De Raad van Europese staats- en regeringsleiders wil graag tegen het einde van dit jaar tot een akkoord komen over de Europese langetermijnbegroting. Het is alvast de bedoeling hier over te onderhandelen op de informele Europese top in Cyprus op 23 en 24 april, en op de Europese top in Brussel einde juni. Tot nu toe werd hierover vooral op technisch niveau gepraat. Ook het Europees Parlement is van plan om tegen het einde van deze maand, of desnoods in mei, een tussentijds rapport met aanbevelingen goed te keuren.
Ondanks deze versnelling in de gesprekken, gelooft de Duitse Kanselier Friedrich Merz echter niet dat de beoogde deadline haalbaar is. Hij stelde onlangs: “Ik weet nog niet zeker of we het dit jaar daadwerkelijk af kunnen ronden.” Het Roemeense parlementslid Siegfried Mureșan, die als mederapporteur optreedt in dit dossier, reageerde daarop: “2027 wordt politiek gezien een moeilijk jaar met veel verkiezingen in de lidstaten.” Hij voegde er aan toe dat hij niet ziet “waarom het in 2027 makkelijker zou zijn om overeenstemming te bereiken over een begroting dan in 2026”. Zeker een overwinning van het Rassemblement National in Frankrijk zal de zaken er niet makkelijker op maken. Ook in Italië en Polen zijn er belangrijke verkiezingen.
De vraag is of het jammer is om geen akkoord over de uitgaven van de EU tussen 2028 en 2034 te hebben. Vorig jaar bracht de Europese Rekenkamer, de EU-instelling die als financiële waakhond moet fungeren, voor het zesde achtereenvolgende jaar op rij een “negatief” advies uitbracht over de Europese langetermijnbegroting – ook Meerjarig Financieel Kader (MFK) genoemd. Desondanks wil de Europese Commissie die uitgaven bijna verdubbelen, van ongeveer 1,2 biljoen euro over zeven jaar tot 2 biljoen euro. Daarbij eiste ze ook meer bevoegdheden op het gebied van zogenaamde “eigen inkomsten”, wat neerkomt op EU-belastingen met name op grote bedrijven, tabak, elektronisch afval en koolstofemissies.
De EU-lidstaten verzetten zich gelukkig tegen deze poging tot ambtelijke machtsgreep. Zelfs de nieuwe Nederlandse Premier Rob Jetten, lid van het euro-federalistische D66, stelde: “Een modern MFK betekent niet dat de cijfers uit de hand lopen. Nederland zal de cijfers zeer nauwkeurig bestuderen, en we zullen hierover de komende maanden uitgebreid debatteren.”
EU-belastingen
Veelzeggend is dat de Europese Commissie bij de presentatie van een van die nieuwe “EU-belastingen”, het voorgestelde “Corporate Resource for Europe” (CORE), geen enkele positieve reactie kreeg van ook maar één EU-lidstaat. CORE zou een 6,8 miljard euro per jaar moeten opleveren door bedrijven met een jaaromzet van meer dan vijftig miljoen euro en een vaste vestiging in de EU te belasten.
Ook de “Tobacco Excise Duty Own Resource” (TEDOR) stuit op sterke weerstand. De Zweedse regering noemde dit voorstel om een deel van de opbrengsten – maar liefst 11.2 miljard euro jaarlijks – rechtstreeks naar de EU door te storten “volstrekt onaanvaardbaar”. Zij wees er daarbij ook op dat de Commissie niet enkel tabaksproducten wil aanpakken via fors hogere accijnzen, maar ook alternatieven voor tabak.
Dat net Zweden een van de felste tegenstanders is, is geen toeval. Het is de enige EU-lidstaat met een vrijstelling van het EU-verbod op snus, een nicotinezakje dat als alternatief fungeert voor het roken van tabak. Zweden trad toe tot de EU in 1995, en geniet dus van die vrijstelling voor meer dan dertig jaar nu. Onlangs werd bekend dat het aantal rokers in Zweden tot onder 4 procent van de bevolking is gezakt. In vergelijking met andere EU-landen heeft Zweden 44% bovendien minder tabak-gerelateerde sterfgevallen, 41% minder longkanker en 38% minder sterfgevallen door kanker.
