Key takeaways
- Frankrijk zal waarschijnlijk een eigen opvolger voor de Rafale ontwikkelen na het mislukken van het FCAS-project.
- Binnenlandse productie garandeert nucleaire aanvalscapaciteiten en snellere ontwikkelingscycli.
- Hoge kosten kunnen het voor Frankrijk moeilijk maken om te concurreren met grootmachten zoals China en de Verenigde Staten.
Na het mislukken van het Future Combat Air System (FCAS)-initiatief op 8 juni wordt algemeen verwacht dat Frankrijk zich zal richten op het zelfstandig ontwikkelen van een opvolger voor de Rafale-gevechtsvliegtuig.
Eric Trappier, hoofd van Dassault Aviation, is een voorstander van deze koerswijziging en stelt dat Frankrijk zijn vermogen om toekomstige gevechtsvliegtuigen te ontwerpen en te produceren moet behouden zonder gebonden te zijn aan multinationale consortia. Trappier is van mening dat de lange traditie van uitmuntendheid in de luchtvaart in Frankrijk – die zich uitstrekt van de Mirage-serie tot de huidige Rafale – de noodzakelijke basis biedt om een soevereine technologische koers te volgen.
Nationale belangen
Frankrijk beschikt over verschillende strategische voordelen die deze onafhankelijkheid mogelijk maken. Het land beschikt over interne expertise op het gebied van stealtharchitectuur, missiesystemen en het ontwerp van vliegtuigrompen. Bovendien heeft Frankrijk behoefte aan specifieke capaciteiten die uniek zijn voor zijn nationale belangen, zoals de integratie van vliegdekschepen voor zijn zeestrijdkrachten en certificering voor nucleaire aanvallen voor zijn strategische afschrikking.
Door het programma in eigen land te leiden, suggereert Trappier dat Frankrijk de ontwikkelingscycli zou kunnen versnellen en geheime technologie beter zou kunnen beveiligen, waardoor de bureaucratische vertragingen en verwaterde verantwoordelijkheid die vaak gepaard gaan met samenwerkingsverbanden tussen meerdere staten, worden vermeden.
Veel ervaring
Historisch gezien heeft Frankrijk beter gepresteerd dan zijn Europese buren op de wereldwijde wapenmarkt. Terwijl joint ventures zoals de Eurofighter moeite hebben gehad om te concurreren met de Amerikaanse F-35 of de Russische Su-30, heeft de Rafale meer succes gekend.
Het Franse straalvliegtuig kwam eerder in dienst dan de Eurofighter en beschikte over superieure radartechnologie. Met name maakte het al twee decennia vóór de Eurofighter gebruik van phased array-systemen en nam het later actieve elektronisch gescande array (AESA)-technologie in gebruik, terwijl zijn tegenhanger nog steeds vertrouwde op verouderde sensoren. Dit suggereert dat een op zichzelf staand Frans project wellicht levensvatbaarder en effectiever is dan een gefragmenteerde Europese inspanning.
Wereldwijde concurrentie
Het bereiken van echte pariteit met de volgende generatie wereldwijde luchtmacht blijft echter een enorme opgave. Hoewel projecten als FCAS en het Global Air Combat Programme worden aangeduid als inspanningen van de zesde generatie, zullen ze waarschijnlijk vliegtuigen van de “5+”-generatie opleveren die achterblijven bij de nieuwste Amerikaanse en Chinese modellen.
De financiële vereisten voor een dergelijke ontwikkeling zijn astronomisch. Het F-35-programma kostte bijvoorbeeld meer dan 100 miljard dollar (87 miljoen euro). Gezien de kleinere schaal van de Franse industriële basis, de beperkte elektronische capaciteiten en de beperkte R&D-financiering is het onwaarschijnlijk dat Frankrijk zelfstandig een gevechtsvliegtuig kan produceren dat volledig kan concurreren met de F-35 of de J-20.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

