EU herintroduceert internationale koolstofkredieten, maar dit gaat gepaard met heel wat risico’s


Key takeaways

  • De Europese Unie integreert internationale koolstofkredieten om de kosten voor het halen van haar klimaatdoelstellingen voor 2040 te verlagen.
  • Aanhoudende tekortkomingen, zoals dubbeltelling en een gebrek aan additionaliteit, vormen een bedreiging voor de milieu-integriteit.
  • Strenge controle moet voorkomen dat die kredieten de wereldwijde CO2-niveaus opdrijven.

De Europese Unie neemt momenteel internationale koolstofkredieten opnieuw op in haar klimaatstrategie. Die verschuiving wordt gedreven door twee belangrijke factoren: de afronding van het regelwerk voor artikel 6 van het Akkoord van Parijs tijdens de VN-klimaatconferentie in november 2024 in Bakoe, en de goedkeuring door de EU zelf van een doelstelling voor 2040 om de uitstoot met 90 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Onder die nieuwe richtlijnen kan de EU internationale of binnenlandse kredieten gebruiken om tot 5 procent van haar reductiedoelstelling te vervullen.

Economische efficiëntie

De logica achter dit beleid is economische efficiëntie. Door mitigatiemaatregelen te financieren waar de kosten het laagst zijn, neemt de totale financiële last van klimaatmaatregelen af, waardoor de kans op succes toeneemt.

Kwantitatief gezien vertegenwoordigt die toelage van 5 procent ten minste 236 miljoen ton CO2-equivalent tussen 2036 en 2040 – een volume dat vergelijkbaar is met de totale jaarlijkse uitstoot van Frankrijk. Afhankelijk van de koolstofprijzen (variërend van 30 tot 100 euro per ton) zou die markt een waarde kunnen hebben tussen 7 miljard en 24 miljard euro.

Lessen uit Kyoto-tijdperk

Desondanks blijven er aanzienlijke zorgen bestaan, omdat de fundamentele tekortkomingen van eerdere systemen nog steeds aanwezig zijn, schrijft de internationale denktank Bruegel. Tijdens het tijdperk van het Kyoto-protocol stelden mechanismen zoals het Clean Development Mechanism (CDM) en Joint Implementation (JI) ontwikkelde landen in staat om emissies te compenseren via projecten in andere landen. Die projecten vertoonden echter vaak een gebrek aan echte “additionaliteit”, wat betekent dat ze niet daadwerkelijk tot nieuwe emissiereducties leidden.

In de EU zorgde een toestroom van die emissierechten tussen 2008 en 2012 juist voor een daling van de koolstofprijzen en belemmerde het de binnenlandse inspanningen voor decarbonisatie, wat ertoe leidde dat de EU uiteindelijk Kyoto-emissierechten uit haar emissiehandelssysteem verbood.

Aanhoudende kwetsbaarheden

Het Akkoord van Parijs introduceerde twee nieuwe trajecten: artikel 6.2 voor directe bilaterale handel tussen landen, en artikel 6.4 voor een door de VN beheerde wereldwijde markt (PACM). Toch blijven er kwetsbaarheden bestaan. Artikel 6.2 mist onafhankelijk toezicht, waardoor de last van de kwaliteitscontrole bij de kopers en verkopers ligt.

Zo zijn de bilaterale inspanningen van Zwitserland om bussen in Bangkok te elektrificeren bekritiseerd door een gebrek aan transparantie en de vraag of het project zonder Zwitserse financiering wel zou zijn doorgegaan. Bovendien kan de overgang van 1.500 oude CDM-projecten naar het nieuwe PACM-kader verouderde en gebrekkige methodologieën met zich meebrengen, met name die uit Oost- en Zuid-Azië.

Om hiermee om te gaan, is een taxonomie van risico’s voor de milieu-integriteit opgesteld. Die risico’s worden in internationale contexten vaak versterkt door asymmetrische informatie en complexe verificatieprocessen.

Meetbaarheid en permanentie

Ten eerste is het meten een voortdurende worsteling. Het is moeilijk om daadwerkelijke resultaten te vergelijken met een theoretisch “business-as-usual”-scenario. Dit geldt met name voor natuurgebaseerde projecten, initiatieven op het gebied van afvalgassen en programma’s voor kookfornuizen, die vaak berusten op onbewijsbare aannames over menselijk gedrag of koolstofopslag, wat leidt tot een te hoge creditering van emissies.

Ten tweede is er de kwestie van permanentie. Koolstof die is opgeslagen in bossen of de bodem kan via bosbranden, ongedierte of veranderingen in landgebruik weer vrijkomen in de atmosfeer, waardoor het oorspronkelijke krediet ongeldig wordt.

Additionaliteit

Ten derde is er de additionaliteit. Een project is alleen geldig als het zonder de stimulans van koolstofkredieten niet zou hebben bestaan. Veel projecten op het gebied van hernieuwbare energie zijn tegenwoordig op zichzelf al commercieel levensvatbaar, wat betekent dat de kredieten die ervoor worden verstrekt geen “extra” klimaatvoordeel opleveren.

Bovendien treedt er “lekkage” op wanneer het beschermen van één bosgebied de ontbossing simpelweg naar een aangrenzende regio verplaatst.

Risico op dubbeltelling en fraude

Ten vierde is er dubbeltelling, waarbij twee verschillende landen aanspraak maken op dezelfde emissiereductie. Hoewel “overeenkomstige aanpassingen” op grond van artikel 6 dit moeten voorkomen, blijft de uitvoering een uitdaging.

Ten slotte vormt fraude een systemisch risico. De kenniskloof tussen projectontwikkelaars en kopers creëert prikkels voor ontwikkelaars om resultaten op te blazen of te liegen over de noodzaak van een project om de winst te maximaliseren.

Noodzaak van strenge controle

Uiteindelijk moet de EU het kader van artikel 6 beschouwen als een basis in plaats van als een gouden standaard. Er bestaat een spanningsveld tussen de behoefte aan kredieten met een hoge integriteit en de behoefte aan een groot volume aan kredieten om deadlines te halen. Als de EU geen strenge controle invoert, zou het gebruik van deze kredieten onbedoeld kunnen leiden tot een stijging van de wereldwijde CO2-niveaus.

(at)

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Voeg businessam.be toe als preferred source op Google
Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.