Sinds het Amerikaans-Israëlische offensief tegen Iran op 28 februari slaan de oliemarkten op hol. In België bereikte de maximumprijs van diesel sinds vorige donderdag 2,01 euro/l, een niveau dat we niet meer gezien hadden sinds november 2023. Een vat Brent (de referentie voor Europese ruwe olie) overschreed de symbolische grens van 100 dollar. De meeste analisten verwachten een verdere stijging. Sommigen schetsen zelfs een rampscenario met 200 dollar per vat als de Straat van Hormuz langdurig geblokkeerd zou raken. Maar vanuit Oslo klinkt een andere stem. En die verdient alle aandacht.
De man die de oliemarkt kan lezen
Berge Gerdt Larsen is geen tv-commentator. Hij is oprichter en voorzitter van Petrolia SE sinds 1997 en was eerder CEO van DNO ASA, een onafhankelijke oliemaatschappij die op de beurs van Oslo noteert, en algemeen directeur van Odfjell Drilling. Hij is dus een insider van het hoogste niveau, geen buitenstaander: hij bracht meer dan drie decennia door in het hart van de Noorse olie-industrie. Hij heeft een opleiding als chemisch ingenieur in Newcastle en een MBA van de Universiteit van Texas. Larsen is ook hoofdaandeelhouder van Petrolia SE, met een vermogen van naar schatting 158 miljoen dollar. Hij volgt de markten in realtime, 24 uur per dag. In de Noorse economische krant Dagens Næringsliv gaf hij een analyse die radicaal afwijkt van de voorspellingen die in de meeste media circuleren.
Zijn analyse van de situatie is puur politiek. De sleutel voor de volgende prijsbeweging ligt volgens hem niet in de Straat van Hormuz, maar in Washington. Donald Trump heeft lage olieprijzen nodig om sterk aan de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen van november 2026 te beginnen. “Drill baby, drill” zou volgens Larsen niet zomaar een slogan zijn, maar een economische strategie om de wereldmarkten te beïnvloeden. Om dat te bereiken zou Trump over een enorme hefboom beschikken: zijn vermogen om invloed uit te oefenen op drie grote producenten die hun productie vrijwel onmiddellijk kunnen verhogen, namelijk Venezuela, Rusland en Iran.
Wanneer Hormuz weer opent
De stelling van Larsen vertrekt van een paradox: hoe meer de Iraanse crisis escaleert, hoe brutaler de ommekeer zal zijn. Zodra de Straat van Hormuz weer helemaal operationeel is, zullen de momenteel vastgehouden volumes ruwe olie op de markt terechtkomen, terwijl er al een structureel overschot is. Het resultaat: een forse daling tot ongeveer 60 dollar per vat. Op dat niveau zou de prijs aan de pomp in België opnieuw ruim onder 1,50 euro/l voor diesel kunnen zakken, dus meer dan 50 cent minder dan vandaag. Voor benzine zou dat zelfs nog lager kunnen liggen, omdat die sinds de taxshift minder belast wordt. Wel moet gezegd worden dat Larsen het niet heeft over de rol van OPEC+, terwijl die via productiequota toch een belangrijke factor blijft in elk scenario van dalende olieprijzen.
Wat dit zou veranderen
Een vat van 60 dollar zou niet alleen goed nieuws zijn aan de pomp. Het zou ook het hele automarktlandschap door elkaar schudden. Het belangrijkste economische argument voor elektrische auto’s – namelijk duidelijk lagere gebruikskosten dan bij een verbrandingsmotor – zou verdwijnen als de prijs van diesel opnieuw langdurig onder 1,50 euro per liter zakt. De rekensom zou dan compleet veranderen voor kopers die twijfelen tussen een elektrische auto en een klassieke aandrijving. Tegelijk zouden benzine- en dieselwagens, zowel nieuw als tweedehands, opnieuw aantrekkelijker worden op de markt.
Er blijft wel één grote onbekende: de timing. Hoe lang het conflict in Iran nog duurt en wanneer de Straat van Hormuz weer vrij is, valt onmogelijk in te schatten. De voorspelling van Larsen blijft dus voorwaardelijk.

