Hoe rijden Belgische automobilisten echt? Volgens de studie van Coyote, gebaseerd op data van hun gebruikers, veel rustiger dan vaak wordt aangenomen. In zones waar 120 km/u is toegestaan, ligt de gemiddelde snelheid opvallend lager. In de provincie Luik rijden bestuurders gemiddeld 91 km/u, in de regio Bergen 90 km/u en in het arrondissement Ath 94 km/u. In Vlaanderen is de spreiding groter: Antwerpen noteert de laagste gemiddelde snelheid met 81 km/u op snelle wegen, terwijl Roeselare en Tielt oplopen tot 102 km/u.
Ook in de stad blijven bestuurders duidelijk onder de limiet. Waar 50 km/u geldt, liggen de gemiddelde snelheden tussen 38 en 48 km/u in Wallonië en tussen 37 en 43 km/u in Vlaanderen. Brussel bevindt zich in dezelfde vork, al liggen de snelheden op de grote verkeersassen er structureel lager. Dat heeft een logische verklaring: Brusselaars gebruiken minder vaak de autosnelweg en op de Ring geldt bovendien een limiet van 100 km/u. Met deze cijfers wordt het moeilijk om het cliché van de Belg die altijd het gaspedaal vloert vol te houden.
De studie van 2025 is gebaseerd op miljoenen ritten van Coyote-gebruikers. Die groep bestaat voor 81% uit mannen, met een gemiddelde leeftijd van 47 jaar en gemiddeld 24.600 kilometer per jaar op de teller. De analyse bevestigt ook een trend: het totaal aantal gereden kilometers blijft dalen. Vrouwen zijn eveneens opgenomen in de studie en rijden, weinig verrassend, gemiddeld rustiger. In Wallonië hanteert 89% van hen een zogenaamde ecologische rijstijl, tegenover 79% van de mannen. In Brussel is dat 90% tegenover 86%. In Vlaanderen is de tendens gelijkaardig, al staan daarover geen gedetailleerde cijfers in het rapport. Op de autosnelweg is het snelheidsverschil tussen mannen en vrouwen trouwens minimaal: niet meer dan 1 km/u.
Wallonië: informatie verandert gedrag
De studie brengt ook minder evidente inzichten aan het licht. In Wallonië waarschuwt Coyote bestuurders in realtime voor ongevalgevoelige zones, gevaarlijke bochten en risicotrajecten. Dat gebeurt dankzij een samenwerking met de regionale overheid en de lokale politie.
Zo werden op de A3 in Milmort (provincie Luik) in 2024 nog 72 ongevalgerelateerde incidenten geregistreerd. Opvallend: sommige van die trajecten zijn verdwenen in de ranglijst van 2025. Volgens het rapport is dat geen toeval en meldt expliciet dat het aantal herhaalde ongevallen op die locaties daalt in vergelijking met het jaar voordien.
Vincent Hébert, algemeen directeur van Coyote Systems Benelux, zegt daarover tevreden: “Onze systemen zijn echte rijhulpmiddelen geworden. Ze veranderen het gedrag van bestuurders en begeleiden hen op de gevaarlijkste trajecten. De data tonen jaar na jaar dat dit werkt.” De Waalse cijfers lijken die stelling inderdaad te staven.
Vlaanderen: hardnekkige zwarte punten
In Vlaanderen ligt de situatie anders. Omdat er geen vergelijkbaar akkoord bestaat, krijgen bestuurders er geen specifieke waarschuwingen voor regionale ongevalzones. De gevolgen zijn zichtbaar in de cijfers: dezelfde zwarte punten keren jaar na jaar terug. De Antwerpse Ring ter hoogte van Borgerhout telt tot 95 gemelde incidenten. De Kleine Ring in Berchem overschrijdt de 80. Op de R0 in Zaventem worden zelfs 151 kritieke gebeurtenissen geregistreerd, een van de hoogste cijfers uit de hele studie. De conclusie lijkt duidelijk: zonder gerichte informatie verandert het rijgedrag niet.
Brussel: tussen twee werelden
De positie van Brussel zit ergens tussen beide regio’s in. De hoofdstad werkt samen met Coyote en de lokale politie, maar ongevalgevoelige zones blijven talrijk. Op de R0 is dat het geval in Anderlecht (34) en Vorst (32). Ook de Rogiertunnel staat in de lijst, met 29 incidenten. De afgelegde afstanden zijn er wel korter dan in de andere regio’s. Daardoor is de blootstelling aan snelwegrisico’s kleiner, maar tegelijk neemt de druk op het verzadigde stadsnet toe. Een opvallend detail: in Brussel nemen vrouwen vaker ’s avonds het stuur dan in de twee andere regio’s.
Staat van de wegen: grote regionale verschillen
Niet alleen rijgedrag speelt een rol, ook de staat van de wegen. En daar zijn de verschillen eveneens groot. In Wallonië registreert de Chaussée Brunehault in Haulchin 205 meldingen van beschadigd wegdek. De Rue de Namur in Châtelet telt er zelfs 208. Rond Luik overschrijdt de A3 in Vottem de 190 meldingen. In Brussel concentreren problemen zich onder meer op de R0 in Anderlecht (191 meldingen) en de Lambermontlaan in Schaarbeek (96). In Vlaanderen liggen de cijfers duidelijk lager. De A17 in Bellegem komt bijvoorbeeld tot 42 meldingen, ver onder de Waalse en Brusselse niveaus. De conclusie is onmiskenbaar: Vlaamse wegen worden merkbaar beter onderhouden.
Files blijven een constante
De zones met de meeste files werden ook in kaart gebracht en zijn weinig verrassend: Antwerpen, Brussel en Gent blijven de belangrijkste knelpunten. Ook dat bevestigt het onderzoek van TomTom. Misschien is de belangrijkste conclusie echter een andere. Bestuurders rijden minder, blijven vaker binnen hun eigen regio en leggen gemiddeld kortere afstanden af. Kortom, Belgen rijden dus minder snel én minder ver dan enkele jaren geleden.
Blijft de vraag: als systemen zoals Coyote het rijgedrag op gevaarlijke trajecten aantoonbaar kunnen verbeteren, waarom worden zulke oplossingen dan niet breder ingezet in plaats van steeds meer flitspalen te plaatsen?
Die vraag wordt relevanter omdat het aantal snelheidsovertredingen in België elk jaar nieuwe records breekt, terwijl 70% daarvan minder dan 10 km/u boven de limiet ligt. Het zijn doorgaans niet deze bestuurders die de dodelijke ongevallen veroorzaken. De overheid zal wellicht antwoorden dat flitspalen net helpen om de snelheid te drukken. Dat klopt waarschijnlijk deels. Maar deze studie suggereert ook iets anders: realtime informatie kan minstens even effectief zijn, zonder de bestuurder pal tegenover de overheid te plaatsen.

