The Iron Lady. Zo wordt de Deense politica Margrethe Vestager, inspiratiebron voor het hoofdpersonage in Borgen, weleens genoemd. Terecht? Ja, ze heeft een ijzeren wil, zeker in haar strijd tegen oneerlijke concurrentie. Maar is die hardnekkigheid niet net wat we nodig hebben om de verbrokkelde Europese gedachte aan elkaar te lijmen?
A Europe fit for the digital age’ is uw kernopdracht. Hoe is het met Europa’s fysieke conditie? Staan we scherp genoeg?
‘Wel, wij slagen er in elk geval niet in om het maximum uit ons potentieel te halen. In een heel aantal domeinen zouden wij veel beter kunnen presteren, mochten we digitale technologieën meer benutten. Ik denk aan gezondheidszorg, onderwijs, mobiliteit, smart recycling en duurzamer gebruik van grondstoffen en energie … Ik zie het dan ook als mijn taak om al dat potentieel te benutten en om te zetten in tastbare meerwaarde voor onze Europese burgers. Maar ook het beheersen van de dark sides of technology maakt deel uit van mijn opdracht. Want laten we wel wezen: cybercriminaliteit, identiteitsfraude, fake news en online polarisatie zijn ook fenomenen die de digitalisering van onze wereld met zich meebrengt.’
Dat klinkt als een evenwichtsoefening.
‘Het is meer dan dat. (strijdvaardig) Op beide fronten moeten wij een versnelling hoger schakelen. Ook datmaakte de coronacrisis ons duidelijk. Digitalisering heeft ons tijdens de crisis op veel fronten gered, maarer waren ook ziekenhuizen die door een cyberaanval getroffen werden. We moeten voluit voor de maximalisering van ons digitale potentieel gaan. En tegelijkertijd inzetten op de minimalisering van de veiligheidsrisico’s en misbruiken die daarmee gepaard gaan.’
Als Eurocommissaris voor Mededinging wilt u een klimaat creëren waarbinnen ondernemingen fair kunnen concurreren. Het lijkt een lange lijdensweg.
‘Wij zijn zeker nog niet klaar. Maar de voorbije jaren hebben we niet stilgezeten. Denk maar aan de concrete stappen die we gezet hebben om de wetgeving rond fair competition door spelers zoals Google en Amazon te doen naleven. Dat is nog maar het begin. Meer cases zullen volgen. (vastberaden) Want de wildwestpraktijken moeten stoppen. Daarom is regularisering zo essentieel. Die helpt ons om een level playing field tot stand te brengen waarbinnen bedrijven eerlijk met elkaar kunnen concurreren. Gisteren werd er nog nieuwe wetgeving gestemd om ondernemingen die van digitale platformen afhankelijk zijn, meer rechten te geven. Dat zij recht hebben op een fair ranking system, is niet meer dan normaal.’
‘De GDPR-wetgeving was een andere stap in de goede richting. Die wet waarborgt niet alleen het recht op privacy van de Europese burger. Zij heeft ook een neveneffect. Wereldwijd creëert zij een bewustzijn dat wij de ongebreidelde macht van technoreuzen niet langer kunnen toelaten.’
Stappen in de goede richting. Maar dan kwam er in juli de uitspraak van het Europees Hof die Apple gelijk gaf. Wat denkt u dan? Daar gaan al onze inspanningen?
‘Eén ding is duidelijk: de strijd tegen agressieve belastingplanning is een marathon en geen sprint. Hij speelt zich bovendien af op een zeer heuvelachtig terrein. We zetten in elk geval ons werk op het vlak van staatssteun verder. Want als lidstaten bepaalde multinationals belastingvoordelen bieden waarop hun concurrenten geen beroep kunnen doen, dan schaadt dat de eerlijke concurrentie binnen de Europese Unie. Het zijn bovendien praktijken die de overheid en haar burgers financiële middelen ontnemen. Geld dat ingezet zou kunnen worden voor investeringen die vandaag niet alleen broodnodig, maar zelfs urgent zijn.’
