Andermaal speelt Renault de kaart van de nostalgie, nu het na de R4 en R5 ook met de nieuwe Twingo opzichtig naar het eigen verleden knipoogt. Of een nieuwe generatie automobilisten zich dat guitige stadswagentje uit de jaren 90 en de vroege jaren 2000 nog herinnert, is maar de vraag. Pal staat echter wel dat de nieuwe de kernwaarden van weleer niet verloochent.
Met een basisprijs van net geen 20.000 euro is die goed van prijs, toch voor een elektrische auto in dit tijdvak. Op enkele opmerkingen na is dit ook een behoorlijk geriefelijk en gebruiksvriendelijk stadsautootje. En bovenal ziet-ie er goed uit, met die vriendelijke snoet en prettige proporties.
Gebouwd in Slovenië
Dat laatste is waarom iedereen zich die eerste Twingo herinnert. Met zijn destijds innovatieve (hier volgt een Scrabble-tip) micromonovolumecarrosserie en vrijpostige glimlach bracht die begin jaren 90 wat nieuws. Dat laatste was bewust zo gedaan: hoofdontwerper Patrick Le Quément kon zijn directie er toen van overtuigen dat zo’n onschuldige oogopslag en als een glimlach gevormde koelsleuf het autootje een zeker charisma zou verschaffen, haast als dat van een huisdier.
Die aanpak werkte, want de eerste Twingo stal vele harten, wat van de daaropvolgende generaties niet kan gezegd worden. Naar die eertijdse aanpak grijpen de Parijzenaars dan ook terug. De vierde Twingo-generatie heeft eenzelfde monovolumekoetswerk, quasi ronde koplampen – weliswaar in led-uitvoering ditmaal – en enkele karakteristieke details, zoals het accent op de motorkap aan de passagierskant, dat knipoogt daar de koelsleufjes van weleer.
Ditmaal heeft-ie wel 5 deuren in de plaats van 3. Een schuifdak in canvas is niet meer verkrijgbaar. Een kwestie van het aanbod zo eenvoudig mogelijk te houden, om de ontwikkelings- en productiekost maximaal te drukken. Zeker bij stadswagens is nu eenmaal elke eurocent van tel om het verschil te maken tussen winst en verlies. Daarom ook wordt hij, net als de vorige 2 generaties, niet in Frankrijk maar in Slovenië gebouwd.
Met een handje Chinese hulp
Het grote nieuws is evenwel hoe hij geboren is. De conceptuele ontwikkeling gebeurde immers in Parijs, maar om de uitwerking te versnellen stuurden de Fransen het ontwerp vervolgens naar hun Chinese afdeling, waar ze het ding in een recordtijd productieklaar maakten. Dit is dan ook de snelst ontwikkelde Renault ooit.
Het is ontluisterend dat een Europese autobouwer met meer dan een eeuw ervaring een jonge autonatie als China nodig heeft om een versnelling hoger te kunnen schakelen. Wel zijn de Fransen zo fideel om dit niet onder stoelen of banken te steken: zonder erachter te moeten vragen vertellen de betrokken ingenieurs openlijk over die essentiële Chinese bijdrage.
Snellader is optie
Met de vinger op de knip is het de Fransen en Chinezen dan ook gelukt om een in Europa geproduceerde elektrische auto op de markt te gooien die net minder dan 20.000 euro kost.
Verkijk je evenwel niet op het prijskaartje van 19.500 euro. Dat bedrag is theoretisch, want voor die prijs krijg je een Twingo zonder ingebouwde omvormer voor snelladen. Zowel voor je gebruiksgemak als de latere restwaarde zou het een heel slecht idee zijn om die optie van 490 euro niet te nemen. Bekijk het eerder zo: een Twingo kost 19.990 euro.
Het is kleintjes van Renault om de prijs niet meteen zo voor te rekenen. Alsof je op restaurant gaat en moet bijbetalen voor het gebruik van bord en bestek.
Gekende architectuur
De Twingo is opgebouwd op een van zustermodellen gekende architectuur. De voortrein is die van R5, aangevuld met de achtertrein van de Captur, met een torsieas in de plaats van een duurdere onafhankelijke wielophanging.
De motor is van Chinese makelij (Shanghai Motors), net als de batterij (CATL). Vanaf volgend jaar betrekt Renault die accu wel uit de Hongaarse fabriek van die Chinese batterijreus. Dat gaat nog van tel zijn wanneer de EU zijn importregels verstrengt. Zo toont ook al het Franse voorbeeld, want bij onze zuiderburen zal die Hongaarse factor maken dat de Twingo vanaf 2027 in aanmerking komt voor nog een extra subsidie, bovenop de bestaande.
Zeer zuinig
Die accu heeft een samenstelling van lithium-ijzer-fosfaat en een capaciteit van amper 27,5 kilowattuur. Dat is minder dan wat sommige van de meer decadente oplaadbare hybrides kunnen inladen.
Maar: de capaciteit blijkt wel behoorlijk bruikbaar. Tijdens onze testrit (weliswaar in een ideale temperatuur van 20 graden) verbruikten wel nauwelijks 11 kWh/100 km, aldus de boordcomputer. Dat betekent dat je op één lading toch zo’n 250 kilometer kan rijden. Reken in de winter op 200.
