. Maar de 2PK wordt wellicht wat kleiner. We mogen een kleine batterij en een officieel rijbereik van ongeveer 250 kilometer verwachten, al is daar momenteel nog niets van bevestigd.Rond 15.000 euroHet prototype dat in Parijs onthuld wordt, blijft niet zomaar een concept car voor op een autoshow, maar vormt de basis voor een productiemodel dat binnen twee jaar wordt verwacht. En er wordt ons beloofd dat de 2PK van de 21ste eeuw betaalbaar wordt.Volgens Xavier Chardon, algemeen directeur van Citroën, is deze toekomstige 2PK ontworpen om Europese automobilisten opnieuw “koopkracht te geven”. De topman stelt dat “de toekomst van mobiliteit niet gewonnen wordt door de meest complexe auto’s, maar door de eenvoudigste en meest intuïtieve”. De prijs van de toekomstige elektrische Citroën 2PK zou rond 15.000 euro beginnen. Dat is iets minder dan de nieuwe Dacia Spring, waarvan de prijs start bij 17.890 euro. Afspraak op 11 oktober om te ontdekken hoe het prototype van deze nieuwe elektrische 2PK eruitziet.

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Volkswagen gaat volop voor LFP, de batterij die Europa links liet liggen

LFP is geen exotische nieuwe technologie. Lithium-ijzer-fosfaatcellen bestaan al lang, maar werden geruime tijd als inferieur weggezet tegenover de NMC-chemie die de elektrische revolutie vanaf het begin heeft gestuwd en nog altijd in de meerderheid van onze elektrische auto’s zit. Vooral de energiedichtheid van LFP was een struikelblok voor een industrie die alles in het werk stelde om range anxiety weg te werken. Van de Europese batterijparel Northvolt over de Belgische materialenverwerker Umicore tot de Duitse topmerken, iedereen keek weg van de LFP-chemie.Budget belangrijker dan rijbereikMaar dat was buiten een ander voordeel gerekend. Omdat lithium-ijzer-fosfaatcellen geen kostbare aardmetalen als nikkel, kobalt of mangaan bevatten, zijn ze goedkoper te produceren. Dat hadden de Chinese merken snel in de gaten, waarop ze hun ontwikkelingsmiddelen inzetten om de nadelen van energiedichtheid en de moeilijkheden rond het snelladen weg te werken. Met succes. Dankzij LFP konden deze merken goedkopere elektrische auto’s aanbieden, wat achteraf bekeken een belangrijker argument werd dan rijbereik. Ook voor de lancering van de westerse, betaalbare elektrische auto’s, tussen 20.000 en 25.000 euro, is deze batterijtechnologie cruciaal. Al deze modellen gebruiken ze.Toch heeft Europa zich duidelijk mispakt aan het potentieel van deze chemie, wat ervoor gezorgd heeft dat er op ons continent vandaag geen relevante LFP-productiecapaciteit bestaat. Volkswagen wil dat veranderen. Zijn batterijdochter PowerCo gaat een cellenfabriek nabij Valencia bouwen die jaarlijks 29,1 GWh aan LFP-cellen moet opleveren. Daarnaast komt er een kleinere fabriek in het Slowaakse Šurany en nog een derde fabriek in het Marokkaanse Kenitra. Die laatste gaat geen cellen produceren, maar kathodemateriaal maken. Samen zijn deze fabrieken goed voor een investering van 3,22 miljard euro. Volkswagen koestert hoge verwachtingen voor de technologie. Op dit moment rijdt maar 10% van hun elektrische modellen op LFP, maar de prognoses lopen tussen 40 en 60% tegen 2030. Er is dus een omslag op komst.Joint venture met GotionDat betekent echter niet dat Volkswagen eindelijk een Europese LFP-batterijketen uit de grond stampt. De plannen maken deel uit van een joint venture met Gotion, een Chinese batterijspeler. Enkel in de Spaanse fabriek is het zo dat Powerco een meerderheid in handen heeft (51%). Gotion is de vijfde batterijproducent ter wereld en heeft 4,7 procent van de globale markt in handen. Volkswagen en Gotion onderhouden nauwe banden. De Duitse autogroep is de grootste aandeelhouder van het bedrijf. De eerste elektrische modellen van het merk met LFP-batterijen, de ID.3 Neo en de ID.Polo, gebruiken cellen van Gotion. Deze worden echter in Heifei geproduceerd en verscheept naar Europa. De nieuwe deal, die nog officieel moet worden goedgekeurd door beide bedrijven, brengt dus vooral de vaststelling mee dat de Europese LFP-doorbraak via een Chinees ontwerp, een Chinese productielijn en Chinese knowhow zal lopen. De les is hard maar eenvoudig. De technologie die Europa alleen goed vond voor de Volksrepubliek, moet nu in allerijl met Chinese hulp worden binnengehaald.Dat is trouwens niet alleen bij deze overeenkomst zo. Bij monde van topman Thomas Schmall heeft Volkswagen het over een primeur, waarbij de groep als eerste in Europa de volledige waardeketen van LFP-productie aan boord zou hebben. Maar Stellantis doet net hetzelfde met CATL, ’s werelds grootste batterijfabrikant. Er werd gestart met de bouw van een fabriek voor LFP-cellen in Zaragoza, die een geplande jaarlijkse productie van 50 GWh moet opleveren. Die fabriek is erg gecontesteerd, omdat CATL voor de constructie - en wellicht ook productie - 2.000 arbeiders vanuit China heeft overgevlogen. Dat is misschien nog het grootste struikelblok van deze hybride projecten. Ze lijken enkel op papier de lokale tewerkstelling te bevorderen. 