‘Als lidstaten bepaalde multinationals belastingvoordelen bieden waarop hun concurrenten geen beroep kunnen doen, dan schaadt dat de eerlijke concurrentie in de Europese Unie.’
Moeten we dan niet inzetten op een Europese kapitaalmarktenunie? Zodat onze technologie- en andere bedrijven extra kapitaal en dus meer wind in de zeilen hebben? Vaak ontbreekt het hen aan geld om de race met globale spelers aan te gaan.
‘Dat is een excellent punt. Europa heeft alvast een troef. Dat zijn haar vele b2b-bedrijven. Binnen de technologiesector bieden zij een grote meerwaarde. Vaak kan een kapitaalinjectie net zijn wat zij nodig hebben om full-scale te gaan. Dus ja, een integratie van de Europese kapitaalmarkten zou zeker helpen om de concurrentie en veerkracht van onze ondernemingen te versterken. Ik kijk dan ook uit naar de verdere ontwikkeling van het actieplan dat de Europese Commissie in 2019 voorstelde om de opbouw van een kapitaalmarktenunie rond te krijgen. Toch nog een kleine voetnoot: er zijn ook veel bedrijven die niet de ambitie hebben om te groeien. Als een technologiereus ze honderden miljoenen biedt voor hun goed idee, is de verleiding om daarop in te gaan vaak heel groot.’
Misschien ontbreekt het ons, Europeanen, aan een flinke portie gezonde ambitie.
‘(lacht) Daar ben ik het mee eens. Maar het is niet alleen een Europees fenomeen. Ik heb regelmatig contact met de Commissie van de Afrikaanse Unie. Ook die landen zien heel wat goede ideeën naar het buitenland vloeien. Wat meer geloof in onze eigen expertise is zeker gepast.’
Zou een kwaliteitslabel ‘Made in Europe’ ons niethelpen om onze ambitie aan te wakkeren?
‘Ja, maar dat label gaat over meer dan kwaliteit. Het geeft je ook de garantie dat je privacyrechten als burger gerespecteerd zijn. Dat de data die jij als persoon of bedrijf ter beschikking stelde, alleen gebruikt mogen worden voor datgene waarvoor jij toestemming gaf. Ook dat betekent ‘Made in Europe’.’
Europa werd door de coronacrisis bijzonder hard getroffen. Hoe hebt u die periode ervaren?
‘Het waren heel drukke maanden. Vanaf het begin van de pandemie beseften wij dat onze bedrijven zich in een ongeziene storm bevonden. Vandaar dat onze focus was om zo snel mogelijk een herstelfonds tot stand te brengen. Een ander focuspunt was het wegwerken van fragmentatie binnen onze eengemaakte markt. Die eengemaakte markt zullen wij meer dan nodig hebben om uit het economische dal te raken.’
‘Op persoonlijk vlak was de lockdown een bijzondere ervaring. Mijn dochter die in Groot-Brittannië studeert en mij in Brussel kwam bezoeken, kon niet terug naar huis. Samen met haar vriend is zij twee maanden bij mij gebleven.’
Heeft zij u anders naar bepaalde dingen doen kijken?
‘Regelmatig wees zij mij erop dat ik te veel tijd voor mijn beeldschermen doorbracht. (lacht) Het viel mij op hoe bewust zij en haar vriend met technologie omgaan. Natuurlijk zijn zij ook vaak online, maar ze lassen regelmatig offlinemomenten in. Om de wereld ook met hun eigen ogen te blijven waarnemen.’

De coronacrisis heeft ons geleerd hoe belangrijk digitale technologie is. Toch is het een sector met honderdduizenden niet-ingevulde vacatures. Welke oplossingen ziet u?
