Key takeaways
- Tien jaar na het Brexit-referendum bleef een volledige economische instorting uit.
- Brexit heeft de Britse economie wel aanzienlijk afgeremd door handelsbarrières, lagere investeringen en personeelstekorten.
- België ondervond eveneens negatieve effecten, vooral in de handel met het VK, maar de impact bleef veel beperkter dan voor de Britse economie.
Tien jaar na het referendum van 2016 heeft het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie niet geleid tot de catastrofale ineenstorting die sommigen hadden voorspeld, meldt de Nationale Bank van België.
Het uitblijven van een totale ineenstorting betekent echter niet dat de overgang zonder kosten is verlopen. De economische gevolgen waren aanzienlijk, met name voor het VK, en kwamen tot uiting in verminderde productiviteit, lagere investeringen en verstoorde handel. Hoewel België en andere EU-landen die effecten ook voelden, waren de gevolgen voor de Britse economie veel ernstiger.
Een totale ineenstorting voorkomen
De eerste nasleep van de stemming ging gepaard met onmiddellijke volatiliteit. Het Britse pond kelderde en de markten vreesden een chaotisch vertrek. Uiteindelijk werd een totale ineenstorting voorkomen dankzij een gefaseerde overgang en het sluiten van een formele handels- en samenwerkingsovereenkomst. Hierdoor werd het scenario voorkomen waarin de handel zou zijn teruggevallen op de basisregels van de Wereldhandelsorganisatie, wat veel schadelijker zou zijn geweest.
De drie pijlers van economische druk
Het Verenigd Koninkrijk had meer te lijden dan de EU-lidstaten omdat het de toegang tot de interne markt en de douane-unie verloor. Dit leidde tot drie belangrijke bronnen van economische druk.
Ten eerste werd de handel omslachtig door nieuwe regelgevingseisen en administratieve hindernissen. Ten tweede raakte de arbeidsmarkt ontwricht; het vertrek van EU-werknemers en de invoering van strengere immigratiewetten leidden tot acute personeelstekorten in specifieke sectoren. Ten slotte stagneerden de directe buitenlandse investeringen doordat multinationals hun activiteiten naar het vasteland verplaatsten om naadloze toegang tot Europese consumenten te behouden. Samen remden die factoren de groei af en schaadden ze de algehele productiviteit.
Verzachtende factoren
Verschillende factoren hielpen de ernst van de schok te verzachten. Naast het handelsakkoord van 2020 speelde de flexibiliteit van bedrijven en overheden een rol. Zo investeerden de Belgische havens in infrastructuur om knelpunten te voorkomen. Bovendien voorkwam het feit dat de regelgevingsnormen van het VK en de EU gedurende meerdere jaren relatief vergelijkbaar bleven, een sterkere stijging van de kosten.
Verlies op lange termijn
Het is moeilijk om de exacte schade te kwantificeren, omdat de Brexit samenviel met wereldwijde onrust, waaronder de COVID-19-pandemie, de oorlog in Oekraïne en energiecrises. Desondanks wijzen schattingen op een langdurige terugval van de Britse economie, waarbij sommige cijfers duiden op een verlies van 6 tot 8 procentpunten van het bbp over de komende tien jaar.
In de financiële sector dwong het verlies van de “paspoortrechten” veel in Londen gevestigde bedrijven ertoe om activa en personeel te verplaatsen naar steden als Parijs, Frankfurt, Amsterdam en Dublin. Hoewel Londen een wereldwijd knooppunt blijft, is het Europese financiële landschap meer gedecentraliseerd geworden.
Gevolgen voor België
Voor België waren de gevolgen vooral op micro-economisch niveau merkbaar, en minder op macro-economisch niveau. De groei van de handel tussen België en het Verenigd Koninkrijk vertraagde in vergelijking met andere mondiale partners, met opvallende dalingen in de invoer van Britse machines en chemicaliën.
(at)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

