Bescherming streekproduct levert meerwaarde op voor producent en regio

De productie van mozzarella kaas in Italië lijdt onder de pandemie. (AP Photo/Chris Warde-Jones)

Geografische aanduidingen (GI) en gegarandeerde traditionele specialiteiten (GTS) vormen voor streekproducten een duidelijke meerwaarde. Bovendien kunnen ze door landelijke regio’s als een belangrijke troef worden uitgespeeld.

Dat blijkt uit een studie over de bescherming van streekproducten in opdracht van het Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling van de Europese Commissie.

Efficiënt

‘Deze protocollen – die de producenten van lokale producten moeten beschermen tegen vervalsingen, een eerlijke concurrentie moeten waarborgen en intellectuele eigendomsrechten moeten beveiligen – vormen daadwerkelijk een efficiënt instrument,’ aldus de studie.

‘De doelstellingen die bij de introductie van het systeem naar voren werden geschoven, blijken over het algemeen te worden gehaald. Er zijn ook geen grote inconsistenties vastgesteld.’

‘De producenten en landbouwers die van deze protocollen gebruikmaken, blijken hun concurrentiepositie te kunnen beschermen,’ luidt het. ‘Bovendien blijkt dat de bescherming voor plattelandsgebieden een belangrijke troef kan zijn, waarbij het systeem een sterk instrument kan betekenen om de regionale identiteit en het gastronomische erfgoed te promoten. Dat geldt vooral in landen die op het gebied van lokale productie een sterke traditie hebben opgebouwd.’

Ook de meerwaarde van de Europese Unie terzake wordt in de studie naar voren geschoven. ‘Zonder het Europese niveau zou de regeling wellicht niet in elke lidstaat zijn ingevoerd en zou mogelijk ook een gebrek aan eenvormigheid dreigen,’ aldus de onderzoekers.

Begin dit jaar stonden in de Europese Unie in totaal 3.286 beschermde streekproducten geregistreerd. Italië voert de ranglijst aan, gevolgd door Frankrijk. Samen vertegenwoordigen die twee landen ongeveer de helft van alle beschermde producten.

Dat is ook begrijpelijk wanneer men weet dat wijnen in de beschermde benamingen een aandeel van 49 procent hebben, gevolg door agrifood (44 procent).

Bewustzijn

‘Er moeten echter ook nog een aantal knelpunten worden vastgesteld,’ stippen de onderzoekers aan. ‘Het bewustzijn rond de labels blijft in verscheidene Europese landen nog altijd beperkt. Ook bij de consument moet vaak een tekort aan inzicht worden opgemerkt.’ 

De bescherming biedt ook niet altijd gegarandeerde inkomsten. ‘Producenten kunnen dankzij het systeem betere prijzen bedingen en een hoger inkomen genereren, maar deze voordelen zijn niet gegarandeerd.’

‘Bovendien vertegenwoordigt een hogere prijs ook niet altijd een hoger inkomen, aangezien de productie meestal extra productiekosten met zich meebrengt.’ Bij ruim de helft van de producenten zou het label een positieve invloed hebben gehad op het inkomen.

De onderzoekers merken tenslotte op dat de procedures voor de bescherming van een streekproduct lang kunnen aanslepen. Ook hier is er volgens hen nog duidelijk ruimte voor verbetering.

(NS)