Maar zo’n ingebouwde omvormer naar gelijkstroom moet je dus wel hebben, ook al zorgt die slechts voor een schamel snellaadvermogen van 50 kW. Zoniet stel je het met een vermogen van 6,6 kW op wisselstroom, aan een trage laadpaal of de laadkast thuis dus. Licht je de optie van de snellader, dan stijgt het trage laadvermogen ook gelijk tot 11 kW.
De batterij kan ook vermogen afgeven. Je kan op de laadpoort een stopcontact aansluiten om bijvoorbeeld koffie te zetten of te stofzuigen.
Reuzenwielen
De zuinige werking is ook te danken aan het beperkte motorvermogen van 60 kilowatt (82 pk). Wat blijkt te volstaan, want hij gaat voldoende vooruit voor normaal gebruik. Op de snelweg haalt-ie wel niet meer dan 130 km/u. Wie meer wil, moet naar wat anders op zoek.
Het helpt dat de Twingo licht gebouwd is, met een leeggewicht van amper 1,2 ton, waarmee dit een van de lichtste elektrische auto’s is. Een kwestie van eenvoud vooral.
Verkijk je echter niet op de wielen. De standaard hebben die al een omtrek van 16 duim, en dan gaat het om stalen exemplaren met wieldoppen, die er zelfs best aardig uitzien. Tegen meerprijs heb je alu velgen van liefst 18 duim. Voor een stadswagen is dat in alle opzichten (gebruikskost, kwetsbaarheid, verbruik, comfort) een ronduit idiote keuze, dus die laat je maar beter voor wat ze zijn.
Beweeglijk
Al moeten we toegeven dat die reuzenwielen het dempingscomfort minder schaden dan we hadden verwacht. Wat dat betreft zit de Twingo overigens goed in elkaar. De schok- en geluidsdemping is bovengemiddeld goed voor een auto van dit formaat en deze prijsklasse.
Ook op de beweeglijkheid valt weinig aan te merken. Door de goede gewichtsverdeling, met de accu centraal in de vloerplaat, stuurt deze Renault prettig. Belangrijker nog voor dit soort auto is de kleine draaicirkel, al had die nog veel kleiner kunnen zijn indien de aandrijving op de achterwielen had gezeten in de plaats van de voorwielen. Zo was het bij de vorige generatie, en bij deze is dat een gemiste kans.
Plaats voor 4
Net als de eerste generatie heeft deze echter ook een verschuifbare achterbank, in 2 delen. Opgelet: ze is slechts geschikt voor 2 inzittenden, niet voor 3. De rugleuning van de rechtse voorstoel kan ook plat, om lange voorwerpen te transporteren. Voor zijn formaat (lengte van 3,79 meter) is deze Twingo behoorlijk ruim.
Anders dan die eerste generatie heeft deze dus wel 5 deuren in de plaats van 3, wat in alle opzichten handiger is. Ook goed gedaan is de opbergruimte binnenin. Op en rond de boordplank en tussen de voorstoelen is voldoende ruimte voorzien voor rondslingerende prullaria.
Die boordplank is opgebouwd uit goedkope harde materialen, maar is wel zo ontworpen dat het allemaal eerder speels oogt dan karig. Iets te speels wel naar onze meug, want het is een mikmak van vormen en elementen die nodeloos om aandacht schreeuwen, zoals het pookje rechtsachter het stuur of de belettering in het plafond. Op het spectrum tussen saai en geinig zit het nét aan de overdadige kant.
Het centrale scherm van 10 duim krijg je standaard. Voor een Google Maps-navigatiesysteem en aanverwante apps moet je het tweede uitrustingsniveau hebben, genaamd ‘Techno’.
Gesproken over geld: voor de basisprijs kan je de Twingo enkel in het geel krijgen. Witte lak kost 200 euro extra, en voor de metaalkleuren zet Renault 600 tot 700 euro extra op de factuur. De eerder genoemde microscopische winstmarges op kleine auto’s in het achterhoofd, zou het niet verrassen als dat potje lak voor de Fransen het verschil betekent tussen een auto met verlies verkopen, of met winst.
- Goede prijs
- Laag stroomverbruik
- Ruim en handig interieur
- Geslaagd ontwerp
- Snellader is een optie
- Slechts 1 kleur zonder meerprijs
- Onhandige schakelhendel
- Geen hoedenplank of afdekscherm
Conclusie
De Twingo is op weinig fouten te betrappen. Hij ziet er goed uit, is geriefelijk en goed geprijsd. Opletten wel voor de valstrikken die Renault gespannen heeft in de uitrustingstabel, zoals de meerprijs voor elke andere kleur dan geel, en vooral die voor de interne omvormer om te kunnen snelladen. Met die laatste optie afgevinkt blijft-ie echter nog nét onder de 20.000 euro, en dat blijft een steengoed aanbod.
De Renault Twingo E-Tech (2026) in cijfers
Motor: 1 elektromotor, 82pk en 175 Nm, LFP-batterij
Transmissie: voorwielaandrijving
Versnellingsbak: enkelvoudige overbrenging
L/b/h (mm): 3789/1720/1491
Leeggewicht (kg): 1200
Koffervolume (l): 205 tot 1110
0 tot 100 km/u (sec): 12,1
Topsnelheid (km/u): 130
Rijbereik (WLTP, km): 263
CO2: 0 g/km
Prijs: 19.500 euro
BIV: Vlaanderen: 61,50 euro, Wallonië: 50 euro, Brussel: 75,79 euro
Verkeersbelasting: Vlaanderen: 0 euro, Wallonië en Brussel: 102,96 euro