door Piet Andries
© Gocar

Brussel hervormt zijn autobelasting in 2027: wie wint, wie verliest?

De kogel is door de kerk: ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gaat zijn autobelasting hervormen. Tot nu toe werkte het met een systeem uit een andere eeuw, dat alleen rekening hield met het motorvermogen, uitgedrukt in fiscale pk op basis van de cilinderinhoud of in kilowatt (kW). Noch het gewicht van de auto, noch zijn CO₂-uitstoot, noch zijn Euronorm telde mee in de berekening. Dat gold zowel voor de belasting op inverkeerstelling als voor de jaarlijkse verkeersbelasting. Tot nu toe bevoordeelde dit systeem wel elektrische auto’s, die het minimumtarief van de jaarlijkse belasting betaalden: 107,18 euro per jaar sinds juli 2026. Maar het begrotingsakkoord van afgelopen weekend en de bijhorende besparingen schudden de kaarten weer door elkaar.De winnaars van de hervormingEen regering die een belasting hervormt, praat altijd eerst over wie erop vooruitgaat. En winnaars zijn er ook. Vanaf de tweede helft van 2027 betalen elektrische auto’s geen jaarlijkse verkeersbelasting meer, net als kleine stadswagens tot en met vijf fiscale pk. Het gaat onder meer om de Fiat 500, Toyota Aygo en Dacia Sandero. Volgens het kabinet van minister van Begroting Dirk De Smedt (Anders) zou de volledige vrijstelling voor bijna 50.000 voertuigen gelden. Dat is de wortel. Maar er is natuurlijk ook een stok...SUV’s krijgen de rekeningHet laat zich raden, zeker in tijden van budgettaire besparingen: elk fiscaal voordeel moet ergens anders betaald worden. Wat met de ene hand gegeven wordt, wordt vaak met de andere teruggenomen. Zo stijgt de belasting op inverkeerstelling voor zware voertuigen door de invoering van een gewichtscoëfficiënt.Net als in de andere gewesten zegt de regering openlijk dat ze de aankoop van grote modellen wil ontmoedigen en tegelijk hoopt haar inkomsten met 10% te verhogen (wat dus betekent dat ze die aankoop ook weer niet volledig wil ontmoedigen). SUV’s liggen in het vizier en het regeerakkoord vermeldt zelfs een toekomstige zone met de naam Lisa, wat staat voor Light and Safe. Die zou op termijn het verkeer van de zwaarste personenwagens beperken, zoals Amerikaanse pick-ups van het type Ford F-150 of Dodge RAM, die zelfs buiten de parkeervakken uitsteken. Afwachten of dat er echt van komt...Zit het wegenvignet hierachter?Toch is er wel degelijk een reden waarom de regering de autobelasting globaal wil verlagen: de komst van het wegenvignet. Brussel heeft het akkoord net als Wallonië en Vlaanderen ondertekend en moest de concrete voorwaarden nog bepalen. Het vignet treedt in mei 2027 in werking en kost tussen 90 en 125 euro. De lagere verkeersbelasting is dus geen cadeau, maar dient om de kostprijs van het vignet op te vangen. Minister De Smedt zegt het zelf: Brusselaars betalen geen euro meer.Een belasting die aan de ene kant daalt, een wegenvignet dat aan de andere kant wordt ingevoerd en een minister die zweert dat alles elkaar in evenwicht houdt: op papier is de hervorming van de autobelasting in Brussel budgetneutraal. Maar voorlopig bewijst geen enkel cijfer dat en Europa heeft zijn laatste woord nog niet gezegd. Eerst zien, dan geloven.

door David Leclercq

Zijn nieuwe auto’s minder betrouwbaar dan oudere generaties?

