4 op elke 10 Noord-Koreanen zijn ondervoed

De internationale wereld moet ingrijpen om de hongersnood in Noord-Korea te helpen bestrijden. Het leven van de Noord-Koreaanse kinderen moet voorrang krijgen op de internationale politiek en de sancties die aan het land zijn opgelegd. Dat heeft David Beasley, hoofd van het World Food Programme van de Verenigde Naties, in een gesprek met de Britse krant The Guardian gezegd.

Beasley is nochtans een gewezen republikeins gouverneur van de Amerikaanse staat South Carolina. Hij had zich tijdens de jongste presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten achter de kandidatuur van Donald Trump geschaard.

Groeistoornissen

“De Noord-Koreaanse voedselproductie kampt met een tekort van 1,4 miljoen ton,” aldus The Guardian. “Dat is te wijten aan overstromingen en hittegolven die het land het voorbije jaar hebben getroffen. Onder meer is er een tekort aan tarwe, rijst, aardappelen en soja.”

“Naar schatting 11 miljoen Noord-Koreanen – 40 procent van de totale bevolking van het land – lijdt aan ondervoeding. Door chronische voedseltekorten kampt één op vijf kinderen met groeistoornissen. Er is volgens Beasley sprake van een bijzonder ernstig probleem. Hij wil dan ook dringende actie tegen de start van het nieuwe probleemseizoen in juni.”

“Indien we niet ingrijpen dreigen kinderen zwaar te zullen lijden,” verduidelijkt Beasley. “Rusland heeft al gereageerd en zendt 50.000 ton tarwe. Ook China komt in actie. Westerse donoren hopen nog steeds dat er snel oplossing voor de impasse kan komen. Hulp aan de Noord-Koreaanse bevolking wordt immers nog vaak als een steun voor het regime van het land bestempeld. We mogen echter niet toestaan dat onschuldige kinderen onder politieke bekommernissen zouden lijden.”

De tweede gespreksronde in februari in Hanoi tussen Donald Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-Un eindigde zonder resultaat. Mike Pompeo, Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, zei recent te hopen dat de twee mannen elkaar de volgende maanden weer zouden ontmoeten. Trump heeft al gezegd dat hierover geen garantie bestaat.

Een miljoen doden

Beasley betoogt dat het resultaat van de onderhandelingen voor veel partijen teleurstellend was. “Met een doorbraak hadden de westerse donoren van het World Food Programme zich wellicht meer op de humanitaire problemen in Noord-Korea hebben kunnen richten,” benadrukt hij.

“Noord-Korea is zwaar door droogte getroffen,” beklemtoont Beasley. “Het moet mogelijk zijn om onschuldige kinderen en gezinnen te helpen om deze moeilijke periode door te komen, in de hoop dat er snel een politieke oplossing volgt.”

Hij wijst erop dat het Noord-Koreaanse regime aan experts van het World Food Programme alle mogelijke samenwerking heeft verleend om een efficiënte analyse van de problemen te kunnen maken. Volgens Beasley hebben de Noord-Koreaanse autoriteiten daarbij alle eisen van de onderzoekers ingewilligd. Hij zegt hierover met het regime ook heel openhartige gesprekken te hebben gevoerd.

Uit de woorden van Beasley kan niet worden afgeleid of Donald Trump terzake een standpunt heeft duidelijk gemaakt.  “We maken onze donors bewust van de situatie,” aldus de topman van het World Food Programme. “We houden onze donateurs ook op de hoogte van de fase van het onderzoek en de analyse.”

Noord-Korea worstelt al meer dan twee decennia met voedselproblemen. Een hongersnood tijdens de jaren negentig van de voorbije eeuw eiste één miljoen doden. Daarmee verloor het land toen ongeveer 5 procent van zijn toenmalige bevolking.