Amerikaans Hooggerechtshof verklaart Trumps wereldwijde invoerheffingen onwettig


Key takeaways

  • Het Hooggerechtshof heeft de wereldwijde invoerheffingen van president Donald Trump onwettig verklaard.
  • Deze uitspraak beperkt de mogelijkheden van de president om tarieven in te zetten als economisch instrument tegen handelspartners.

Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft een belangrijke klap toegebracht aan het economische beleid van president Donald Trump door zijn wereldwijde invoerheffingen onwettig te verklaren.

Onwettige tarieven

In een 6-3-beslissing oordeelde het hof dat Trump zijn bevoegdheden had overschreden door een beroep te doen op noodwetgeving om wereldwijd ingrijpende “wederzijdse” tarieven in te voeren en gerichte belastingen te heffen om de handel in fentanyl aan te pakken. De uitspraak laat de kwestie van de terugbetalingen aan importeurs onopgelost, die mogelijk oplopen tot 170 miljard dollar – meer dan de helft van de inkomsten die Trump met zijn tarieven heeft gegenereerd.

Het Witte Huis heeft toegezegd de heffingen te vervangen door alternatieve juridische wegen, maar deze opties zijn vaak complexer of minder uitgebreid in vergelijking met de ruime bevoegdheden die Trump op grond van de International Emergency Economic Powers Act had.

Uitdaging voor de agenda van Trump

Deze beslissing vormt een directe uitdaging voor een centraal element van de agenda van Trump en beperkt zijn gebruik van tarieven als instrument tegen handelspartners aanzienlijk.

Eerder startte Trump een proces om tarieven tot 25 procent op te leggen aan goederen uit landen die zaken doen met Iran en dreigde hij met tarieven voor Europese landen die zich verzetten tegen zijn poging om Groenland te verwerven. De uitspraak zou het gemiddelde effectieve tarief in de VS met meer dan de helft kunnen verlagen, mogelijk van 13,6 procent naar 6,5 procent, een niveau dat volgens Bloomberg Economics sinds maart niet meer is voorgekomen.

Interpretatie van de IEEPA

De meerderheid van het Hooggerechtshof concludeerde dat de wet uit 1997, bekend als IEEPA, het opleggen van tarieven niet toestaat. Hoewel de IEEPA de president verschillende instrumenten biedt om nationale veiligheid, buitenlands beleid en economische noodsituaties aan te pakken, wordt er expliciet geen melding gemaakt van tarieven of belastingen. Opperrechter John Roberts, die namens de meerderheid schreef, benadrukte de praktijk van het Congres om de bevoegdheid van de president op het gebied van tarieven duidelijk te definiëren en te beperken.

De rechters Gorsuch en Barrett, beiden benoemd door Trump, sloten zich aan bij de drie liberale rechters van het hof en vormden zo de meerderheid. De rechters Kavanaugh, Thomas en Alito waren het hier niet mee eens. Kavanaugh uitte zijn bezorgdheid dat het terugbetalingsproces complex en mogelijk problematisch zou zijn.

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.