Lange tijd was de reputatie van Duitse constructeurs deels gebaseerd op de kwaliteit en betrouwbaarheid van hun voertuigen. Bij kopers is het zelfs nog altijd een reflex: ze zijn bereid iets meer te betalen om op beide oren te kunnen slapen. Maar de betrouwbaarheidsenquête 2026 van het Britse magazine What Car? zet dat idee op losse schroeven.Bijna 30.000 Britse eigenaars beschrijven daarin de werkelijke staat van hun auto over de voorbije twee jaar. De studie omvat 199 modellen van minder dan vijf jaar oud, van 31 verschillende merken. Het belang voor de Belgische automobilist is duidelijk: de meeste van die modellen worden ook bij ons verkocht, met dezelfde motorisaties. Wat een automobilist in Manchester meemaakt, kan een bestuurder in Antwerpen dus evengoed overkomen.What Car? telt echter niet alleen het aantal defecten. Het magazine weegt ook twee factoren mee die de eigenaar rechtstreeks voelt: de herstellingskosten en de duur dat de auto buiten gebruik is. Een model kan dus laag in het klassement eindigen zonder daarom veel defecten te vertonen, simpelweg omdat de weinige problemen die optreden duur zijn of de auto wekenlang in de garage houden. Precies dat nekt de slechtste leerlingen van de klas.De rode lantaarnVeel automobilisten zullen verrast zijn, maar het is de Volkswagen Tiguan van de derde generatie, die sinds 2024 verkocht wordt, die met 55,3% helemaal onderaan eindigt. Eén op de twee eigenaars klaagt over elektrische problemen die evenwel niets met de motor te maken hebben. En bijna een derde wijst op een grillig multimediasysteem. Volkswagen neemt alle herstellingen voor zijn rekening, wat de financiële schade voor de eigenaar beperkt. Alleen gooit de trage afhandeling roet in het eten: in 44% van de gevallen moesten eigenaars meer dan een week wachten voor ze hun auto terugkregen.Niet alleen DuitsersDe op één na slechtste score gaat naar een geadopteerde Fransman: de Renault Arkana, die in Zuid-Korea gebouwd wordt en 58,5% haalt. Net als de eerste hybrides van het merk heeft hij last van problemen met de versnellingsbak, elektrische storingen en een haperende airco. Even belangrijk om te beseffen: ook premiummerken zijn niet immuun. De grote Mercedes GLE staat op twee na laatste. Grillige elektronica, problemen met de airco, interieurbekleding en de 12V-batterij spelen hem parten, waarbij de auto vaak langer dan een week buiten gebruik blijft. Ook elektrische auto’s ontsnappen niet aan de problemen. Bij de Volkswagen ID.4 krijgt bijna één op de vijf eigenaars te maken met een defect aan de elektromotor. Daarna volgen de Nissan Qashqai en een Chinees model, de Jaecoo 7, die in het Verenigd Koninkrijk de verkoopranglijst aanvoert.De enquête van What Car? bevat nog een bijzonder verontrustende vaststelling. De resultaten tonen namelijk dat de vorige generaties van sommige modellen veel betrouwbaarder blijken. Anders gezegd: van de ene generatie op de andere is er sprake van een achteruitgang. De Volkswagen Tiguan is daarvan het beste voorbeeld. De derde generatie, die sinds 2024 verkocht wordt, zakt naar 55,3%, terwijl de Tiguan van de tweede generatie (2016-2024) op benzine nog 74,4% haalde. Hetzelfde patroon duikt op bij andere modellen en merken. Ook de oudere BMW X3 (F25, 2010-2017) doet het beter dan zijn opvolger (G01, 2018-2024), terwijl de Nissan Qashqai (2014-2021) 74,9% haalt. Telkens komt hetzelfde beeld naar voren: de eenvoudigere, oudere auto blijkt betrouwbaarder dan zijn opvolger. Blijkbaar ligt de wildgroei aan sensoren en schermen aan de basis van die situatie. Je zou denken dat de technologie evolueert en de betrouwbaarheid mee verbetert. Maar dat is niet het geval.Misschien ligt het probleem trouwens minder bij de merken dan bij de timing. Constructeurs korten de ontwikkelingstermijnen in om modellen almaar sneller te lanceren. De tijd die ze bij de ontwikkeling winnen, betalen ze vervolgens in de garage, zoals we eerder onderzochten bij Chinese auto’s die in ijltempo ontwikkeld worden. Tijd betekent immers ook ruimte om na te denken en uiteindelijk meer klanttevredenheid.Top 10 van de minst betrouwbare modellen (What Car? 2026)RangModelVerkoopperiodeBetrouwbaarheidsscore1Volkswagen Tiguan 3Sinds 202455,3%2Renault Arkana2018-202558,5%3Mercedes GLESinds 201963,7%4Volkswagen ID.4Sinds 202166,9%5Land Rover Discovery SportSinds 201468,2%6Jaecoo 7Sinds 202471,9%7BMW X3 benzine (G01)2018-202473,5%8Volkswagen Tiguan 2 benzine2016-202474,4%9Nissan Qashqai 2 benzine2014-202174,9%10Range Rover Evoque 2Sinds 201976,4%Bron: What Car? Reliability Survey 2026, bijna 30.000 respondenten.

