De vaststelling is duidelijk: op veel autosnelwegen met drie rijstroken rijdt het grootste deel van het verkeer op de middelste rijstrook, meer nog dan op de rechterrijstrook. Wie het verkeer even observeert, ziet meteen waarom: sommige bestuurders gaan er rijden en blijven er gewoon hangen. Alleen als het echt moet, gaan ze nog naar rechts. Ze hebben zelfs een naam: de middenvakrijders. Ze herkennen zichzelf er niet in, maar ze zijn met velen.
De regel van de wegcode is nochtans eenvoudig. In België moet elke bestuurder zoveel mogelijk rechts rijden. Op een autosnelweg met drie rijstroken zijn de middelste en de linkerrijstrook uitsluitend bedoeld om in te halen. Zodra dat manoeuvre uitgevoerd is, moet je dus opnieuw naar rechts gaan. Alleen bij opeenvolgende inhaalmanoeuvres is er een uitzondering: je hoeft niet voortdurend van rijstrook te wisselen als de voertuigen kort na elkaar rijden. Maar tientallen seconden op de middelste rijstrook blijven rijden zonder iemand in te halen is wettelijk niet toegestaan (en ook niet te verantwoorden), wat de reden ook is.
Minstens 174 euro
Niet rechts rijden wordt in België beschouwd als een overtreding van de derde graad, omdat dit gedrag de veiligheid van andere weggebruikers rechtstreeks in gevaar brengt. De onmiddellijke inning bedraagt 174 euro. Wie niet betaalt, kan van het parket een minnelijke schikking van 235 euro voorgesteld krijgen. En komt de zaak voor de politierechtbank, dan kan de boete oplopen tot 4.000 euro, eventueel met een rijverbod erbovenop. Dat kan dus stevig oplopen.
Beboeten is echter niet zo eenvoudig. De overtreding moet immers op heterdaad vastgesteld worden, waardoor geautomatiseerde controlesystemen voorlopig uitgesloten zijn. De politie moet de overtreder dus op het moment zelf betrappen. Daarom blijven patrouilles met anonieme voertuigen het enige echt doeltreffende middel. Opvallend genoeg gaan bestuurders spontaan weer naar rechts zodra ze in hun achteruitkijkspiegel een herkenbare politiewagen zien.
Technologie maakt middenvakrijders
Er is bovendien nog een factor waar zelden over gesproken wordt: rijhulpsystemen werken dit gedrag in de hand. De adaptieve snelheidsregelaar, die tegenwoordig op de meeste auto’s aanwezig is, past automatisch de snelheid aan het voertuig voor je aan. Het gevolg: om niet voortdurend afgeremd te worden door vrachtwagens of tragere bestuurders, kiezen veel automobilisten ervoor om op de middelste rijstrook te blijven rijden, waar het verkeer vlotter doorstroomt.
Wie met rijhulpsystemen rijdt (zelfs met de afstand op de kortste stand) kan dit gedrag bijna als logisch beschouwen. Toch blijft het simpelweg verboden. Daar zit net de ironie van het verhaal. Een technologie die bedoeld is om rijden veiliger en minder vermoeiend te maken, helpt in werkelijkheid een van de meest verspreide vormen van asociaal rijgedrag op onze autosnelwegen in stand te houden. Er wordt ons vaak wijsgemaakt dat autorijden ontspannen en bijna passief kan zijn. Dat klopt niet: rijden vraagt aandacht en een actieve houding.
Uiteraard roept deze regel van het naar rechts opschuiven ook vragen op. Want we mogen niet vergeten dat deze regels in andere landen niet bestaan. Dat is bijvoorbeeld het geval in de Verenigde Staten, waar men prima rechts mag inhalen of eindeloos op de middelste rijstrook mag blijven rijden zonder dat er ook maar één andere weggebruiker is. En op het eerste gezicht lijkt dat niet tot meer ongevallen te leiden. Maar Europa is Europa...

