Oekraïne richting recessie, Europa richting energiecrisis: hoe lang kan de EU deze strategie economisch dragen? — Analyse


Key takeaways

  • Oekraïne stevent volgens Oxford Economics af op een recessie, terwijl de oorlog de civiele economie steeds harder raakt.
  • Europa voorziet tientallen miljarden extra steun, terwijl ook de eigen economie opnieuw onder druk komt door inflatie en dure energie.
  • De gasvoorraden liggen onder het seizoensgemiddelde en de wereldwijde lng-markt wordt kwetsbaarder, waardoor de Europese energierekening opnieuw kan oplopen.
  • België bouwt zijn gasinfrastructuur af net nu energiezekerheid en de omschakeling naar elektriciteit opnieuw belangrijke economische vragen oproepen.

De oorlog in Oekraïne veroorzaakt een nieuwe economische schok. Volgens Oxford Economics dreigt de Oekraïense economie in 2026 in recessie te gaan, terwijl de Europese Unie miljarden blijft vrijmaken voor militaire en budgettaire steun. Tegelijk lopen de Europese inflatie en energieprijzen opnieuw op en staan de gasvoorraden onder het niveau van de voorbije jaren. De vraag wordt daardoor steeds prangender: hoe lang kan Europa de economische kost van zijn geopolitieke strategie blijven dragen?

Brussel verhoogt de steun terwijl de economische druk oploopt

De cijfers zijn moeilijk naast elkaar te leggen zonder dat er een ongemakkelijke spanning zichtbaar wordt.

Enerzijds staat Oekraïne economisch onder zware druk. Anderzijds maakt de Europese Unie zich op om in 2026 en 2027 nog eens 90 miljard euro aan steun te mobiliseren.

Dat gebeurt op een moment waarop ook de Europese economie zelf opnieuw geconfronteerd wordt met hogere energieprijzen en oplopende inflatie.

Oxford Economics: oorlog duwt Oekraïne in recessie

De recente analyse van Oxford Economics schetst een somber beeld van de Oekraïense economie. De escalatie van de oorlog zou volgens de studie ongeveer 3 procentpunt van de economische groei in 2026 kosten. Waar eerder nog werd uitgegaan van een groei van ongeveer 1,3 procent, zou de Oekraïense economie daardoor uitkomen op ongeveer -1,2 procent. Voor 2027 rekent Oxford Economics op een gedeeltelijk herstel, met een groei van ongeveer 1,3 procent.

De economie blijft volgens de analyse functioneren, de overheid blijft betaald worden en de defensie-industrie draait op hoge capaciteit. Maar de civiele economie krijgt wel een zware klap.

De Zwarte Zee wordt economische flessenhals

De grootste directe impact komt volgens Oxford Economics van de problemen rond de Zwarte Zee.

De beperking van de export via de Zwarte Zee zou in 2026 ongeveer 2,1 procentpunt van de bbp-groei kosten. Tussen augustus en december zou Oekraïne daardoor naar schatting 8,3 miljard dollar aan exportinkomsten mislopen.

Dat is bijzonder belangrijk voor een economie die afhankelijk is van exportinkomsten om buitenlandse valuta binnen te halen, de overheid te financieren en de import van energie, machines en andere goederen te betalen.

De Russische aanvallen op de Oekraïense Zwarte Zeehavens beginnen ook op macroniveau door te wegen. De Nationale Bank van Oekraïne raamt dat de exportverstoring het land dit jaar tot 2,5 miljard dollar aan inkomsten kan kosten. Oxford Economics berekent dat de economische schade kan oplopen tot 1,8 procent van het bbp in 2026 en 2,1 procent in 2027. Bij een ernstige en langdurige verstoring zou de schade volgens Oxford Economics in 2027 kunnen oplopen tot 5,3 procent van het bbp.

Het probleem is bovendien groter dan alleen graan. De logistieke ketens van het land worden geraakt. Havens, spoorwegen, opslagplaatsen en distributiecentra zijn essentieel voor zowel de export als de binnenlandse economie.

De aanvallen raken steeds meer economische infrastructuur

Volgens recente berichtgeving worden steeds vaker magazijnen, distributiecentra, industriële installaties en commerciële infrastructuur getroffen. Volgens de Financial Times zijn ook de drie belangrijkste overgebleven staalfabrieken getroffen, terwijl Russische drones spoorinfrastructuur en benzinestations aanvielen. De drie staalfabrieken waren samen goed voor ongeveer 90 procent van de Oekraïense staalproductie.