door David Leclercq

Ceer Motors Exobot: Saoedi-Arabië lanceert zijn eigen elektrische auto’s

Een constructeur van elektrische auto’s in het land van de oliekoningen? Nee, dit is geen grap. Saoedi-Arabië wil zijn economie diversifiëren om niet uitsluitend afhankelijk te blijven van het zwarte goud, waarvan de voorraden uiteraard niet eeuwig zijn.Het staatsinvesteringsfonds van het land, het PIF (Public Investment Fund), ondersteunt onder meer de groei van de Amerikaanse constructeur van elektrische auto’s Lucid Motors. Het is zelfs meerderheidsaandeelhouder en moet bovendien geregeld de kas van dit merk spijzen, dat maar moeilijk van de grond komt… Het PIF financierde in 2022 ook de oprichting van de start-up Ceer Motors, de allereerste Saoedische autoconstructeur.Een berline en een SUV om te beginnenCeer Motors heeft zopas zijn eerste modellen voorgesteld. Futuristische looks, een aflopende neus, achterwielen van 24 duim en vlinderdeuren: de Exobot-berline en -SUV lijken zo uit een sciencefictionfilm te komen. Toch verschijnen deze twee modellen volgend jaar wel degelijk op de markt, tenminste als we de constructeur mogen geloven.Deze opvallende auto’s zijn meer dan 5 m lang en 2,1 m breed. Ze krijgen een enorme, 2,40 m lange voorruit die 15° helt en doorloopt tot in het dak. De deuren zijn bijna volledig van glas en al even buitenmaats: ze zijn bijna 3 m lang en klappen open als vlindervleugels. Het glasoppervlak achteraan is daarentegen belachelijk klein en om te zien wat er achter hem gebeurt, moet de bestuurder op camera’s vertrouwen.Vooraan hangt er een luchtvaartsfeertje, met een vliegtuigstuurknuppel in plaats van een stuur en steer-by-wire-besturing met vierwielsturing. Onder de enorme voorruit valt ook het panoramische digitale scherm met een diagonaal van 48 duim op. Daarnaast is er een verticaal touchscreen voor de bediening van de functies aan boord.Foxconn en Rimac als partnersDe Exobots worden aangedreven door drie elektrische motoren (één achteraan en twee vooraan), die samen 850 pk en 1.000 Nm koppel leveren. Daarmee sprint de berline in 2,6 seconden van 0 naar 100 km/u en de SUV in 2,9 seconden.De achterste motor wordt geproduceerd door Rimac Technology, terwijl de voorste motoren geleverd worden door Hyundai Transys. De Taiwanese groep Foxconn levert dan weer het elektrische platform en de elektrische architectuur, die het ook gebruikt voor zijn eigen elektrische Foxtron-modellen.De Ceer Motors Exobots beschikken over een batterij van 112 kWh. Volgens de constructeur bedraagt het rijbereik 560 km voor de SUV en 670 km voor de berline. Deze 800V-batterij zou aan een DC-laadpaal in minder dan 30 minuten van 10 naar 80% laden.Levering in 2027?Ceer had beloofd om zijn eerste auto’s al in… 2025 aan klanten te leveren. Die belofte kwam het niet na en de constructeur spreekt nu over een productiestart in januari 2027, met de eerste leveringen in maart. De twee Exobots zijn voorlopig alleen gehomologeerd voor de markten in de Golfregio en hun prijs is nog niet bekend.Op termijn plant Ceer nog vijf andere modellen: een berline, een SUV en een SUV-coupé in het D-segment in 2027, gevolgd door compacte modellen in 2028. Afwachten of het merk zijn deadlines deze keer wel haalt…