‘Jammer genoeg kampt de IT-sector nog te veel met clichés. Het beeld van de nerd die in een donkere kamer werkt, beantwoordt nochtans allang niet meer aan de realiteit. Het is een boeiende wereld waar je ook met een niet-technisch profiel aan interessant werk komt. Het is hoog tijd dat de sector zijn deuren openstelt voor vrouwen en genderstereotiepe patronen doorbreekt. Wat wij nodig hebben, zijn rolmodellen waarin zowel vrouwen als mannen zich herkennen. (ernstig) De tijd dringt. Zeker als je bedenkt welke cruciale rol IT’ers spelen in de wereld van morgen.’
Tijdens de lockdown werden kinderen uit kwetsbare gezinnen extra zwaar getroffen, vaak omdat zij geen laptop of internettoegang hadden. Zou gratis internet geen prioriteit moeten zijn voor een Europa ‘fit for the digital age’?
‘Wij hebben zeker nood aan een sneller en stabieler internet. Investeren in breedband zou dan ook deel moeten uitmaken van het herstelplan van de lidstaten. Free access to Wi-Fi promoten? Dat doen we al. Via het project WiFi4EU, een initiatief waarmee we zo veel mogelijk gemeenten willen ondersteunen om op publieke plaatsen gratis wifi ter beschikking te stellen. Wat de scholen betreft, een meer structurele aanpak om hardware toegankelijk te maken voor alle kinderen is noodzakelijk. Ik zie dat als een prioriteit voor de lidstaten.’
‘Artificial Intelligence is noch goed, noch slecht. Hoe gebruik je het? Dàt is de vraag.’
Tijdens de coronacrisis was er een heropleving van de lokale handel. Welke stappen kunt u zetten zodat dit nieuwe elan niet verloren gaat?
‘Wij hebben al een wettelijk kader gecreëerd dat kleinere bedrijven die afhankelijk zijn van een platform zoals Google de mogelijkheid biedt om op een eerlijke manier te concurreren. Het kan toch niet zijn dat de data die zij produceren door een digitale reus verzameld worden, om dan vervolgens tegen hen gebruikt te worden? Het is onze taak om die wetgeving verder te blijven aanpassen, zodat ze blijft beantwoorden aan de realiteit waarmee kleinere spelers vandaag geconfronteerd worden. Maar wij hebben ook als consument een rol te spelen. We mogen best wat nieuwsgieriger zijn. Dat we al meer op zoek gaan naar het aanbod van lokale spelers, is een positieve beweging. Uiteindelijk zal het de combinatie zijn van ons consumentengedrag en een wettelijk kader waarmee wij het verschil kunnen maken.’
Maar er blijft natuurlijk de belastingontduiking, waarvan sommige reuzen gretig gebruikmaken. Belastingparadijzen zoals Nederland en Ierland bedrijven, maar ook voor de perceptie van een fair Europa. Welke uitweg ziet u voor dit probleem?
‘(met klem) Het is een onaanvaardbare situatie. Waarom zouden wij aanvaarden dat de meeste ondernemingen hun belastingen betalen en andere die de achterpoortjes van de wet kennen, dat niet doen? Het is bijzonder onrechtvaardig ten opzichte van hen die hard werken en hun fiscale verplichtingen wel nakomen.’
‘De oplossing ligt echter niet op lokaal, maar op Europees niveau. Het is dankzij de Europese Unie dat dit soort praktijken aan de kaak gesteld worden. Als een Unie kunnen wij stellen dat wij dat niet dulden. Onze lijn is duidelijk: elk bedrijf in Europa heeft de verantwoordelijkheid om belastingen te betalen en bij te dragen in de samenleving waar het economisch actief is.’
In het begin van ons gesprek had u het over de schaduwzijde van digitalisering. Maar gaat er ook geen gevaar uit van de massasurveillance die digitalisering met zich meebrengt?
