Met de oorlog in Iran gaat het vaak over olie en de stijgende brandstofprijzen. Logisch, want dat effect zie je meteen, zeker wanneer bommen productie-installaties treffen. Maar er zijn nog heel wat andere aspecten en onderdelen waar voorlopig weinig aandacht voor is. Nochtans zijn ze minstens even cruciaal, vooral voor de Europese auto-industrie.
Een voorbeeld: er wordt weinig gesproken over helium. Nochtans begint daar het meest structurele probleem voor de wereldwijde auto-industrie. Qatar produceert namelijk ongeveer een derde van het wereldwijde helium, een industrieel gas dat onmisbaar is bij de productie van halfgeleiders (chips), waar het instaat voor de koeling en het reinigen van lithografiemachines. Sinds het begin van de vijandelijkheden heeft het land zijn productie stilgelegd. Het haalt misschien niet de voorpagina’s, maar het is wel een van de belangrijkste ontwikkelingen. Zonder helium kunnen chipfabrieken niet draaien. En zonder chips valt de autoproductie stil, want een moderne auto bevat er vandaag tussen de 1.000 en 3.000, afhankelijk van de uitvoering.
Taiwan en Zuid-Korea onder druk
Er dreigt een gigantisch domino-effect in de industrie. Zodra het eerste steentje valt, kun je het nog moeilijk stoppen. De volgende schakel van de keten zit in Seoel en Hsinchu. Zuid-Korea is via Samsung en SK Hynix de grootste leverancier ter wereld van DRAM- en NAND-geheugens, essentiële onderdelen voor zowel elektrische als thermische auto’s. Taiwan produceert op zijn beurt het merendeel van de chips wereldwijd via TSMC. Maar Taiwan haalt ook een derde van zijn vloeibaar aardgas uit Qatar om zijn elektriciteitscentrales te voeden. En Qatar kan dat niet langer leveren. In allerijl zoeken beide landen alternatieven in de Verenigde Staten en Australië. Maar laten we eerlijk zijn: zo’n omschakeling gebeurt niet in enkele weken.
De auto-industrie aan het einde van de keten
De autosector wordt dus opnieuw tegelijk op meerdere fronten getroffen. Batterijen voor elektrische voertuigen en halfgeleiders voor de productie van 2026 zouden momenteel vastzitten in de Golf, volgens Supply Chain Digital. Daarnaast is aluminium, dat massaal gebruikt wordt om auto’s lichter te maken, sinds het begin van het conflict al 20% duurder geworden in Rotterdam. De Golfregio vertegenwoordigt bovendien 8% van de wereldproductie van dit materiaal. Dat is nog niet alles: synthetisch rubber en kunststoffen, beide afgeleid van olie, zouden volgens analisten van Z2Data tot 25% duurder kunnen worden. In auto’s vind je ze overal terug: in het interieur, de afdichtingen, leidingen en banden. De gevolgen zullen dus zeer tastbaar zijn.
Terug naar 2021?
De vergelijking met 2021 dringt zich vanzelf op. De tekorten aan halfgeleiders die de wereldwijde auto-industrie tussen 2021 en 2023 lamlegden, begonnen als een probleem dat op twaalf weken werd geschat. Uiteindelijk duurde het twee jaar, met als gevolg fors stijgende prijzen voor nieuwe auto’s en een stormloop naar de tweedehandsmarkt.
Moet je nu al panikeren? Nog niet. Volgens consultant S&P Global zijn er drie mogelijke scenario’s, afhankelijk van hoe lang het conflict duurt. Blijft het onder de drie maanden, dan blijven de gevolgen beheersbaar. Tussen vier maanden en een jaar worden de logistieke verstoringen structureel: hogere verzekeringspremies voor zeevaart, langere levertijden voor onderdelen en stijgende productiekosten die de marges van constructeurs onder druk zetten. In dat geval stijgen de prijzen bijna automatisch, maar zonder dat de productie stilvalt.
Loopt het conflict door tot 2027, dan zitten we in een totaal ander scenario: een echte schaarste aan onderdelen. Een soort terugkeer naar de coronaperiode. Constructeurs zullen dan moeten kiezen welke modellen prioriteit krijgen op de productielijnen. Instapmodellen komen dan pas op de laatste plaats. Voor automobilisten betekent dat langere wachttijden en duidelijk hogere prijzen. Precies zoals tussen 2021 en 2023.