door Olivier Maloteaux
© Gocar

Maserati Biturbo 2.5 Si vs BMW 325i E30: kan de drietand de propeller verslaan?

Wanneer twee werelden elkaar kruisenMaserati heeft nooit een rustig bestaan gekend. Al in 1937 wisselt het eerbiedwaardige merk van eigenaar, wanneer de gebroeders Maserati hun bedrijf verkopen aan industrieel Adolfo Orsi. Eind jaren zestig volgt een nieuwe verrassende wending: Citroën neemt de touwtjes in handen. Maar dat duurt niet lang, want enkele jaren later verkeert Citroën in een zware financiële crisis en verkoopt het Maserati aan Alejandro de Tomaso, een Argentijnse industrieel die zich in Modena gevestigd heeft. Hij heeft grootse plannen met het merk met de drietand.Zijn stoutste zet volgt op 14 december 1981: de Maserati Biturbo, een luxueuze compacte auto die de BMW 3 Reeks van de troon moet stoten. Omdat de Italiaanse btw voor motoren van meer dan twee liter 38% bedraagt, houdt zijn V6 het bij die cilinderinhoud, maar krijgt hij ter compensatie twee turbo’s. In zijn beginjaren is hij nogal wispelturig, maar hij wordt betrouwbaarder wanneer de carburateur in 1986 plaatsmaakt voor injectie. Een jaar later krijgt ook de exportmarkt injectie op een 2.5-versie van deze motor: dat wordt de Biturbo Si 2500 waar het in dit artikel om draait.BMW, een rustig kabbelende rivierIn München verloopt het verhaal een stuk rustiger. De productie van de E30 start in 1982. In 1985 komt de 325i aan de top van het gamma te staan. Het wordt een enorm succes, met 2,34 miljoen verkochte exemplaren in totaal, waaronder zo’n 200.000 325i’s. Cijfers waarvan ze in Modena alleen konden dromen. Hoewel de Biturbo-familie de bestverkochte uit de geschiedenis van Maserati was, werden er tussen 1981 en het einde van de jaren negentig minder dan 40.000 exemplaren verkocht.Presentatie: Italiaanse charme tegenover Duitse degelijkheid. Voordeel MaseratiWe moeten toegeven dat deze twee auto’s erg gelijkaardige lijnen hebben: scherpe hoeken, rechte lijnen en dunne stijlen. We zitten tenslotte in de jaren tachtig. Toch zijn er duidelijke verschillen: de grille met dubbele nieren, de vier ronde koplampen en de Hofmeister-knik voor de BMW, de brede verchroomde grille en fraaie, veelzeggende drietand voor de Maserati.In het interieur haalt de Maserati alles uit de kast: dik leder, gelakt houtwerk en een intussen iconisch horloge dat midden op het dashboard prijkt. Een echt salon. Daartegenover zet de BMW typische ingenieursoplossingen: een naar de bestuurder gericht dashboard, een feilloze ergonomie en zwarte kunststoffen die nauwkeurig in elkaar zijn gezet. De afwerking is beter, maar het geheel oogt veel soberder. Beide zijn praktisch en ruim, maar alleen de Maserati ontvangt je met flair. Overwinning voor Maserati.Rijplezier: degelijkheid tegenover wildheid. Voordeel BMWOp papier lijkt de zaak beklonken en zou de Italiaan moeten domineren. Met katalysator levert de Si 2500 nog altijd 188 pk en meer dan 300 Nm. De BMW heeft geen turbo en dezelfde cilinderinhoud en zet daar met zijn zes-in-lijn slechts 170 pk en 222 Nm tegenover. Met een vergelijkbaar gewicht lijkt de winnaar al bekend. Maar wacht even…Biturbo 2.5 Si: het salon met scherpe kantjesStationair gromt de V6, beschaafd maar niet helemaal braaf. De eerste versnelling linksonder zet meteen de toon: je wilde sportiviteit? Die krijg je. Toch is de Maserati onder 3.000 tr/min