Op zijn minst is er wat meer rationaliteit te bespeuren bij de lidstaten. Het Cypriotische voorzitterschap van de Raad kwam eerder dit jaar met een nieuw compromisontwerp hierover, waarbij de verhoging op sommige vlakken enigszins afzwakt wordt, en er ook in een overgangsperiode wordt voorzien. Dit voorstel zou onthaald zijn door verschillende EU-lidstaten met “voorzichtige tevredenheid”, waarbij diplomaten in vertrouwen lieten weten dat het compromis een „constructieve basis vormt om vooruitgang te boeken in de onderhandelingen”.
Een akkoord lijkt in de komende maanden nu mogelijk in de lijn van een rapport van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) van februari. Dat benadrukt de noodzaak om “het accijnskader aan te passen aan marktontwikkelingen, nieuwe producten en doelstellingen op het gebied van de volksgezondheid”. Het benadrukt ook dat de hervorming “evenredig, voorspelbaar en economisch houdbaar moet blijven”. Verder waarschuwt het voor buitensporige verhogingen van accijnzen, aangezien dit het risico van meer illegale smokkel met zich meebrengt. Het pleit voorts voor duidelijkere definities en “voldoende flexibiliteit voor lidstaten.”
Voor het Europees Parlement lijkt de Europese Commissie integendeel nog niet ver genoeg te gaan. Veel Europarlementsleden dringen aan op meer „eigen middelen” voor de EU, zoals een EU-taks op Amerikaanse „big tech” bedrijven of een EU-taks op online gokken. Gelukkig is het onwaarschijnlijk dat de lidstaten hiermee akkoord zullen gaan.
Een fundamentele hervorming van de Europese langetermijnbegroting
Voorts wil de Europese Commissie ook dat voorheen strikt gescheiden onderdelen van de Europese langetermijnbegroting zoals landbouwuitgaven en regionale subsidies worden samengevoegd. Daartoe wil het volgens Euractiv een groot nieuw fonds oprichten, met de naam “Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en plattelandsontwikkeling, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid” Dit fonds zou de traditionele fondsen van het cohesiebeleid (EFRO, ESF+, Cohesiefonds, JTF) samenvoegen met de EU-fondsen voor landbouw en plattelandsontwikkeling (ELFPO en EMFAF) tot één geconsolideerde structuur. De grootte van dat “Europees Fonds” zou oplopen tot 771 miljard euro van de voorgestelde totale 2 biljoen euro.
Het cijfer komt uit een interne briefing van de begrotingscommissie in het Europees Parlement die Euractiv en FAZ hebben kunnen inkijken. Het zou ertoe leiden dat de gemiddelde EU-lidstaat 8% aan middelen zou verliezen, een vermindering van 759 miljard euro naar 698 miljard euro in constante prijzen.
Sommige lidstaten zouden echter als winnaars uit de bus komen. Dat is met name het geval Luxemburg (27%), Cyprus (21%), Estland, Malta (beide 3%), Zweden (2%) en Letland (1%). Verliezers zijn dan weer Slovenië en Ierland (beide -13%), gevolgd door Portugal, Italië, Frankrijk, Spanje en Tsjechië (allemaal -12%), Duitsland (-11%), Denemarken (-10%), Oostenrijk (-9%), Hongarije (-8%), Roemenië, Polen, Nederland (allemaal -5%), Slowakije (-4%), België (-3%), Bulgarije (-2%), Griekenland en Litouwen (beide -1%).
De landbouwsector zou niet noodzakelijk verliezen. Het document voorziet immers dat de minimale uitgaven van de EU voor landbouw 302 miljard euro zouden bedragen, terwijl het maximum – indien alle andere niet-toegewezen middelen naar landbouw zouden gaan – 471 miljard euro zou zijn. Onder de huidige Europese langetermijnbegroting ontvangt de landbouw 379 miljard euro. De vraag is of het een goed idee is om de fraudegevoelige landbouwuitgaven op peil te houden. In Griekenland leidde een schandaal waarbij 300 miljoen euro aan Europese landbouwgelden zouden zijn gestolen onlangs nog tot een grote politieke crisis. In februari waarschuwde de Europese Rekenkamer dat zij twijfelt of het mogelijk zal zijn om na te gaan waar de uitgaven in het kader van het nieuwe landbouwbeleid van de EU naar toe zullen gaan.