‘Ik zie een positieve evolutie. Je merkt dat de maatschappelijke druk toeneemt om bij berichten op sociale media te vermelden of ze van een betrouwbare bron afkomstig zijn. Wat het bigbrothereffect betreft: er wordt inderdaad nog te vaak van uitgegaan dat we dit fenomeen niet hoeven te vrezen, omdat wij als goede burgers toch niets te verbergen hebben. (licht ironisch) Dat is niet het punt. Het punt is dat je gedrag verandert als je weet dat je voortdurend geobserveerd wordt. Het tast je vrijheid als mens aan. Je hebt misschien niets te verbergen, maar je hebt een leven te leven. En dat leven is van jou en niemand anders. Ik ben er dan ook van overtuigd dat meer wetgeving op dat vlak noodzakelijk is.’

Artificial intelligence is een domein waarin u heel wat groeipotentieel voor Europa ziet. Wat maakt u zo’n believer van AI?
‘Artificial intelligence is noch goed, noch slecht. Hoe gebruik je het? Dát is de vraag. Het grote voordeel van AI is dat je er onderzoek mee kunt uitvoeren op een gigantische schaal en in een ongezien snel tempo. Met AI kun je de onderzoekscapaciteit van één wetenschapper verduizendvoudigen. Dat schept enorme mogelijkheden voor de toekomst zoals voor de gezondheidssector. Maar ook hier zijn er valkuilen. AI brengt ethische vragen met zich mee. Stel dat je AI inschakelt bij je rekruteringsproces. Weet je dan wel zeker dat de computer je kandidaten niet op basis van vooroordelen screent? Je wilt toch zeker weten dat hij zich niet alleen baseert op historische data die aangeven dat het vooral mannen zijn die deze functie waarnemen? Menselijke interactie en kritische reflectie zullen altijd nodig blijven.’
Veel mensen hebben het vertrouwen in de (Europese) politiek verloren. Wat zou u hen als politica willen zeggen?
‘Politiek is overal. In bedrijven, organisaties, in de samenleving. Alleen, dat soort politiek wordt niet door een vergrootglas bekeken. Dat doet de media wel met politici. Hun gedrag en dus ook hun fouten worden uitvergroot. Maar zoals in elke sector heb je ook bij politici mensen die je wel en die je niet kunt vertrouwen.’
‘Toch zijn het ook maar mensen. En dat is maar goed ook. Ik zou niet vertegenwoordigd willen worden door een engel. Geef mij maar iemand van vlees en bloed, een mens.’
‘Op persoonlijk vlak was de lockdown een bijzondere ervaring. Mijn dochter die in Groot-Brittannië studeert en mij in Brussel was komen bezoeken, kon niet meer terug naar huis. Ze is twee maanden bij mij gebleven.’
Hoe bent u in de politiek terechtgekomen?
‘In mijn opvoeding was engagement een sleutelwoord. Van jongs af aan zette ik mij in voor maatschappelijke projecten. De politiek heeft mij dan ook gevonden. Maar ik droomde er nooit van om politica te worden. Wel om mij te engageren en een positieve bijdrage te leveren aan de wereld rondom mij.’
Wat drijft u om door te zetten?
‘We hebben maar één leven. Ik hou ervan om zaken in beweging te krijgen. Dat is wat ik doe in de politiek. Andere mensen doen dat op hun manier. In welk domein je het doet, is niet belangrijk. Wel dát je het doet en op een constructieve manier een verschil probeert te maken.’
Wie inspireert u ?
‘(zonder aarzeling) Madeleine Albright. Maar ook gewone mensen die op hun manier iets betekenisvols doen. Iets waarvan ik zeg: knap dat zij de moed vonden om door te gaan en te realiseren wat anderen onmogelijk achtten.’Waarom Madeleine Albright? ‘Tijdens de Balkanoorlog was zij de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Hoewel zij niet verplicht was om in die Europese kwestie op te treden, engageerde zij zich om mee een oplossing te vinden. Dat zij haar nek uitstak, waardeer ik ontzettend. Die moedige daad, samen met haar quote ‘There is a special place in hell for women who don ’t help other women’, zullen mij altijd bijblijven. (lacht)