Alle (financiële) voordelen die je kan claimen als je zwanger of mama bent!

 

Op het moment dat je zwanger bent, of net een kleintje hebt gekregen, dan kun je rekenen op een heleboel extra’s waar je wellicht niet eens aan hebt gedacht. Zo kun je bijvoorbeeld aanspraak maken op bepaalde voordelen, subsidies en toeslagen van de overheid en/of je werkgever. Zeker als kersverse ouder kun je al deze extra’s goed gebruiken want het grootbrengen van een kind kosten handenvol geld. Elke extra euro is dan ook mooi meegenomen.

Voordelen als je zwanger bent

schermafbeelding-2016-10-01-om-13-54-04Indien een werkende vrouw weet dat ze zwanger is, dan dient ze haar werkgever zo snel mogelijk hiervan op de hoogte te stellen. Bovendien is het noodzakelijk om een officieel doktersattest te overleggen waar de vermoedelijke bevallingsdatum op staat aangegeven.

Een zwangere werkneemster heeft vanaf dat ogenblik het statuut van beschermde persoon en mag haar werkgever haar niet ontslaan, tenzij daar ernstige redenen voor aangevoerd kunnen worden.

Beschermingsmaatregelen voor zwangere vrouwen

In ons land is bij wet bepaald dat er een aantal beschermingsmaatregelen van kracht zijn op het ogenblik er sprake is van een zwangere werkneemster, te weten in de vorm van:

  • een verbod op nachtelijke werkzaamheden,
  • een verbod op overwerk,
  • het recht op moederschaprust (voor zowel werkneemsters als voor zelfstandige onderneemster die zwanger zijn,
  • het recht op werkverwijdering op het moment dat de werkomstandigheden risico’s voor de gezond van de zwangere en/of haar ongeboren kind, met zich meebrengen,
  • het recht op afwezigheid ten behoeve van zwangerschapsonderzoeken.

Een zwangere werkneemster mag, met behoud van haar salaris, ten behoeve van uit te voeren zwangerschapsonderzoeken afwezig zijn op het werk. Aan deze betaalde afwezigheid zijn echter een aantal voorwaarden verbonden, te weten:

  • de onderzoeken kunnen onmogelijk buiten werktijd uit worden gevoerd,
  • de werkgever is door de zwangere werkneemster van te voren op de hoogte gesteld,
  • een medisch getuigschrift kan desgevraagd aan de werkgever worden overlegd om de afwezigheid van de zwangere vrouw te staven.

Werkverwijdering

Op het ogenblik dat de werksituatie risico’s voor de gezondheid van de aanstaande moeder en/of het ongeboren kind met zich meebrengt, dan bestaat er de mogelijkheid voor een arbeidsgeneesheer om te beslissen dat een zwangere werkneemster niet meer tewerkgesteld mag worden in dergelijke omstandigheden. Een werkgever dient dan na te gaan of er een alternatieve tewerkstelling, zonder enige gezondheidsrisico’s, voor handen is. Indien dat niet aan de orde is, zullen de werkzaamheden van de zwangere werkneemster helemaal stopgezet dienen te worden. Werkverwijdering kan overigens niet alleen gelden gedurende de zwangerschap, maar eveneens na de geboorte van de baby. De arbeidsgeneesheer kan de duur bepalen van de werkverwijdering met een maximum van vijf maanden na de bevalling.

Bijzondere situaties bij werkverwijdering

In een aantal gevallen verdient een situatie extra aandacht als het gaat om werkverwijdering. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan:

  • de werkneemster besluit zelf om thuis te blijven, vanwege het feit dat ze borstvoeding geeft. In dat geval heeft de zwangere geen recht op een tegemoetkoming van het ziekenfonds. Dit in tegenstelling tot wanneer een arbeidsgeneesheer heeft besloten dat het werk niet mag worden hervat vanwege het geven van borstvoeding. In dat geval zul je immers wel binnen de regeling werkverwijdering vallen en recht hebben op een uitkering van het ziekenfonds. Een werkneemster die zelf heeft besloten om thuis te blijven, zal onbezoldigd afwezig zijn, of een aanvraag doen voor een zogenaamd tijdskrediet via de RVA en de werkloosheidsinstellingen.
  • bij beëindiging van het arbeidscontract kan er geen sprake zijn van werkverwijdering. Wanneer het arbeidscontract tussen de werkgever en de werkneemster wordt beëindigd, dan zullen automatisch ook de werkverwijdering en de uitkeringen van het ziekenfonds worden beëindigd. Om in een dergelijke situatie toch over een vervangend inkomen te kunnen beschikken, dien je dus een andere baan te hebben of je ingeschreven moeten zijn als werkloos.

In bepaalde gevallen kan er overigens ook sprake zijn van zogenaamde gedeeltelijke werkverwijdering. Dit is onder andere aan de orde als een werkneemster:

  • bij één werkgever werkt en alternatief werk toe krijgt gewezen,
  • bij een werkgever werkt en slechts een deel van de reguliere werkzaamheden voort mag zetten.

In beide gevallen zal de werkneemster te maken krijgen met loonverlies.

Er kan eveneens van gedeeltelijke werkverwijdering worden gesproken als een werkneemster:

  • bij twee werkgevers werkt en één ervan haar werkzaamheden stop dient te zetten vanwege gezondheidsrisico’s inhoudt voor haar en haar ongeboren baby, terwijl ze bij de andere werkgever wel verder kan werken omdat daar geen risico’s voor de gezondheid voor haar of haar vrucht aanwezig zijn.
  • de werkneemster heeft tevens een zelfstandige activiteit, maar dient het werk stop te zetten vanwege gezondheidsrisico’s voor haar en haar ongeboren baby. Op het ogenblik dat de zwangere vrouw haar zelfstandige activiteit voort wil zetten, dient ze een aanvraagformulier te sturen naar de adviserende geneesheer van haar eigen ziekenfonds en deze vragen om toestemming dit te doen.

Uiteraard zullen bij een gedeeltelijke werkverwijdering zowel de procedure als de uitkering niet hetzelfde zijn als wanneer er sprake is van volledige werkverwijdering.