Het gevolg: minder productie en export drukken de binnenlandse inkomsten, terwijl de uitgaven voor defensie hoog blijven. De oorlogsschade werkt zo rechtstreeks door in de overheidsfinanciën en vergroot Oekraïnes afhankelijkheid van buitenlandse financiering.

Defensie houdt de economie tegelijk overeind

De sterk gestegen defensie-uitgaven veranderen wel de samenstelling van de Oekraïense economie. De cijfers van Oxford Economics geven vooral aan waar de economische schade terechtkomt. Volgens de studie zit de volledige verslechtering van de groeiverwachting aan de civiele kant. De hogere defensie-uitgaven houden de totale bbp-groei nog enigszins op peil. Maar daarachter gaat een veel scherpere tegenstelling schuil: terwijl de defensiesector 1,5 tot 2 procentpunt bijdraagt aan de bbp-groei, levert de civiele economie een negatieve bijdrage van ongeveer 3 tot 3,5 procentpunt.

Hetzelfde fenomeen is zichtbaar in de overheidsfinanciën. Oekraïne moet enorme bedragen uitgeven aan defensie, terwijl de inkomsten achterblijven.

Het ontwerpbudget voor 2027 voorziet volgens Reuters in 4,89 biljoen hryvnia (95,5 miljard euro) aan defensie-uitgaven, goed voor ongeveer twee derde van de totale overheidsuitgaven. Minister van Financiën Sergii Marchenko zei dat Oekraïne volgend jaar meer dan 52 miljard dollar aan internationale financiële steun nodig heeft.

De afhankelijkheid van buitenlandse steun neemt dus niet af. Integendeel.

En daar komt de Europese Unie in beeld

De Europese Unie heeft inmiddels gekozen voor een structurele financiering van Oekraïne.

In april finaliseerde de EU een steunlening van 90 miljard euro voor 2026 en 2027. Ongeveer 30 miljard euro daarvan is bestemd voor macro-economische steun; 60 miljard euro gaat naar de Oekraïense defensiecapaciteit. Het geld wordt door de EU op de kapitaalmarkten opgehaald en wordt door de Europese begroting gedekt.

Dat is geen symbolisch bedrag.

En de steun wordt ook daadwerkelijk uitgekeerd. De Europese Commissie maakte in september nog eens 3,3 miljard euro vrij voor Oekraïense defensieaankopen. In augustus werd daarnaast 6,1 miljard euro aan nieuwe defensieaankopen goedgekeurd.

De Europese strategie is daarmee duidelijk: Oekraïne financieel en militair overeind houden zolang de oorlog voortduurt.

Deze strategische keuze heeft ook een serieuze economische consequentie

Europa financiert een oorlogseconomie waarvan Oxford Economics tegelijkertijd vaststelt dat de civiele economie zwaar onder druk staat en Oekraïne in een recessie zal terechtkomen.

De rechtstreekse oorzaak van de economische schade ligt volgens de economische analyses vooral bij de oorlog, de Russische aanvallen, de exportproblemen en de vernieling van infrastructuur.

Maar het betekent wel dat Europa ervoor kiest om de financiering van die oorlog voort te zetten ondanks de zeer hoge economische kost ervan.

Ondertussen stijgt ook de druk op de Europese economie

De timing is opmerkelijk. De Europese economie bevindt zich zelf niet in een comfortabele positie.

Volgens Eurostat bedroeg de inflatie in de eurozone in augustus 3,2 procent, tegenover 2,9 procent in juli. Voor de EU als geheel bedroeg de inflatie eveneens 3,2 procent. In België ligt de inflatie op 4,2 procent. Energie was verantwoordelijk voor 1,29 procentpunt van de jaarlijkse inflatie in de eurozone.

De energieprijzen vormen daarmee opnieuw een belangrijk probleem.

De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogde op 16 september de depositorente met 25 basispunten tot 2,5 procent. Ook de rente op de belangrijkste herfinancieringsoperaties werd opgetrokken, van 2,4 naar 2,65 procent. De combinatie van hogere energieprijzen en hardnekkige inflatie maakt het voor de ECB moeilijker om de economie via lagere rente te ondersteunen.

De Europese economie krijgt daarmee opnieuw een probleem dat ze de voorbije jaren al probeerde af te schudden: dure energie. Hogere gasprijzen werken door in de elektriciteitsfactuur en in de kosten van Europese bedrijven. Tegelijk maakt een nieuwe opstoot van de inflatie het voor de ECB moeilijker om de rente snel te verlagen. Voor de Europese industrie is dat een bijzonder slechte combinatie: hogere energiekosten, duurdere financiering en concurrenten buiten Europa die niet met dezelfde energiefactuur kampen.

