Big tech vindt België geen interessante locatie voor grote datacenters

Credit Frederic Sierakowski / Isopix

De bigtechbedrijven zijn niet geneigd grote datacenters neer te poten in ons land. In Europa zijn enkel Tsjechië en Portugal minder aantrekkelijk. Dat blijkt uit een studie van het internationale ontwerp- en adviesbureau Arcadis.

Volgens de experten van Arcadis zijn nieuwe datacenters noodzakelijk als we in België massaal willen blijven Netflixen en thuiswerken. Ook voor de uitrol van 5G en nieuwe technologieën zoals zelfrijdende auto’s zijn ze cruciaal.

Glasvezelverbinding met VS

Arcadis ging na welke criteria big tech gebruikt bij het kiezen van locaties voor datacenters. België scoort met een 32ste plaats van 50 landen niet goed in de Data Center Location Index 2021. In Europa doen alleen Tsjechië (38) en Portugal (37) het slechter. Buurlanden Frankrijk (9), Nederland (19) en Duitsland (26) scoren duidelijk hoger.

Oorzaak van de slechte punten is vooral de grote afstand tot de overzeese glasvezelverbindingen, vooral met de Verenigde Staten. Maar dat is niet het enige. ‘Een ander struikelblok om grote datacenters te bouwen in ons land, blijkt een traag vergunningenbeleid te zijn’, zegt Peter Toulet, datacenterexpert van Arcadis België.

Wat ons land wel kan doen, is inzetten op kleinere, lokale datacenters. Die zogenaamde edge datacenters staan in verbinding met de grote in bijvoorbeeld Londen, Amsterdam of Frankfurt en verbeteren de connectiviteit en de snelheid dicht bij de gebruiker.

Wel investering van Google

Uitzondering in ons land is Google. De techgigant investeerde in totaal ongeveer 2 miljard euro in Saint-Ghislain (Bergen). Daar staat nu het grootste datacenter van ons land. In Amsterdam, dat behoort tot de regio’s met de meeste datacenters ter wereld, werd in de zomer van 2020 wel tijdelijk een bouwstop ingelegd. Het stadsbestuur noemde als reden toen ‘het hoge energiegebruik dat een groot beslag legt op het elektriciteitsnet’.

Arcadis wijst in het kader van stroomverbruik echter ook naar de restwarmte. ‘Die kan via een warmtenet hergebruikt worden als verwarmingsbron in onze steden’, zegt Poulet. De Zweedse hoofdstad Stockholm bijvoorbeeld wil tot 10 procent van haar totale vraag naar verwarming uit restwarmte van datacenters halen.

Lees ook: