Het nieuws raakte bekend via de vakbonden, nog vóór de directie het intern kon communiceren. De EX40 en EC40, de middelgrote elektrische SUV’s die al jaren in Gent gebouwd worden, verdwijnen vanaf 2027 uit België. Hun productie verhuist naar Košice in Slowakije, waar Volvo volop werkt aan een gloednieuwe fabriek. Deze twee modellen waren in 2025 goed voor 42.000 exemplaren, ofwel een vijfde van de totale productie in Gent. De Belgische directie weigert voorlopig commentaar te geven over de toekomst van de fabriek, wat weinig geruststellend is voor de 6.500 werknemers en de duizenden onderaannemers rond de site.
De reden voor de verhuis is in de eerste plaats technologisch. De volgende generatie van de 40-reeks staat op het SPA3-platform, een architectuur die megacasting integreert. Dat is een techniek waarbij grote delen van de carrosserie in één stuk gegoten worden in plaats van samengesteld via laswerk. Dat levert duidelijke productiviteitswinst op, maar vraagt ook dure investeringen. Vandaag beschikken alleen de fabrieken in Göteborg en Košice over die technologie. Gent kreeg die investering niet, waardoor de productie van de nieuwe EX40 en EC40 daar technisch erg onwaarschijnlijk wordt.
Te veel fabrieken, te weinig verkoop
De opening van de Slowaakse fabriek creëert eigenlijk een probleem. Hoewel de bouw bijna afgerond is, was deze site niet echt nodig. Integendeel zelfs. Met Gent, Göteborg en Košice zal Volvo in Europa een productiecapaciteit hebben van 800.000 wagens per jaar. Maar in 2025 verkocht het merk er slechts 370.000 op het continent, op een wereldwijd totaal van 710.000 stuks. Dat ligt ver onder de anderhalf miljoen die voormalig CEO Jim Rowan beloofd had. Hij werd intussen ontslagen.
Zijn opvolger, Håkan Samuelsson, koos snel voor een andere strategie: productielijnen delen met andere merken uit de Geely-groep. Zo kunnen Polestar, Zeekr of Lynk & Co de ongebruikte capaciteit invullen. De Polestar 7 wordt vanaf 2028 in Košice gebouwd. In Gent rolt vandaag zo’n 212.000 wagens per jaar van de band. Tegen 2026 mikt de fabriek op 235.000 tot 237.000 stuks, het eerste volledige jaar van de EX30. Al ligt dat cijfer lager door het stopzetten van de verkoop in de VS. Met meer dan 100.000 exemplaren per jaar blijft de hybride XC40 stevig verankerd in Gent. Maar de fabriek kan tot 300.000 auto’s per jaar produceren. Zonder nieuwe modellen komt de rendabiliteit dus onder druk te staan.
Breaks als troefkaart?
Wat mogen we nog verwachten van de Gentse fabriek, de laatste in België? Is er nog een kans dat er nieuwe modellen bijkomen? Die hoop leeft wel degelijk. Er is zelfs een opening. Nadat Volvo zijn breaks officieel had afgevoerd in 2025, komt het merk daar nu op terug. Michael Fleiss, directeur strategie en product, zei het zonder omwegen tijdens de wereldpremière van de EX60: breaks zijn niet dood, ze keren terug. En niet als een versie die er zomaar bijkomt, maar als volwaardige modellen die trouw blijven aan het DNA van het merk. Vermoedelijk deelt Samuelsson die visie.
Dat detail kan het perspectief voor Gent veranderen. De toekomstige Volvo-breaks zullen in de eerste plaats gericht zijn op Europa, waar dit koetswerktype nog altijd populair is, in tegenstelling tot Noord-Amerika en Azië. Het is wel waarschijnlijk dat deze modellen op het SPA3-platform zullen staan, wat betekent dat de fabriek in Gent technisch aangepast moet worden. Maar dat is niet onmogelijk: de Belgische site heeft wereldwijd een uitstekende reputatie op het vlak van productiekwaliteit. Er is nog niets beslist, maar de deur staat op een kier…