Het gasprobleem is terug

Daar komt de Europese gasmarkt bovenop. De EU heeft de voorbije jaren bewust de afhankelijkheid van Russisch gas afgebouwd. Strategisch is dat een keuze om minder afhankelijk te zijn van Rusland. Maar het betekent ook dat Europa veel sterker afhankelijk is geworden van de internationale lng-markt. En die markt staat vandaag onder druk.

De oorlog tussen Israël, de Verenigde Staten en Iran heeft de Straat van Hormuz geraakt, terwijl Qatarese lng-productie is stilgevallen. Qatar is een belangrijke lng-leverancier voor de wereldmarkt.

De Europese Commissie erkent dat de situatie op de energiemarkt uitzonderlijk is. Ze stelt dat er momenteel geen onmiddellijke bevoorradingscrisis is, maar wijst tegelijk op de lage opslagniveaus, de stilgevallen Qatarese lng-productie en de grote prijsvolatiliteit.

De actuele cijfers zijn duidelijk. Op 20 september zat ongeveer 69,6 procent van de Europese gasopslag gevuld. België zat op ongeveer 59,79 procent, volgens Gas Infrastructure Europe. Dat betekent dat de veiligheidsmarge aanzienlijk kleiner is dan wanneer de opslag volledig gevuld zou zijn. De Europese regels voor aardgasopslag leggen lidstaten op om hun opslagcapaciteit jaarlijks voor de winter voldoende te vullen. Tussen 1 oktober en 1 december moet het niveau minstens 90 procent van de beschikbare commerciële capaciteit bedragen.

Reuters meldde vorige week dat de Europese opslag rond 69 procent lag, tegenover een vijfjarig seizoensgemiddelde van ongeveer 85 procent. Tegelijk stond de Europese benchmarkprijs rond 81 euro per megawattuur, ongeveer 150 procent hoger dan een jaar eerder.

‘We kopen het gas wel ergens anders’ is geen evident alternatief

Europa kan lng kopen in de Verenigde Staten, Qatar en andere producerende landen. Maar wanneer de mondiale lng-markt onder druk staat, moeten Europese bedrijven en gezinnen concurreren met afnemers uit Azië en andere regio’s. De fysieke afhankelijkheid van Rusland kan dus worden afgebouwd, terwijl een andere vorm van afhankelijkheid ontstaat: die van de wereldwijde lng-markt.

En die markt wordt momenteel geconfronteerd met geopolitieke risico’s in het Midden-Oosten.

De ECB waarschuwde bovendien dat hogere gasprijzen tegenwoordig sneller doorwerken in de Europese inflatie dan enkele jaren geleden.

België bouwt tegelijk zijn gasinfrastructuur af

Tegen die achtergrond is ook de Belgische situatie opvallend. De Vlaamse regering heeft Fluvius vorige week opdracht gegeven om een planning uit te werken voor de geleidelijke afbouw van de aardgasinfrastructuur. Het doel is om op langere termijn de afhankelijkheid van aardgas te beëindigen. Volgens de berichtgeving gaat het om een traject waarbij delen van het distributienet uiteindelijk buiten dienst kunnen worden gesteld zodra voldoende alternatieven beschikbaar zijn.

Het beleid past in de bredere Europese energietransitie: minder aardgas, meer elektrificatie, warmtepompen, warmtenetten en hernieuwbare energie. Maar de timing roept economische vragen op.

Want het is één zaak om een gasnet af te bouwen wanneer alternatieve energie goedkoop en overvloedig beschikbaar is. Het is iets anders wanneer tegelijk de gasmarkt wordt geconfronteerd met geopolitieke schokken, de opslag relatief laag staat en elektriciteit steeds meer de rol van gas moet overnemen.

Van gas naar elektriciteit: maar ook daar is geen onbeperkte marge

Er is momenteel geen vastgesteld elektriciteitstekort in België. De FOD Economie stelt expliciet dat Elia voor de komende winter geen bevoorradingsproblemen verwacht. België beschikt bovendien over interconnecties met Frankrijk, Nederland, Duitsland, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk.

Dat betekent echter niet dat elektriciteit geen probleem vormt. De uitdaging verschuift gedeeltelijk van beschikbaarheid naar prijs, flexibiliteit en capaciteit.

Wanneer gas duurder wordt, worden gascentrales duurder om te laten draaien. De FOD Economie wijst er zelf op dat gascentrales op bepaalde momenten de marginale, en dus prijsbepalende, productie-eenheden zijn. Hogere gasprijzen kunnen daardoor ook de elektriciteitsprijs op de Belgische markt verhogen.

