‘Spaarboekje was even veilig als Arco-belegging’

Francine Swiggers (Arco, 2011)- foto: Denis Closon / Isopix

Geld op een spaarboekje was in de jaren 1980 en 1990 even veilig als een Arco-belegging, want er bestond toen geen depositobescherming. Die kwam er pas vanaf 1999, zo betoogden de advocaten van de vereffenaars van Arco donderdag op het Arco-proces voor de ondernemingsrechtbank van Brussel.

‘Alles moet in zijn context worden gezien. Veilig en risicoloos was toen niet hetzelfde als in 2020’, verklaarden advocaten Koen De Maeyer en Peter Siebens van DLA Piper.

Deminor beschuldigt Arco ervan zijn coöperanten te hebben misleid, maar volgens de Arco-advocaten beoordeelt men misleiding retrospectief. ‘Niemand had ooit kunnen voorspellen welk debacle Dexia kon overkomen’, aldus De Maeyer. Hij wees erop dat Deminor al in 2001 een onderzoek had gevoerd naar de participaties van Arco en toen niet aan de alarmbel had getrokken.  Zijn collega Siebens wees er dan weer op dat elke aandeelhouder op een ander moment instapte en dus over andere informatie beschikte.

Mooie rendementen

Ook de wetgeving rond informatieverplichting van beleggers is door de jaren heen sterk geëvolueerd. Siebens riep de rechter op om dat te beoordelen ‘met de bril van toen’. De advocaten beklemtoonden ook dat de Arco-vennootschappen (Arcofin, Arcopar en Arcoplus) steeds ‘correcte en volledige informatie’ hebben verschaft aan de coöperanten over de risico’s verbonden aan hun investering. Volgens De Maeyer werden aan elke coöperant informatienota’s bezorgd, met info over de activiteiten van de vennootschappen.

‘Maar of de mensen die nota’s gelezen hebben, daar kan ik geen zinnig woord over zeggen’, klonk het. ‘Elke coöperant kreeg ook elk jaar, via de post, een bewijs van uittreksel uit het aandelenregister.’  Dat Deminor nu beweert dat de coöperanten zijn misleid, reeds bij intekening, noemen de advocaten van Arco ‘erg moeilijk om te geloven’.

De Maeyer wees daarbij ook op de mooie rendementen (bijvoorbeeld een dividend van 6,15 procent) en voordelen die de coöperanten jarenlang hebben genoten.

De advocaten van Arco gingen in hun verdediging ook de juridisch-technische toer op. Zo wees Siebens erop dat de 2.171 coöperanten die Deminor vertegenwoordigt, geen homogene groep vormen. Sommigen waren coöperant bij Arcopar, anderen bij Arcofin. ‘Er is een fundamenteel probleem dat men een vordering tot nietigverklaring doet voor alle Arco-vennootschappen, dit kan enkel ten aanzien van de vennootschap waar men gelden heeft ingebracht’, klonk het. ‘De collectieve formulering kan niet.’

De advocaten pleitten dan ook de onontvankelijkheid van deze vordering.  Ook het feit dat er een Franstalig tekstcitaat in de dagvaarding van 30 september 2014 staat, is volgens Siebens in strijd met de taalwet gerechtszaken. Volgens hem moet de rechtbank de procedure hierdoor nietig verklaren. 

‘Onherroepelijk verjaard’

De advocaten van Arco pleitten donderdag ook dat de feiten verjaard zijn. Arco had een contractuele relatie met zijn coöperanten en dus treedt er verjaring op na tien jaar sinds de ondertekening van het contract, klonk het. Het inroepen van artikel 1304 uit het burgerlijk wetboek, waardoor in geval van bedrog of dwaling de verjaringstermijn pas begint te lopen op het moment dat dat bedrog ontdekt wordt, doet volgens de advocaten niet ter zake. “Men moet per coöperant bewijzen dat hij bedrogen werd, en dat heeft men niet gedaan. Men bewijst ook niet dat hij zonder dat bedrog het contract niet zou zijn aangegaan”, pleitte De Maeyer. 

Voor wat de extra-contractuele vordering betreft, stelde de advocaat dat die vordering op 16 september 2019 gesteld werd en dus meer dan vijf jaar na de vaststelling van de schade (de vereffing van Arco in 2011). ‘Ook dit is dus onherroepelijk verjaard’, klonk het.

In 2014 wilden de vereffenaars van Arco overgaan tot het uitbetalen van een provisie, maar toen startte Deminor een procedure op. ‘Dit leidde tot een blokkering van de vereffening en tot extra kosten van 1,5 miljoen euro’, aldus De Maeyer. ‘Deminor draagt hier een verpletterende verantwoordelijkheid. Dat is de reden waarom we een tegenvordering hebben ingesteld’. De advocaten vragen ook een rechtsplegingsvergoeding per individuele eiser die in het ongelijk wordt gesteld.

Lees ook: Proces-Arco: de vraag van 1,5 miljard euro achtervolgt CD&V al bijna tien jaar