Zoals bekend is de autokeuring in België een regionale bevoegdheid. Daardoor kan elke regio haar eigen beleid voeren. En precies dat heeft Vlaanderen gedaan: daar werd een hervorming ingevoerd die op 1 juli 2024 in werking trad. Het doel was de Vlaamse keuringscentra te ontlasten, waar zich lange wachtrijen hadden gevormd.
Wat het aantal keuringen betreft, lijkt dat doel bereikt: in 2025 werden 285.000 keuringen minder geregistreerd dan het jaar voordien, een daling van 8%. Ter herinnering: voertuigen van vier tot zes jaar oud met minder dan 160.000 kilometer moeten nog maar om de twee jaar naar de keuring. Sinds juli 2025 geldt die maatregel ook voor auto’s van vier tot acht jaar, en vanaf juli 2026 zal ze worden uitgebreid tot voertuigen van tien jaar oud.
Toch heeft de hervorming weinig veranderd wat de resultaten betreft. Het aantal rode kaarten, die een voertuig onmiddellijk uit het verkeer halen, bereikte in Vlaanderen een ongezien niveau: meer dan 60.000 voertuigen kregen in 2025 zo’n verbod, een absoluut record. De eigenaar mag dan alleen nog de kortste route rijden tussen zijn woning, de garage of het keuringscentrum. De statistieken zeggen uiteraard niet hoeveel bestuurders zich daar ook echt aan houden.
Vlaanderen: roetfilter legt een bom onder de cijfers
Parlementslid Sofie Mertens (CD&V) vroeg uitleg over de belangrijkste oorzaken van deze sterke stijging van afkeuringen. Die blijkt vooral te maken te hebben met de strengere test voor roetfilters, die in 2022 werd ingevoerd. In Vlaanderen geldt die strengere test al vanaf Euro 5a, dus voor dieselwagens die sinds januari 2011 in gebruik zijn genomen.
Concreet: boven één miljoen deeltjes per kubieke centimeter volgt meteen een rode kaart. In Wallonië geldt die verplichting pas vanaf Euro 5b, wat overeenkomt met voertuigen die vanaf januari 2013 zijn ingeschreven. Op papier lijkt dat slechts een verschil van twee jaar, maar in de praktijk gaat het om tienduizenden voertuigen.
Wallonië: trage achteruitgang
De Waalse statistieken vertellen een ander, maar even interessant verhaal. Van de 1.241.730 periodieke keuringen van personenwagens in 2025 leidden 228.410 tot een rode kaart met een termijn van vijftien dagen, goed voor 18,4% van het totaal. Een jaar eerder lag dat percentage op 17,2%, voor 208.489 voertuigen. In absolute cijfers zijn dat bijna 20.000 extra rode kaarten in één jaar. Dat is niet echt verrassend, aangezien de gemiddelde leeftijd van het Belgische wagenpark steeds hoger wordt.
De redenen voor afkeuring zijn klassieker. Slecht afgestelde koplampen domineren ruim de rode kaarten met 15 dagen termijn: 37,7% van de gevallen in 2025, tegenover 36,75% in 2024. Het is een probleem dat bestuurders in het dagelijks gebruik vaak niet merken en waarvoor meestal een bezoek aan de garage nodig is, iets wat veel automobilisten liever uitstellen, vaak ten onrechte. Voor onmiddellijke rijverboden blijft het aandeel stabiel op 1,7% van de controles. De belangrijkste oorzaken zijn: banden met zichtbare of beschadigde karkasstructuur (36,8%), gebroken ophangingsveren** (14,6%) en kritieke remonevenwichten (12,5%).
Ook de uitstoot van dieselwagens verschijnt in de Waalse statistieken, maar dan in de categorie rode kaarten met een termijn van vijftien dagen, waardoor er nooit een onmiddellijke rijverbod volgt. Een Waalse bestuurder kan dus met zijn auto vertrekken, terwijl zijn Vlaamse tegenhanger meteen stilvalt.
“Keuringtoeristen”
Dit verschil in regelgeving heeft een nieuw fenomeen gecreëerd: Vlaamse automobilisten van wie de wagen in Vlaanderen zou worden afgekeurd, steken de taalgrens over om hun voertuig in Wallonië te laten keuren. Het fenomeen is groot genoeg om zichtbaar te zijn in de statistieken: terwijl Vlaanderen in 2025 ongeveer 285.000 keuringen minder telde, registreerde Wallonië er ongeveer 30.000 meer. In Vlaanderen gaan ondertussen steeds meer stemmen op om de regels meer op die van Wallonië af te stemmen.

