Key takeaways
- De ECB heeft de depositorente verhoogd naar 2,5 procent om de oplopende inflatie tegen te gaan.
- Geopolitieke instabiliteit in het Midden-Oosten zorgt voor hogere inflatieprognoses op de lange termijn.
- De belangrijkste economische indicatoren blijven voorlopig stabiel ondanks schommelende olieprijzen en verstoringen in de bevoorrading.
Als reactie op de escalerende inflatie als gevolg van de stijgende energiekosten heeft de Europese Centrale Bank (ECB) haar belangrijkste referentierente, de depositorente, verhoogd naar 2,5 procent. Deze maatregel is de tweede aanpassing sinds 11 juni en maakt een einde aan een periode van drie jaar van stabiliteit.
Geopolitieke druk
De centrale bank schreef de noodzaak van de verhoging toe aan de geopolitieke instabiliteit in het Midden-Oosten, waardoor de inflatie naar verwachting nog enige tijd aanzienlijk boven de streefcijfers zal blijven.
Hoewel de ECB voor het lopende jaar een gemiddelde totale inflatie van 3 procent verwacht, heeft zij haar langetermijnprognoses bijgesteld en de verwachtingen voor 2028 en 2027 verhoogd tot respectievelijk 2,1 procent en 2,5 procent.
Energiekosten zorgen voor inflatiepiek
Uit recente gegevens blijkt dat de inflatiepiek voornamelijk een door energie gedreven fenomeen is en niet het gevolg van een oververhitte vraag. De inflatie steeg in augustus naar 3,3 procent, tegenover 2,9 procent in juli, grotendeels doordat de energie-inflatie omhoogschoot naar 14,3 procent toen spanningen bij de Straat van Hormuz het olieaanbod beperkten. Die volatiliteit komt tot uiting in de Brent-olieprijzen, die onlangs de grens van 100 dollar per vat overschreden na militaire spanningen tussen Iran en de Verenigde Staten.
Stabiliteit in belangrijkste economische indicatoren
Andere economische indicatoren wijzen daarentegen op een stabieler klimaat. De kerninflatie, waarbij volatiele sectoren zoals voedingsmiddelen en energie buiten beschouwing worden gelaten, daalde in augustus licht naar 2,4 procent, en de inflatie in de dienstensector daalde naar 3 procent.
Economen van de ECB zijn van mening dat verstoringen aan de aanbodzijde verantwoordelijk waren voor bijna 90 procent van de stijging van de energieprijzen begin dit jaar, wat suggereert dat de huidige trend minder systemisch is dan de inflatiepiek die in 2021-22 werd waargenomen.
Omgaan met uiteenlopende nationale situaties
De ECB staat voor de uitdaging om een uniform monetair beleid toe te passen op een diverse groep landen. Zo liep de inflatie in augustus sterk uiteen binnen de eurozone. In Spanje bedroeg deze 4,5 procent, terwijl deze in Frankrijk op 2,7 procent en in Duitsland op 2,9 procent bleef.
Ondanks die verschillen beschouwt de ECB het percentage van 2,5 procent als neutraal, wat betekent dat zij de economie nog niet actief aan banden legt om de groei te remmen.
Wereldwijde monetaire vooruitzichten
De wereldwijde aandacht verschuift nu naar andere grote centrale banken. Verwacht wordt dat zowel de Bank of Japan als de Amerikaanse Federal Reserve medio september renteverhogingen zullen overwegen.
Ondertussen wordt verwacht dat de Bank of England haar huidige rente van 3,75 procent zal handhaven, die hoger blijft dan die van haar tegenhangers.
(at)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