soepel, maar weinig spectaculair. Daarboven wordt het een ander verhaal: de turbo’s fluiten in koor en plots krijg je die zo vaak beschreven duw in de rug. Wanneer de 300 Nm plots toeslaat, durft de achteras een eigen leven te gaan leiden… Om hem in bedwang te houden, heb je alleen je rechtervoet en een veel te sterk gefilterde besturing. Het is rock-’n-roll, achterhaald en veeleisend, maar nooit saai.BMW 325i: de Beierse turbineTegenover die wildheid voelt de BMW oneindig veel homogener aan. Zijn zescilinder is duidelijk lineairder en klimt met de zachtheid van een turbine in de toeren, begeleid door een mooie metaalachtige klank. De versnellingsbak bedien je zonder erbij na te denken, de besturing is preciezer en de balans klopt, zolang je niet als een wilde op het rechterpedaal trapt. Net als met de Maserati moet je voorzichtig zijn op een nat wegdek, maar hier zijn de reacties veel gezonder en… voorspelbaarder.We willen de Maserati graag belonen voor zijn ongeremde karakter, maar de Duitse cocktail is zo geslaagd dat hij deze ronde uiteindelijk wint.Betrouwbaarheid: BMW wint met een knock-outZijn beruchte reputatie heeft de Maserati niet alleen aan zijn weggedrag te danken: ook zijn grillige betrouwbaarheid speelt daarin een grote rol. Destijds schrikte die reputatie heel wat kopers af, die uiteindelijk hun toevlucht zochten bij BMW. En vandaag? Wel… daar is eigenlijk weinig aan veranderd.  Corrosie, nukkige elektronica en zeer veeleisend onderhoud: genoeg om heel wat mensen af te schrikken. Betrouwbaarder maken kan, maar dat kost vaak evenveel als de auto zelf. Bovendien zijn veel specifieke onderdelen intussen onvindbaar geworden.Daartegenover is de BMW oneindig veel gemakkelijker om mee te leven. Let wel: in tegenstelling tot de recentere zescilinders van het merk gebruikt deze motor een distributieriem en geen ketting. Die moet ongeveer om de vijf jaar of 80.000 km vervangen worden. Corrosie is mogelijk en cilinderkoppen kunnen barsten, maar alles is te herstellen dankzij een uitstekende beschikbaarheid van onderdelen.Budget: de Italiaan bij aankoop, de Duitser op lange termijnBij aankoop kosten Biturbo’s, alle versies samen, doorgaans tussen 10.000 en 25.000 euro, en zelfs meer voor de Spyder. Dat is weinig geld voor zoveel exclusiviteit en prestaties. De veel courantere BMW E30 wisselt daarentegen voor 15.000 tot 35.000 euro van eigenaar. In beide gevallen leidt een automatische versnellingsbak tot een lagere waarde… Maar dat is niet de versie die we je aanraden. Uiteraard moet je die prijzen relativeren: de BMW is duurder, maar verkoopt ook gemakkelijker door en zal in gebruik duidelijk minder geld kosten…Verdict: overwinning voor BMWAls we de punten optellen, wint de BMW. Als we eerlijk zijn, is dat volkomen verdiend: hij is evenwichtiger en veel gemakkelijker om mee te leven, biedt volop rijplezier en reageert tegelijk veel voorspelbaarder. De Maserati? Dat is de keuze van het hart, want hij jaagt je hartslag gegarandeerd de hoogte in. Sommigen zullen zeggen dat zijn twijfelachtige betrouwbaarheid daar wellicht iets mee te maken heeft… Genoeg flauwe grappen: aan de stoeprand is het wel degelijk de Maserati waar je naar kijkt.Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.beEen vraag over oldtimers? Contacteer BEHVA

door François Piette

Heeft elke garagehouder binnenkort deze robot in dienst?