Eerste klas reizen, tweede klas betalen

schermafbeelding-2016-10-01-om-13-55-49Reizen met het drukke openbaar vervoer is niet altijd even gemakkelijk en comfortabel. Zeker als je je met een hoogzwangere buik in een drukke trein moet wurmen, kan dit weleens voor de nodige ongemakken zorgen. Om die reden kunnen zwangere vrouwen, de laatste vier maanden van hun zwangerschap, eerste klas reizen, terwijl ze slechts een vervoersbewijs hoeven te kopen voor een tweede klas treinreis. Het enige dat de vrouw daar voor hoeft te doen, is een medisch getuigschrift laten zien aan de treinbegeleider. Op het betreffende document, dat verstrekt is door een arts of verloskundige, vermeldt immers de vermoedelijke datum van haar bevalling. Het reizen met de trein zal op die manier een stuk comfortabeler worden voor een zwangere. De eerste klas compartimenten van een trein zijn namelijk in de regel wat minder druk bezet en bovendien van extra comfort voorzien.

Voordelen als je al een kind hebt

In ons land worden er een aantal voorrangsregels gehanteerd die bepalend zijn voor wie er recht heeft op geboorteverlof.

  • de vader, of meemoeder, die in de geboorteakte van de baby wordt vermeld,
  • iemand die wettelijk samenwoont met de moeder van het kind, mits er een verklaring van wettelijk samenwonen bij de gemeente af is gelegd,
  • iemand die minimaal drie jaar voorafgaand de geboorte, samenwoont met de moeder van het kind

Hoe wordt geboorteverlof aangevraagd?

Het geboorteverlof dient te worden aangevraagd bij de eigen werkgever. Voor dit doel zijn echter geen standaardformulieren voor handen, maar zullen bepaalde documenten overlegd moeten worden.

  • een kopie van het uitreksel van de geboorteakte, mits de vader of de meemoeder, hierin staat vermeld.
  • Een kopie van het uitreksel van de geboorteakte, samen met een uitreksel uit het bevolkingsregister en een verklaring van erewoord die getekend is door de moeder en meemoeder, indien iemand anders het geboorteverlof aanvraagt: De ondertekende verklaring van erewoord is een bevestiging dat:
    • allebei de partners wettelijk samenwonen op de locatie waar eveneens het kind diens primaire verblijfplaats heeft,
    • of allebei de partners voor de duur van minimaal drie jaar voorafgaand aan de geboorte samen hebben gewoond op het adres waar het kind diens primaire verblijfplaats heeft;
    • er geen sprake is van een bloedverwantschap die tot een verbod op een huwelijk leidt,
    • de wettelijke voorrangsregeling in acht wordt genomen en wordt gerespecteerd.

Nadat er een goedkeuring van de werkgever is ontvangen, kan er een uitkering aan worden gevraagd bij het ziekenfonds. Voor dit doel dient er een ingevuld aanvraagformulier te worden bezorgd bij het eigen regionaal CM-ziekenfonds.

Wat gebeurt er na de aanvraag voor geboorteverlof?

Na de indiening van de aanvraag voor geboorteverlof, dan zal het ziekenfonds je een inlichtingenblad toesturen. Het volledig ingevulde formulier moet dan zo snel mogelijk terug worden gestuurd naar het ziekenfonds. De werkgever zal direct via het ziekenfonds een verzoek om inkomensgegevens ontvangen. Doordat het CM telkens laten weten bij welke werkgever er gegevens op zijn gevraagd, kun je controleren of alles juist is verlopen.

De hoogte en uitbetaling van de uitkering bij geboorteverlof

De eerste drie dagen zal het loon gelijk blijven, maar voor de andere zeven dagen zal, na het geboorteverlof, een uitkering (82 procent van het begrensd brutoloon) uit worden gekeerd door het ziekenfonds.

 

Geboorteverlof in combinatie met adoptieverlof

Op het ogenblik dat je meeouder bent en naast geboorteverlof eveneens adoptieverlof opneemt, dan het laatste verlof worden verminderd met:

  • 1 week indien er één tot vijf dagen geboorteverlof op wordt genomen;
  • 2 weken indien er meer dan vijf dagen geboorteverlof op worden genomen.

Een adoptieprocedure is evenwel slechts mogelijk als je niet de wettelijke ouder bent van het adoptiekind. Een meeouder die als wettelijke ouder vermeld wordt op het geboorteattest kan dus geen adoptieprocedure starten en heeft dus geen recht op adoptieverlof.

Moederschaprust voor werkneemsters

Elke werkneemster, werkloze of zelfstandige heeft recht op moederschaprust. Wat deze regeling exact inhoudt, zal overigens uiteenlopen, afhankelijk van het statuut. De duur van de moederschaprust bedraagt vijftien weken en zal op worden gesplitst in een tweetal periodes.schermafbeelding-2016-10-01-om-13-54-12

 

Een zwangere vrouw kan zelf bepalen op welk ogenblik de moederschaprust zal beginnen, mits er voor de vermoedelijke datum van de bevalling niet meer dan zes weken op worden genomen.

Prenatale- en postnatale rust

Zes weken voor de zogenaamde prenatale rust (ook wel voorbevallingsrust genoemd) dient minimaal één week op worden genomen voor de vermoedelijke datum van de bevalling. De andere vijf weken mogen echter om worden gezet in postnatale rust. Toch kunnen niet alle dagen van de prenatale rust op worden genomen als postnatale rust. Dit geldt echter onder andere wel voor de dagen waarop de vrouw werkt, of stempelt, en op wettelijke vakantiedagen. Ziektedagen of de dagen van prenatale rust kunnen niet over worden gedragen. Dagen die wel overdraagbaar zijn, zijn: dagen gedurende arbeidsongeschiktheid waarin je met toestemming van de adviserend geneesheer arbeid hebt verricht en de dagen dat er arbeid is verricht tijdens een gedeeltelijke prenatale werkverwijdering.