De elektrificatie van verwarming en transport maakt de vraag naar elektriciteit bovendien structureel belangrijker.

Het systeem moet dus tegelijkertijd:

  • minder afhankelijk worden van aardgas;
  • meer elektriciteit produceren;
  • voldoende netcapaciteit hebben;
  • voldoende flexibiliteit behouden;
  • en de elektriciteitsprijs betaalbaar houden.

Dat betekent een aanzienlijk investeringsprogramma.

De paradox van de Europese strategie

Daarmee komen verschillende dossiers samen die doorgaans afzonderlijk worden besproken.

  • Europa wil Rusland economisch onder druk zetten.
  • Het wil Oekraïne financieel en militair blijven steunen.
  • Het wil Russisch gas versneld vervangen.
  • Het wil de eigen gasinfrastructuur afbouwen.
  • Het wil tegelijk versneld elektrificeren en verduurzamen.

Maar ondertussen wordt de wereldwijde lng-markt geraakt door een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten, stijgt de Europese gasprijs en loopt de inflatie opnieuw op.

Voor Europa wordt energie daarmee opnieuw een economische kwetsbaarheid. De afhankelijkheid van Russisch gas wordt afgebouwd, maar de vervangende aanvoer komt terecht op een wereldmarkt waar prijzen en beschikbaarheid sterk bewegen. De huidige gasprijs laat zien hoe snel zo’n externe schok opnieuw kan doorwerken in de Europese economie.

Dat betekent niet dat elk onderdeel van dat beleid economisch verkeerd is. Het betekent wel dat de kosten en risico’s van de verschillende beleidskeuzes niet los van elkaar kunnen worden bekeken.

De Europese strategie berust in toenemende mate op de veronderstelling dat alternatieve energiebronnen, lng-importen, hernieuwbare elektriciteit, interconnecties en energiebesparing samen voldoende buffer bieden. Voorlopig lijkt dat technisch voldoende om een onmiddellijke bevoorradingscrisis te vermijden. Maar de prijs daarvoor wordt steeds zichtbaarder.

De rekening komt niet alleen in Kyiv terecht

Voor Oekraïne betekent de oorlog een combinatie van vernietigde infrastructuur, minder export, hoge defensie-uitgaven en een groeiende afhankelijkheid van buitenlandse financiering.

Voor Europa betekent dezelfde oorlog hogere militaire uitgaven, financiële steun aan Oekraïne, handelsverstoringen en een energiebeleid dat de afhankelijkheid van Rusland moet verminderen terwijl alternatieve bevoorradingsroutes zelf steeds kwetsbaarder worden.

Cijfers van Oxford Economics maken vooral het eerste deel zichtbaar: Oekraïne kan de oorlog economisch niet alleen dragen.

De Europese cijfers maken het tweede deel zichtbaar: Europa draagt zelf eveneens een economische kost.

De EU heeft dus gekozen voor een strategie waarbij Oekraïne financieel en militair wordt ondersteund totdat er een politieke of militaire oplossing voor de oorlog komt. Dat is een geopolitieke keuze.
Echter, de EU verandert tegelijk de manier waarop Europa energie inkoopt, opslaat en gebruikt. Dat maakt de economische kost van de oorlog moeilijker af te bakenen. Een deel verschijnt op de Oekraïense begroting, een ander deel op Europese overheidsbegrotingen en nog een ander deel in de energiefactuur van bedrijven en gezinnen.

De hamvraag

De vraag voor Brussel wordt daardoor steeds concreter. Niet alleen of Europa Oekraïne financieel en militair kan blijven ondersteunen, maar ook hoeveel ruimte daarvoor overblijft wanneer energieprijzen hoog blijven, inflatie opnieuw oploopt en Europese bedrijven hun concurrentiepositie proberen te behouden.

Het debat gaat daarmee uiteindelijk over meer dan de keuze tussen Russisch gas en alternatieve bevoorrading. Het gaat over de prijs die Europa bereid is te betalen voor een andere energievoorziening, terwijl het tegelijk Oekraïne blijft ondersteunen en zijn eigen economie door een ingrijpende energietransitie stuurt.

De komende winters zal blijken hoeveel van die rekening uiteindelijk niet alleen in Kyiv, maar ook in Brussel, bij Europese bedrijven en bij gezinnen terechtkomt.

Wil je meer energienieuws ontvangen? Schrijf je in op onze wekelijkse Energy Insider-nieuwsbrief

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Voeg businessam.be toe als preferred source op Google
Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.