Je auto laten onderhouden – laat staan herstellen – is een peperdure aangelegenheid geworden, met uurlonen voor vakmensen die naar de 70 tot 80 euro gaan. Zelfs voor een diagnose betaal je dezer dagen al een smak geld, ook al omdat de steeds complexere voertuigen van vandaag soms steeds complexere problemen hebben.Zou robotisering hier een optie zijn? Op de jongste editie van vakbeurs Automechanika in Frankfurt viel er alvast eentje in de prijzen. De Maia, een inspectierobot van de Duitse apparatuurfabrikant Maha, kreeg er de ‘Innovation Award’.Maha heeft naar eigen zeggen al zo’n 1.000 bestellingen binnen voor het ding, dat dus binnenkort misschien ook in dienst treedt bij jouw garage achter de hoek. Het begin van een revolutie?Enkel oppervlakkige diagnoseZover is het niet: Maia heeft geen kaas gegeten van herstellingen, maar beperkt zich tot visuele vaststellingen.De robot heeft 3 camera’s en kan zich autonoom rond een auto bewegen, met behulp van positioneringsbakens die op de 4 hoeken van de auto zijn geplaatst. Eerst en vooral om de carrosserie te inspecteren op krassen, putjes en deuken, die met een stereocamera en met behulp van blauw flitslicht meteen uitgemeten worden tot op een nauwkeurigheid van 0,1 millimeter.Daarnaast kan het ding de wielstanden, staat en profieldiepte van de banden, koplampafstelling en beschadigingen aan de voorruit detecteren. Na een zelfstandig ommetje rond de auto, berekent de software welke kosten er eventueel moeten gemaakt worden om alles weer netjes te herstellen.Het is vooral een alternatief voor de bestaande scanners, waar een auto doorheen kan rijden om dezelfde vaststellingen te doen. Het voordeel van de robot is dat de auto stilstaat en de opnames preciezer zijn, onder andere door de stabielere belichting.Vooral voor vlotenWie kan hier wat mee doen? In eerste instantie lijkt dit vooral een hulpmiddel voor beheerders van grote vloten, zoals in de leasing-sector. Deze hebben eigen inspectiediensten of doen beroep op daartoe gespecialiseerde bedrijven om auto’s na gebruik grondig te inspecteren en gebruiksschade in kaart te brengen. Op basis daarvan kan een eindafrekening gemaakt worden, en vooral ook de restwaarde van zo’n auto bepaald worden. Daar is dus veel geld mee gemoeid.Met een richtprijs van 50.000 euro per stuk, is dit ook een stuk gereedschap dat enkel kan renderen wanneer het doorlopend kan werken op grote vloten, eerder dan bij kleinere garagehouders waar niet zozeer krasjes in de lak in het middelpunt van de aandacht staan.ToekomstmuziekGerobotiseerde herstellingen zijn nog eerder verre toekomstmuziek; als ze ooit al mogelijk zullen zijn. Toch staat de automatisering en de opkomst van artificiële intelligentie ook in de werkplaats niet stil, toch wat diagnose betreft.Fabrikanten van diagnose-apparatuur, zoals Hella Gutmann, zetten steeds meer in op AI om monteurs bij te staan met kennisdeling. Door voertuigdata te combineren met een brede databank aan historische info, kunnen garages hun kennis en expertise bundelen en vooral bij complexe problemen doortastender naar een oplossing zoeken.Die gedeelde expertise zal broodnodig zijn bij de veroudering van het huidige wagenpark. Waar oudere auto’s met verbrandingsmotor redelijk gekend terrein zijn voor onderhouds- en herstelbedrijven, zijn de (al dan niet oplaadbare) hybrides en elektrische auto’s van vandaag en morgen bijzonder complexe tuigen, vooral qua software. Om in de toekomst de consument te beschermen tegen reusachtige kosten om digitale problemen met zulke auto’s aan te pakken, zal zulke kennisdeling essentieel zijn.

door Hans Dierckx

Gaat de wankelmotor van Mazda eindelijk weer de wielen aandrijven in plaats van een batterij op te laden?