Postnatale rust, ook vaak aangeduid als nabevallingsrust, begint altijd vanaf de dag van de bevalling en dient negen weken te duren. De postnatale rust kan eventueel verlengd worden met het overdraagbare deel dat overdragen is vanuit de prenatale rust. Op het moment dat de moederschaprust, na de negen weken verplichte postnatale rust (of elf weken bij een meerling) nog kan worden verlengd met minstens twee weken, dan kunnen de laatste twee weken om worden gezet in postnatale verlofdagen

Specifieke regeling bij moederschaprust van werknemers

In een aantal situaties zal er een andere regeling van toepassing zijn op de moederschaprust, te weten bij:

  • een te vroege bevalling,
  • een te late bevalling,
  • een geboorte van een meerling,
  • hospitalisatie van het pasgeboren kind,
  • arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte gedurende de prenatale rustperiode,

Arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ongeval gedurende de prenatale rustperiode.

Moederschaprust voor zelfstandigen

De moederschaprust voor een zelfstandige bedraagt hooguit acht weken. Van deze acht weken dienen drie weken verplicht op worden genomen (één week voor en twee weken na de bevalling). De andere vijf weken kunnen naar eigen inzicht op worden genomen in periodes van steeds zeven kalenderdagen vanaf:

  • drie weken tot zeven dagen voor de vermoedelijke dag van de bevalling,
  • drie weken tot 23 weken na de bevalling.

Specifieke regeling bij moederschaprust van zelfstandigen

In een aantal situaties zal er een andere regeling van toepassing zijn op de moederschaprust, te weten bij:

  • een geboorte van een meerling, de moederschaprust wordt met een week verlengd en er kunnen zes, in plaats van 5, weken naar eigen inzicht op worden genomen
  • hospitalisatie van het pasgeboren kind van minstens 7 dagen, zal onder bepaalde voorwaarden een verlenging mogelijk zijn van maximaal 24 weken.

Om een verlenging te kunnen krijgen, is het nodig om binnen 15 dagen na de geboorte het eigen ziekenfonds op de hoogte te stellen. Hierbij dient het aantal gevraagde weken van de verlenging te worden aangegeven. Verder moet er een ziekenhuisattest worden overlegd met daarin vermeld de duur van de hospitalisatie van de pasgeboren baby. Aan het einde van de verlenging moet een nieuw getuigschrift worden afgegeven met daarin de bevestiging dat de pasgeboren baby gedurende de gevraagde verlengingsperiode gehospitaliseerd is gebleven.

Hoe moederschaprust voor een zelfstandige aanvragen?

schermafbeelding-2016-10-01-om-13-54-04Bij de moederschaprustaanvraag zal het ziekenfonds een in te vullen aanvraagformulier met gele sticker geven. Op het formulier dient onder andere het aantal weken moederschaprust aangegeven te worden dat er opgenomen gaat worden. Na de geboorte van de baby dient vervolgens zo snel mogelijk een uittreksel van de geboorteakte, of een medisch attest, te worden afgegeven om de geboorte te bevestigen.

Bij definitieve werkhervatting moet er uiterlijk twee dagen later het ingevulde bewijs van werkhervatting aan het ziekenfonds terug zijn gestuurd. De uitkering van moederschaprust is een vast bedrag per week. Uiterlijk een maand nadat de moederschaprust is beëindigd, zal het ziekenfonds het volledige bedrag, met aftrek van bedrijfsvoorheffing, uitkeren.

Vaderschaprust

In bepaalde gevallen is het mogelijk voor een werknemer, een werkloze of een zelfstandig ondernemer om de moederschaprust om te zetten in zogenaamde vaderschaprust. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de moeder van de baby gehospitaliseerd is, of is overleden. Een gedeelte van de moederschaprust kan in een dergelijke situatie om worden gezet in vaderschapsrust.

  • Bij hospitalisatie van de moeder kan de vaderschaprust beginnen vanaf de achtste dag na de bevalling, mits de baby niet meer in het ziekenhuis verblijft. De duur van de rust staat gelijk aan het aantal dagen, nog niet opgenomen moederschaprust. Op het moment dat de moeder voor het einde van deze periode ontslagen wordt uit het ziekenhuis, dan zal direct de vaderschaprust worden stopgezet.
  • Bij het overlijden van de moeder kan de vaderschaprust vanaf de dag na het overlijden beginnen. De duur van de vaderrust is in dit geval gelijk aan het aantal dagen moederschaprust dat de moeder nog niet op had genomen.

Wanneer een zelfstandige moeder komt te overlijden, dan is het mogelijk dat het niet opgenomen deel van de moederschaprust over wordt genomen door de zelfstandige die de baby opvangt. De duur van de vaderschaprust staat dan eveneens gelijk aan het aantal dagen moederschaprust dat de moeder nog niet op had genomen. Aan deze regeling zijn echter wel enkele voorwaarden verbonden, te weten:

  • de persoon die de baby opvangt dient ook zelfstandige te zijn om recht te hebben op de vaderschaprust,
  • aan alle voorwaarden voldoen om recht te hebben op een uitkering,
  • aan kunnen tonen dat er in wordt gestaan voor de opvang van de baby. Een inschrijving in het bevolkingsregister van de baby op het adres van de aanvrager van de vaderschaprust is daarbij een geldig bewijs.
  • De persoon die de vaderschaprust aanvraagt, mag niet werken gedurende de periode dat de moederschaprust over is genomen.

Hoe moederschaprust aanvragen?

Er bestaan geen specifieke aanvraagformulieren voor vaderschaprust. Desondanks dient er een aanvraag bij het eigen ziekenfonds te worden bezorgd, samen met een overlijdensakte van de moeder en een bewijs dat de baby bij de aanvrager officieel in huis verblijft. De uitkering van de vaderschaprust is een vast bedrag per week. De erfgenamen van de moeder zullen echter het volledig weekbedrag uitgekeerd krijgen voor de week waarin de moeder is overleden. Na deze week zal de uitkering naar de zelfstandige gaan die de baby opvangt.

