‘Geen link tussen technologie en geestelijke gezondheid van tieners’

Foto: Daria Nepriakhina/Unsplash

Over de schadelijke effecten van technologie op de mentale gezondheid van jongeren is veel gezegd en geschreven, maar Britse onderzoekers stellen nu dat de twee maar ‘weinig verband’ houden. 

Wetenschappers van het Oxford Internet Institute vergeleken tv-kijken, het socialemediagebruik en digitale toestellen zoals smartphones met gevoelens van depressie, zelfdoding en gedragsproblemen bij jongeren. In de studie werden de gegevens van meer dan 430.000 adolescenten in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten onderzocht om na te gaan hoe de relaties tussen deze zaken in de afgelopen 30 jaar zijn veranderd. 

De studie vond ‘weinig bewijs’ voor een groter wordend verband tussen het technologiegebruik van jongeren en hun geestelijke gezondheid. Van de acht onderzochte associaties vertoonden er slechts drie enige verandering in de loop der tijd. 

Zo waren socialemediagebruik en televisiekijken minder sterk geassocieerd met depressie, maar was het verband tussen sociale media en emotionele problemen wel toegenomen. Volgens de onderzoekers waren de waargenomen veranderingen in bestudeerde periode echter klein.

‘We konden geen verschil zien tussen de impact van sociale media en de geestelijke gezondheid in 2010 en 2019’, zei coauteur Andrew Przybylski onderzoekdirecteur van het Oxford Internet Institute en hoofdauteur van de studie, aan de BBC. ‘We zeggen niet dat minder gelukkige mensen meer sociale media gebruiken. We zeggen dat het verband niet sterker wordt.’

De auteurs suggereren ook dat het toegenomen gebruik van technologie niet meer gedragsproblemen of zelfmoordneigingen heeft veroorzaakt. De idee dat technologieën waarover we ons nu als maatschappij het meest zorgen maken, zoals smartphones, schadelijker worden voor jongeren, lijkt volgens het onderzoeksteam dus niet te kloppen. 

Techsector moet transparanter

De wetenschappers waarschuwen wel dat de beschikbare gegevens over technologiegebruik niet altijd even nauwkeurig zijn omdat ze gebaseerd zijn op zelfrapportage, waarbij deelnemers zelf invullen hoeveel tijd ze bijvoorbeeld achter een scherm hebben doorgebracht. 

Daarom, zo opperen de auteurs, is er ‘dringend behoefte aan meer geloofwaardige en transparante samenwerkingsverbanden tussen technologiebedrijven en onafhankelijke wetenschappers’. Professor Przybylski stelt: ‘De gegevens bestaan binnen de techindustrie, wetenschappers moeten er alleen toegang toe kunnen krijgen voor neutraal en onafhankelijk onderzoek.’

(lb)