Bij Mazda neemt de wankelmotor een bijzondere plaats in. Het is een stukje erfgoed dat het merk maar niet wil begraven. Mazda maakte er vanaf de Cosmo Sport uit 1967 zijn handelsmerk van en hield de bijzondere motortechniek vervolgens in leven met de RX-7 en RX-8. Maar in 2012 kwam er een einde aan de productie.Sindsdien heeft geen enkele Mazda in serieproductie nog zo'n compacte rotatiemotor gebruikt om rechtstreeks de wielen aan te drijven. De MX-30 R-EV kreeg er wel een, maar uitsluitend als range-extender. En ook dat avontuur was van korte duur. Toch is de liefde nooit verdwenen. Concept na concept blijft het merk uit Hiroshima herhalen dat de wankelmotor zal terugkeren. Maar mogen we dat nog geloven?Wat zegt de ingenieur?Sinds Moritz Oswald eind september een interview gaf aan Car Magazine, lijkt er misschien toch iets te bewegen. De verantwoordelijke voor productplanning bij Mazda Motor Europe beschrijft namelijk een wankelmotor die niet langer uitsluitend dient om een batterij op te laden.In die nieuwe configuratie zou de auto elektrisch vertrekken, waarna de verbrandingsmotor geleidelijk wordt ingeschakeld om mee voor de aandrijving te zorgen. Anders gezegd: de wankelmotor krijgt zijn oorspronkelijke taak terug en helpt de auto opnieuw rechtstreeks vooruit.Oswald maakt er bovendien geen geheim van dat de motor vooral ontwikkeld zou worden met beleving in plaats van efficiëntie in het achterhoofd. Want wat liefhebbers volgens hem zoeken, is precies het gretige klimmen in de toeren en de heel specifieke klank van een wankelmotor. De rol van generator moet dus plaatsmaken voor een motor waarnaar je kunt luisteren en die je met plezier hoog in de toeren jaagt.En de uitstoot?We moeten natuurlijk realistisch blijven: dit nieuwe verhaal komt boven op tal van eerdere uitspraken die Mazda-toplui de voorbije jaren al deden. Nog in januari 2026 diende Mazda een patent in voor een uitlaatgasrecirculatiesysteem (EGR) dat specifiek bedoeld is voor een wankelmotor met dubbele rotor en een turbo.Concreet wordt een deel van de verbrande uitlaatgassen terug naar de inlaat gestuurd om de verbrandingstemperatuur te verlagen en zo de uitstoot te verminderen. Het patent beschrijft twee afzonderlijke uitlaatgasstromen: één richting de turbo voor de prestaties en een tweede, koelere stroom richting het EGR-systeem.Dat Mazda hieraan werkt, is niet zo vreemd. Verbruik en uitstoot zijn altijd de achilleshiel van de wankelmotor geweest. Ze waren uiteindelijk ook een belangrijke reden voor zijn verdwijning.Schaduw van de MX-30Toch blijft een echte terugkeer van de wankelmotor voorlopig bijzonder onzeker. De MX-30 R-EV is daarvan het beste voorbeeld. Daarin deed de wankelmotor uitsluitend dienst als range-extender. Ondanks zijn interessante technologie wist het model het Europese publiek nooit echt te overtuigen. Onlangs haalde Mazda hem dan ook van de markt.Officieel verwees het merk naar een combinatie van factoren, zoals veranderende voorkeuren van klanten en fabrieken die zich op andere modellen gingen richten. Maar eigenlijk kwam het erop neer dat Mazda moest erkennen dat de MX-30 R-EV niet het verhoopte succes was.Hoe moeten we deze nieuwe belofte dan interpreteren? Eigenlijk zijn er twee mogelijke verklaringen. De eerste is dat het vooral om een communicatiestunt gaat. Mazda haalt zijn wankelmotor om de zoveel tijd opnieuw boven om zijn imago te versterken en met weinig kosten aandacht te genereren. Aan voorbeelden geen gebrek: de Iconic SP in 2023 en de Vision X-Coupe in 2025. Conceptwagens genoeg, maar een productiemodel kwam er voorlopig niet.De tweede mogelijkheid is dat Mazda simpelweg vol ingenieurs zit die maar geen afscheid kunnen nemen van een motor die zo sterk met de identiteit van het merk verbonden is. De patenten bestaan wel degelijk en achter de schermen lijkt de ontwikkeling ook echt door te gaan. En welke autoliefhebber zou een nieuwe Mazda met een wankelmotor onder de motorkap niet met open armen ontvangen?Maar de werkelijkheid is wellicht prozaïscher. Zelfs als Mazda alle technische uitdagingen van de wankelmotor weet op te lossen, vormt waarschijnlijk vooral de kostprijs van zo'n project het grootste struikelblok. Een wankelmotor zou immers vooral thuishoren in een nichesportwagen. En daar heeft Mazda wellicht niet langer de financiële ruimte voor.

door David Leclercq

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.