De nieuwe topman van Renault, François Provost, heeft duidelijk geen schrik om groot te denken. Hij presenteerde zijn actieplan voor de komende vier jaar. Tegen 2030 wil Renault onder zijn eigen merk twee miljoen wagens per jaar verkopen, 370.000 exemplaren meer dan vandaag. Die sprong van bijna 23% in vijf jaar oogt indrukwekkend op papier, maar vraagt om nuance. Geografisch roept deze groei namelijk vragen op: de helft van de verkopen zal buiten Europa plaatsvinden, tegenover 38% vandaag. Met andere woorden: de constructeur rekent niet in de eerste plaats op onze markten om zijn groei te realiseren. Analisten van het merk met de ruit verwachten duidelijk dat de Europese markt stroef zal blijven. Het is eerder in India, Zuid-Amerika en andere opkomende markten dat de constructeur uit Billancourt zijn toekomst ziet.
36 modellen in 5 jaar
Om dat doel te bereiken, plant Renault een ongezien productoffensief: tussen 2026 en 2030 komen er 36 nieuwe modellen in de showroom, tegenover 32 in de vorige cyclus. Het merk Renault zelf zal 12 lanceringen in Europa voor zijn rekening nemen en 14 internationaal. François Provost wil van Renault “de referentie onder de Europese constructeurs” maken. Om dat doel te halen, rekent het merk op een verlaging van zijn productiekosten met 20%. Dat moet onder meer gebeuren door het aantal onderdelen per auto met 30% te verminderen en door artificiële intelligentie te gebruiken om de energiefactuur met 25% te verlagen. De variabele kosten zouden zo gemiddeld met 400 euro per auto moeten dalen.
Renault’s ‘futuREady’ Plan Puts India at the Heart of Its Global Growth | Autocar Professional https://t.co/bgCmIHjYNJ
— Autocar Professional (@autocarpro) March 10, 2026
Bij Dacia ziet het traject er anders uit, maar het blijft ambitieus. Het lowcostmerk van de groep versnelt zijn elektrificatie: tegen 2030 telt het vier elektrische modellen in zijn gamma, tegenover slechts één vandaag. Twee derde van zijn Europese verkopen zal geëlektrificeerd zijn. De toekomstige Sandero, een absolute bestseller, wordt in meerdere energievormen aangeboden. Dat betekent een echte strategische ommezwaai. Een volledig nieuw model, de Striker, moet ook de aanwezigheid in het C-segment versterken, dat tegen dan een derde van de inschrijvingen zou vertegenwoordigen.
Einde van verbrandingsmotor: engagement of intentie
Nog een andere uitspraak trok tijdens deze presentatie alle aandacht van de waarnemers: Renault kondigde aan dat het vanaf 2030 in Europa alleen nog geëlektrificeerde voertuigen wil verkopen, dus hybrides of volledig elektrische auto’s. De 40% pure brandstofwagens die vorig jaar nog op het Oude Continent verkocht werden, zijn dus gedoemd te verdwijnen.
In het segment van de gezinswagens komt er vanaf 2028 een nieuw 800V-platform (concept Renault R-Space Lab). Dat moet laden in 10 minuten en een rijbereik tot 750 km mogelijk maken. Het platform zal ook range extenders met brandstofmotor integreren (waarschijnlijk ontwikkeld met Geely) en wordt voornamelijk in Frankrijk ontwikkeld, in samenwerking met Google voor het ingebouwde besturingssysteem op basis van Android. 90% van de functies van de auto zal op afstand geüpdatet kunnen worden.
Bij Alpine zijn de ambities daarentegen naar beneden bijgesteld. Van de vijf lanceringen die oorspronkelijk tegen 2030 gepland waren, vermeldt het officiële persbericht expliciet alleen de volgende generatie van de A110. Topman Philippe Krief verzekerde wel dat er nog drie andere modellen op hetzelfde platform zullen volgen.
Hoewel de vooruitzichten er zijn, weten we nu al dat de weg moeilijk wordt. En daar is een reden voor: de financiële ambities blijven bescheiden, met een operationele marge die wordt geraamd tussen 5 en 7%. Dat ligt duidelijk onder de 10% waar de vorige CEO Luca de Meo op hoopte. Het toont aan hoe zwaar de realiteit van de markt weegt.