Kinderbijslag

Na de geboorte wordt de nieuwe wereldburger uiteraard aangegeven bij de burgerlijke stand en zal het ziekenfonds via de Kruispuntbank automatisch op de hoogte worden gesteld van dit heugelijke feit.

  • moederschaprust voor werknemers,
  • moederschaprust voor zelfstandige onderneemsters,
  • geboorteverlof,
  • borstvoedingspauze,
  • verschillende diensten en voordelen voor jonge gezinnen.

Het ziekenfonds zal kersverse ouders bovendien de gele stickers en een isi+-kaart uitreiken die op naam staat van het pasgeboren kind.

Een kind opvoeden brengt een heleboel financiële verplichtingen met zich mee. Er moet immers worden gezorgd voor voeding, kleding en allerlei andere zaken die het groot brengen van een kind met zich meebrengt. Gelukkig zal de overheid je in deze kosten tegemoetkomen.

Als je al een kind hebt, dan kun je aanspraak maken op kinderbijslag. Andere termen die voor kinderbijslag worden gebruikt zijn: kindergeld en gezinsbijslag. Deze toeslag is bedoeld als financiële ondersteuning in de opvoeding van een kind dat in ons land zijn, of haar, primaire woonplaats heeft. De biologische moeder, op elke andere persoon die deze rol op zich heeft genomen, zal na aanvraag op elke achtste van iedere maand deze financiële toeslag ontvangen.

Het recht op kinderbijslag staat in ons land direct in verband met de werknemersactiviteit. Er zijn dus verschillen waar te nemen voor:

  • Arbeiders en bediendes,
  • Zelfstandig ondernemers.

Iemand die werkloos, ziek of gepensioneerd is geraakt nadat er eerst loon werd ontvangen, of er zelfstandige activiteiten zijn verricht, dan zal deze persoon voor de kinderbijslagwet gelijk worden gesteld met werknemers. Wanneer echter meerdere personen recht op kinderbijslag kunnen aanvragen, dan kunnen deze niet zelf kiezen wie het recht krijgt om er wettelijk bepaalde voorrangsregels op zijn gesteld die dit bepalen, te weten:

De ouders hebben niet hetzelfde geslacht:

  • Indien de vader werknemer of zelfstandig ondernemer is, dan heeft bij met voorrang het recht op kinderbijslag.
  • Indien dit niet het geval is, zal een moeder in loondienst, of als zelfstandig ondernemer, hiervoor in aanmerking komen.
  • Voor ambtenaren zijn vergelijkbare voorrangsregels van toepassing als hierboven genoemd. Een ambtenaar krijgt de kinderbijslag echter van een andere instantie uitgekeerd.
  • De ouders werken beide niet, of voeden hun kind niet zelf op, dan kan een pleeg- of stiefouder het recht op kinderbijslag openen.
  • Pas daarna komen de gezinsleden van het kind in aanmerking als ze in loondienst of zelfstandig ondernemer zijn. De volgorde waarin dit gebeurt wordt bepaald door de leeftijd van de gerechtigde, te beginnen met de oudste persoon:
  • partner van één van de ouders van het kind,
  • grootouder, oom of tante van het kind,
  • (half-)broer of (half-)zus.
  • Deze personen hoeven overigens niet bij het gezin van het kind in te wonen.
  • Tot slot kan ieder ander gezinlid, dat in loondienst of zelfstandig ondernemer is, het recht op kinderbijslag openen voor het kind. Hierbij echter wel voorwaarden aan verbonden, te weten:
    • het kind is jonger dan 12 jaar als het in het gezin van deze persoon toekomen. De verwantschapband met het kind speelt hierbij echter geen rol.
    • het kind is minimaal 12 jaar als het in het gezin van deze persoon toekomen. Het gezinslid dient echter wel verwant te zijn tot de vierde graad met het kind (diens neef of nicht dus). Bovendien mag er in ons, of welk ander, land verder geen ander recht bestaan op kinderbijslag. Ook zal de kinderbijslag worden beëindigd zodra het betrokken kind het gezin van dit gezinslid verlaat.

De ouders hebben hetzelfde geslacht:

  • Indien er sprake is van meemoederschap, en het kind dus is geboren binnen een huwelijk tussen twee vrouwen, dan dient de oudste van deze ouders bij voorrang het recht op kinderbijslag te openen
  • Op het moment dat de oudste ouder echter niet werkzaam is, dan zal de jongste ouder in aanmerking om het recht op kinderbijslag te openen.
  • Eveneens als er sprake is van een volle- en gewone adoptie, zal de oudste ouder bij voorrang het recht op kinderbijslag openen.
  • Indien beide ouders geen werk hebben, of het kind zelf niet opvoeden, dan zijn dezelfde voorrangsregels van kracht als bij ouders van een verschillend geslacht bij de bepaling van de persoon die het recht op kinderbijslag eerst dient te openen. De wettelijk vastgestelde volgorde kan, mits dit in het voordeel van het kind is, automatisch veranderen, of kan in bepaalde situaties door de persoon met het voorrangsgerecht het recht op het openen van kinderbijslag af worden gestaan.

Voor welke kinderen kan kinderbijslag aan worden gevraagd?

Voor elk kind tot een leeftijd van 18 jaar bestaan er geen voorwaarden om kinderbijslag te krijgen. Tot 31 augustus van het jaar waarin het kind meerderjarig wordt, zal dan ook kinderbijslag uit worden betaald. Na die datum, en totdat het kind nog geen 25 jaar oud is, zullen er wel bepaalde voorwaarden worden gesteld aan de betaling van kinderbijslag. Zo dient de jongere onderwijs te volgen, mag diens inkomen slechts beperkt zijn en/of mag er slechts een beperkt aantal uren arbeid worden verricht. Verder zullen er tijdens de wachttijd als werkzoekende speciale voorwaarden, voor de jongere die kinderbijslag ontvangt, gelden.

Een gehandicapt kind heeft recht op kinderbijslag tot een leeftijd van 21 jaar en eventueel ook een toeslag ontvangen.

Hoe wordt kinderbijslag aangevraagd?

