Waarom de productie van de F-22 Raptor niet opnieuw wordt opgestart


Key takeaways

  • Door de onbetaalbare opstartkosten is het hervatten van de F-22-productie financieel onmogelijk.
  • Verouderde motoren en radarsystemen vereisen dure, volledige herontwerpen.
  • In de militaire financiering ligt de prioriteit nu bij het moderniseringsinitiatief voor de „Super Raptor“-vloot.

In 2009 beëindigde minister van Defensie Bob Gates het F-22 Raptor-programma nadat slechts 187 van de beoogde 381 vliegtuigen waren geproduceerd.

Hoewel sommige critici, waaronder voormalig luchtmachtofficier Christian D. Orr, dit als een uiterst kortzichtige beslissing beschouwen, hebben latere financiële analyses aangetoond waarom het heropstarten van de productielijn onhaalbaar is.

Initiële kostenramingen

De mogelijkheid om de productie te hervatten werd voor het eerst onderzocht in een rapport van de RAND Corporation uit 2010, waarin werd geschat dat de bouw van nog eens 75 straaljagers ongeveer 20 miljard dollar (17,8 miljard euro) zou kosten.

Dit cijfer was een voorlopige schatting en omvatte geen kosten voor de opleiding van piloten, de integratie van geavanceerde stealth-technologie of het opnieuw aannemen van gespecialiseerd personeel van Lockheed Martin.

Veroudering

Een uitgebreider en aanvankelijk vertrouwelijk verklaard onderzoek van de luchtmacht uit 2016, dat later in 2019 via een verzoek op grond van de Freedom of Information Act openbaar werd gemaakt, beschreef in detail de enorme kosten die gepaard zouden gaan met een terugkeer naar de oorspronkelijke doelstelling van 381 vliegtuigen.

Om de resterende 194 straaljagers te produceren, zou het leger te maken krijgen met bijna 9,87 miljard dollar (8,80 miljard euro) aan initiële opstartkosten. Een aanzienlijk deel van deze kosten, ongeveer 5,77 miljard dollar (5,14 miljard euro), zou nodig zijn om vier belangrijke subsystemen opnieuw te ontwerpen. Met name de F119-motor en de APG-77-radar worden niet langer geproduceerd, aangezien Pratt & Whitney zijn focus heeft verlegd naar de F135-motor van de F-35. Daarnaast zouden systemen voor navigatie, communicatie en elektronische oorlogsvoering waarschijnlijk volledig moeten worden vervangen.

Financiële onhaalbaarheid

Volgens dit voorstel uit 2016 zouden de kosten per vliegtuig tussen de 206 miljoen (183 miljoen) en 216 miljoen dollar (192 miljoen euro) bedragen, waardoor de totale programmakosten boven de 50,3 miljard dollar (44,8 miljard euro) zouden uitkomen.

Door deze onbetaalbare kosten concludeerde de luchtmacht dat het heropstarten van de assemblagelijn noch operationeel, noch financieel haalbaar was.

Verschuiving naar de Super Raptor

In plaats van te proberen nieuwe vliegtuigrompen te bouwen, richt het leger zijn middelen op het Super Raptor-initiatief om de bestaande vloot te verbeteren. De begroting voor het boekjaar 2026 omvat meer dan 90 miljoen dollar (80,2 miljoen euro) voor deze moderniseringen.

Belangrijke upgrades zijn onder meer de integratie van de AIM-260 Joint Advanced Tactical Missile, die een aanzienlijk groter bereik biedt dan de huidige raketten, en de toevoeging van Infrared Search and Track (IRST)-pods. Deze pods stellen de Raptor in staat vijanden te lokaliseren zonder radarsignalen uit te zenden, waardoor zijn stealth-voordeel tijdens risicovolle gevechten behouden blijft.

Wil je meer defensienieuws ontvangen? Schrijf je in op onze wekelijkse Defensie Insider-nieuwsbrief

Volg Business AM ook op Google Nieuws

Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!

Voeg businessam.be toe als preferred source op Google
Meer

Ontvang de Business AM nieuwsbrieven

De wereld verandert snel en voor je het weet, hol je achter de feiten aan. Wees mee met verandering, wees mee met Business AM. Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en houd de vinger aan de pols.