Voor regionaal subsidiebeleid zullen de uitgaven normaal gezien wel zakken. Voor deze zogenaamde “cohesie” fondsen zou slechts minimum 195 miljard euro worden voorzien, en maximum 364 miljard euro. Dat is nauwelijks meer dan de 362 miljard euro aan cohesiegelden in de huidige begroting – en dit dus enkel indien al het niet-toegewezen geld naar cohesie zou gaan. Een kleine stap vooruit dus, wat goed is, gezien de schaal van corruptie die gepaard gaat met dit soort uitgaven. De Italiaanse hoogleraar strafrecht Vincenzo Musacchio, die verbonden is aan het gerenommeerde Rutgers Institute on Anti-Corruption Studies in New York waarschuwde in 2021: „Tussen 2015 en 2020 heeft de EU ongeveer 70 miljard euro aan structuur- en investeringsfondsen aan Italië toegewezen. De helft van deze middelen is in handen van de georganiseerde misdaad terechtgekomen“
Ook voor uitgaven voor sociaal beleid zou maximaal 56 miljard euro worden toegewezen, en minimum 32 miljard euro. Dat is een forse vermindering ten aanzien van de 96 miljard euro die de huidige begroting voorziet.
Fraude en verspilling
Bij dit alles lijken lidstaten veel meer macht te krijgen om te beslissen waar de subsidies naar toe gaan, op basis van nationale plannen. Eurocraten zullen hier echter wel een zeg over krijgen. Adriaan Schout van de Nederlandse denktank Clingendael waarschuwt: „De plannen breiden de invloed van de EU via leningen en voorwaarden uit naar gevoelige nationale terreinen.”
Los van administratieve uitgaven zal de Europese langetermijnbegroting uit drie belangrijke begrotingsposten bestaan: nationale plannen (waaronder dus het bestaande landbouw- en regionaal beleid), een nieuw fonds voor concurrentievermogen en het fonds voor buitenlands beleid, „Global Europe“. De nationale plannen zullen echter nog steeds 45 procent van de totale uitgaven uitmaken. Het totaalplaatje is dus wel minder geld voor de traditionele EU-uitgaven, en meer voor buitenlands beleid en concurrentievermogen.
Volgens de FAZ wil Duitsland vooral de eigen korting op de bijdrage tot de EU-begroting behouden, ook al zal het land minder geld uit de EU-pot krijgen. Diplomaten stellen dat slechts een handvol mediterrane lidstaten die zich nog verzetten, naast de groenen en socialisten in het Europees Parlement.
Als het voor Duitsland achter de schermen al lang allemaal goed lijkt, zullen andere netto-betalers zich weren? Voor België bestaat er momenteel twijfel of het land een netto-betaler is, maar dat kan wel eens veranderen. De Belgische rekening dreigt immers serieus op te lopen, van een 4,4 miljard euro tot een 7,21 miljard euro per jaar, indien het oorspronkelijke Commissievoorstel niet zou worden bijgestuurd.
Het is maar de vraag of het nieuw soort Europese uitgaven minder fraudegevoelig zullen zijn dan landbouw- of “cohesie”-uitgaven. De Europese Rekenkamer hekelde alvast het “gebrek aan kostenanalyse” bij het “Global Europe” plan.
Over het voorgestelde fonds voor concurrentievermogen waarschuwde de instelling over de vaagheid van de plannen. Ook wees ze erop dat ze had gewaarschuwd „dat bij het opstellen van voorstellen voor het MFK door de Commissie rekening moet worden gehouden met de zwakke punten in het financieringsmodel van [het Coronaherstelfonds],” een tijdelijk, door gemeenschappelijke Europese schuld gefinancierd noodfonds, dat de Rekenkamer al fors heeft bekritiseerd, en dat de Europese belastingbetaler voor jaren met een grote terugbetalingskost opzadelt.
Al bij de voorstelling door de Commissie van de nieuwe meerjarenbegroting in juli was het duidelijk dat er geen grote ommezwaai komt in het beleid om fraude met EU-gelden tegen te gaan. Een EU-ambtenaar hekelde het gebrek aan “sense of urgency” hierover: “Als we aan burgers vragen om begrotingsdiscipline aan de dag te leggen, moeten we tonen dat het geld niet wordt gestolen.”
De jaarlijkse fraude met EU-gelden loopt nu reeds op tot 1 miljard euro per jaar, volgens officiële EU-statistieken. Dan hebben we het nog niet gehad over inefficiënte aanwending van al die schaarse middelen, en de economische distorties die de EU-uitgaven veroorzaken. Alles wijst er echter op dat het gewoon “business as usual” blijft.
Pieter Cleppe, politiek analist