Na de geboorte is een het officiële geboorteattest, dat af wordt gegeven door de gemeente waar het kind is geboren bij de geboorteaangifte, voldoende om te versturen naar de instantie die ook het kraamgeld uit heeft gekeerd. Indien je voor de geboorte nog geen kraamgeld aan hebt gevraagd, dan dient het originele geboorteattest naar het kinderbijslagfonds van de (laatste) werkgever, of naar het kinderbijslagfonds dat tot dezelfde sociale groep behoort als het sociaal verzekeringsfonds van de eerste kinderbijslaggerechtigde, worden verzonden. Het kinderbijslagfonds zal dan zowel het kraamgeld als de kinderbijslag gaan betalen.

schermafbeelding-2016-10-01-om-13-57-36

Voor een snelle verwerking van de aanvraag voor kinderbijslag is het cruciaal om telkens duidelijk het aansluitingsnummer van de (laatste) werkgever te vermelden, evenals het persoonlijk dossiernummer, of rijksregisternummer. Deze gegevens dien je bij voorkeur ook te vermelden op het officiële geboorteattest zodat de verwerking ervan vlotter kan verlopen. Overige documenten zijn voor de aanvraag van kinderbijslag overigens niet nodig. Het kinderbijslagfonds zal na ontvangst van het geboorteattest onderzoeken of de aanvrager inderdaad recht heeft op kinderbijslag en als dat het geval blijkt te zijn met de betaling beginnen.

In het geval van veranderingen in de beroepssituatie van de kinderbijslaggerechtigde, bijvoorbeeld door:

  • verandering van werkgever,
  • ontvangst van een werkloosheiduitkering,
  • ontvangst van een ziekte-uitkering,
  • ontvangst van pensioengeld,
  • te beginnen als zelfstandig ondernemer,

dan is het doen van een aanvraag niet nodig. Het kinderbijslagfonds, waar je de kinderbijslag door krijgt uitbetaald, zal immers een wijzingbericht ontvangen via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en zal vervolgens zelf de nodige acties uitvoeren. Er zal in dat geval gewoon door worden gegaan met de uitbetaling van de kinderbijslag en zal bovendien een onderzoek instelling om te beoordelen of er eventueel ook recht bestaat op een sociale toeslag.

Bij een eerste aanvraag voor kinderbijslag in België, bijvoorbeeld vanwege een verblijf en/of te werkstelling in het buitenland; nadat beroepsactiviteiten na een periode van werkeloosheid weer zijn hervat, of vanwege een tijdelijke onderbreking van een sociale uitkering, dan dient er een aanvraag om kinderbijslag ingevuld en opgestuurd te worden naar het kinderbijslagfonds van de nieuwe werkgever, of dat van dezelfde sociale groep als het sociaal verzekeringsfonds.

Als een gezinssituatie is veranderd, dan zal het kinderbijslagfonds daar een melding van ontvangen via de Kruispuntbank en automatisch een onderzoek instellen om te beoordelen of dit invloed heeft op de kinderbijslag. In dergelijke gevallen is het dus niet nodig om zelf een kinderbijslagaanvraag in te dienen. Uiteraard moet je wel meteen het kinderbijslagfonds op de hoogte stellen van de wijzigingen om onterechte betalingen te voorkomen. Hierbij kun je denken aan onterechte betaling wanneer de kinderbijslaggerechtigde:

  • samen met diens gezin vertrekt naar een ander land.
  • de gezinssituatie van de kinderbijslaggerechtigde verandert, bijvoorbeeld door een echtscheiding of samenwoning, en er een sociale toeslag of een verhoogde wezenbijslag wordt ontvangen.
  • het ouderlijk gezag, door middel van een nieuw vonnis, is veranderd.
  • het betreffende kind niet langer het gezin van de kinderbijslaggerechtigde blijft wonen.
  • het betreffende kind ouder is dan 18 jaar en:
    • de lessen stop zijn gezet,
    • het aantal studiepunten is verlaagd,
    • de leerovereenkomst is verbroken.

Hoeveel kinderbijslag wordt er op welk moment betaald?

Uiterlijk op de achtste van elke maand zal de kinderbijslaggerechtigde de betaling ontvangen. Hierbij dient er wel in acht genomen te worden dat kinderbijslag altijd achteraf wordt uitbetaald. Er wordt dan ook een uitbetaling ontvangen voor de maand waarop de kinderbijslag van toepassing is.

De kinderbijslaggerechtigde heeft recht op uitbetaling vanaf de eerste maand na de geboorte, of de gebeurtenis die het recht hierop teweeg heeft gebracht. De eerste betaling zal dan eveneens rond de achtste dag van de eerst volgende maand worden ontvangen. Wanneer de kinderbijslaggerechtigde zijn, of haar, bankrekeningnummer door heeft gegeven, dan zal de uitbetaling plaatsvinden door middel van een bankoverschrijving. Indien dit niet het geval is, dan zal voor de kinderbijslag een circulaire cheque worden verstuurd.

Ondanks dat er maandelijks kinderbijslag wordt ontvangen, zal de gezins- en werksituatie van de kinderbijslaggerechtigde toch van invloed zijn op de hoogte ervan. Hierbij kan worden gedacht aan factoren zoals:

  • het aantal kinderen binnen het gezin,
  • de leeftijden van deze kinderen,
  • eventuele mindervaliditeit.

Aan wie vindt de uitbetaling van kinderbijslag plaats?

De opvoeder van het betreffende kind zal de kinderbijslag ontvangen. Indien allebei de ouders voor de opvoeding van het kind instaan, dan geniet de moeder echter voorrang. Voor ouders van hetzelfde geslacht, zoals bij meemoederschap, volle- en gewone adoptie het geval is, zullen evenals bij een echtscheiding specifieke regels van kracht zijn. Vanaf het ogenblik dat het betreffende kind 16 jaar oud is, dan kan de kinderbijslag ook aan hem of haar zelf worden betaald.

Wat te doen in bijzondere omstandigheden?

