Verrassend: Amerikaanse oliesector betoont zich voorstander van koolstoftaks

Mike Sommers (rechts) bij de opening van het nieuwe hoofdkantoor van API (isopix)

Een recente virtuele meeting tussen oliebonzen en apparatsjiks van het Biden-kabinet leverde markante, ‘klimaatbewuste’ quotes op. CEO’s uit de oliesector ‘zeiden steun toe voor beleidsmaatregelen die het duurder maken om gassen uit te stoten die bijdragen aan klimaatverandering’, aldus The Wall Street Journal. Klimaatactivisten zijn echter niet onder de indruk.

‘We zijn vastbesloten (…) om met het Witte Huis samen te werken om de ambities van het Klimaatakkoord van Parijs te verwezenlijken.’ Dat verklaarde American Petroleum Institute (API) CEO Mike Sommers na de virtuele meeting eerder deze week. API overweegt om zich uit te spreken voor belasting op CO2-uitstoot, schrijft Reason Magazine.

ExxonMobil en ConocoPhillips hebben zich eerder geschaard achter het plan van de Climate Leadership Council (CLC). Deze centristische denktank lanceerde onder meer een voorstel tot belasting op koolstofemissies. Het CLC-plan bevat nog andere voornemens.

CLC-plan

Vooreerst is er dus de heffing op CO2-uitstoot voor de hele economie. Deze begint bij 40 dollar per ton en wordt elk jaar met 5 procent bovenop de inflatie verhoogd.

CLC wil ook dat alle netto-opbrengsten van de belasting op gelijke basis en per kwartaal worden teruggestort aan het Amerikaanse volk. Een gezin van vier personen zou in het eerste jaar ongeveer 2.000 dollar aan koolstofdividend ontvangen. Deze som wordt groter naarmate de koolstofheffing stijgt.

Daardoor zou een positieve feedback loop ontstaan. ‘Hoe meer het klimaat wordt beschermd, hoe groter de dividenduitkeringen aan alle Amerikanen’ staat op de CLC-site te lezen.

Zodra het CLC-plan is aangenomen, zou alle andere CO2-regulering permanent worden ingetrokken.

‘Activists say no’

Veel mensen met een groen hart zijn echter niet tuk op koolstofheffingen. Waarom? InsideClimateNews verwijst naar een onderzoek van Matto Mildenberger, politicoloog aan de Universiteit van Californië.

Mildenberger stelde vast dat koolstofbelastingen klimaatmaatregelen onpopulair maken omdat ze de kosten onmiddellijk op consumenten afwentelen. Dit terwijl de uiteindelijke voordelen (lagere temperaturen, minder hevige stormen en een lager zeeniveau) verre toekomstmuziek zijn.

‘Subsidies, regelgeving en andere beleidsmaatregelen met meer onmiddellijke en zichtbare voordelen (zoals het scheppen van banen) zijn de beste fitnessoefeningen voor een gespierd klimaatbeleid. Ook al kosten ze op korte termijn meer’, aldus InsideClimateNews. ‘Dat komt omdat ze investeringen stimuleren die de kosten van alternatieve energie verlagen. Tegelijkertijd vergroten deze maatregelen politieke steun voor een krachtdadiger klimaatbeleid’, klinkt het nog.

Economen en vrije markt conservatieven

Anderzijds zijn de meeste economen voorstander van een CO2-belasting. Zij zien dit als de beste manier om de economie naar een meer energie-efficiënte staat te navigeren.

Ook zou belasting de ontwikkeling van goedkopere koolstofvrije energiebronnen promoten. Economen menen dat koolstofheffing de steun verdient van álle Amerikaanse conservatieven die de vrije markt een warm hart toedragen.

De praktijk pakt anders uit dan de theorie. Begin maart steunden namelijk alle 50 Republikeinen van de Senaat een amendement tegen een federale koolstofbelasting. (am)