China zou de wereldwijde oliedruk kunnen verlichten, maar doet dat liever niet

De Volksrepubliek beschikt over een aanzienlijke raffinagecapaciteit die, indien zij volledig wordt benut, ongetwijfeld de druk op de wereldoliemarkt zou kunnen verlichten. Helaas is er weinig kans dat Peking deze technologie met de wereld zal delen.

Al enkele maanden is de olieprijs torenhoog; als bijkomend slachtoffer van de oorlog in Oekraïne verkeert de markt in een heuse crisis. De situatie heeft een punt bereikt waarop zelfs degenen die liever niet reageerden en van de crisis profiteerden, met name de OPEC-producenten, nu ineens wel van gedachten zijn veranderd. Maar dit geldt niet voor alle spelers op de oliemarkt. Sommigen, zoals China, nemen nog steeds dezelfde positie in.

Raffinagecapaciteit

Olie winnen alleen is niet genoeg; het zwarte goud moet verwerkt worden voordat het gebruikt kan worden voor verwarming of aandrijving. Dit is waar raffinaderijen om de hoek komen kijken.

China beschikt over nogal wat raffinaderijen… maar ze worden hoofdzakelijk gebruikt voor de binnenlandse markt. Ze draaien momenteel op tweederde van hun capaciteit; 71 procent voor de openbare sector en 64 procent voor de particuliere sector. 

Quota voor uitvoer

Waarom zouden de Chinezen niet van het verminderde olie-aanbod profiteren om meer te raffineren en de wereldmarkt, die bijzonder onder druk staat, te bevoorraden? Een terechte vraag, vooral omdat China sowieso olievaten aan de wereldmarkt levert – ongeveer 1,21 miljoen vaten per dag in 2021, het equivalent van 7 procent van zijn totale raffinagecapaciteit aan het eind van 2020.

“De afwezigheid van China op de exportmarkt wordt sterk gevoeld op de regionale en zelfs de wereldmarkt”, zei Jane Xie, senior olie-analist bij het gegevens- en analysebureau Kpler. “De raffinagecapaciteit in het land is de afgelopen drie tot vijf jaar enorm uitgebreid, maar dit vertaalt zich niet meer in een grotere uitvoer van olieproducten”, voegde zij eraan toe.

Het is een feit dat de Chinese regering de hoeveelheid brandstof die naar het buitenland wordt gestuurd, controleert via een quotasysteem. En hoewel het in de loop der jaren meer transporten heeft toegestaan, wil het daar geen misbruik van maken en een grote exporteur van olieproducten worden, want dat zou indruisen tegen zijn doel om de economie geleidelijk koolstofvrij te maken, aldus Bloomberg.

China, de nieuwe grootste olieraffinadeur ter wereld?

Terwijl de VS de afgelopen jaren verscheidene fabrieken hebben gesloten en de nog in bedrijf zijnde fabrieken op volle capaciteit draaien als reactie op de wereldwijde energiecrisis, heeft China megaraffinaderijen opgestart met een snelheid die van het land ’s werelds grootste olieraffinadeur zou kunnen maken.

Aan het eind van 2020 had China een raffinagecapaciteit van 17,5 miljoen vaten per dag. Dit zal naar verwachting stijgen tot 20 miljoen in 2025, volgens het Institute of Economic and Technological Research van de China National Petroleum Corp, terwijl de VS in 2020 een capaciteit hadden van slechts 18,1 miljoen vaten per dag, volgens cijfers van BP.

De onwil van China om de brandstofproductie op te voeren om de olieschaarste te counteren, wordt door iedereen gevoeld: van automobilisten tot fabrieken, van de Verenigde Staten tot Europa. Niet in de laatste plaats door China’s buren Sri Lanka en Pakistan, waar brandstoftekorten de economie lamleggen en spanningen onder de bevolking uitlokken.

Te close met Rusland?

Men kan zich afvragen of de terughoudendheid van China om de wereldmarkt te helpen niet te maken heeft met de goede relatie van Peking met Moskou. Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne heeft China geweigerd de acties van Rusland te veroordelen. In feite profiteert Peking in zekere zin van het conflict, want het koopt de Russische olievaten die door Europa worden gemeden, voor een schijntje op.

(lb/fjc)

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20