In bijzondere gevallen kan het echter geheel anders verlopen als er kinderbijslag aangevraagd wordt. Denk maar eens aan de volgende situaties:

  • Het origineel geboorteattest is verloren gegaan of kwijtgeraakt. Op het moment dat je het document onder geen beding meer kunt vinden, dan is het zaak om zo snel mogelijk contact te zoeken met de persoonlijke consulent van de kinderbijslaggerechtigde.
  • Een bank van weigert de kinderbijslaggerechtigde om de toegezonden cheque uit te betalen, bijvoorbeeld omdat deze persoon diens identiteit niet voldoende kan bewijzen. In een dergelijke situatie kan een bank de uitbetaling van de cheque weigeren. Er dient dan een verzoek te worden ingediend bij het kinderbijslagfonds om de kinderbijslag uit te laten betalen op naam van de kinderbijslaggerechtigde.
  • Indien er kinderbijslag aangevraagd wordt voor een meerling, dan is er eveneens van elk kind een eigen origineel geboorteattest nodig.
  • Er kan een afwijking aan worden gevraagd als er geen recht bestaat op kinderbijslag vanwege één of meerdere van de volgende feiten:
    • het betreffende kind verblijft in het gezin van de aanvrager van kinderbijslag, maar is ouder dan 12 jaar,
    • Het betreffende kind verblijft in het gezin van de aanvrager van de kinderbijslag, maar er is geen sprake van een familieband (tot de vierde graad) met de aanvrager, is geen kind van diens partner, en er is binnen het gezin geen ander persoon aanwezig die het recht op kinderbijslag kan openen. In dit soort situaties kan er een schriftelijke aanvraag in worden gediend voor een afwijking. Deze aanvraag dient vervolgens te worden gericht aan de FOD Sociale Zekerheid.
    • wanneer er voor een kind binnen een gezin geen recht bestaat op een Belgische of buitenlandse regeling voor kinderbijslag, dan kan er een gewaarborgde kinderbijslag aan worden gevraagd. De aanvrager dient dan wel aan te kunnen tonen dat er sprake is van slechts een aanwezigheid van beperkte bestaansmiddelen.
    • Famimed kan tevens een onderzoek instellen om het recht op kinderbijslag te beoordelen als:
      • ouders die jonger zijn dan 25 jaar nog studeren,
      • een gehandicapte werkeloos is,
      • voor een gehandicapt kind niemand in ons land het recht op kinderbijslag kan openen.
  • Op het moment dat één van de ouders komt te overlijden, dan opent de wees bij voorrang het recht op zogenaamde wezenbijslag. Het kinderbijslagfonds zal automatisch de ontvangst van een overlijdensbericht van de Kruispuntbank, een onderzoek instellen om te beoordelen of het weeskind een recht heeft op verhoogde wezenbijslag.
  • Bij het overlijden van een kind zal het kinderbijslagfonds via de Kruispuntbank een overlijdensbericht ontvangen. Het recht op kinderbijslag zal dan stop worden gezet in de maand waarin het betreffende kind is overleden.
  • Zodra iemand in het buitenland werkzaam is, of als een kind buiten onze landsgrenzen woonachtig is, dan gelden er specifieke voorwaarden om kinderbijslag taan te kunnen vragen.
  • De erkenning van een kind wil zeggen dat diens vader hem, of haar, na de geboorte heeft erkend. De vader zal in een dergelijk geval een voorrangsrecht op de kinderbijslag openen. Het kinderbijslagfonds zal via de Kruispuntbank een erkenningbericht hebben ontvangen en de kinderbijslag verder uit gaan betalen aan de moeder van het kind.

Voordelen bij een adoptie

Een kind adopteren brengt niet alleen een heleboel papierwerk, maar eveneens veel kosten met zich mee. Toch kunnen ook adoptieouders een aantal voordelen tegemoet zien. Zo kunnen werkende adoptieouders, net zoals alle andere kersverse vaders en moeders, genieten van een verlofperiode en bepaalde fiscale voordelen.

Adoptieverlof voor werknemers

Als werknemer heb je recht op adoptieverlof op het ogenblik dat er sprake is van een adoptie van een kind. De duur van dit adoptieverlof zal echter uiteenlopen afhankelijk van de leeftijd van het adoptiekind. Zo zal het verlof bij de adoptie van een kind tot drie jaar maximaal zes weken duren. Wanneer het adoptiekind echter tussen de drie en acht jaar oud is, dan mag het verlof vier weken. Op het ogenblik dat het adoptiekind acht jaar wordt gedurende het adoptieverlof, dan zal het verlof op de verjaardag van het kind eindigen. Vanaf het ogenblik dat een adoptiekind acht jaar of ouder is, zal er geen aanspraak meer gemaakt kunnen worden op het adoptieverlof.

Indien het adoptiekind een zware handicap, of ernstige aandoening, heeft dan bestaat er de mogelijkheid om de maximale duur van het adoptieverlof verdubbeld worden. Indien er gebruik wordt gemaakt van het maximum aantal weken van het adoptieverlof, dan dient er tenminste één week, of een veelvoud ervan, op te worden genomen.

Op het moment dat er een kind wordt geadopteerd door twee werkende ouders, dan hebben ze allebei het recht om adoptieverlof op te nemen. Het adoptieverlof dient echter wel in een onafgebroken tijdspanne op worden genomen en beginnen binnen de twee maanden nadat het adoptiekind in het bevolkings- of vreemdelingenregister van een bepaalde woonplaats in is geschreven.

Stappenplan bij adoptieverlof door een werknemer

Op de eerste plaats dient de werkgever op de hoogte te worden gesteld van de wens om adoptieverlof op te nemen. Vervolgens moet er bij het eigen ziekenfonds een schriftelijke aanvraag in worden gediend, die door middel van een bewijs van de inschrijving van het adoptiekind in het bevolkings- of vreemdelingenregister, kan worden gestaafd. Wanneer er sprake is van een gehandicapt adoptiekind, dan zal dit eveneens moeten blijken uit het officiële document.

Wat gebeurt er na adoptieaanvraag?

Na het indienen van de aanvraag van het adoptieverlof bij het ziekenfonds, dient er een aantal inlichtingenbladen ingevuld te worden en, samen met een bewijs van werkhervatting, zo snel mogelijk terugsturen. De vraag naar de loongegevens zal direct door het ziekenfonds.

Uiterlijk acht dagen na het einde van het adoptieverlof stuur je het bewijs van arbeidshervatting ingevuld terug naar het ziekenfonds naar de werkgever worden verzonden.

De uitkering van het adoptieverlof zal de eerste drie dagen van het verlof gelijk zijn aan het loon. De andere dagen zal er twee keer per maand een uitkering door het ziekenfonds worden gedaan die 82 procent van het begrensd brutoloon zal bedragen.

Borstvoedingspauzes voor werkneemster

schermafbeelding-2016-10-01-om-13-59-02Werkneemsters die hun baby borstvoeding willen geven, hebben recht op zogenaamd borstvoedingspauzes. Tijdens deze pauzes kan de vrouw in kwestie haar baby borstvoeding geven, of moedermelk afkolven. Indien de werkneemster dagelijks vier uur werkzaam is, dan mogen de totale borstvoedingspauzes hooguit een half uur per dag duren. Borstvoedende werkneemsters die elke dat zeven en een half werken hebben het recht om in totaal een uur pauze te nemen om hun kind borstvoeding te geven, of moedermelk af te kolven. Borstvoedingspauzes mogen worden genomen tot negen maanden na de geboorte van het kind.

Hoe worden borstvoedingspauzes aangevraagd?

Op de eerste plaats moet de werkneemster, die borstpauzes wil nemen, in principe twee maanden van te voren haar werkgever op de hoogte stellen van deze wens. Vervolgens dient er aan de werkgever, gedurende de borstvoedingperiode, maandelijks een attest van een consultatiebureau voor zuigelingen, of een medisch getuigschrift, overlegt te worden als bewijs dat er (nog steeds) borstvoeding wordt gegeven.

Maandelijks dient de werkneemster het aanvraagformulier aan haar ziekenfonds te bezorgen met daarin de enkele uren borstvoedingspauze die op zijn genomen. Het is noodzakelijk dat het formulier in is gevuld door zowel de werkneemster als door haar werkgever. Een werkgever kan er echter ook voor kiezen om diens gegevens elektronisch aan het ziekenfonds te melden en hoeft alleen de werkneemster het formulier voor de borstvoedingspauzes in te vullen. De uitkering voor de borstvoedingspauzes worden betaald door het ziekenfonds en bedragen 82 procent van het brutoloon. Op de uitkering van de borstvoedingspauzes is overigens geen maximumbedrag van toepassing.

10 dagen verlof voor de vader of meeouder

Een vader, maar ook een meeouder, mag als hij, of zij, werknemer is een tiental dagen afwezig zijn op het werk. Deze dagen dienen wel binnen de vier maanden na de geboorte op te worden genomen, maar dat hoeft dan weer niet aaneengesloten te gebeuren. Natuurlijk dient de werkgever van tevoren van een verlofdag tijdig op de hoogte te worden gebracht.

Adoptieverlof voor zelfstandigen

Een zelfstandige ondernemer die een kind adopteert, heeft eveneens recht op adoptieverlof. De duur van dit verlof loopt eveneens uiteen, afhankelijk van de leeftijd van het adoptiekind. Zo zal het verlof bij de adoptie van een kind tot drie jaar maximaal zes weken duren. Wanneer het adoptiekind echter tussen de drie en acht jaar oud is, dan mag het verlof vier weken. Op het ogenblik dat het adoptiekind acht jaar wordt gedurende het adoptieverlof, dan zal het verlof op de verjaardag van het kind eindigen. Vanaf het ogenblik dat een adoptiekind acht jaar of ouder is, zal er geen aanspraak meer gemaakt kunnen worden op het adoptieverlof.

Indien het adoptiekind een zware handicap, of ernstige aandoening, heeft dan bestaat er de mogelijkheid om de maximale duur van het adoptieverlof verdubbeld worden. Indien er gebruik wordt gemaakt van het maximum aantal weken van het adoptieverlof, dan dient er tenminste één week, of een veelvoud ervan, op te worden genomen.

Op het moment dat er een kind wordt geadopteerd door twee als zelfstandige werkende ouders, dan hebben ze allebei het recht om adoptieverlof op te nemen. Het adoptieverlof dient echter wel in een onafgebroken tijdspanne op worden genomen en beginnen binnen de twee maanden nadat het adoptiekind in het bevolkings- of vreemdelingenregister van een bepaalde woonplaats in is geschreven.

Stappenplan bij adoptieverlof door een zelfstandige

Op de eerste plaats dient de zelfstandige bij het eigen ziekenfonds een schriftelijke aanvraag in worden gediend, die door middel van de gevraagde bewijsstukken worden gestaafd. Deze aanvraag voor adoptieverlof kan ten vroegste op de dag dat het verzoekschrift bij de bevoegde rechtbank of, als deze niet aanwezig is, vanaf de dag dat de adoptieakte is ondertekend, in worden gediend. Het aanvragen van het adoptieverlof dient uiterlijk in te worden gediend op de dag van inschrijving van het kind in de eigen plaats waar het diens hoofdverblijf zal hebben. Aanvragen die op een later tijdstip in worden gediend, zullen dan ook als niet ontvankelijk worden verklaard.

De uitkering van het adoptieverlof voor zelfstandigen

De uitkering van het adoptieverlof aan zelfstandigen zal bestaan uit een vast bedrag per week. Uiterlijk een maand na het adoptieverlof krijgt de zelfstandige van het ziekenfonds het totale bedrag dat is vastgesteld, verminderd met 11,11 procent aan bedrijfsvoorheffing.

Belastingvoordeel na de komst van een kind

Een kind krijgen is voor de meeste mensen het meest geweldige wat hen ooit is overkomen. Een kind groot brengen betekent echter ook dat er een heleboel kosten gemaakt moeten worden. Denk maar eens aan de kosten voor:

  • kinderopvang,
  • vakantiekampen,
  • Alimentatie (als ouders niet meer samen wonen)

Gelukkig krijgt iedereen die de zorg voor kinderen heeft de mogelijkheid om te profiteren van enkele fiscale voordelen. Dit geldt niet alleen voor ouders die samenleven als voor alleenstaanden en gescheiden ouders die een kind ten laste hebben. Op het moment dat iemand dus de zorg voor een kind moet dragen, dan heeft deze persoon recht op:

  • een vermindering in de inkomstenbelasting,
  • een verlaagde onroerende voorheffing, zowel voor huurders als voor eigenaars van een woning.

Vermindering van de inkomstenbelasting

De zorg voor een kind geeft recht op een vermindering van de belasting die wordt geheven over het inkomen. Een deel van de inkomsten zal daardoor dus belastingvrij worden met als gevolg dat er een minder groot bedrag aan belasting betaald hoeft te worden. Het gedeelte van het inkomen waar geen belastingen op betaald hoeft te worden, loopt uiteen afhankelijk van een de volgende factoren:

  • het aantal kinderen waar voor gezorgd wordt,
  • de zorg voor een gehandicapt kind,
  • de zorg voor een kind als alleenstaande ouder.

Om van de verminder van inkomstenbelasting te kunnen genieten, dient er wel aan enkele voorwaarden voldaan te zijn:

  • het kind waar voor gezorgd wordt, moet op 1 januari van het belastingjaar waarover aangifte wordt gedaan tot het gezin van de belastingplichtige behoren.
  • het kind zelf mag geen inkomen hebben dat een bepaalde drempel overschrijdt. Bij het inkomen van het kind wordt voor een bepaald deel ook eventuele kinderalimentatie verrekend.
  • het kind mag geen vergoeding hebben gekregen die voor de belastingplichtige een beroepslast vormt, bijvoorbeeld als deze zelfstandig ondernemer is, en het kind betaald (vakantie)werk voor deze persoon uit heeft gevoerd, en dit geld als zijnde een beroepslast wordt opgevoerd. Er is in dat geval immers geen sprake meer van het ten laste hebben van het kind.

Verlaagde onroerende voorheffing

Indien een belastingplichtige minimaal voor twee kinderen dient te zorgen, dan kan deze een vermindering van de onroerende voorheffing ontvangen. Dat geldt overigens niet alleen voor mensen die een woning huren, maar ook voor eigenaren van een huis. Eigenaren van een huis die dit verhuren betalen echter minder onroerende voorheffing en dat voordeel dient vervolgens aan de huurder door worden geven in de vorm van een verrekening van de huurprijs.

Teruggave van bepaalde kosten voor een kind

In een belastingaangifte kan een gedeelte van die kosten die voor een kind gemaakt worden, terug worden gevraagd. Met andere woorden: bepaalde kosten kunnen tot een bepaald maximum van het belastbare beroepsinkomsten af worden getrokken. Het betreft in dit geval kosten voor:

  • een kind dat jonger dan 12 jaar is, of een ernstig gehandicapt kind tot 18 jaar,
  • een kinderdagverblijf,
  • het middagtoezicht op school,
  • een avondstudie,
  • opvang van een ziek kind,
  • een sportkamp,
  • een vakantiekamp van een jeugdbeweging.

Om recht te hebben op een dergelijke vermindering van de inkomstenbelasting dient er voldaan te worden aan ondermeer de volgende voorwaarden:

  • de belastingplichtige dient een kind op fiscaal opzicht ten laste te hebben,
  • de belastingplichtige dient aan (door de overheid) erkende personen of instellingen de verplichte betalingen te doen.

Teruggave van betaalde alimentatie

Indien een belastingplichtige aan een ex-partner alimentatie betaalt voor een kind, of aan een meerderjarig kind zelf wanneer dat zo af is gesproken, dan kan er onder bepaalde voorwaarden een bepaald bedrag af worden getrokken van het belastbaar inkomen.

In de regel zal het voordeel van een hoger belastingvrij bedrag toe worden gekend aan de persoon waarbij het kind woont, omdat deze ouder ook de meeste kosten draagt. Met andere woorden: de ouder bij wie een kind woonachtig is, zal van het meeste belastingvoordeel genieten. Dit wil echter niet zeggen dat het niet mogelijk om belastingvoordelen onder allebei de ouders verdeeld worden. In dat geval kan er worden gesproken van zogenaamd fiscaal co-ouderschap en krijgt elke ouder een helft van het belastingvoordeel.
Om in aanmerking te kunnen komen voor fiscaal co-ouderschap moeten de ouders wel aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • het kind dient voor de helft van de tijd bij elke ouder woonachtig zijn,
  • het aftrekken van de kinderalimentatie van het belastbaar inkomen is voor beide ouders niet toegestaan.

Deze voorwaarden gelden voor alle ouders, ongeacht de voormalige samenlevingsformule

  • gehuwd,
  • wettelijk samenwonend,
  • feitelijk samenwonend.

Conclusie

Het grootbrengen van een kind brengt weliswaar veel kosten met zich mee, maar ook kan een ouder vaak de nodige voordelen verwelkomen. Op die manier wordt het ouderschap en de financiële kant daarvan een stuk minder zwaar en dat zal zowel ouder als kind absoluut ten goede komen. De voordelen die het ouderschap met zich meebrengt, zullen overigens al beginnen voordat de baby het levenslicht heeft mogen aanschouwen.

Maar ook na de geboorte staan er nog een heleboel voordelen te wachten voor de jonge ouders. Dit geldt overigens ook voor adoptie-, stief en pleegouders want ook deze mensen hebben kinderen ten laste en verdienen dus ook op verschillende vlakken een steuntje in de rug. Voor alle ouders, ongeacht of zij werkend, zelfstandige of werkloos zijn, zijn speciale regelingen in het leven geroepen om de kosten van het onderhoud en de opvoeding van één of meerdere kinderen acceptabel te houden.

Meer
Markten
Mijn Volglijst
Markten
BEL20